Op 1 december 1981 ging in Gent de eerste Kindertelefoon van start. Een initiatief dat in buurlanden als Nederland, West-Duitsland of Denemarken reeds een begrip was, maar dat in ons eigen landje nogal wat vraagtekens opriep. Er werd vooraf geopperd dat onze kinderen weinig spreekvaardig zijn en niet geneigd om vrijpostige initiatieven te nemen en naar de hoorn te grijpen om een of ander probleem (kindermishandeling, drugs, seksualiteit, school…) kond te doen. We hebben bijgevolg een beetje de kat uit de boom gekeken tot we de tijd rijp achtten om een paar medewerkers naar hun bevindingen te polsen. Medewerking aan de Kindertelefoon is vrijwillig en anoniem, vandaar dat de namen van onze gesprekspartners verzonnen zijn.

VOORAL JONGE KINDEREN
Inge : De eerste dagen zijn er zo tussen de vijf en de tien telefoons gekomen. Wat ons wel opviel was dat het vooral jonge kinderen waren, zo vanaf acht jaar. Wij hadden gedacht dat het eerder kinderen van twaalf, dertien jaar zouden zijn geweest.
— Welke soort telefoontjes krijg je het meest ?
Inge
: Het is misschien nog wat vroeg om daaruit definitieve conclusies te trekken maar het blijkt wel dat veel kinderen bellen uit verveling. Verder ook kinderen die worden uitgesloten uit de groep. Niet aanvaard op school of zo. Zelfs hebben we eens een telefoontje gehad van een jongetje dat zich erover bekloeg dat hij in de kinderbals bij de « kuskesdans » niet genoeg werd gevraagd. Dan zijn er ook veel telefoons, ook van ouders, gewoon met de vraag wat de kindertelefoon precies is en tenslotte zijn er nog neptelefoons met verwijten of andere stomme dingen, waarbij je niet tot een gesprek komt.
— En uit welke sociale klassen komen de meeste bellenbes ?
Inge
: Dat is moeilijk na te gaan omdat wij enkel die informatie vragen die nodig is voor het gesprek. Er zijn echter wel kinderen bij waarvan ik vermoed dat ze uit lagere sociale klassen komen. Maar je moet dat dan onrechtstreeks afleiden. Zo was er een oproep van een kind, wiens ouders waren gescheiden en wiens moeder werkte tot acht uur. Daarom moest hij, ook wanneer hij ziek was, toch naar de bakker gaan. Zijn schoolvriendjes hadden hem hierop « betrapt » en dreigden op school te gaan vertellen dat hij niet echt ziek was omdat hij op straat liep. Daaruit kan je dus min of meer afleiden in welke sociale klasse dat kind zich bevindt, maar je weet het nooit met zekerheid natuurlijk. Wel is het zo dat kinderen uit elitaire milieus vlugger naar de telefoon grijpen, om hun vriendjes op te bellen en zo, terwijl in de lagere klassen, áls er dan al een telefoon is, dan wordt die meer gebruikt voor functionele zaken. En ze zullen dus zeker nooit bellen, terwijl hun ouders thuis zijn.
– Bellen er ook gastarbeiderskinderen ?
Gertrude
: Tot nu toe niet, maar dat is niet omdat ze geen telefoon zouden hebben of zo, want gastarbeiderskinderen gaan juist zeer vlot om met een telefoontoestel. Omdat zij het juist zijn die naar de dokter e.d. moeten telefoneren, daar de meeste ouders Nederlands onkundig zijn.
VEEL ENERGIE IN PUBLICITEIT
Inge : Blijkbaar zal het wel nog enige tijd vergen voor de kindertelefoon in Vlaanderen bekend is. In Nederland is dat reeds een begrip, ieder kind kent dat, maar hier… In de publiciteit kruipt dan ook vreselijk veel energie : we moeten zelf affiches plakken, proberen op radio en televisie te komen enz. En eens ze het weten, moeten ze het ook nog gebruiken. In Nederland heeft elk kind wel al eens gebeld, maar ook dat zie ik hier nog niet zo direkt gebeuren…
— Navolging in andere streken van het land zit er dan ook voorlopig nog niet in ?
Inge
: Ik had dat ook niet zo vlug verwacht, ik denk dat dit pas kan wanneer je met de eerste resultaten naar buiten komt.
— Zijn er ook zaken die niet aan bod komen en waar je je wel had op voorbereid ?
Inge
: Voorlopig hebben we inderdaad nog geen telefoons gehad in verband met kindermishandeling of drugs, al hebben we ons daar het meest op voorbereid met rollenspelen e.d. Toch vind ik dat niet zo erg want het is beter dat we dáár goed op voorbereid zijn. Die telefoontjes van kinderen die zich vervelen b.v. daar valt immers niet zo moeilijk op te antwoorden.
— Dat belet niet dat je ook in die kleine alledaagse probleempjes soms met een zinnig antwoord moet voor de dag komen. Wat heb je b.v. aan dat jongetje uit die « kuskesdans » gezegd ?
Inge
: Ik heb die oproep zelf niet gehad maar achteraf wordt daar wel in groep over gepraat opdat iedereen zowat in dezelfde richting zou werken. Ergens is dat natuurlijk een utopie omdat iedereen vanuit zijn eigen ervaring en persoonlijkheid reageert. Maar nu over dat jongetje gesproken : hem werd de raad gegeven zijn beurt niet af te wachten maar zelf initiatief te nemen en in de kring te gaan staan, omdat het belangrijkste is dat je je amuseert en als je zin hebt om iemand een kus te geven dan moet je niet wachten tot je « uitverkoren » wordt zoals op de jaarmarkt.
GEEN VERDOKEN PROBLEMEN
Johnny : Wat ik belangrijk vind aan ons initiatief is dat wij destijds begonnen zijn naast Tele-onthaal e.d., al spitsen die zich de jongste tijd ook toe op werken naar kinderen toe. Die mensen werken immers vanuit de veronderstelling dat iedere telefoon die binnenkomt een verdoken probleem is. Ook ik heb dat wel gehad, hoor, dat wanneer een kind opbelt om zo maar iets te vertellen, dat je dan denkt : eigenlijk wil hij iets anders kwijt. Maar als je daar even achter vist, dan blijkt dat niet waar te zijn. Ik vind dan ook dat we veeleer in die zin moeten gaan verder werken. Dat we weliswaar moeten gewapend zijn als zich een probleemgeval aanmeldt, maar dat we toch vooral een soort spreekbuis voor de kinderen moeten worden. Voor hen is dat tenslotte belangrijk.
Inge : Belangrijk is ook dat de kinderen beseffen dat, wanneer ze met een bepaald probleempje zitten, zij dat op de eerste plaats zelf moeten proberen oplossen. Dat zolang je zelf niets aan een situatie wil veranderen die ook zo zal blijven. Wij bieden dus geen pasklare antwoorden. Ook willen wij de problemen bespreekbaar maken. Indien dat kind aan zijn vriendjes zou durven uitleggen waarom hij naar de bakker gaat, dan zouden ze er niet meer om lachen b.v.

Naar de Kindertelefoon kun je bellen (uiteraard !) en wel op het nummer 091/51.11.11 en dat elke dag tussen 16 en 20 uur. Maar je kan ook schrijven : Kindertelefoon v.z.w., Postbus 101, 9000 Gent. En je kan tenslotte ook steunen door te storten op rek. 001-1097428-46.

Referentie
Ronny De Schepper, “De meeste kinderen bellen uit verveling”, De Rode Vaan nr.2 van 1982

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.