Negentig jaar geleden was Max Bulla (derde van links) de eerste Oostenrijker die de gele trui mocht aantrekken. Maar veel belangrijker nog: hij was de eerste en ook de enige “toerist” die deze eer te beurt zou vallen.

In de Tour de France tussen 1923 en 1937 waren de renners ingedeeld in nationale teams en daarnaast waren er de ‘individuelen’ – de zogenaamde ‘touriste-routiers’. Alleen al de benaming geeft aan, dat het publiek in die tijd geen hoge dunk had van deze glamourloze ridders op hun stalen ros. Eigenlijk werden ‘touriste-routiers’ alleen toegelaten om de Tour de France meer ‘volume’ te geven. En zo kwam het dat ongeveer de helft van het aantal renners in de grote ronde van 1931 touriste-routier was.

Touriste-routiers kregen geen ondersteuning van de organisatie. Zij waren geheel op zichzelf aangewezen; zij moesten hun eigen reparaties uitvoeren, hun eigen eten en drinken verzorgen en ook nog eens zelf hun slaapplaats regelen. Touriste-routiers hadden dan ook bar weinig kans op een etappe-overwinning of zelfs om enige furore te maken. Maar dat weerhield hen er niet van om mee te doen aan de Tour; meedoen was belangrijker dan winnen.

In die tijd startten touriste-routiers tien minuten later dan de nationale teams, zodat ze niet ‘in de weg’ zouden rijden van de profrenners. Maar die dag waren er drie ‘touriste-routiers’ die zó sterk waren, dat ze alle renners wisten in te halen op de 212 kilometer lange etappe van Caen naar Dinan. Max Bulla (Oostenrijk), René Bernard (Parijs) en Adrien van Vierst (Reims) wisten die dag bovenaan het algemeen klassement te komen; Max Bulla mocht de gele trui aantrekken.

Ondanks zijn schitterende overwinning en zijn gele trui, moest Max de volgende dag, de etappe naar Brest gewoon starten tussen de andere touriste-routiers. Helaas was Max’ triomf van korte duur; hij wist zijn ‘tour de force’ van de dag ervoor niet te herhalen en moest een dag later zijn gele trui alweer afstaan aan de Fransman Léon Le Galvez.

Wel won hij in die Tour nog twee etappes; de 12e en 17e. Bij de finish van de Tour in Parijs, was hij winnaar van het ‘touriste-routiers’ klassement en stond hij als vijftiende in het eindklassement met een achterstand van bijna twee uur op winnaar Antonin Magne. Een bijzonder indrukwekkende prestatie, die in zijn vaderland Oostenrijk tot groot enthousiasme leidde.

Max Bulla was touriste-routier tegen wil en dank. Dat kwam omdat er in zijn Oostenrijk niet genoeg wielrenners waren om een nationaal team te vormen, dat goed genoeg was om de strijd aan te gaan met de andere eliterenners, die wel uitkwamen in een nationaal team. Het jaar nadien werd Bulla dan ook voor zijn prestatie beloond door het feit dat hij mocht uitkomen voor de Duitse nationale ploeg (zie foto).

Bulla was echter fel gekant tegen de Duitse inval in 1938, die als gevolg had dat zijn vaderland Oostenrijk tot het Duitse Rijk ging behoren. Hij weigerde onder Duitse vlag te rijden en leverde zijn proflicentie in. Pas na de Tweede Wereldoorlog vroeg hij een nieuwe Oostenrijkse licentie aan. Maar helaas lagen Max’ beste tijden – hij was toen al 40 jaar – ruimschoots achter hem. Hij stopte met professioneel wielrennen in 1949 nadat hij – op 44 jarige leeftijd – zesde was geworden in de 427 kilometer lange wielerwedstrijd Wenen-Graz-Wenen. Na zijn carrière als wielrenner was Max werkzaam in de automobielhandel; hij importeerde de merken Morris en Volvo in Oostenrijk. (ascolympia.nl)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.