Vandaag wordt de Zweedse blokfluitist Clas Pehrsson tachtig jaar. Dan moet hij al tegen de vijftig aan gezeten hebben, toen ik hem ging interviewen in Sundsvall (in het noorden van Zweden). Dat was hem toen nog niet aan te zien, vind ik. Hij gaf daar een workshop over blokfluit (uiteraard).

Clas Pehrsson wist me te vertellen dat het peil van deze workshops hoger ligt dan zelfs in Uppsala of Stockholm, waar hij les gaf aan het conservatorium. Ook hij trachtte een antwoord te geven op de vraag waarom barokmusici tegelijk ook vaak geïnteresseerd zijn in eigentijdse muziek. “Wie zich in barokmuziek wil verdiepen, wil weten hoe die muziek werd gespeeld in de barokperiode zelf. Automatisch ben je dus ook geïnteresseerd in hoe muziek uit uw eigen leefwereld zou moeten worden gespeeld. Want hier heb je dan nog het voordeel dat je met de componisten zelf kunt overleggen hoe ze hun compositie willen gespeeld zien. Romantische muziek daarentegen is veel minder interessant omdat de uitvoeringspraktijk daarvan op een bepaald moment niet meer is geëvolueerd. Zelfs zodanig dat er een soort van moderne traditie is ontstaan die eigenlijk nog weinig te maken heeft met hoe die muziek in de romantiek zelf werd uitgevoerd. En zo zie je dat de muziekgeschiedenis voor een tweede keer wordt geschreven. Harnoncourt is nu al bij de Weense classici aangekomen, Brüggen neemt de Beethoven-symfonieën reeds door…”
“En Norrington zit zelfs al aan Berlioz,”
vul ik aan, “waar gaat dit eindigen?”
“Waarom moet het eindigen?”
is Pehrssons wedervraag. “Het beste zou zijn dat we op de duur terug bij de eigentijdse muziek uitkomen, want dan kunnen we misschien eindelijk met recht en rede van ‘eigentijdse’ muziek spreken. Zoals de toestand nu is, is eigentijdse muziek immers juist de meest vreemde muziek voor de meeste muzikanten.”
Ook hier valt de naam van ons aller Jos Van Immerseel, als we over de verplichte Mozart-sonate op de Elisabethwedstrijd praten. Clas Pehrsson lacht in zijn baard: “Daar zal-ie wel ’t een en ’t ander op aan te merken gehad hebben, vermoed ik.”
“U schijnt hem goed te kennen,”
probeer ik.
“Niet persoonlijk, maar ik weet waarvoor hij staat en ik moet er onmiddellijk aan toevoegen dat ik niet zo radicaal ben als hij. Akkoord, als je muziek speelt op een manier zoals het eigenlijk niet bedoeld was, dan maak je het jezelf erg moeilijk om er iets goeds van te maken. Maar van mij mag je dat wel probéren, als je maar openstaat voor kritiek. Er is eigenlijk geen tegenspraak. Ik spreek niet graag over muziek in termen van ‘juist’ of ‘verkeerd’. Moet dit stuk zo gespeeld worden of niet? Nee, wat mij als luisteraar bezighoudt, is: hou ik ervan of niet? Natuurlijk, als je Emma Kirkby met Lars Ulrik Mortensen hebt gehoord, dan ben je niet langer geïnteresseerd in een ouderwetse pianist die Bach speelt, dat spreekt haast vanzelf, maar toch mag hij het altijd proberen. ‘Authentiek spelen’ kan nooit de ultieme bedoeling zijn. Eerst en vooral omdat het onmogelijk is. Laten we dat duidelijk voorop stellen. Waar het dus op aankomt is de artistieke bedoeling. De authentieke uitvoeringspraktijk kan enkel maar een vertrekpunt zijn. Bij élke muziek vertrek je van een bepaald punt, maar of dat nu Bach is of Mozart of The Beatles, je moet je steeds gedragen als een eigentijdse schepper. Wat niet wil zeggen dat master classes als deze nutteloos zouden zijn, verre van. Nee, je wint er juist een ander, nieuw, fris vertrekpunt bij. En een beetje kennis kan nooit kwaad. Ik wil dus wel zoveel mogelijk wéten over de manier waarop die muziek destijds werd uitgevoerd, maar ik zal wel zelf bepalen wat ik met die kennis ga aanvangen.”

Clas Pehrsson heeft ook erg veel belangstelling voor de Zweedse volksmuziek, die vooral een rijke viooltraditie kent, zegt hij. Het is opmerkelijk dat er nogal wat volksmuzikanten zijn die zich tot de barokmuziek ‘bekeren’, maar tegelijk valt die bredere belangstelling dan ook soms weg…
“Dat is een probleem van muzikanten in het algemeen,”
antwoordt Pehrsson. “Er zijn immers twee manieren om aan de kost te komen. Ofwel ga je in een orkest spelen en dan komt het er inderdaad op aan zoveel mogelijk soorten muziek de baas te kunnen. Maar dan kan je die verschillende stijlen ook niet uitdiepen, dat is gewoon onmogelijk. Meestal zijn die muzikanten op hun best met romantische componisten en zijn ze middelmatig of zelfs zwak als het de extremen betreft, meer bepaald dus de oude muziek en de eigentijdse componisten. Als je echter freelance wil werken, dan komt het er juist op aan van je te specialiseren.”

Ronny De Schepper

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.