Nog niet zo heel lang geleden schreef ik over het duel tussen Marcel Proust en Jean Lorrain, dat echter goed afliep, aangezien beide heren vergeten waren om eerst wat te gaan oefenen in het schietkraam op de kermis. Maar morgen is het helaas wél prijs. De Russische schrijver Aleksandr Poesjkin meent de eer te moeten verdedigen van zijn nogal frivole echtgenote en wordt daarbij dodelijk gewond. Twee dagen later zou hij overlijden. Dat zal binnenkort dus 185 jaar geleden zijn…
Aleksandr Poesjkin was de eerste Russische auteur die internationaal erkend werd. Wegens zijn aristocratische afkomst werd hij, zoals dat toen in die kringen in Rusland en meer bepaald zijn geboortestad Moscou de gewoonte was, in het Frans opgevoed (het zal duren tot Napoleon Rusland binnenvalt vooraleer hieraan een einde zal komen). Via zijn grootmoeder en vooral zijn kindermeisje (njanja) Arina Rodionovna kwam hij echter toch in contact met de Russische sprookjes en sagen, wat later van enorm veel belang zou blijken. Zijn eerste gepubliceerde poëzie, “Ruslan en Ljoedmila” (1820) is al meteen typisch Russisch, al vertoont de vorm wel westerse invloeden.
EVGENY ONEGIN
Op dat moment oefent hij in Sint-Petersburg reeds een functie uit op het ministerie van buitenlandse zaken (sedert 1817). Hij is gefrustreerd, vlucht in drank en kansspel en raakt uiteindelijk betrokken bij een democratisch getinte beweging die zou uitmonden in de Dekabnistenopstand van december 1825. Maar nog voor het zover is, wordt hij reeds omwille van zijn politiek geladen gedichten en karikaturen verbannen naar de Kaukasus en de Krim, waar hij het werk van Lord Byron ontdekt. Toch hoort hijzelf meer bij het realisme dan bij de romantiek thuis, waardoor hij een wegbereider is voor mensen als Toergenjev, Dostojevski en Tolstoi. Een voorbeeld hiervan zijn de kortverhalen “De sneeuwstorm” en “Het boerenfreuletje” uit 1830.
Zijn meesterwerk “Evgeny Onegin” (1833) is weliswaar een roman in verzen zoals Byrons “Childe Harold”, maar inhoudelijk schetst het onverbloemd de karaktertrekken van de Russische bevolking, met zijn scepticisme en cynisme, maar ook met een zucht naar het volmaakte en het absolute. De bewuste onromantische houding van Onegin (in tegenstelling tot de volbloed romanticus Vladimir Lenski) maakt hem in vele ogen zelfs tot een antipathieke egoïst. Onegin, die als “overbodige mens” wel aan spleen lijdt (1), vindt zichzelf echter geen genie, geen “Übermensch”, maar kan een kleurloos leven niet aanvaarden (2).
Alhoewel Poesjkin zichzelf ten tonele voert in deze roman (zoals gewoonlijk illustreerde hij ook dit werk met tekeningen van eigen hand), is het toch duidelijk dat Onegin ook trekken van hemzelf vertoont. Nadat hij in zijn brieven zijn ongenoegen had geuit over het regimentsregime waaraan hij in zijn ballingschap onderworpen was, werd hij nog naar meer desolate oorden verbannen, met name naar Pskov, waar zijn moeder een landgoed had en waar zijn njanja hem gezelschap komt houden. Alhoewel hem daar een hard leven staat te wachten, versterkt zijn contact met de lokale boeren nog meer het humanitaire en het typisch Russische aspect van zijn werk. Net als Onegin bezoekt Poesjkin immers vaak een “nabijgelegen” (250km!) landgoed, waar twee zusters wonen. Eén van deze twee, Anna, zal hem ook argeloos haar liefde bekennen waarop hij echter evenmin als zijn anti-held zal ingaan. (Of ze net als haar gefabuleerd personage Tatjana eveneens verzot was op de zoetsappige briefromans van Samuel Richardson en de lectuur van Jean-Jacques Rousseau is niet bekend.)
DE BRONZEN RUITER
Uit deze periode dateert ook de tragedie “Boris Godoenov”, die breekt met het Franse classicisme en meer aansluit bij Shakespeare. Het thema is de verhouding tussen de machthebbers en het volk. Alhoewel hij de nadruk legt op de morele en politieke betekenis van de massa, valt het stuk blijkbaar toch in de smaak van de nieuwe tsaar, Nikolaas I, die hem in 1826 de toestemming verleent om naar Moskou terug te keren. De Dekabnistenopstand is ondertussen mislukt en de reformistische machthebbers trachten Poesjkin aan hun kant te krijgen. Hij schrijft een eresaluut aan Peter De Grote, die deze ideeën belichaamt (de poëziebundel “De Bronzen Ruiter”), en wordt zelfs een graag geziene gast aan het hof, wat hem in de ogen van zijn vrienden verdacht maakt.
