Camille Anne Paglia (Endicott, Broome County, New York, 2 april 1947) is een Amerikaanse feministische auteur en hoogleraar. Paglia is vooral bekend door haar boek Sexual Personae uit 1990.
Paglia werd in 1947 geboren als oudste kind van de Italiaans-Amerikaanse Pasquale Paglia en Lydia Anna Paglia (geb. Colapietro). Alle vier grootouders waren afkomstig uit Italië. Paglia behaalde haar bachelor aan Binghamton University en vervolgde haar studie aan Yale. Een van haar begeleiders aan Yale was Harold Bloom. Paglia promoveerde in 1974 bij Bloom op het proefschrift Sexual Personae: The Androgyne in Literature and Art. Het proefschrift werd de basis voor het in 1990 verschenen Sexual Personae. In het Nederlands verscheen dit boek in 1992 onder de titel Het seksuele masker.
In 2026 deed ik voor een tweede keer een poging om “Sexual Personae” te lezen. Om maar te zeggen dat het geen gemakkelijk werk is! Ik hoopte dus dat chatgpt me kon bijstaan. Het begint al met de titel. In de Nederlandse vertaling wordt dat “Het Sexuele Masker”. Ik vind dat niet hetzelfde. Wat vind jij daarvan?
Je gevoel klopt wel: “Het Sexuele Masker” is geen echt equivalente vertaling van Sexual Personae.
Bij Camille Paglia is “personae” (meervoud van persona) een vrij geladen begrip. Het komt uit het Latijn en betekent oorspronkelijk “masker”, maar in de loop van de cultuurgeschiedenis is het veel rijker geworden: het verwijst naar rollen, archetypen, publieke identiteiten, bijna theatrale gestalten die mensen aannemen of die in kunst worden uitgebeeld.
Daar zit meteen het probleem met de Nederlandse titel:
- “Masker” suggereert iets dat je opzet om iets te verbergen
- “Personae” bij Paglia gaat eerder over structurele rollen en oerkrachten die identiteit vormgeven — niet zomaar een façade, maar iets diep cultureels en zelfs mythisch
Bovendien:
- Het origineel is meervoud (personae), terwijl “het masker” enkelvoud is
- Paglia’s boek gaat juist over een hele galerij van seksuele archetypen door de geschiedenis heen (van Nefertiti tot Emily Dickinson), niet één masker
Een letterlijkere maar nog steeds imperfecte vertaling zou iets zijn als:
- “Seksuele personae” (wat in het Nederlands wat academisch klinkt)
- “Seksuele rollen” (maar dat verliest de mythologische lading)
- “Seksuele gestalten” (komt misschien dichter in de buurt van haar bedoeling)
Kort gezegd: de Nederlandse titel is begrijpelijk als poging om het toegankelijk te maken, maar hij verengt wat Paglia probeert te doen. Ze schrijft niet over één “masker”, maar over een heel theater van seksuele identiteiten dat door de kunstgeschiedenis heen loopt.
Als je wil, kan ik je ook helpen bij het eerste hoofdstuk—dat is voor veel lezers meteen het zwaarste stuk.
Doe dat. Ik vermoed dat ik de vorige keer zelfs niet verder geraakt ben dan dat eerste hoofdstuk. Ik ga het dus ook niet hernemen. Vat jij het dan maar voor mij nog eens samen.
Goed idee om daar niet op vast te lopen — het eerste hoofdstuk van Sexual Personae is berucht moeilijk, maar tegelijk legt Camille Paglia daar haar hele denkkader neer. Als je dát beet hebt, leest de rest al iets minder ondoordringbaar.
Hier is de kern, zonder haar barokke stijl:
1. Haar grote stelling: natuur vs. cultuur
Paglia vertrekt van een fundamenteel conflict:
- Natuur = chaotisch, irrationeel, seksueel, vaak gewelddadig
- Cultuur = orde, structuur, rationaliteit (wetten, kunst, architectuur)
Volgens haar probeert de mens — en vooral de westerse beschaving — zich te beschermen tegen de overweldigende kracht van de natuur.
