Mogadon, Valium (Diazepam), Temesta… of wat sterker: Rohypnol al geprobeerd? Lendormin, Imovane, Seresta ligt ook nog voor de hand. Aha, tenslotte soelaas gezocht bij homeopathische middelen, Sint-Janskruid, passiebloem, valeriaan, papaver, wietolie. En, succes? Natuurlijk niet. Niets is opgewassen tegen zo’n hardnekkig beest, tegen dat monster, tegen die veelkoppige nachtelijke draak, de slapeloosheid.

Strompel je ook, dul van de nervositeit, woedend op de hele wereld (mensheid en onroerende goederen incluis), vaak in het holst van de nacht uit bed. Met achterlating van klamme lakens en eventuele reeds urenlang in paradijselijk dromenland vertoevende partner. Tastend op zoek naar de lichtschakelaar. Deze die connectie heeft met de lamp van de overloop of gang, niet van de slaapkamer want dan zou je het daar aanwezige snurkende exemplaar wel kunnen wekken, god verhoede! En dan? Naar de keuken. Een glas melk drinken helpt zo beweerde men in de niet zo lang voorbije oudheid. Je weet dat het onzin is, zelfs chocomelk, Cécémel weet je nog, hielp nooit. Indien een drank het spook efficiënt zou weten te bestrijden dan dient hij ongetwijfeld aan minstens één norm te voldoen: een verantwoord alcoholpercentage. Whisky dus, of gin. Wijn komt in aanmerking maar dan dient er minimum een halve fles geconsumeerd wat dan weer het risico oplevert dat je daarna vroegtijdig gewekt wordt door de blaas en opnieuw wakker ligt (enfin er rest dan nog een halve fles wijn voor een tweede sessie). Bier dus niet, die plas is echt te groot.
Ben je met enig gegrond wantrouwen – ons kent ons – op het vertrouwde uur en met inachtneming van alle rituelen (dat is essentieel bijgelovig als we zijn) in bed gestapt, en blijkt dan na een redelijke termijn: HIJ komt niet. De slaap dus. Dat is mogelijkheid numero uno.

Of je sliep wel in. Maar dan was er iets. Het kan intern zijn, een kwade droom, een nachtmerrie die ons laat opschrikken. Of extern. Uit de onmiddellijke nabijheid: de partner met een onverhoedse beweging, geluid, harder snurken. Een aanval van een op pad zijnde patrouille muggen. Een kind met een opborrelende crisis van verlatingsangst. De oorzaak kan zich buiten de woning situeren, een auto waarvan de inzittenden de discofuif enthousiast prolongeren, de kreet van een vrouw die net voor jouw deur vermoord wil worden, een granaat die onder de auto van de rechterbuur ontploft (vond je toch al een louche type), een onweer annex knallende donder. Het doet er alles weinig toe. Essentieel is: je ligt in bed, het is nacht, de bedoeling is te slapen, en daar lig jij: ogen wijd open te staren in de duisternis.

Hallelujah. Een oud beproefd middel, schaapjes tellen. Welke idioot dat uitgevonden heeft. Of het was een schaapherder, dan is het hem vergeven – beroepsmisvorming. Voor mij werkt het alvast niet. Indien ik soms toch bij pluizig beest 116 insluimerde dan schrik ik ongetwijfeld even later weer definitief op omdat in een droom numero 117 met zijn stompe snoet tegen een hek aan knalde. Of is er een visioen van een lammetje dat mij angstig aanstaart op het ogenblik dat ik dreig over te gaan tot het onverdoofd slachten van het weerloos diertje.  

Piepen we even na het overgordijn een weinig terzijde geschoven te hebben. Het nachtelijk duister. Regent het? Ideaal om nog iets meer depressief tegen de aardbol en zijn bewoners aan te kijken. Nee, een heldere nacht. Kijk hoe vrolijk die maan jou toelacht, geen vuiltje aan de lucht – uiteraard het is haar uur en tijdstip om te lachen. Het mijne evenwel niet. En zie die sterren hoe lieflijk en genoeglijk ze fonkelen en schitteren. Veel zin om hen met een Mauser één voor één uit het luchtruim te knallen. Och het is tenslotte hun schuld niet dat ik me hier slaapdronken maar klaarwakker, wat een contradictie, sta op te winden. Nervositeit, net wat je nodig hebt om van een verdere goede nachtrust verzekerd te zijn!

