« Met een stok in de hand kwam Amar de baan van Taroudant afgestapt. Hij wist niet waar dit domme avontuur op zou uitdraaien. Hij was eruit getrokken en zou proberen van z’n oom in Casablanca geld te lenen. Dan kon hij proberen op een lijnbus naar huis te geraken, naar Vilvoorde. Het laatste gesprek met vader had hem alles duidelijk gemaakt, althans dat dacht hij. Amar wilde niet weten van een huwelijk met Fatima en hij was Marokko beu, hij was de Marokkanen, hun eten, hun huizen en hun klimaat hartsgrondig beu. (….) Amar begreep wel dat hij bezig was een oude Marokkaanse traditie met de voeten te treden, maar hij had weinig met Marokkaanse tradities te maken. Hij had altijd in Vilvoorde gewoond en in feite voelde hij zich enkel Marokkaan omdat de anderen hem zo noemden. Hij wist niet zo goed wat hij was. In alle geval géén Belg, maar toch ook geen Marokkaan. Amar zat tussen twee stoelen ».

VOOR 14-PLUSSERS
Twee citaten uit « Amar, een arbeider te gast » door Hugo Gijsels, het tweede nummer in de Scharnierreeks (« tweemaandelijks tijdschrift voor 14-plussers ») uitgegeven door AKO bij EPO (los nummer 65 fr, abonnement 320 fr storten op rek. nr. 001-088682429 van AKO, Antwerpen).
We hebben vroeger reeds onze tevredenheid uitgesproken over dit initiatief in het algemeen en deze aflevering komt zeker op z’n tijd. Dat wil echter niet zeggen dat we over alle tekortkomingen zo maar de spons vegen. De auteur is uitgegaan van negen waarachtige voorvallen, die hij om literair-technische redenen allemaal heeft samengebracht in één persoon, Amar.
Daar is op zichzelf natuurlijk niets tegen maar de noodzakelijke beperkte omvang van deze boekjes heeft met zich meegebracht dat het bijgevolg nogal geschematiseerd wordt. De karakters worden niet uitgediept, zij missen aan geloofwaardigheid kortom. En dat is toch wel erg spijtig als men vaststelt dat het verhaal zelf juist veel aanknopingspunten biedt om de tieners aan te grijpen en hen op die manier bewuster te maken van de wijze waarop zij met hun donkerhuidige leeftijdsgenoten omgaan.
En natuurlijk heeft dit ook z’n weerslag op de taal, die nogal stroef en stereotiep is en waarin het hardnekkige « laat ons » (p. 12) weer opduikt. In fel contrast daarmee staat de taal van de uiteenzetting over « de legende van het profitariaat », waaraan de auteur duidelijk veel meer aandacht heeft besteed (het lijkt wel of hij het verhaaltje enkel kwijt wil om ons dit te kunnen opdissen). Maar hier mikt hij dan weer te hoog, zodat deze nochtans zeer nuttige bijdrage wellicht enkel de leraar en de leerlingen uit de hoogste klassen (als zoiets daar nog wordt gelezen) ten goede kan komen.
Daar staat tegenover dat het afdrukken van “documenten” als krantenknipsels en pamfletten uitstekende vertrekpunten voor discussielessen zijn, niet alleen in het kader van het literatuur-, maar ook van het taalkunde-onderwijs (ontleden van de taalmanipulatie in demagogische teksten).
EN VOOR DE LAGERE SCHOOL ?
Over de zogenaamde « tweede generatie » wordt ook gehandeld in het werkboek “racisme” dat bestemd is voor de derde graad (vijfde en zesde leerjaar dus) van de basisschool. Het betreft hier een uitgave van de Commissie tegen Racisme en Xenofobie van de Liga voor Mensenrechten naar aanleiding van het Jaar tegen het Racisme. Deze werkmap kan dan ook op het adres van de Commissie worden besteld (120 fr) : Campus ULB, PB 204, Châtelet A, Triomflaan, 1050 Brussel.
Voor het project « Jaar tegen Racisme » wil men vooral op drie vlakken werken : naar het arbeidersmilieu toe, naar de socio-culturele organisaties en naar de basisschool. De verzorgd uitgegeven werkmap is een emanatie van dit laatste.
