In Gent kwam tijdens de gelijknamige Feesten in 1978 het eerste Vlaamse punktijdschrift van de pers. Het kreeg de naam “Poly Styrene” mee, naar de zangeres van X-Ray Spex. “The man with two brains” achter “Poly Styrene” was Eric Goeman en Arne Sierens. Het tijdschrift zelf hield het trouwens slechts twee edities uit, precies evenveel als “Tempo”, het andere tijdschrift van Goeman, dat vijftien jaar later zou verschijnen en waaraan ik ook zou meewerken. Poly Styrene zelf (met haar echte naam Marian Joan Elliott-Said, foto Uroica via Wikipedia) hield het wat langer uit, maar is tien jaar geleden toch op amper 53-jarige leeftijd aan borstkanker overleden.

Rond 1990 leer ik Geert Stadeus kennen op een persconferentie van I Fiamminghi bij Sabena, waar hij bij mij komt schuilen voor de oorlogsverhalen van André De Spriet en Roger De Vocht. Later zal hij mij introduceren bij Eric Goeman om de sportrubriek van “Tempo” te verzorgen. Dat zal vlug uitgebreid worden naar andere rubrieken omdat het zeer goed blijkt te klikken met Goeman, wat een beetje verwonderlijk is, aangezien ik destijds in “De Rode Vaan” nog heb geschreven: “Eric Goeman, dat is de man achter Rock against Fascism, Rock against Racism, Rock against Kamagurka, Ambras against Disco en nog veel meer ‘againsts’. Eric Goeman, dat is ook een Man tegen het Seksisme, zo vernemen we uit hun recente publicatie, ‘In de ban van de lul’. Een in de grond interessant thema (de strijd tegen het seksisme, d.i. tegen de geijkte rolpatronen en de daaruit voortvloeiende dominantie van de man) wordt hier goed verknald of, om in de terminologie te blijven, naar de kloten geholpen. Deze jongens, mannen pardon, geven immers blijk van een aandoenlijk masochisme en alhoewel ze hun best doen om hun persoonlijke frustraties tegen een maatschappelijke achtergrond te plaatsen, toch blijven ze steken op een niveau dat het best kan worden geïllustreerd met hun acties. Zo plannen zij b.v. een ‘optreden’ tegen de jongens die in het studentenrestaurant te opvallend tegen meisjes staan aan te duwen.”
En vóór “In de ban van de lul” was er dus “Poly Styrene”. De vormgeving was weinig appetijtelijk, maar ja, dat kon men wel verwachten (“rock’n’rollstijl” zou Kazzen zeggen). Maar ons (De Rode Vaan dus) interesseerde natuurlijk vooral de politieke opstelling van die mensen. Die is nogal onduidelijk, behalve dat ze heftig antifascistisch is, vooral als een afweerreactie tegen wat men van sommige punks nog wel eens durft schrijven hier en daar
Maar ook de linksen krijgen ervan langs. Wij zijn “scheiters (sic) die niet willen toegeven dat punks revolutionairder zijn” dan wij. Verder wordt het blaadje vooral gevuld met platenbesprekingen o.a. van Tom Robinson, Talking Heads, Television en natuurlijk van X-Ray Spex met de zangeres Poly Styrene. Op het eerste gezicht (letterlijk) situeert zij zich ergens tussen The Runaways (jonge leeftijd) en Debbie Harry (provoceren), maar toch verschilt zij heel duidelijk van deze twee en dan vooral wat “imago” betreft. Poly wil namelijk geen “seksobject” zijn. Zij kleedt zich opzettelijk opzichtig, draagt een tandbeugel (althans volgens Bert Bertrand) en ook haar houding is niet bepaald uitnodigend. Anderzijds is het natuurlijk wel zo dat dergelijk imago in punkmiddens juist wél als sexy ervaren wordt. Waarover praten we dan eigenlijk?
“Vergeet dus al deze groepen en vergeet ook The Clash en The Sex Pistols,” schrijven Christian Gros en Jean-Pierre Lentin in Le Monde de la Musique: «Ziehier dé perfecte punkplaat, typisch, heerlijk idioot.» Waarover praten zij? ls’t over Biotex? Neen, over X-Ray Spex, de groep rond, naast, voor en achter zangeres Poly Styrene, en over hun elpee “Gerrn free adolescents” met daarop al hun live- en singlesuccessen (op uitzondering van “Oh Bondage/Up yours!”, dat bij Ariola verscheen, terwijl ze nu bij E.M.I. zitten), zoals “Art-i-ficial”, “I am a poseur”, «Plastic Bag» en “The Day The World Turned Dayglo”. Al deze nummers zijn echter in de typische punkdreun, waarvan ik echt geen liefhebber ben en die je in zijn ellendigste vorm b.v. ook bij The Runaways terugvindt. Dat Spex daaraan ontsnapt is voornamelijk ie danken aan het knappe saxofoonspel van Steve “Rudi” Thompson die voor een zekere muzikaliteit zorgen. Ook de teksten zijn even agressief en deprimerend als die van andere punkgroepen. Ze bezingen het failliet van de consumptiemaatschappij en het toenemend geweld in het kader van een dreigend fascisme. Voor een Engelse groep is dit inderdaad jammerlijke realiteit, maar veel diepzinnige beschouwingen zijn ze me toch niet waard. Daarvoor zijn ze te triviaal. Maar ook dat is punk.
Eén nummer springt eruit: “I can’t do anything” roept ergens de Phil Spector-groepen uit het begin van de jaren zestig op en op die manier doet Poly hier ook aan Blondie denken. Het is nochtans de titelsong die het meest gedraaid wordt op de radio.
Poly zelf heeft kort daarna haar groep én haar punkimage achtergelaten. Met haar eerste solo-elpee overtreft ze “blonde” Debbie dan ook mijlen ver… in zoeterigheid. Slecht voor de tanden natuurlijk, vooral wegens het knarsen.
Die elpee heet “Translucence” en staat inderdaad volledig in het teken van het licht. Lichte teksten, lichte muziek (easy listening met een fluit à la Tim Weisberg), lichte vrouwtjes. Poly laat zich op de hoes afbeelden als een soort van “Sheik of Araby” en ook dàt klopt: exotisme troef zoals in de goede oude tijd van de romantiekers, drugescapisme inbegrepen. Een prerafaelitische plaat van een zangeres die men stilaan met Kate Bush zou kunnen verwarren, gesteld dat ze even goed kon zingen als Kate.