Terug in bed dan maar. Hoewel je weet dat zo’n poging vruchteloos is, dit werkt niet. Het is vechten tegen de bierkaai – fraaie uitdrukking maar ik ben er weinig mee. Ik heb ook geen band met die vechtersbazen van de bierkade aan de Amsterdamse Oudezijds Voorburgwal – die zouden me anders wel met genoegen in een diepe slaap/coma knokken. Daar lig ik dan voor een extra uurtje, starend in het duister dat er iedere seconde eeuwiger uitziet. Ogen sluiten? Het donker verdiept zich en de hellekrocht is meer dan ooit naderbij – de slaap veraf. Tot ik het ten tweede male opgeef en de versufte ledematen met toebehoren uit bed laat glijden. Nog een vlugge glimp naar de buitenwereld, zouden er wellicht buren zich in dezelfde penibele toestand bevinden? Heel even opluchting. Een gevoel van solidariteit. Aan de overzijde, enkele huizen verder, bemerk ik een glimpje licht tussen de gordijnen. Tot ik besef: ze zijn daar pas in het bezit van een baby, dus grijpt daar wellicht op dit idiote uur een borst- of andere voeding plaats. En kruipen betrokkenen, gevoederde en voedster/voeder, dadelijk weer in wieg of bed voor een voorlopig ongestoorde slaap tot het maagje andermaal knort en de stembanden floreren.  

Dan maar naar beneden. Wat zal ik eens gaan uitrichten. De mogelijkheden zijn talloos. De nachtelijke wereld ligt voor mij open. Het eerste dat mij opvalt is de stilte. Die ik in andere omstandigheden, op andere tijdstippen graag verwelkom. Nu is zij doods. Akelig. Van iedere franje ontdaan. Zij klinkt hol en onwelkom. Zij is er de oorzaak van dat ik mezelf waarneem, een kuch, een snuiven, mijn ademhaling (in én uit), ja zelfs mijn hartpomp dendert door de living. Muziek? Onmogelijk, dan wek ik huisgenoten tenzij ik de decibels terugschroef tot voor mij oninteressant volume. De hoofdtelefoon is geen optie, dat knellend ding bezorgt me overdag al spataderen in de hersenen. Bovendien, wat zou ik kunnen beluisteren in deze omstandigheden. Wiegeliedjes? ‘Slaap kindje, slaap’. ‘Goodnight’ van The Beatles. ‘Maantje tuurt maantje gluurt’. ‘Schlafe mein Prinzchen schlaf ein’ van Mozart. Televisie dan? Keuze tussen de lus van het laatavondjournaal, documentaires over amazonewoud of dierentuinen, zeven afleveringen van NCIS, een oude Orson Welles… Een dvd, natuurlijk alle films vijfmaal gezien en om nog eens naar ‘Sleepless in Seattle’ te kijken… zou hier geen dj op mijn stem en nachtelijk probleem zitten wachten? Lezen lijkt, indien ik dan toch aan de stilte en het isolement overgeleverd ben, een ideale optie. Alleen, opgejut, opgejaagd als ik ben ontbreekt de nodige gemoedsrust om mij over te leveren aan deze vorm van passieve cultuur. Die natuurlijk niet echt passief is, dat is het hem nu net – ik wil betrokken zijn bij de woorden en geïrriteerd als ik momenteel ben… Zal ik misschien enkele pagina’s uit mijn favoriete nachtelijke lectuur consumeren. Ze liggen binnen bereik. ‘Superslapen’ van Floris Wouterson, ‘De slaaprevolutie’ van Ariana Huffington, of van Chris Winter ‘The sleep solution’. Nog beter: ‘Sleep smarter’ van Shawn Stevenson. Allemaal nuttige zinnen. En bijna slaapverwekkend leesvoer; spijtig genoeg ‘bijna’ want echt indommelen deed ik nog nooit na lezing van een hoofdstuk. 
Wat heb ik misdaan dat ik Hypnos zo mishaag dat hij mij de slaap misgunt. Of is het zijn Romeinse confrater Somnus die mij beentje licht. Wat moet ik doen om in de gunst te komen en net als Endymion zelfs met open ogen te kunnen wegzinken in het rijk der dromen, starend naar maangodin Selene of laat het Luna zijn, maakt mij niet uit wie er aan mijn einder verschijnt. Het mag zelfs de kat zijn die, gewekt door mijn nerveus getippel tussen keuken en woonkamer, bozig komt kijken welke catastrofe zich aan het voltrekken is op het uur dat zelfs de krolse kater van de overburen zijn testosteron opgeborgen heeft.

