Over tien dagen wordt hij tachtig: Theo Nikkessen uit Siebengewald. Theo wie ? En waar vandaan ook weer ?

Nog altijd zal het gros van de ondervraagden de schouders ophalen bij het horen van de naam Siebengewald. Een dorp een flink eind achter de Maas weggestoken in het wijdse Noord-Limburgse land. Letterlijk tegen de Duitse grens aan geplakt. Het plaatsje was ooit een redelijk blinde vlek op de kaart, maar in vroeger jaren een absoluut wielernest met een florerende club en uitblinkende profs als Jaap Kersten en Wim Gramser.

Thé Nikkesse was als hun dorpsgenoot eveneens ruimschoots voorzien van atletische bagage. Niet dat hij het ooit tot prof schopte, daar ontbrak het hem ten enen male aan discipline en beroepsernst voor. Zijn talenten lieten hem vooral uitblinken op de baan. Vooral in de (ploeg)achtervolging, maar ook in koppelkoersen en zelfs achter de motor stond hij zijn mannetje. In nationale selecties kon hij rekenen op veelvuldige buitenlandse trips. Tot een lange tournee in Zuid-Afrika in het najaar van 1962 toe (zie foto).


Twee keer mocht hij aantreden op de Olympische Spelen op de ploegachtervolging. In 1960 in Rome en in 1964 in Tokio. Helaas moest hij in Japan op de reservebank blijven zitten. Een volledig Mokumse ploeg (honi soit qui mal y pense) met Schuuring, Cornelisse, Koel en Oudkerk greep het brons. Maar Thé kreeg nog wel een “vererende” opdracht, waarover zo meteen meer.

Oudkerk, Schuuring, Middelink en Nikkessen in Tokio 1964

Even het geweer van schouder veranderen.
Ook aan wonderkinderen is niets menselijks vreemd. Kijk maar naar Simone Biles, die met de ogen van een heel continent (en meer) op zich gericht forfait moest geven op allerlei nummers die ze niet kón verliezen. Voor zo’n klein frêle poppetje voel je associatief wel meer begrip en compassie. Eigenlijk ongefundeerd maar toch.
Hoe anders lag dat bij een stoere Friese boerenzoon die in Tokio ’64 mentaal door het ijs zakte. Wonderkind Tiemen Groen kón evenzeer die gouden medaille op de individuele achtervolging gewoonweg niet verliezen. Maar hij raakte wel behoorlijk van het padje. Om de meubelen nog enigszins proberen te redden werd Meine Groen voor de morele ondersteuning nog vanuit Follega ingevlogen. Het mocht niet baten, meer dan een vierde plek zat er niet in.

In die dagen werd een mental breakdown nog vaak wat anders ingekaderd als heden ten dage; meer als een zwaktebod. Maar raad eens wie de bijzondere missie kreeg om Tiemen in zijn grote deceptie weer wat op te beuren in metropool Tokio? Juist ja, Theo Nikkessen uit Siebengewald. Of hij met zijn zwierige, wat losse levensstijl de teleurgestelde Fries nog voldoende kon opvrolijken vermeldt de historie niet.

Na zijn sportieve carrière trad Theo in de voetsporen van vader Toon en werd huisschilder, emigreerde naar Canada maar kon zijn durpke niet missen en keerde als spijtoptant dra terug. Naast zijn schilderspraktijk hielp hij verder als prins carnaval en als bestuurder van de wielerclub de eer van Siebengewaldse Bessembiender-gemeenschap weer hoog te houden. Net als in zijn gloriedagen op de wielerpistes; maar dan net even iets anders.

Oh ja nog wat. Nederland had destijds ook nog een wonder van techniek ingezet. Als ploegleidersauto voor ome Joop Middelink had de DAF een opgepimpte Daffodil naar Japan verscheept. Of de Jappen en de rest van de Olympische wereld nou steil achterover sloegen van het Hollandse pientere pookje is ook in de schoot van de historie verborgen gebleven. Wel goed geprobeerd trouwens.

Theo Buiting, 8/8/2021


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.