Superhelden, het is een vreemd fenomeen waar je niet omheen kunt. De nieuwe goden? In de bioscoop, op televisie, in merchandising, via tal van producten die je als argeloze consument aan je collect and go-lijstje toevoegt vang je soms ongewild een glimp op, en ook je pc of tablet laat zich niet onbetuigd. Welkom dus Spiderman, Wonder Woman, Man of Steel, Flash Gordon, Iron Man, Wolverine en the Avengers.

En dan vraag ik me af of het soms een fenomeen der laatste decennia is. Maar kijk, zo’n Superman is gebaseerd op een strip, een ‘comic’ uit 1948. En Captain America bestond reeds op papier in 1944, Batman was er nog een jaar vroeger, en Captain Marvel in 1941. Superman is met mij geboren in 1948, the Hulk is jonger, van 1962. Heel piep want gebaseerd op de wat modernere videogame is de rondborstige Lara Croft.
Hoe was dat in mijn kindertijd mijmer ik een eind weg. Waarmee ik mezelf algauw zo’n zestig jaren terug in de tijd moet flitsen. Wat geen probleem kan zijn gezien het onderwerp, er is wel ergens een teletijdmachine binnen bereik. Al die helden uit de USA, spookten ze in onze nog onbezoedelde kinderbreinen rond. Nee toch, in ieder geval niet binnen de kringen waarin ik mij bewoog. Natuurlijk hadden de Amerikaanse soldaten mét de bevrijding ook andere dingen meegebracht, chocolade, kauwgom, nylonkousen, jazz, baby’s… allemaal spullen die voor onze generatie reeds vanzelfsprekend waren. De Disneyfilms waren ook binnen ons bereik, van Sneeuwwitje tot Dumbo en Bambi. Maar Captain America? Of zelfs Flash Gordon, al denk ik dat ik zijn flitsend ego misschien wel ergens in een krantenwinkel zag ooit.

Vlaamse helden? Wij hadden ook onze strips. Geboren en gesproten uit de Vlaamse modder, of met bilingue roots. ‘Les aventures de Tintin’, Kuifje dus bijvoorbeeld. Hij zou, avontuurlijk als hij was, een held in zakformaat kunnen zijn vooral omdat hij een reporter was. En ik nog heel pril bezeten was van taal, schrijven, literatuur… Helaas, die status van journalist was weinig verdiend, hij schreef nooit een reportage, liet geen letter na, zette geen enkel bon mot op papier. Afgevoerd dus. Heldendom? Dan kwam de Rode Ridder wellicht meer in aanmerking, maar ik voelde weinig affiniteit; mijn hart (nu ja) ging iets meer uit naar zijn sidekick, de fee van het licht, Galaxa. Spijtig dat de zeden nog vrij preuts waren en dat een uitgeverij als De Standaard haar boezem heel bedekt publiceerde.

Wie hoopte dat hij met ‘Bessy’ meer zou te zien krijgen kreeg het deksel op de neus, hier was een hond – in navolging van de populaire televisiehond Lassie – de held. Voor mij, die ook niet gewonnen was voor de tribulaties van Asterix en zijn boertige bende (te ruig voor mijn tere zieltje), restte vooral het teken- en humorwerk van mijn stadsgenoot Marc Sleen. Nonchalant ga ik voorbij aan de stapel strips die mij nochtans imponeerde, ‘Suske en Wiske’, ook in hen kon ik geen helden zien wat ze ook voor straffe toeren uithaalden. Het was iets te ver van mijn bed en ik raakte in de war betreffende de voor mij dubieuze relatie tussen die twee. Krachtpatser Jerom leek mij te dom, Lambik had een te dikke neus, en in de hoofdfiguren kon ik me niet terugvinden. Eventjes kon ik nog dwepen met Sus Antigoon en met de Zwarte Madam, antihelden dus.

Maar nee, hoe fascinerend ook, ik dweepte met Sleen en al zijn figuren: wat genoot ik van de strapatsen van vader Piet Fluwijn en zijn zoon Bolleke. Die twee, prototypes van het gezin Jan Modaal, konden bezwaarlijk als helden fungeren. Zijn strips over Oktaaf Keunink leverden al evenmin een gigant op om naar op te kijken, zo’n sullige kantoorbediende, nee. Echt verslingerd was ik aan de reeks Nero’s – ze kwamen allen in mijn bezit. Helaas ook hier waren geen echte superheroes te vinden. Wat ze ook uitvoerden, echt wereldschokkend bleek het nooit. Het meest verbazingwekkende was voor mij de stapel wafels die op het einde steevast ter tafel verscheen – heel Vlaams, heel burgerlijk. Zelfs de frietkotuitbater, spierbundel en afstammeling van Jan Breydel, Jan Spier, komt niet in aanmerking – hoezeer hij ook een krachtpatser is, te aards, te simpel. De enige die de titel zou verdienen, nee niet detective speurneus Van Zwam, is de vijfjarige wonderknaap Adhemar. Met enkele universiteitsdiploma’s op zak en een brein om u tegen te zeggen overstijgt hij alle personages uit de Vlaamse stripwereld. Dat ik een decennium later via een nickname met hem verbonden werd was mooi meegenomen, en kijk zoveel eeuwen later dook hij voor mij, reeds ‘opa’ opnieuw op. Een beetje mijn held?
Toen diende de echte schriftuur zich aan. Zouden daar de supers in terug te vinden zijn. Hij verscheen in de Hoekjes reeds vaker ten tonele, Pietje Bell, de Rotterdamse kwajongen uit de boeken van Chris van Abkoude. Hij lag me nauw aan het hart, ik dweepte met hem en met zijn Bende van de Zwarte Hand. Maar om hem tot (super)held te promoveren, dat gaat toch ietwat te ver tenslotte was hij een gewone straatjongen met de simpele streken die jongens nu eenmaal uithalen.