De bedoeling is een projectweek tegen het racisme met specifieke opdrachten (nauwkeurig uitgewerkt in het boek) voor elk vak en met ook tips voor animatie errond. « Waarom nu precies voor de lagere school ? » zo vragen de samenstellers zichzelf af en zij geven er ook een zeer valabel antwoord op : « Ten eerste omdat hier toch een groot deel van de beïnvloeding en meningsvorming over tal van onderwerpen bepaald wordt. Ten tweede vindt men de grootste densiteit immigrantenkinderen in de basisschool ».
Het boek is zowel voor leerlingen als voor leerkrachten bedoeld, het is werkelijk een zeer bruikbaar instrument dat iedere school in staat zou moeten stellen een dergelijke projectweek daadwerkelijk aan te vatten. Bovendien kan het ook door jeugdbewegingen, kinderateliers enz. worden gebruikt.
Wanneer men het boek doorbladert, wordt men getroffen door de grondigheid maar ook door de creativiteit van de samenstellers. Waar men natuurlijk geen graten ziet in het in praktijk brengen van een dergelijk project binnen lessen zoals geschiedenis, aardrijkskunde en zedenleer dan kan men echter op het eerste gezicht een glimlach onderdrukken als men denkt aan rekenen of lichamelijke opvoeding. Toch blijkt dit uiteindelijk zeer goed in het geheel te passen, zo leren de scholieren kinderbijslagen uitrekenen (en vergelijken!) terwijl ze in de turnles, net zoals b.v. tijdens het muziekonderricht, daadwerkelijk geconfronteerd worden met een andere cultuur door typische spelletjes, muziekinstrumenten enz.
Kortom de twee hier besproken boeken zouden in de respectievelijke leergangen niet mogen ontbreken om met de leerlingen een discussie over racisme aan te gaan. De realiteit wijst immers jammer genoeg uit dat het op die leeftijd noodzakelijk is…
Averechts, jongerenkrant tegen racisme en fascisme
« Ik ben Vlaming en daar ben ik fier op ». Zo hebben we er allemaal immers wel één gekend in de klas. En meestal betekende die sticker méér dan een liefdesverklaring aan het adres van Vlaanderen, want anders zou je er als linkse flamingant niks op tegen hebben gehad, tenzij dat het nogal onnozel klonk. Neen, het betekende eerder : « Ik ben rechts en daar ben ik fier op ». Maar ook dat was nog niet zo erg. Het was een eenzaat met ouders die tijdens de oorlog in de fout waren gegaan en daarvoor hadden moeten boeten (soms zelfs overdreven, als je de vergevingsgezindheid tegenover economische collaborateurs zag) en het gebeurde niet zelden dat na de puberteit de « rechtse » met zijn onvrede uiteindelijk in het linkse kamp belandde. Dan kwam echter de crisis en i.p.v. één sticker zag je er nu al twee. Of drie. Of een heel legertje voetbalsupporters dat scandeert « VMO, goed zo ». Tijd voor een « jongerenkrant » tegen racisme en fascisme, dachten een aantal leraars van de Actiegroep Kritisch Onderwijs, en dat werd dan « Averechts ». Zij het dat zij voorlopig nog geen « alarm » slaan (als u mij deze woordspeling vergeeft). Volgens hen is er in het onderwijs voor elke rechtse nog steeds plaats voor twee « averechtser ». Het blad zelf kan daar alleszins toe bijdragen.
EEN BADGE ALLEEN IS NIET GENOEG
En dit wil men dan doen door een « actiekrant » te zijn. Actie, ten eerste in de letterlijke zin van het woord. Dit wil niet zeggen dat men aanzet tot geweld (zij het dat het « linkse » vandalisme wel ter discussie wordt gesteld, maar ook niet duidelijk afgekeurd), maar wel tot reageren op bepaalde vormen, vooral dan van racisme en van leerkrachten uitgaand. Maar ook een actiekrant in de zin dat « argumenten » worden aangebracht. Want reageren doe je « niet met slogans, maar met feiten » staat er terecht in het editoriaal, en verder : « Niet (alleen) met het dragen van een linkse badge, maar ook met argumenten ».