En seks (eros) is voor haar de plek waar dat conflict het duidelijkst zichtbaar wordt.
2. Haar controversiële idee over man/vrouw
Dit is waar ze veel kritiek op kreeg.
Heel ruw samengevat:
- Vrouw = natuur
- verbonden met lichaam, vruchtbaarheid, cycli
- mysterieus, machtig, maar ook bedreigend
- Man = cultuur
- probeert orde te scheppen (kunst, technologie, systemen)
- bouwt als het ware “tegen de natuur in”
Dus: cultuur is volgens haar deels een reactie op angst voor de vrouwelijke natuur.
Je hoeft het hier niet mee eens te zijn (veel mensen zijn dat niet), maar dit idee stuurt haar hele boek.
3. Seksualiteit is niet netjes of gelijk
Paglia verzet zich tegen het idee dat seksualiteit:
- harmonieus
- gelijkwaardig
- volledig sociaal geconstrueerd
Volgens haar is seksualiteit juist:
- asymmetrisch
- geladen met macht, agressie en risico
- diep geworteld in biologie en natuur
Daarom vindt ze dat kunst en literatuur vaak donkere, extreme seksuele beelden bevatten — omdat die dichter bij de waarheid liggen.
4. Kunst als strijdtoneel
Voor Paglia is kunst geen “mooie expressie”, maar een soort verdedigingsmechanisme:
- Kunst probeert de chaos van natuur/eros te vorm te geven
- Denk aan:
- strakke architectuur
- klassieke sculpturen
- gestileerde lichamen
- ballet zowat een perfecte illustratie van haar ideeën — het lichaam dat tegelijk gedisciplineerd (cultuur) en zinnelijk/lichamelijk (natuur) is. Strakke vorm, maar met onderhuidse spanning.
Dat zijn volgens haar pogingen om iets wilds en bedreigends te temmen
5. Waarom het zo moeilijk leest
Dat eerste hoofdstuk voelt zwaar omdat ze:
- voortdurend verwijst naar mythologie, kunstgeschiedenis en literatuur
- grote, sweeping claims maakt zonder alles uit te werken
- schrijft in een bijna profetische, overdreven stijl
Ze wil je eigenlijk meteen in haar wereld smijten, zonder opwarming.
Wat mij verbaast, is dat Paglia als feministe toch de mannelijke component boven de vrouwelijke verkiest (al is het dan wel de homoseksuele component, waarin natuurlijk een feminien aspect aanwezig is). Of vergis ik me?
Je zit er niet helemaal naast, maar zo eenvoudig ligt het bij Camille Paglia niet — en het is precies die spanning die haar zo controversieel maakt.
Eerst dit: Paglia noemt zichzelf wel degelijk een feministe, maar ze staat haaks op wat je “mainstream” of academisch feminisme zou noemen (zeker sinds de jaren zeventig). Ze wordt vaak een dissident feministe genoemd.
Kiest ze de “mannelijke kant”?
Op het eerste gezicht lijkt dat zo, omdat ze:
- grote bewondering heeft voor canonieke kunst en cultuur (historisch vaak door mannen gemaakt)
- “cultuur” koppelt aan het mannelijke principe
- kritisch is voor ideeën dat alles sociaal geconstrueerd is
Maar dat betekent niet dat ze mannen “beter” vindt. Wat ze eigenlijk doet is:
👉 ze waardeert de culturele prestatie (orde, vorm, kunst)
👉 en die situeert ze — controversieel — grotendeels aan de mannelijke kant
Haar echte positie (ruwer, maar accurater)
Paglia’s schema is niet “mannen > vrouwen”, maar eerder:
- Vrouwelijke natuur = primair, machtig, overweldigend
- Mannelijke cultuur = reactie daarop, poging tot beheersing
Dat is bijna het omgekeerde van wat je suggereert:
- De vrouw (als natuur) is bij haar oerkrachtig en dominant
- De man bouwt cultuur als een soort verdedigingslinie
Alleen: zij waardeert die verdedigingslinie enorm — en dáár komt jouw indruk vandaan.