Dat heen en weer wandelen inspireert me, beweging, me afmatten, me vermoeien, zou dat de slaap niet bevorderen. Nee, het is een beproefd middel. Een beetje opdrukken, rondspringen. Ooit was ik zelfs zo gek me aan te kleden en een blokje om te lopen, ik die joggen en aanverwante mogelijkheden tot verplaatsen verafschuw. Resultaat: snakkend naar adem, een hartaanval in het verschiet (dan zou ik pas slapen!), dampend uit alle poriën – ik was zelfs niet in staat om mijn bed nog te bereiken. En met een hartslag van om en nabij 210 slaagde ik er niet in Morpheus of Klaas Vaak alsnog te verschalken, wat had je gedacht. Bovendien, ik haat sport, in al zijn facetten. Ik hou het liever rustig. Ja ik zie het al voor me, u denkt dat ik me zal bezondigen aan yoga. Of meditatie. Het brein tot rust brengen. Me concentreren. Jaja, geprobeerd… Liggende vlinder, sprinkhaan, kurkentrekker, zittende kat, staande tang, niks hielp, mooie termen, inspirerend, rustgevend, maar dodo kindje dodo, noppes. Mediteren, dat moet je best stapsgewijs aanleren. Tellen, daar had ik ervaring mee, mijn kudde schapen. Labels maken: de voorwerpen afgaan die je zintuiglijk waarneemt. Je concentreren op je ademhaling, in – uit, in – uit. Hypernerveus werd ik er van. Een geluk dat ik niet insliep want inmiddels bevond ik mij na zo’n zelfgebreide sessie mediteren in de top van een treurwilg, enfin symbolisch. 
Dan kan ik me beter aan enige hersengymnastiek overleveren. Kruiswoordraadsels zijn niet zo mijn ding. Kaarten? Maar ik zie niet zo onmiddellijk een tweede, dus zeker geen derde of vierde man in de nabijheid. Solitaire, dat kan ik natuurlijk. Stel je voor: ‘Volwassen man zit om twee uur ’s nachts in pyjama aan livingtafel en legt behoedzaam klaveren zes op harten zeven’; nee ik ben niet gek! Op de computer biedt men mij honderd spelletjes aan, te steriel. Gezelschapsspelen zijn om voor de hand liggende reden ook uitgesloten. Monopoly, mezelf huishuur aanrekenen… Een potje dammen of schaken met mezelf. Vertwijfeling, zodat ik tenslotte bij wijze van sport toch van de zetel naar een keukenstoel wandel, dan naar de canapé, onderweg struikelend over de poes die verbolgen blaast. Dan begeef ik mij naar het raam om, het hoofd neerslachtig op het tafelblad leggend, te eindigen op een stoel in de living. Zo, nu kieper ik seffens de spelletjesdozen, het kaartspel, alle boeken over slapen en een ganse kudde schapen in een door OVAM nieuw te creëren container of huisvuilzak (kleur nog te bepalen). Die beweging bracht geen soelaas. Maar, wacht eens even, is daar geen beproefd middel om baby’s en zelfs oudere kinderen in slaap te krijgen. Wiegen ja, dat bedoel ik niet… de moderne variant. Stop hen in de auto en rij een toertje. Dé oplossing. Helaas, niet voor mij. Zelf rijden kan in deze de bedoeling niet zijn (lijkt zelfs enigszins gevaarlijk), en wie krijg ik zo gek om met mij de stad rond te rijden teneinde mij enkele uurtjes slaap te bezorgen. Een taxi? Kosten-baten analyse. En het risico dat hij me linea recta dropt in het Amadeusgesticht waar ik platgespoten uiteindelijk in een dwangbuis een verkwikkende rust zal genieten.   