Ik krikte mijn leesniveau op, ontmoette heel wat meer fascinerende personages die misschien in aanmerking kwamen. Ik veroorloofde me te dwepen met de tweede mevrouw De Winter uit ‘Rebecca’ van Daphne Du Maurier. De figuur van Julien Sorel uit ‘Le rouge et le noir’, ja Stendhal kon me begeesteren. En ook Flauberts Madame Bovary natuurlijk. Ik dweepte met karakters uit de Angelsaksische literatuur, bij de zussen Brontë, en bij Virginia Woolf, ik had een nogal vreemde boon voor Mrs.Ramsay uit ‘To the Lighthouse’.

Later sprong ik op de trein van het theater en daar ontmoette ik natuurlijk tal van karakters die me fascineerden, van de onzichtbare Godot tot Thomas en Andrea uit ‘Bruid in de morgen’ van Hugo Claus. Toen doken daar nog de figuren uit ‘De trap van steen en wolken’ op, Gun en Ra, would-be western helden uit ons Vlaanderenland. Daisne dus, mijn relatie met hem, het verhaal werd reeds verteld.

Rond die periode moet ik een bepaalde graad van volwassenheid, een matige graad van verlichting bereikt hebben. Kwam ik tot de conclusie dat ik mijn helden, of voorbeelden, niet in de fictie diende te zoeken, maar in mensen van vlees en bloed. Schrijvers bijvoorbeeld. Voornoemde(n) dus. Onder meer. Al zijn er wel in veel sectoren bewonderenswaardige personen om naar op te kijken. Nu ja. Religieuze leiders? In de jonge jaren brandweer, politie? Zelfs politici kunnen wel eens op de piëdestal terechtkomen, Ik denk nogal voor de hand liggend aan Obama maar in vele tijdperken ontsnappen we niet aan de adoratie voor dictators, gevierde helden van het kwaad. 
Gelukkig bleven mij persoonlijk al deze lieverdjes bespaard, mijn geest restte tamelijk onbevlekt. Mijn fascinatie ging uit naar literatuur en langzaam verbreedde mijn wereldbeeld en groeide het tal van mijn ‘helden’. Mijn ogen en mijn oren openden zich. Ik begon te kijken én te luisteren. Stomverbaasd keek ik om me heen. Een verbazing en een licht onbegrip, beide zouden me in deze nooit meer verlaten, toen ik overal de adoratie moest bemerken voor mensen die lichamelijke prestaties neerzetten. Sporthelden! En in zoveel takken. Gelauwerd, gevierd. Over het paard getild. Sommigen waanzinnig rijk geworden. Gejuich, gejoel, stadia vol, uren op alle televisiekanalen. Brood, och onbelangrijk, nee circenses, spelen en midden die spelen: hij of zij, de held, de gelauwerde. Dan waren er ook de filmhelden, deze van het witte doek. Aanbeden omwille van het personage of wegens hun persoonlijke uitstraling, de glamour. Hun foto’s sier(d)en menige slaapkamer, mannen, vrouwen. Het werden goden. Meestal uitgerust met het nodige sexappeal. Garant voor een droomwereld en een leven van fantasie. Waarbij ze het rijk van prinsessen, toverkastelen moeiteloos achter zich lieten – dat liedje raakte min of meer uitgezongen. Maar mijn ogen en oren… andere richtingen uit.
Die oren vingen eerst vooral Franse klanken op, dweepten met Françoise Hardy, Sylvie Vartan, maar een eerste echt idool – ik beken dat ik hem tot held verhief – was toch Adamo. Zodat ik zelfs nu nog een gesigneerde platenhoes koester. Al werd ik snel ontrouw, verleid door de Britse pop. Adept van The Beatles. Alle lp’s gekocht. Zo’n groep, maak je die tot held? Het blijft toch veeleer een individueel gegeven. Ik wil het bij voorkeur projecteren op één persoon. Wie bood zich daar al snel voor aan? Ene Rod Stewart. Hem zou ik, trots zijn uitglijders en slippers, tot heden trouw blijven. Het prototype van de Held. Die je door dik en dun verdedigt, nooit ontrouw wordt. Daarnaast doken, in muziek en in literatuur, nog namen op die ik voldoende bewonderde om hen tot kleine goden te promoveren. Marianne Faithfull, haar teksten en stem, Nick Cave, idem dito, hun gedrevenheid en passie… Jeroen Brouwers, taalvirtuoos. Dichters als Kavafis en Neruda. Zo vaak herlezen de klassieken, te veel om op te sommen. Net als nog meer in de muziek, de uren met Bach, Haydn, Sjostakovitch, jazzgrootheden… goden, halfgoden. Mijn zoekend oog dat bleef hangen bij Hopper, Turner, Kandinsky. 
Helden? Het waren, het zijn allen mensen waar ik naar opkijk. Voor wie ik bewondering heb. Wier werk en prestaties ik geniet, die van mij misschien zelfs een beter, gevoeliger mens gemaakt hebben. Maar het heldendom? Spiderman. Wonder Woman. Nee, ik kan hen niet vergelijken. Zo’n idolatrie is het nooit geworden. Zelfs als ik zonder voorbehoud trouw blijf dan wil ik toch niet blind blijven voor feilen. Om echt een iemand tot persoonlijke held uit te roepen moet er een vleugje puberaal gedrag resten vrees ik. Opgaan in bewondering. Kritiekloos genieten. In ieder geval voor wat betreft het terrein waarin hij zich onderscheidt van de massa. De superhelden, verbannen naar het rijk van strips, film, videogames en merchandising. Naar een universum ver buiten ons bereik.    

Johan de Belie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.