Het is vandaag 115 jaar geleden dat de Noorse toneelauteur Henrik Ibsen is gestorven…

Men kan zich afvragen in welke toneelcultuur hij bij zijn geboorte eigenlijk belandde, aangezien wij op dat vlak toch niet veel afweten van Scandinavië. Wel, men kan dit heel gemakkelijk samenvatten met “al wat uit Denemarken kwam was goed“, vooral dan het werk van Adam Gottlob Oehlenschläger (1779-1850), maar daarnaast was ook de theorie van “la pièce bien faite” van Eugène Scribe (1791-1861) erg populair. Ibsen gaat hier eerst mee akkoord, maar later gaat hij eerder “de retrospectieve methode” toepassen. Dat betekent dat het belangrijkste al is gebeurd vooraleer het stuk begint. Men zou dus kunnen stellen dat het eigenlijk een “flashback” is. Let wel op: deze techniek was niet zo revolutionair als men zou denken. Zelfs “Koning Oedipus” van Sophocles was al op die manier geschreven.
Anderzijds schreef Ibsen wel opzettelijk technisch “moeilijke” stukken (dus wat opvoering en enscenering aangaat) omdat hij wou vermijden dat ze op de traditionele manier zouden worden opgevoerd (*). Soms ging hij daarin echter zo ver dat het leesstukken bleven.
Na een aantal romantische stukken (“Brand“, 1865; “Per Gynt“, 1867) schreef hij vooral werken die zich buigen over maatschappelijke hete hangijzers, zoals “Steunpilaren van de maatschappij” in 1877 (**). Daarna volgden o.a. “Nora of het Poppenhuis” (1879) en “Spoken” uit 1881.
Hierna volgden “Een vijand van het volk” (1882) en “Hedda Gabler” (1890).
Al die stukken heeft hij in Italië of Duitsland geschreven, waar hij sinds 1864 afwisselend in vrijwillige ballingschap heeft verbleven. Pas op het einde van zijn leven, meer bepaald in 1891 keert hij naar Kristiania (het huidige Oslo) terug. Dan schrijft hij ook meer en meer symbolistische stukken. Zo is er in 1892 “Bouwmeester Solness”.
Ibsen behoort tot de tweede helft van de negentiende eeuw. Het ideaal van de geestelijke vrijheid, van de vrije, heer en meester over zichzelf zijnde persoonlijkheid, het vrij staan van alle machten die de individualiteit willen binden en beknotten, is hetzelfde ideaal dat later Friedrich Nietzsche predikte, het ideaal van de Uebermensch. De zuil van Trajanus verheft zich boven de aarde, niet om het standbeeld dat zij draagt nader te brengen tot de goden, maar om het boven de mensen te plaatsen. Zo is het ook bij Nietzsche: de mens moet een hogere mens worden, een mens boven het gewone uit. En ook Ibsen heeft de vermetele gedachte, dat de mens dit door eigen kracht, door eigen wil, inderdaad bereiken kan. Ook Ibsens werk behoort tot de tijd van het ongeschokte vertrouwen in de menselijke geest, die – naar men meende – van nature het goede zou willen en dat ook zou doen, wanneer alle belemmeringen weggenomen zouden zijn. Ibsen behoort tot de tijd van het geloof aan een betere mensenwereld, die tot stand zou komen, wanneer de mens zichzelf was. Kortom, Ibsen behoorde tot de tijd van het cultuuroptimisme. Vandaar dat Carlos Tindemans tot de volgende formulering kwam: “We kunnen Ibsen vandaag niet meer spelen als de illusie dat we de wereld beter kunnen maken, maar precies als het einde van die illusie.”
“Integendeel,” zou Ibsen ongetwijfeld hebben geantwoord… (***)

Ronny De Schepper

(*) Met name zijn lichtaanduidingen zijn zo ingewikkeld dat ze ook heden ten dage nog voor problemen zorgen, terwijl men in zijn tijd nog met gaslicht moest werken!
(**) In dit geval had Ibsen de achterste muur “opengebroken” zodanig dat hij een wereld creëert op de achtergrond (pratende mensen op straat, een winkel enz.). Hij had hiermee de bedoeling om het stuk te kunnen aanpassen voor alle tijden.
(***) “Integendeel” was Ibsens laatste woord. De dokter was net bij hem geweest en Ibsens vrouw zou gezegd hebben: “Kijk, de dokter ziet er beter uit!” Waarop Ibsen dus deze fameuze repliek gaf en stierf. Het is alleszins kenmerkend voor zijn “astrante” aard. In een brief aan Georg Brandes uit 1882 schrijft hij dat hij nooit in staat zou zijn om tot een partij te behoren die de meerderheid aan haar zijde had. “De minderheid heeft altijd gelijk,” poneerde Ibsen, maar hij voegde er onmiddellijk aan toe: “Dat wil zeggen: de minderheid die de weg baant naar een punt dat de meerderheid nog niet heeft bereikt.”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.