De aanleiding voor het blad is vooral het speciale themanummer van het Nederlandse tijdschrift « Jeugd en Samenleving » over « jongeren en fascisme » geweest (waaraan ook wij de nodige aandacht hebben besteed) en het is dan ook normaal dat een eerste groot artikel voornamelijk van hieruit vertrekt. Daarna komen vooral oud-weerstanders aan bod die over het fascisme toen en nu getuigen en een overdrukje uit het « Ezelsoor », de jongerenkrant van het weekblad Knack. Ook de homofielen krijgen een (roze drie-)hoekje toegewezen.
Als overgang naar het tweede deel dat eerder aan het racisme is gewijd, krijgen we dan twee artikels over zgn. « flamingantische » bewegingen. Al wordt hier wel toegegeven dat de Vlaamse strijd een beetje « willens nillens » in de rechtse hoek is terechtgekomen, dan vind ik de toon toch een beetje te defensief. Moeten wij, linkse Vlamingen, niet eerder militanter uitpakken als wij de (leeuwen-)vlag naar ons willen toehalen ? En dit niet enkel om « strategische » redenen…
LAAT JIJ JE DOEN DOOR EEN TURK !
Het tweede deel komt ons dynamischer voor dan het eerste of alleszins minder stroef. Dat komt vooral omdat men hier vooral de jongeren zelf aan het woord laat. Die zeggen nogal ongezouten hun mening en al kan dit soms wat cru overkomen (« Als ze ‘makak’ zeggen of zo, dan slaan we op hun gezicht »), dan is het alleszins een aanzet tot discussie.
Er wordt ook niet zomaar eender wie aan het woord gelaten. De woordvoerders zijn goed gekozen : jongeren die een projectwerk hebben gemaakt over racisme en fascisme, een jonge Turk (niet Van Miert) die werd uitgesloten voor een studiereis, actievoerders n.a.v. de uitsluiting van een Griekse leerlinge.
Trouwens, op school zijn het niet langer de « buitenbeentjes » die « gespierde » taal spreken, sommige leraars zorgen voor een sfeer waarin het racisme goed gedijt. Het concurrentiesysteem waarin ons onderwijs gevangen zit biedt daarvoor overigens vele aanknopingspunten (« Laat jij je doen door een Turk ? »).
Anderzijds geven de schrijvers toe dat het racisme niet enkel zo maar een « wapen » is van rechts. Er wordt begrip opgebracht voor « de bediende achter het loket of de onderwijzer in de klas met veel migrantjes » die « de indruk (heeft) dat al de immigrantenproblemen op zijn nek komen en niet ten onrechte… » (cursivering van ons) en er wordt toegegeven dat « integratie » niet zo makkelijk verloopt (een jeugdhuis dat zich dit tot doel stelt, wordt al vlug een jeugdhuis met bijna uitsluitend migranten). Anderzijds wordt op een uitlating van een 18-jarige gastarbeider, « het is normaal dat men voor meisjes strenger is », niet gereageerd, ondanks een stukje gewijd aan « vrouwen aan de Marokkaanse haard ».
Tot slot is er nog een verkeerd begrepen aanhangsel over popmuziek (een interview met Arbeid Adelt!). Dit kan zeker als verkoopsargument gelden en hoeft m.i. niet noodzakelijk uitsluitend over racisme en fascisme te handelen, maar zoals het daar staat (een Humo-inleiding en dan cassette ingedrukt onder het motto « laat maar lullen ») is het zeker een gemiste kans.
In z’n geheel genomen is « Averechts » dit zeker niet, een gemiste kans. Integendeel, ik heb de indruk dat de stijl wel kan aanslaan bij middelbare scholieren en misschien zelfs bij werkende jongeren en voetbalsupporters, waarnaar ook af en toe opzichtig wordt gelonkt. Maar in een radio-interview hoorde ik de initiatiefnemers verklaren dat ze zich ook naar de lagere school willen richten. Dit lijkt me echter niet geslaagd en — binnen één zelfde blad — ook niet nodig.