En die homoseksuele component?
Dat zie je scherp.
Paglia heeft veel geschreven over homoseksualiteit, en ze ziet vooral mannelijke homoseksualiteit als:
- losser van reproductie (dus “vrijer”)
- esthetisch en kunstgericht
- spelend met genderrollen
Voor haar belichaamt dat vaak een extreme vorm van cultuur:
- sterk gestileerd
- bewust van vorm en performance (weer dat “persona”-idee)
Maar ze ziet dat niet simpelweg als “feminien”. Eerder als:
👉 een hybride zone waar mannelijk en vrouwelijk door elkaar lopen
Waarom feministe dan?
Omdat ze wél gelooft dat:
- vrouwen autonoom moeten zijn
- seksuele realiteit onder ogen gezien moet worden (niet “weggepraat”)
- vrouwen hun eigen kracht moeten erkennen — inclusief de donkere kanten
Ze verwerpt dus niet het feminisme, maar wel een bepaalde versie ervan die volgens haar:
- de natuur onderschat
- seksualiteit te netjes maakt
- macht en conflict ontkent
Kort samengevat
Je vergist je een beetje in de richting:
- Ze verkiest niet simpelweg het mannelijke
- Ze ziet het vrouwelijke als fundamenteler (maar ook gevaarlijker)
- En het mannelijke als een indrukwekkende — maar defensieve — culturele prestatie
Als je verder leest, ga je merken dat ze vrouwen tegelijk verheft én problematiseert op een manier die veel lezers ongemakkelijk maakt. Dat is geen bug bij Paglia, maar exact de bedoeling.
Er is trouwens een vergoelijkend element, zeg ik. Op p.183 schrijft ze: “Michelangelo’s verheerlijking van mannelijkheid heeft een deformerende invloed op zijn afbeeldingen van vrouwen. Zoals veel renaissancekunstenaars gebruikte hij mannelijke modellen voor vrouwelijke figuren, omdat het onzedelijk was als een vrouw naakt poseerde.”
Dat is een scherp opgemerkt fragment — en je voelt goed aan dat daar iets “vergoelijkends” in zit. Maar het is nuttig om te onderscheiden wat er precies vergoelijkt wordt, en waarom Camille Paglia dat doet.
Laten we het uit elkaar halen.
1. De concrete context (die klopt gewoon)
Wat ze zegt over Michelangelo is historisch vrij goed onderbouwd:
- In de renaissance was het vaak onaanvaardbaar voor vrouwen om naakt te poseren
- Kunstenaars gebruikten dus mannelijke modellen als basis, ook voor vrouwelijke lichamen
- Dat verklaart waarom sommige vrouwelijke figuren er gespierd of “mannelijk” uitzien
In die zin is haar opmerking niet zomaar een excuus, maar ook een praktische verklaring.
2. Waarom jij het als “vergoelijkend” voelt
Omdat ze iets doet wat typisch is voor Paglia:
👉 Ze relativeert kritiek op een mannelijke kunstenaar
door te zeggen: kijk naar de omstandigheden, niet alleen naar het resultaat
Dus:
- Kritiek: “zijn vrouwen zijn vervormd → problematisch”
- Paglia: “ja, maar er waren historische beperkingen”
Dat kan aanvoelen als:
→ het wegduwen van ideologische kritiek (b.v. feministische kritiek op de mannelijke blik)
3. Maar ze doet méér dan vergoelijken
Het interessante is: Paglia zou waarschijnlijk zeggen dat dit geen zwakte is, maar juist onthullend.