Juicht, jubelt. Staat die kat onverveerd plots te miauwen. De boodschap is duidelijk: jij waagt het mij te wekken in het holst van de nacht, draag de gevolgen, ik heb honger. Het beest eist melk of brokken of blikvoer, maakt niet uit. Niet alleen voel ik nu zelf een hongertje knagen, dit is meteen een welkome afleiding en tijdverdrijf. Eten! Maar wat. Een viersterrenrestaurant ligt niet binnen de mogelijkheden. Zelf kokkerellen, ik zie me hier geen petatten jassen, spruiten onthoofden. Er bestaat iets als die kluis, die geheime bergplaats, dat voorraadhok voor de noodlijdende: de diepvries. Eens snuffelen of daar iets verteerbaars aangetroffen wordt. Een bittere oogst. Wie wil zijn maag vullen, op dit uur, met ‘stoemp, rode kool en boerenworst”. Krijg ik werkelijk ‘Chinese garnalen in curry met nasi goreng’ door mijn keel? En wie haalde, in een vlaag van zinsverbijstering, zo’n vloek van een Pizza Hawaï in huis? Nee, die doos met Magnums, en de drie dozen met vanille-, chocolade- en stracciatellaijs kunnen mij evenmin bekoren. Het zal eenvoudiger moeten. Een boterham. Beleg. De koelkast. Ik voel me Ali Baba, ‘Sesam…’ en tref aan: ham, kaas (smeer en plakjes), salami. Wat had ik verwacht. Kaviaar. Foie gras (sorry faux gras van Gaia). Best geschikt voor het avondbrood maar het zint me niet, uitwijken naar het zoet der aarde dan maar. Confituur, choco, hagelslag. Dan kan ik me net zo goed de moeite van het smeren besparen en een duik nemen in de alom geprezen anti-Bekkari koekjeskast. Dinosaurussen. Bokkenpootjes. Prince Maxi. Cent Wafers. Choco As. Oreo. Penny Wafers. Een diëtiste zou zich bij het zien hiervan laten omscholen tot heftruckchauffeur. Of als matroos vertrekken op een walvisvaarder naar Groenland.
Slapen… mijn weke hersenen, inmiddels heel even tot leven geprikkeld dankzij de boost van koolhydraten, signaleren dat ik nog één middel om van een verkwikkende slaap te genieten over het hoofd zag. Een portie onvervalste seks. Een ontlading, een fysieke inspanning gekoppeld aan een mentale rust – wat kan beter werken. Probleempje: maak je om jouw slaapprobleem op te lossen je partner wakker en zadel je hem/haar dan vermoedelijk op met een aantal wakkere uren tot de dag aanbreekt. Ik zou het niet wagen. Bon, ik volg de denkpiste… je moet er voor gedisponeerd zijn. En nee, porno op de pc zal voor mij geen prikkel zijn. Geen interesse, het boeit me niet. Ik vond het toch al vreemd te moeten vernemen dat iedereen om mij heen bij toeval ooit wel bij pornofilmpjes belandde, tijdens het opzoeken van de meest onschuldige probleempjes over ‘hoe duw ik schoonma van de trap’ of ‘hoeveel uren mag ik een zeurend kind isoleren in de donkere kelder’. Zelf maak ik veelvuldig gebruik van de encyclopedische kennis van het internet – nooit kwam ik terecht in een roze bonbonnière waar naakte lijven lagen te spartelen, waar zweet en andere lichaamssappen van het scherm dropen. Het ‘toeval’ dat al die vrienden zo overviel, het spaarde mij. Isjtar, godin van dit vruchtbeginsel, was mij tot heden genadig.
Wat merk ik. Wat kiert door de gordijnen. “Het daghet inden Oosten. Het lightet overal”. Komt daar een eerste zonnestraal mij matig verheugen. Zal ik de dageraad met gemengde gevoelens tegemoet zien. Het betekent hoe dan ook het einde van een slapeloze nacht. Hoe we de dag dan doorstrompelen zien we wel, een volgende nacht tegemoet. Over voorbije duisternis, maan, sterren, schapen, Ariana Huffington en Sandra Bekkari spreek ik mijn kaddisj. Amen en uit. Wie weet schenkt de genadige Morpheus mij over enkele uren een middagslaapje. Dan voel ik me ongetwijfeld als een roi fainéant, een vadsige koning, tot spijt van wie het me benijdt. Niet mijn probleem, ik zal er niet van wakker liggen.        

Johan de Belie                

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.