Hoe zou het nog met het Brugse Marionettentheater zijn? Alleszins, toen ik op zoek ging naar een illustratie voor bij dit artikel, kon ik hen niet meer terugvinden op het internet, zodat ik mij met een foto van hun confraters uit Turijn moet tevreden stellen. Ondanks het feit dat ik hieronder een felle woordenstrijd uitvecht met de uitbaters uit de jaren tachtig, hoop ik oprecht dat mijn negatieve kritiek niet heeft bijgedragen tot het verdwijnen ervan…

Een lang gekoesterde droom is onlangs voor mij in vervulling gegaan. Ik ben eindelijk eens naar het Brugse Marionettentheater (in de Sint-Jacobstraat) geraakt. Is dat dan zoiets speciaals ? Ja, eigenlijk wel. Dit marionettentheater brengt haast uitsluitend integrale (nou ja, integrale…) uitvoeringen van opera’s. Het spreekt dan ook vanzelf dat ik erg benieuwd was naar de manier waarop deze twee totaal verschillende genres (de opera heeft de neiging alles wat « groter » dan life-size te zien, terwijl poppentheater uiteraard…) zouden worden gecombineerd. Naast artistieke nieuwsgierigheid was er overigens ook een educatieve, want wonderknaapjes als Gerard Mortier daargelaten is het nog steeds erg moeilijk om een kind voor opera te interesseren. De aria’s en samenzangen vertragen nu eenmaal ontzettend de handeling, terwijl de recitatieven die deze juist moeten vooruit helpen voor kinderoren (en ook vaak andere) zeer vervelend zijn. Op de koop toe verstaan ze natuurlijk geen snars van wat daar wordt gezongen. Aangezien het Brugse Marionettentheater met opnamen in de originele taal werkt, doet dat probleem zich ook hier voor en daarom vroeg ik mij af of men uitsluitend via het gebruik van marionetten de interesse bij kinderen zou kunnen wekken. Daarom ook koos ik « De barbier van Sevilla » als recensievoorstelling. Het is een erg grappige opera, vol met « schlagers » die ongetwijfeld ook bij het jonge grut goed in het gehoor moeten liggen.
Alras bleek echter dat een en ander niet volstaat om de jeugd te boeien. Een gezin met kinderen (zowel middelbare als lagere school) kwam na de pauze dan ook niet meer opdagen. De voornaamste oorzaak is dat Piet Hinderyckx en zijn ploeg te veel eerbied aan de dag leggen voor het muziekstuk dat zij voorgeschoteld krijgen (en dat na « Amadeus » !). Daar poppen immers nu eenmaal geen mimiek hebben, moet men voor komische effecten noodgedwongen op « slapstick » terugvallen. Een van de beste scènes (ook in de “echte” opera) was trouwens de confrontatie tussen Dr.Bartolo en Don Basilio, waar men niet terugschrok voor een paar « overdreven » effecten. Wat elders « overacting » heet, is hier juist op z’n plaats omdat de andere « expressiemogelijkheden » zich beperken tot een handje dat al eens op en neer gaat en een knieval telkens men « piano » of « prego » zegt. Een ander voorbeeld van hoe het zou moeten was tijdens het « onweer » toen een stel ratten het toneel innamen. Trouwens soms legt men minder eerbied voor de tekst aan de dag, als hij technische problemen stelt. Zo is b.v. de « scala », de ladder, waarover men het voortdurend heeft, nergens te zien en zeven poppen konden soms bulderen als een heel koor.
Technisch was deze vertoning overigens zeer goed verzorgd. De lichteffecten staan soms meer in functie van zichzelf dan van het stuk, maar ze zijn erg mooi. Evenzo de drie decors (op een draaischijf). De sedert 1983 volledig vernieuwde zaal is alleszins een unicum, vooral wat de technische snufjes aangaat. Zij is op zich reeds een bezoek waard. En als ik dan een tip mag geven : ga naar « La Bohème ». Dit stuk zonder humor en zonder exotisme zal immers de ultieme test zijn voor het medium. Hier moeten de poppen (én hun spelers) het allemaal zelf doen. Als ikzelf ooit nog eens naar Brugge geraak, bericht ik wel eens over déze voorstelling.
(De Rode Vaan nr.36 van 1985)
Een zeer evenwichtige recensie, vind ikzelf, maar theaterdirecteur Piet Hinderyckx was het daarmee alvast niet eens. In De Rode Vaan nr.42 (er is dus lang over nagedacht) schreef hij deze lezersbrief:

Met grote belangstelling het artikel lezend geschreven door de recensent, ondertekend met de initialen R.D.S., acht ik het als marionettentheaterdirecteur tot mijn plicht om hierop terug te komen. Heel positief laat de steller van het artikel zich uit wat betreft het technische aspect van dergelijk theater, zowel de gekozen lichteffecten als de bouw van de drie verschillende decors, en hier citeer ik, het feit dat « Piet Hinderyckx en zijn ploeg te veel eerbied aan de dag leggen voor het muziekstuk dat zij voorgeschoteld krijgen ». Kijk, dat vooral is mij en het ganse gezelschap een pluim op de hoed steken, want ook het medium dat wij gebruiken is aan de componist, aan de muziek en ook aan zichzelf verplicht het oorspronkelijke zo getrouw mogelijk te benaderen, zowel wat inhoud als sfeer betreft. Een ander belangrijk punt van het R.D.S.-artikel is mij volkomen onbegrijpbaar. Hoe is het mogelijk dat een recensent zich nog steeds niet kan afzetten van de doemgedachte dat poppen en of marionettenspel in spe een attractief gebeuren moet zijn dat zou bedoeld zijn om enkel kinderen te bereiken. Wanneer zal het nu eenmaal tot ons doordringen dat dit medium zeker ook volwassenen kan boeien ?
P.S. Graag te bereiken voor een open gesprek.
Enfin, nu ik dit lees, vind ik dat eigenlijk ook wel een goede lezersbrief, maar toch heb ik er mij destijds in een redactioneel antwoord redelijk kwaad voor gemaakt. Misschien eerder om de dingen die weggelaten waren?
Deze brief werd ingekort. Dit wil zeggen dat de publicitaire passages eruit geschrapt zijn. Als de heer Hinderyckx publiciteitsruimte wil kopen, kan hij daarvoor steeds bij onze diensten terecht. Eén punt dient toch te worden rechtgezet, omdat het steeds weerkeert in àlle discussies met poppentheaterdirecteuren : wij beschouwen poppen en/of marionetten niet als een medium dat zich uitsluitend tot kinderen richt. Maar juist daarom — om nu specifiek op het Brugse Marionettentheater in te gaan — vroegen wij ons af wat mensen dan wel kan bezielen om opera’s met poppen te gaan brengen. Een echte operaliefhebber gaat dan toch wel naar een echte opera zeker ! Vooral als de makers er zo fier op zijn « het oorspronkelijke zo getrouw mogelijk te benaderen ». Wat voor zin heeft dat nu ? Daarom vonden wij het belangrijker om te zien of via dit medium kinderen misschien dichter bij de opera konden worden gebracht (of « mentale kinderen », d.w.z. volwassenen die de opera nog niet hebben ontdekt). Dat was dus niet het geval, ook alweer wegens dat absurde streven naar « getrouwheid ». Mijn opvattingen over theater (ook marionettentheater) staan dus zo diametraal tegenover die van de heer Hinderyckx, dat een « open gesprek » geen enkele zin heeft.

Ronny De Schepper

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.