Voor haar toont dit:
- hoe sterk de mannelijke esthetiek de kunst domineerde
- hoe het vrouwelijke lichaam werd herdacht via een mannelijk model
- hoe cultuur dus letterlijk het lichaam herstructureert
Met andere woorden:
👉 die “vervorming” is voor haar geen fout, maar een symptoom van een dieper cultureel proces
4. Waar ze botst met veel feministische kritiek
Veel feministische kunstkritiek zou zeggen:
- dit toont onderdrukking of uitwissing van het vrouwelijke lichaam
Paglia zegt eerder:
- dit toont hoe cultuur werkt onder druk van taboes, verlangens en beperkingen
- en hoe daaruit iets nieuws (kunst) ontstaat — zelfs als het “vervormd” is
Ze heeft dus minder de neiging om te oordelen in termen van:
- goed/fout
- rechtvaardig/onrechtvaardig
En meer in termen van:
- kracht, vorm, effect
5. Jouw intuïtie is nog steeds waardevol
Je reactie (“dit voelt vergoelijkend”) is eigenlijk precies de spanning in haar werk:
- Ze beschermt grote mannelijke kunstenaars tegen reductieve kritiek
- Maar daardoor lijkt ze soms blind voor machtsverhoudingen
Of scherper gezegd:
👉 ze kiest vaak de kant van artistieke grootheid boven morele kritiek
Kort gezegd
- Ja, ze relativeert hier kritiek op Michelangelo
- Maar niet alleen om hem te verdedigen
- Ook om te laten zien hoe kunst ontstaat uit beperkingen, taboes en machtsstructuren
Laten we het concreet maken. Een van de beste voorbeelden om Paglia’s punt te testen zijn de Sibylle-figuren in de Sixtijnse Kapel, geschilderd door Michelangelo.
De Delphische Sibylle (als case)
Denk aan de Delphische Sibylle:
- gespierde armen
- krachtige schouders
- gedraaide torso (bijna atletisch)
- weinig van wat wij typisch “zacht vrouwelijk” zouden noemen
Ze oogt eerder als een atleet in vrouwelijke gedaante dan als een klassieke vrouw.
Wat zou Paglia hier zeggen?
Volgens Camille Paglia is dit geen mislukking, maar betekenisvol:
1. Vrouw gefilterd door mannelijke vorm
Omdat Michelangelo met mannelijke modellen werkte:
- ontstaat een vrouwelijk lichaam dat door een mannelijke anatomie heen is gedacht
👉 Dat is precies jouw citaat: een “deformerende invloed”
2. Maar tegelijk: verhoogde macht
Paglia draait het om:
- De Sibylle is geen passief object
- Ze straalt autoriteit, spanning, intellect en kracht uit
Vergelijk dat met veel latere (meer “zachte”) vrouwelijke naakten:
→ die zijn vaak decoratief
→ deze figuur is bijna intimiderend
👉 Voor Paglia: dit is géén verzwakking van het vrouwelijke, maar een verheffing tot monumentale kracht
3. Androgynie als ideaal
Hier komt haar fascinatie voor het “tussenin” terug:
- De Sibylle is niet puur vrouwelijk
- Niet mannelijk
- Maar iets androgyns en archetypisch
Paglia ziet dat als typisch voor grote kunst:
→ die overstijgt simpele gendercategorieën
Waar jij kritisch kan blijven
Je kan nu twee lezingen naast elkaar houden:
Lezing A (Paglia)
- vervorming = historisch + esthetisch proces
- resultaat = krachtige, bijna mythische figuur
Lezing B (kritischer)
- vrouwelijke lichamen worden niet op hun eigen termen weergegeven
- het mannelijke lichaam wordt de norm
- dus: een vorm van culturele dominantie
En eerlijk: beide lezingen kunnen tegelijk waar zijn.
Waarom dit een goed testgeval is
Omdat je hier heel concreet ziet wat je eerder aanvoelde:
- Paglia erkent de vervorming
- maar waardeert het resultaat
- terwijl anderen precies dat punt problematisch vinden
Laten we er eentje naast zetten die bijna het tegenovergestelde is: De Geboorte van Venus door Sandro Botticelli.
Venus bij Botticelli
Wat zie je daar?
- slank, bijna gewichtloos lichaam
- zachte lijnen, weinig spierdefinitie
- een ietwat onnatuurlijke houding (lange nek, vreemde proporties)
- een sfeer van dromerige afstandelijkheid
Dit is geen krachtige, gespannen figuur zoals bij Michelangelo, maar eerder:
👉 etherisch, kwetsbaar, bijna onaards
Wat zou Paglia hiermee doen?
