Een internationale organisatie met vertakkingen in 36 landen, gegroeid vanuit België, meer bepaald vanuit Brussel, dat is het niet onaardige palmares dat « Jeugd en Muziek » kan voorleggen. Gestart in de moeilijke oorlogsomstandigheden van het jaar 1940 kent de vereniging nog steeds uitbreiding (van de Vlaamse federatie alleen al zijn 45 afdelingen lid), ondanks de dalende belangstelling voor het concertleven bij de jeugd ten voordele van popfestivals en andere punk-toestanden.

JEUGD EN KLASSIEK ?
Zeggen dat « Jeugd en Muziek » eigenlijk staat voor « Jeugd en Klassiek » is overdreven, maar anderzijds zijn de « lichtere » concerten (met o.a. de onvermijdelijke François Glorieux) er toch maar om de pil te vergulden en pop blijft nog altijd taboe, dat wel. Daarom kan men terecht de vraag stellen of « Jeugd en Muziek » erin slaagt om iets blijvende te realiseren bij haar leden. De CJP-krant stelde ze dan ook aan Luc Leytens, de secretaris-generaal van de Belgische en de Vlaamse federatie. Zijn antwoord : « Ja. Natuurlijk, als onze leden de school verlaten en in dienst moeten of trouwen en kinderen krijgen, worden hun concertbezoeken schaarser : ze kopen dan waarschijnlijk liever platen, of ze luisteren naar de radio… Maar als ze voor de muziek gewonnen zijn, komen ze terug als ze 40, 45 zijn, als de kinderen groot zijn en zij méér vrije tijd hebben… Trouwens, in kleine en middelgrote steden komen er nogal veel volwassenen naar onze concerten. En dat is positief, want een publiek van alléén maar jongeren zal makkelijker geneigd zijn om b.v. lawaai te maken. En een concert kan niet zonder bepaalde geplogenheden ».
DERTIG MIN
Zoals men uit dit antwoord kan afleiden, werkt « Jeugd en Muziek » met plaatselijke afdelingen die concerten organiseren en waarvan alle jongeren tot dertig jaar lid kunnen worden.
Dat vraagt natuurlijk een actieve inzet en gezien de enorme discrepantie die er bestaat tussen het aantal popliefhebbers en het aantal liefhebbers van « ernstige » muziek bij de jeugd kan men hierbij wel een aantal bedenkingen maken. Of het b.v. geen elitaire bedoening is van knapen en freules uit de « betere » standen die met meer of mindere dwang van hogerhand daarheen worden gesast?
De bedoeling van J & M is echter precies dat elitarisme tegen te gaan en daarom, het bekende spreekwoord van Mohammed en de berg indachtig, zijn zij ook gestart met klas- en schoolconcerten. In het jaarverslag 1979-80 maakt Lucien De Kimpe (*), coördinator van deze concerten, hierbij de volgende bedenkingen : «… dat de schoolconcerten véél goedkoper uitvallen dan de klasconcerten of in andere woorden dat wij met éénzelfde subsidie véél meer leerlingen kunnen bereiken door het geven van schoolconcerten dan door klasconcerten. In een tijd van besparingen lijkt het mij aangewezen daarop sterk de aandacht te vestigen ! Bovendien is het zo dat in wezen het schoolconcert veel dichter staat bij het traditionele concert en bij de doelstelling van Jeugd en Muziek en dat het klasconcert meer in de lijn ligt van de muzikale opvoeding en eigenlijk dus meer een les in muziek dan een concert is. Gezien bij de opvatting van het schoolconcert eveneens een beknopte kennismaking met de instrumenten voorzien is, dat op één concert meestal meerdere instrumenten aan bod komen (solist tot kwintet), dat door de samenspelmogelijkheden de “muziek” veel meer aan bod komt en ongetwijfeld boeiender is, dat het rendement op financieel vlak méér dan drie maal hogerligt, valt mijns inziens te overwegen nog meer het accent te leggen op de schoolconcerten. »
MUZIEKANIMATIE
« Natuurlijk zou in dit geval de programmakeuze en de animatie met nog meer waakzaamheid en zorg moeten worden gerealiseerd », voegt de heer De Kimpe eraan toe en dat wellicht tot grote opluchting van Mich Jonckheere, de secretaris-generaal van J & M Brussel, die in « De Muziekkrant » juist een vurig pleidooi had gehouden voor een degelijke opleiding van muziekanimatoren : « Naast het passieve aspect van de muziekinitiatie, waarbij specialisten hun instrumenten voorstellen, moeten de leerlingen tegelijkertijd ook leren actief musiceren. Zij moeten vooral leren werken met klanken om zo te komen tot het zelf-muziek-spelen – een klank wordt nagebootst, daarop volgt reactie. Dan maar spelen met die klanken. Ook met ritmes. (…) De reactie van de studenten op deze vorm van muziekonderwijs is duidelijk : ze beginnen allemaal van niets en vertoeven meteen ‘dans le bain’. Het antwoord van de leraars is niet altijd enthousiast omdat ze niet alle “animatoren” zijn, te veel klassiek geschoold, traditionalistisch ! Zijzelf zouden ten minste creatief moeten zijn om voor deze manier van werken iets te voelen. Het spreekt vanzelf dat deze actieve onderwijsmethode grote problemen schept. De muziekleraars worden daartoe niet op afdoende wijze voorbereid aan de conservatoria. Het belang van muziekanimatie, nog steeds een facultatief seminarie dat dus niet verplicht is op het studieprogramma, mocht weleens meer benadrukt worden, ook aan onze Vlaamse conservatoria. Met deze opleiding zouden de afgestudeerden naast de kennis van hun instrumenten misschien ook in staat zijn om de interpretatie van de muziek te activeren ».
In een verder stadium kunnen de leerlingen dan misschien genoeg gemotiveerd en onderlegd zijn om deel te nemen aan de jaarlijkse internationale muziekkampen van J & M. Traditioneel worden die afgesloten met een aantal concerten en dat is dit jaar ook het geval. Hieronder laten wij dan ook de preciezere gegevens volgen.
MUZIEK IN ALLE TALEN
Van 23 juli tot 10 augustus 1981 zal het 23ste Internationale Muziekkamp van Jeugd en Muziek plaatsvinden in het Provinciaal Vormingscentrum Oostmalle. De thema’s van dit jaar zijn : de lyrische kunst en het kamermuziekwerk van Mozart. Seminaries zijn voorzien voor orkest, solozang, kamermuziek voor strijkers, hout, koper en slagwerk. Zij worden geleid door Frans Cuypers, Sylvain Deruwe, André Delcourte, Alex Van Beveren en Hubert Biebaut. In het kader van het Bartokjaar zal het Hongaarse Strijkkwartet Eder een meestercursus geven voor strijkkwartet.
Jonge musici tussen 15 en 30 jaar die wensen deel te nemen, kunnen zich inschrijven vóór 1 juni e.k. bij Jeugd en Muziek Vlaanderen, Koningsstraat 10, 1000 Brussel (tel. 02/513.07.98), alwaar ook alle nuttige inlichtingen en inschrijvingsformulieren kunnen worden bekomen.
De deelnameprijs bedraagt 9.500 fr. (9.000 fr. voor leden van Jeugd en Muziek, op vertoon van hun lidmaatschapskaart 1980-81).
Later komen we misschien nog eens terug op de prestaties van de jonge musici.

Referentie
Ronny De Schepper, Jeugd en Muziek: het verhaal van Mohammed en de berg, De Rode Vaan nr.30 van 1981

(*) Nog mijn muziekleraar geweest in het college.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.