Het is vandaag al 85 jaar geleden dat Federico Garcia Lorca, de geniale dichter, toneelschrijver, componist en schilder, nauwelijks 37 jaar oud, bij Granada werd doodgeschoten door aanhangers van generaal Franco. Buiten zijn politieke opvattingen zou ook Lorca’s homofiele geaardheid hierbij een rol hebben gespeeld…

Hij droeg de dag aan de gordel
als een zilveren kromzwaard
en aan de zadelboom
een zigeunergitaar.
Liet hij de copla los
dan zong heel Spanje.
‘ (Oscar Castro)
Het poëzieprogramma “Federico” uit het jaar 2000 was een reis door zijn fascinerende wereld. Tine Ruysschaert bracht deze wereld tot leven in het Nederlands, Dirk Van Esbroeck zong in het Spaans. Samen brachten ze in een gedurfd programma het boeiendste uit het ongeëvenaarde werk van Federico Garcia Lorca, want ‘Lorca’s poëzie moet hardop worden gezegd‘ (Jorge Guillén).
Granada’s grootste dichter komt ook tot leven via de pen van enkele tijdgenoten die onvermijdelijk sterk onder de indruk waren van de veelzijdigheid van deze unieke persoonlijkheid.
Het programma evoceert ook zijn geboortestad Granada, zijn verblijf in Madrid, zijn reizen naar New York, Cuba of Buenos Aires, of de tournees met zijn theatergroep, “La Barraca”, die voornamelijk uit amateurs bestond, namelijk studenten die met heel povere middelen moesten werken.
Een ander poëzieprogramma gewijd aan Garcia Lorca is “Fabel van fonteinen” van Anita Daldini met gitaarmuziek van Raphaëlla Smits en Fons Mariën wijdde een radioreeks aan hem in het programma “Het einde van de wereld” van Dree Peremans.
Wie kennis wil maken met de componist Garcia Lorca, die kan terecht bij het ensemble Q-O2. Naast enkele van zijn eigen composities, spelen zij ook nog composities van anderen, gebaseerd op teksten van Garcia Lorca. Op de eerste plaats is dat dan natuurlijk zijn vriend Manuel De Falla, maar ook composities van George Van Dam en Kaat De Windt komen aan bod.
Garcia Lorca schreef ook toneel, maar helaas kreeg ik dit tot nu toe altijd te zien in versies die me niet echt aanspraken, om een understatement te gebruiken. Zo werd “Het huis van Bernarda Alba” opgevoerd in Arca in een regie van Pol Dehert en een decor van Mark Cnops. Met Doris Van Caneghem (Bernarda Alba), Mark Verstraete (Maria Josefa, moeder van Bernarda), Kristien Jocqué (Angustias, dochter), Jappe Claes (bedelaar), Carmen Jonckheere (Magdalena, dochter), Tony Van Eeghem (Don Arturo), Martine Jonckheere (Amelia, dochter), Gert Portael (Martirio, dochter), Brit Alen (Adela, dochter), Katrien Devos (Poncia, dienstbode) en Christine De Cock (meid). Ik heb het slechts tot de pauze kunnen uithouden. Maar op die manier was ik net op tijd terug om het kopbaldoelpunt van Georges Grün te zien tegen Nederland, waardoor hij België in de finale van de Wereldbeker bracht op 15/11/1985. Maar nog erger was het op 7 januari 1993 toen ik “Bodas de Sangre” zag door het amateurgezelschap Klokke Roeland uit Gent in een regie van Anita Daldini. Anita had me uitgenodigd op de generale repetitie om eventueel een paar tips te geven. Maar de enige echte tip die ik haar had kunnen geven was: zet het uit je hoofd, dit wordt niks. Twee dagen voor de première was dit een regelrechte ramp. Dat acteren vaak de laatste motivatie is om aan amateurtoneel te gaan doen, werd hier nog eens ten overvloede bewezen. Voor degenen die toch een poging deden, bestond het er voornamelijk in iedere zin (hoe onbeduidend soms ook) te gaan beklemtonen. Het werd dus een opeenvolging van luid roepen en nog luider schreeuwen. Met tussendoor een paar gemompelde zinnen die even onverstaanbaar waren. Een ander typisch amateur-verschijnsel is dat van de vrouwen die weigeren zich “lelijk” of “oud” te maken. Met het gevolg dat bij de openingsscène de zoon ouder lijkt (is?) dan de moeder. Of het “ongerepte” meisje dat een half geopende doorkijkbloes draagt (met een moderne beha zichtbaar). Anderzijds zijn er de grappenmakers die zich in de kijker willen spelen. Zo barst b.v. de rol van de meid uit haar voegen. Zeker als op een bepaald moment een trapje blijkt te ontbreken… Of er is diegene die na de dramatische opsomming dat het huwelijk “één man en één vrouw is en een dikke muur om de buitenwereld tegen te houden” zegt: “Meer moet dat toch niet zijn?” Anita liet dit eerst passeren omdat ze niet doorhad dat dit een typisch Urbanus-gezegde is. En natuurlijk zijn er ook de houthakkers die in dit stuk dat zich afspeelt in het zuiden van Spanje, als trappers van Alaska zijn aangetroeteld. Bovendien komen ze met hun bijl over hun schouders en hun pinnemuts op, al zingend van “Hi ho, hi ho”. Of nee, dat laatste is niet waar, maar het hàd gekund. Want Anita gaat toch ook niet helemaal vrijuit. Geeft ze zelf ootmoedig toe dat ze met dit stuk te hoog heeft gegrepen (de volgende keer opnieuw “Slisse en Cesar”?), dan zijn er toch ook een aantal regie-ingrepen die het in deze omstandigheden echt niet doen. De decorwisselingen met open doek b.v., terwijl een dia die meer op een “poester” (zie Kamagurka) lijkt voor de enige verlichting zorgt. Dan maar vlug de gitarist wat laten opdraven om de storende stilte op te vullen. Maar hoe weet hij wanneer de anderen “klaargekomen” zijn? Hilariteit. Ook de liederen die dienen te worden gezongen, zijn veel te moeilijk voor deze mensen. Daardoor zijn ze totaal onverstaanbaar, terwijl ze toch een eeuwigheid duren (b.v. het lied van de predestinatie). En het flamenco-dansen in het café tijdens het huwelijksfeest is ook alleen maar op papier een goede vondst, zelfs al is het dan Elise De Vliegere die danst. Trouwens, ook hier gaat alles veel te trààg. Als de meid roept: “Ze zijn daar”, blijkt ze zich te vergissen, maar zelfs als ze daarna nog eens roept: “Nu zijn ze daar écht!”, duurt het nog eeuwen vooraleer de “feestelingen” gearriveerd zijn. “Ik heb er soms slapeloze nachten van,” zegt Anita. Terecht.

Ronny De Schepper

Een gedachte over “Federico Garcia Lorca (1898-1936)

  1. Hij was ook een vriend van Pablo Neruda, vandaar dat op het grafje van Malva Marina (dochter van Neruda) in Gouda in het Spaans en in het Nederlands het laatste vers uit het gedicht ‘Verzen bij de geboorte van Malva Marina’ van de Spaanse dichter Federico Garcia Lorca (1898-1936) is opgenomen:

    Klein meisje van Madrid, Malva Marina,
    bloemen of schelpen wil ik je niet geven;
    een takje zout en liefde, hemels licht,
    leg ik denkend aan jou op je mond.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.