Voor Camille Paglia is dit óók geen “realistische vrouw”, maar een stijlkeuze — net zo geconstrueerd als die gespierde Sibylle.
1. Idealisering in plaats van kracht
- Hier wordt het vrouwelijke niet “vermannelijkt”
- maar juist ontlijfd en geïdealiseerd
👉 Minder lichaam, meer idee
2. Apollinisch vs. Dionysisch
Paglia gebruikt vaak (geleend van Friedrich Nietzsche):
- Apollinisch = orde, harmonie, afstand (→ Botticelli)
- Dionysisch = chaos, lichamelijkheid, energie (→ Michelangelo)
Dus:
- Botticelli’s Venus = gecontroleerde schoonheid
- Michelangelo’s Sibylle = opgespannen kracht
3. Twee “vervormingen” van het vrouwelijke
En dit is cruciaal:
- Michelangelo: vrouw wordt te lichamelijk / te mannelijk
- Botticelli: vrouw wordt te abstract / te etherisch
👉 In beide gevallen:
geen “echte vrouw”, maar een artistieke constructie
Wat betekent dit voor jouw oorspronkelijke punt?
Je vroeg of Paglia het mannelijke verkiest.
Nu zie je beter:
- Ze bewondert Michelangelo’s kracht en energie
- Maar ze ziet Botticelli’s stijl ook als legitieme culturele vorm
Alleen:
👉 ze heeft duidelijk meer affiniteit met het intense, gespannen, lichamelijke (Michelangelo)
dan met het verfijnde, afstandelijke (Botticelli)
En dat kan aanvoelen als een voorkeur voor het “mannelijke” — ook al kadert ze het anders.
Interessant om mee te nemen tijdens het lezen
Je kan bij elk kunstwerk dat ze bespreekt jezelf afvragen:
- Wordt het lichaam versterkt of verzacht?
- Is het eerder kracht of schoonheid?
- Is het aards of gestileerd?
Dat zijn eigenlijk de echte tegenstellingen waar Paglia mee werkt — méér dan simpel man vs. vrouw.
Als je wil, kunnen we een voorbeeld nemen uit literatuur. Daar wordt haar theorie nog een stuk grilliger — maar ook leuker om te ontleden.Laten we een concreet voorbeeld nemen dat ze uitvoerig bespreekt: Emily Dickinson.
Waarom Dickinson zo interessant is voor Paglia
Op het eerste gezicht lijkt Dickinson:
- teruggetrokken
- bijna ascetisch (ze leefde grotendeels geïsoleerd)
- “keurig” of ingetogen
Maar Paglia ziet in haar poëzie iets totaal anders:
👉 een extreme innerlijke intensiteit, bijna gewelddadig
1. Seksualiteit zonder lichaam
In tegenstelling tot Michelangelo of Botticelli:
- geen naakte lichamen
- geen zichtbare erotiek
En toch zegt Paglia:
👉 dit is diep seksueel geladen poëzie
Hoe dan?
- spanning zit in taal, ritme, beelden
- verlangen wordt gecomprimeerd, niet uitgespeeld
Bij Dickinson wordt eros:
→ mentaal, geconcentreerd, explosief van binnen
2. Beheersing als kracht
Paglia ziet Dickinson als iemand die:
- haar impulsen niet “uitleeft”
- maar ze vorm geeft via taal
Dat past perfect in haar schema:
- natuur (chaos, drift)
- → wordt ingedamd door cultuur (poëzie)
👉 Dickinson = extreem voorbeeld van cultuur die natuur temt
3. Maar het gevaar blijft voelbaar
Belangrijk: die beheersing is nooit volledig veilig.
In Dickinsons gedichten voel je vaak:
- breuklijnen
- plots geweld in beelden
- obsessie met dood en extase
Paglia zou zeggen:
👉 de natuur (eros, dood) lekt voortdurend door de vorm heen
4. Waarom dit haar feminisme nuanceert
Dit is interessant voor jouw eerdere vraag.
