Vijf jaar geleden is de Franse feministische schrijfster Benoîte Groult in haar slaap overleden op 96-jarige leeftijd. Zoals de meesten heb ik slechts één werk van haar gelezen: “Zout op mijn huid”.

In 1988 schreef de toen bijna zeventigjarige Benoîte Groult het deels autobiografische verhaal “Les vaisseaux du coeur”, in het Nederlands vertaald als “Zout op mijn huid”. Het “autobiografische” beperkt echter zich enkel tot het feit dat het vrouwelijke hoofdpersonage ook een jongensnaam, George, draagt want haar mannelijke partner is meer wensdroom dan realiteit.
De realiteit komt wel van achter de hoek kijken als haar zus Flora, eveneens een schrijfster, erin voorkomt. Flora wilde overigens met “Le coup de la reine” in ’92, het verhaal van een oude schuur die in brand schiet voor een jonge journalist, blijkbaar op de kar van haar zuster springen (haar zus die niet “Benoîte” maar “Rosy” heet, zo voegt ze er nog aan toe).
Groult is toen ze aan een face-lift toe was, meteen ook maar feministe geworden, nadat ze een leven lang vrij kleurloos had geleefd. Haar ouders (die een literair salon hielden waar o.a. Cocteau een geregelde gast was) hadden haar aangemoedigd van te studeren, maar Rosy/Benoîte hield meer van flirten met de gasten en had gemerkt dat daarvoor een mooi gezichtje ruimschoots volstond. Integendeel, een uitgesproken politieke mening werkte zelfs averechts. Vandaar ook dat ze er geen graten in zag om het joodse buurmeisje, wier ouders gedeporteerd waren, letterlijk in de kou te laten staan.
Pas bij haar derde huwelijk met de uitgever en romancier Paul Guimard, kon deze haar overhalen van te beginnen schrijven. (Haar eerste man stierf al heel vlug aan tuberculose, zoals beschreven in de roman “Een eigen gezicht” en niet als verzetstrijder zoals ze ons in het oorlogsdagboek “Voor vier handen” – samen met Flora – wil doen geloven. Haar tweede man was de radiojournalist Georges Decaunes, van wie ze twee kinderen heeft: “Hij was een macho, van een gelijkwaardige relatie was geen sprake. Na vier jaar heb ik er een punt achter gezet,” vertelt ze in DS Magazine van 19/3/1993.)
Tot en met 1992 werden er van “Zout”, dat o.m. het lievelingsboek is van Patsy Sörensen, wereldwijd reeds meer dan drie miljoen exemplaren verkocht. Via een verfilming onder de titel “Salt on our skin” hoopte men er daar in 1993 vooral in de States nog een paar miljoen aan toe te voegen.
Volgens Flair is Groult tevreden over de verfilming door Andrew Birkin, die vooral dankzij haar vriendschap met de Engelse producente Sylvia Montalti is tot stand gekomen, volgens alle andere bronnen (ik noem alleen nog maar De Standaard en Markant) is zij er niet over te spreken. Misschien omdat zij het wel jammer vindt dat het “vrijmoedige taalgebruik” is verdwenen. Birkin zelf zag het overigens ook enkel als een opstapje om “The cement garden” te kunnen draaien.
Tot dan toe schreven de zusjes Groult samen of apart vooral feministische werken, zoals dat ook met George McEwan in de film het geval is. Daarom misschien dat het verbazing kan wekken dat in de film ook wordt gezegd: “Perhaps a woman’s pleasure is in the giving of pleasure”. Dit cliché is in flagrante tegenspraak met de (terechte) lust die haar in de armen van Gavin/Gauvain drijft. Ik vind het zelfs zeer erg dat een vrouwenblad als “Flair” de mening verkondigt dat George daarin “egoïstisch” is! Al is het natuurlijk wél waar, wat George zelf in de film zegt, namelijk: “The one who speaks the language of reason is the one who loves the least.”

Ronny De Schepper

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.