Ook Malcolm McLaren, de “uitvinder” van de punklook en de Sex Pistols, is reeds lang (terecht) als seksist gedoodverfd en zijn nieuwste troetelkinderen, Bow Wow Wow, bevestigen zijn reputatie helemààl. Dat er daarnaast nog tamelijk opwindende muziek te genieten valt, doet niets terzake (?).
Dit geldt ook voor Pearl Harbour, die het heeft aangedurfd een elpee vol te stouwen met krachtige rocknummers die, in tegenstelling tot de huidige trend, nu eens niet teruggrijpen naar de jaren zestig maar naar de oer-R’n’R uit de periode 1955-60. Ook dit meisje heeft haar groep (The Explosions; Pearl Harbour and the Explosions dus, heeft iedereen het begrepen?) in de steek gelaten, maar zonder de desastreuze gevolgen zoals bij Poly.
Maar ruim baan dus voor The Poison Girls. Eerst en vooral weze gezegd dat die “girls” mannen zijn, op de zangeres Vi Subversa na. Ten tweede: alhoewel de “Giftige Meisjes” wellicht de laatste groep ter wereld is die de benaming “punkgroep” nog als een banier hanteert, toch betreft het hier geen kollektief van jonge snaken maar van onaangepaste dertigers.
Wat evenwel niet belet dat zij wel nog zo goed als leken zijn in de muziekwereld: de groep werd immers speciaal opgericht om de anti-seksistische boodschap doeltreffend te verspreiden, voorheen had geen van de leden muzikale ervaring opgedaan. Zij hebben overigens aan de inrichters laten weten dat ze het op prijs zouden stellen indien er in de zaal veel anti-seksisten zouden aanwezig zijn. Vergeet dus je badge niet!
Het “gezicht” (en eigenlijk ook nog wat meer) van de vrouwelijke punk was echter Wendy O’Williams (1949-1998) van The Plasmatics. Soms trad ze op met niet meer dan een string, enkele reepjes isolatietape en een toefje scheerzeep hier en daar. Ze pleegde op haar 48ste zelfmoord, precies een dag na de dood van Tammy Wynette, van wie ze ooit “Stand by your man” coverde.

Ook tot de punkettes kan men The Slits rekenen, waarbij Neneh Cherry, de stiefdochter van jazztrompettist Don Cherry, zat. Zij bouwde later een belangrijke solocarrière uit.
“I wanna be free” van Toyah zou een zeer sterke single zijn die naar het schijnt uit een zwakke elpee afkomstig is. Die hebben we echter niet, dus dat zal ons een zorg wezen! Toyah Wilcox is een actrice (onder andere in “Quadrophenia”), en dat is te horen aan haar manier van zingen die iets theatraals heeft (iets wat ik persoonlijk bijvoorbeeld bij Nina Hagen of Lene Lovich ook terugvind).

Referentie
Ronny De Schepper, In de ban van de kul, De Rode Vaan nr.14 van 1981

2 gedachtes over “Poly Styrene (1957-2011)

  1. Dag Ronny,
    Ter aanvulling , in 2019 verscheen “Dayglo The Poly Styrene story” door Celeste Bell (de dochter van) en Zoe Howe bij Omnibus Press. Tevens is er “I am a Cliche”, de documentaire film die recent verscheen. Haar allerlaatste album zijnde Indigo generation is wel vrij goed
    Mvg Bernard

    Geliked door 1 persoon

  2. Er zijn heel wat artiesten die de punk (periode) gebruikt hebben om de stap te zetten naar commerciële muziek. De zogenaamde sprinkplank. Deze artiesten zagen punk meer als een middel dan een stijl.
    Het zijn bijna altijd deze artiesten en bands die besproken worden.
    Zoals onder andere diegene opgesomd in dit artikel, het gaat dan over bands die muziek maken waarin de muziekindustrie geld ziet.
    Blijkbaar spreken artiesten als Poly meer tot de verbeelding dan pakweg een Charlie Harper of Jake Burns die het meenden met hun stijl, zelfs tot op heden.
    Voor mij gaat het in die artikels dan ook niet over punk of punkbands.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.