Dickinson is:
- een vrouw
- geen “mannelijke” figuur
- niet fysiek dominant
En toch bewondert Paglia haar enorm.
Waarom?
👉 omdat ze vorm en intensiteit combineert
Dus Paglia waardeert niet simpelweg “het mannelijke”,
maar eerder:
- sterke vormgeving
- intense onderliggende energie
5. Vergelijk even met de schilderkunst
- Michelangelo → lichaam gespannen en krachtig
- Botticelli → lichaam verzacht en geïdealiseerd
- Dickinson → lichaam verdwijnt, maar spanning blijft intern
👉 drie manieren om met dezelfde kracht om te gaan
Wat je hieruit kan meenemen
Als je verder leest, probeer dit te spotten:
- Waar zit de energie (eros, drift)?
- Hoe wordt die gevormd (kunst, stijl, structuur)?
- En waar breekt ze door?
Dat is eigenlijk de kern van alles wat Paglia doet. Paglia werkt zo sterk met grote, allesomvattende interpretaties dat het risico bestaat dat je haar kader meteen overneemt — en dan zie je alleen nog wat zij ziet. Door eerst je eigen lezing te vormen, hou je wat weerstand en dat maakt de vergelijking achteraf veel interessanter.
In 1993 gaf Camille Paglia haar voorliefde voor pornografie te kennen in een interview in Reason magazine, getiteld “Paglia’s Personae”. Daarin beschrijft ze zichzelf onder meer als “pro-pornography, pro-prostitution, pro-abortion”, waarin ze openlijk pleit voor pornografie als onderdeel van haar bredere culturele kritiek en libertaire seksuele politiek.
Daarbij beroept ze zich op Simone de Beauvoir, die dat in “De tweede sekse” ook zou beweren. Paglia zegt: “Feministen hebben overdreven hoe mannen vrouwen objectiveren en tot vlees reduceren. Het is eigenlijk precies andersom. Mannen worden hun hele leven geplaagd door seksuele angsten. Daar draait pornografie om. Het is een poging om de enorme seksuele kracht van vrouwen te begrijpen. De mannelijke seksuele functie is afhankelijk van vrouwen die op theatrale wijze een tijdelijke onderwerping uitbeelden.”
Camille Paglia: “Lang voordat het bon ton was om lesbisch te zijn, wàs ik al lesbisch. Ik deed het niet omdat het mode was, nee, ik deed het gewoon omdat ik een vrouwenlijf veel lekkerder vond dan een mannenlichaam. Dat heeft mij nooit belet om geregeld met mannen te neuken. Ik denk dat lesbische seks geweldig kan zijn, maar het schiet op veel vlakken tekort. Er is een zekere mate van frustratie verbonden aan het leven van een lesbienne. Natuurlijk zullen lesbiennes me hiervoor willen ophangen, ze zeggen dat we voldaan zijn. Pardon. Excuseer me. Ik geloof het niet. Man en vrouw kunnen wilde, primitieve seks hebben. Dat krijg je niet bij lesbiennes – er ontbreekt iets. Het is zo vermoeiend om de liefde te bedrijven met vrouwen, het duurt een eeuwigheid. Ik ben te lui om een lesbienne te zijn.”
Desondanks heeft ze in 1994 na jaren zoeken toch een lesbische relatie kunnen opbouwen met ene Alison Maddex, 27 jaar en dus 19 jaar jonger dan zijzelf. Alison is erg verfijnd (ze is de initiatiefneemster voor The Museum of Sex dat normaal gesproken in Manhattan zou moeten worden geopend) en niet het butch-type, waarmee Paglia vroeger uithing. Die “butches” waren niet zo anti-man als de feministen, die nu zo boos zijn op Paglia. Natùùrlijk waren ze dat niet! Ze waren zélf mannen. Zuipen en boeren laten. Eerst zag Paglia dat wel zitten: “Ik zou liever een man zijn, ja. Ik denk wel eens dat als ik nu geboren zou worden, ik transseksueel zou zijn. Nu is dat te laat.” In die tijd had ze een avontuurtje met een zwarte beroepssoldaat (een vrouw dus, hé), die ze “Afro-Amerikaans” noemt, want ze doet blijkbaar soms toch pogingen om “politically correct” (p.c.) te zijn. Het was een “one night stand” net zoals haar mannelijke collega’s dat met een snolletje zouden doen.