In 1831 huwde hij Natalja Gontsjarova, een mondaine vrouw, waardoor hij opnieuw een officiële functie verwerft in het establishment. Toch blijft in zijn werk het volk de hoofdrol spelen. Zo onder meer in “De Kapiteinsdochter” (1836), een roman met de boerenopstand van Poegatsjov als achtergrond. Hijzelf kan het dan ook steeds minder vinden in de wufte sferen van de macht, waar zijn frivole vrouw floreert als nooit tevoren. Zijn herhaalde vragen om uit zijn functie te worden ontheven worden echter genegeerd. Daardoor groeit in zijn vriendenkring de achterdocht en wordt hij in 1837 tot een duel gedwongen (al dient gezegd dat een ingewikkelde vrouwenhistorie rond een dame die ook door de tsaar werd begeerd hier ook een rol in speelde; volgens acteur Ralph Fiennes verdedigde hij zelfs gewoon de eer van zijn vrouw). Hij zou uiteindelijk bezwijken aan de verwondingen die hem door een Franse immigrant, Georges d’Anthès, werden toegebracht. D’Anthès had Poesjkin en zijn vrouw, Natalia, ontmoet, een mooie en flirterige jonge vrouw met veel bewonderaars. D’Anthès maakte haar op een compromitterende manier het hof. Toen Natalia Poesjkin hem uiteindelijk afwees, liet D’Anthès meerdere exemplaren maken van een anonieme satire op Poesjkin en stuurde deze naar een aantal van Poesjkins naaste vrienden, evenals naar Poesjkin zelf. De satire was een nepbrief waarin Poesjkin de titel van plaatsvervangend grootmeester en historicus van de Orde der Hoorndragers werd toegekend. In de gecompliceerde affaire die daarop volgde, trouwde D’Anthès op 10 januari 1837 met Natalia’s zus, Jekaterina Goncharova. Er wordt gesuggereerd dat D’Anthès’ verloving en huwelijk met Natalia’s zus bedoeld was om de roddels in de maatschappij, dat hij Natalia het hof maakte, te ontkrachten. Hoe dan ook, dit was niet genoeg om het conflict tussen de twee nieuwe zwagers op te lossen. Na zijn huwelijk met Yakaterina bleef D’Anthès zich provocerend gedragen tegenover Natalia en lokte hij een nieuwe dueluitdaging uit.
Op de avond van 27 januari 1837 vuurde D’Anthès als eerste en verwondde Poesjkin dodelijk in de buik. Poesjkin, die al meerdere duels had uitgevochten, wist op te staan en op D’Anthès te schieten, maar verwondde hem slechts licht in de rechterarm. Op zijn sterfbed stuurde Poesjkin een boodschap naar D’Anthès waarin hij hem alles vergaf. Poesjkin stierf twee dagen later, waarna D’Anthès werd gevangengezet in de Petrus- en Paulusvesting in Sint-Petersburg. Duelleren was illegaal in Rusland en D’Anthès werd voor de rechter gedaagd, maar hij werd door de keizer gratie verleend. Hij werd wel van zijn rang ontdaan, teruggebracht naar de grensstreek en kreeg het bevel Rusland voorgoed te verlaten.
In zekere zin beantwoordde het slot van “Evgeny Onegin” dan, weliswaar in omgekeerde zin, toch nog aan de realiteit. Onegin doodt immers tegen zijn zin zijn vriend Lenski in een duel (3).
EPILOOG
De jonge Lermontov schreef daarna een hekeldicht waarin hij de aristocraten de schuld gaf van Poesjkins dood. Hij werd op zijn beurt verbannen, schreef een roman “Een held van onze tijd”, waarin het hoofdpersonage Petsjoerin eveneens in een duel sterft. Enkele maanden later zou Lermontov zelf in een duel om het leven komen. Ook hij had zijn eigen dood “voorspeld”…
Ronny De Schepper
(1) De “l” niet vergeten a.u.b.!
(2) Onder invloed van Dostojevski, die een ware Poesjkin-cultus heeft gelanceerd, wordt deze tegenstelling van karakters ook wel eens teruggevoerd op de strijd tussen de “echte” (Tatjana) en de “verwesterde” (Onegin) Russen. Dat is echter wel “hineininterprätierung”, want die spanningen waren op het moment van het schrijven van “Evgeny Onegin” (1823-1830) nog niet aan de orde. Beter is het allicht de omkering koele realist/romantische dweper te noteren. Wanneer Tatjana later immers gehuwd is met een bekende generaal, is het Onegin die valt voor haar “koele afstandelijkheid” en haar bestookt met passionele brieven. Deze keer is het echter Tatjana die rationeel blijft: jawel, ze houdt nog steeds van Onegin, maar ze is niet van plan haar man in de steek te laten of te bedriegen.
(3) Een vaak voorkomend misverstand is de opvatting dat Lenski de eer van de afgewezen Tatjana zou verdedigen. Al ligt de hautaine houding van Onegin wel aan de basis van de verkoeling van de verhouding tussen beide vrienden, de ware aanleiding is dat Onegin zich al te zeer inlaat met Olga, de zus van Tatjana en de verloofde van Lenski.

De Turkse stad Kars lag lang in een twistgebied tussen het tsaristische Rusland en het Ottomaanse Rijk. In 1829 zou Alexander Poesjkin zich hier hebben opgewarmd in de Mazlum Ağa hamamı (‘Badhuis van de heer Mazlum’, ook bekend als: Mazlumoğlu Hamamı (‘Badhuis van de zoon van Mazlum’ of ‘Badhuis van de zoon van de onderdrukte’) of Topçuoğlu Hamamı (‘Badhuis van de zoon van de kanonbalmaker’), nadat de stad door de Ottomanen was overgedragen aan de Russen. Later, in 1878, nadat de Russen nog eens de stad hadden veroverd maakten zij in deze hamam een ereplaats met een bronzen buste en memorabilia van de dichter in de kamer waar hij had gebaad.
LikeLike
Het is dekabristenopstand, dekabr betekent december, daarom ook soms decembristenopstand genoemd.
LikeLike