Het feit dat Paglia lesbische feministen afdoet als dochters van huissloofjes die hun eigen onderdrukte haat tegen de echtgenoot-tiran onbewust aan dochterlief hebben doorgegeven, is binnen de Amerikaanse contekst misschien wel juist.
Maar vooraleer ons over de twee kernvragen te buigen, namelijk: is SM onderdrukkend of juist bevrijdend, en is SM feministisch, wil ik eerst nog eens op de dichter Anton Ent wijzen, die naast poëzie onder zijn eigen naam ook dichtbundels publiceerde onder de naam Marieke Jonkman, overigens bijna identiek aan de naam die zijn dochter na haar huwelijk heeft aangenomen. Het wordt nog troublanter als de gedichten van “Marieke Jonkman” duidelijk alluderen op onderworpenheid (“trek uit je blouse, je broek… kleed je eens uit”), al dicht ook Anton Ent zelf: “Je streelde me en bond me aan een harde leer”, waarbij de “je” dan weer op zijn moeder blijkt te slaan…
Camille Paglia: “Ik ben een adept van markies de Sade. Zijn heldinnen behoren tot de sterkste vrouwen uit de wereldliteratuur, voor hem is de lesbienne superieur aan andere vrouwen” (in Humo). Zij ziet een relatie trouwens altijd als een “seksuele oorlog”, als de “strijd tussen het rationele en de oerdrift. Relaties tussen de seksen zijn ook een machtsspelletje. De man probeert de macht te krijgen, de vrouw hééft de macht. Ja, de vrouw domineert, en dat maakt de mannen bang. (…) Lustbeleving is ook heel sterk sadomasochistisch. Nu denkt u natuurlijk meteen aan markies de Sade, maar ook Rousseau komt tot die conclusie. In Les Confessions schrijft hij: ‘Op mijn knieën vallen voor een minnares, haar gehoorzamen, haar om vergiffenis smeken, is voor mij het allerhoogste genot’. Hij is in de liefde volstrekt passief, de vrouw moet de eerste stap zetten. Die seksuele voorkeur heeft te maken met een gebeurtenis uit zijn jeugd. Op zijn achtste wordt hij door een vrouw van dertig jaar geslagen, wat hem onbedoeld opwindt.”
En als er dan al eens een film over het leven van de markies wordt gedraaid (“Marquis De Sade”, VSA 1996), dan is het alweer door een vrouw, deze keer Gwyneth Gibby.
Een andere “bitch”, Elizabeth Wurtzel van het gelijknamige boek getuigt: “Ik voel me oppermachtig als ik een man een blow job geef.”
Toch heeft SM niet noodzakelijk iets met bondage of pijn te maken. De “gehoorzaamheidsspelletjes” die Ewa en Marysia in “Meisje Niemand” (Tomek Tryzna) met elkaar spelen zijn daar een duidelijk voorbeeld van. De Amerikaanse Heather Lewis trekt dit in haar debuutroman “De regels van het spel” volop door: hier krijg je zowel lesbianisme, lolitasyndroom als SM in één mengsel opgediend. Maar, “wat op het eerste zicht een boekje vol spelspanningseks leek, blijkt weer maar eens tot de verdachte slachtofferliteratuur te behoren,” aldus Ann Meskens in De Morgen van 4/9/1997. Vrij snel wordt immers duidelijk dat de twee meisjes Lee en Tory slachtoffers zijn van vroeger seksueel geweld. “Zelfs de liefde tussen Lee en Tory brengt geen kaarsvlammetje romantiek in het boek. Het enige gevoel dat de twee amazones kunnen opbrengen is voor de paarden.” En dan nog: “als het springpaard Huey, kapotgespoten en verminkt getraind, zich op een hindernis doodspringt, houdt Lee het voor bekeken. Einde verhaal.”
Ronny De Schepper