Overigens, wat dat schoolgebruik betreft, waar ze zo op aansturen : dan zal er dringend wat gedaan moeten worden aan de taal, vrienden ! Herhaaldelijk was men akkoord en hier en daar gebruikte men ook terug en moest op foutieve wijze. Maar wat zei Shakespeare ook weer ? Was het niet « het is goed open te staan voor kritiek en er z’n lessen uit te trekken » of zoiets ?

LEZERSBRIEVEN
De MIVG mag als antwoord op lezersbrieven in « Vooruit » beweren wat ze wil: er zijn wel degelijk racistische chauffeurs bij de maatschappij. Ik heb het nu zelf ook eens meegemaakt en heb alle gegevens zorgvuldig genoteerd. Woensdagochtend 8 november om 8u.10 weigerde de chauffeur van de bus met het nummer 87 van de lijn 71 aan de hoek van de Afsneelaan te stoppen voor een donkerhuidige medeburger die nochtans duidelijk zijn hand opstak. De bus was goed bezet en de meeste van mijn medereizigers hebben dit ook opgemerkt. De zichtbaarheid was goed en er stond maar één reiziger bij de halte, zodat het uitgesloten is dat de chauffeur hem niet zou hebben gezien.
R.D.S., Gent
(Lezersbrief in De Morgen van 19 november 1983)


Maar het tij kan ook rap keren. Een kleine twee jaar later schrijf ik onder de titel “Touche pas à un vieux schnock” een lezersbrief in onze eigen Rode Vaan (nr.40 van 1985). Aangezien ik er zelf redacteur was, publiceerden we de brief met het gekende “naam en adres gekend”.
Onlangs is mij het volgende overkomen. Toen ik van mijn werk in Brussel naar het station liep, passeerde ik een jonge Noord-Afrikaan (13, 14 jaar), gevolgd door twee oudere rasgenoten (18 jaar ongeveer). Toen ik voorbij was, hoor ik achter mijn rug : « Je t’emmerde, vieux schnock ? ». Ik kijk om, om te zien of zij soms een oudje lastig vallen of zo, maar de kleine staat mij uitdagend aan te zien (op een manier zoals men in de films leert) : deze provocatie was duidelijk aan mij gericht. Nu zou ik normaal geen problemen hebben om zo’n snotneus van antwoord te dienen, maar de aanwezigheid van die twee anderen bracht me vlug op andere gedachten. En één van die gedachten was de volgende. Als ik die kleine namelijk een draai om zijn oren had verkocht, dan was ik plotseling een racist geworden. « En wie wil er nu een racist genoemd worden, behalve wie er ook één is », zoals Johan De Roey in zijn uitstekende bijdrage over Dakar in de r.v. schrijft.
Toch ligt dit voorval mij zwaar op de maag. Tal van lezersbrieven in deze zin verschijnen immers in « Het Laatste Nieuws » of « De Gazet van Antwerpen », maar — who cares — dat zijn toch racisten nietwaar ? En, akkoord, het is geen privilege van Noord-Afrikanen om in Brussel mensen lastig te vallen. Ik heb dit namelijk ook al voorgehad met punkers. Maar dat mag je dan óók weer niet zeggen als communist. En nu vraag ik mij af, meer dan moe dat ik ben van al die agressiviteit : waarom niet ?
Akkoord, Noord-Afrikanen en punkers en dergelijke zijn slachtoffer van het kapitalistisch systeem enzovoort. Ik heb ook mijn les geleerd. Maar wat koop ik daarvoor in afwachting van het communistisch paradijs dat wij hier gaan stichten ? Ga ik dat allemaal maar moeten blijven slikken ? Ben ik met mijn dertigduizend frank in de maand een Rijke Blanke die zijn arme bruine broeders verdrukt ? Of mag ik geen hemd met das meer dragen ? (Ik droeg ook een jeanspak, maar dat helpt blijkbaar niet meer). Kortom, waarom word ik door bepaalde kameraden nu al als een racist bestempeld, gewoon omdat ik dit allemaal eens op papier durf zetten ?

Feit was natuurlijk dat er in De Rode Vaan nog al dergelijke discussies waren gevoerd in de lezersrubriek, meer bepaald over het begrip “culturele eigenheid” (nr.33 van 1985).
In de rode vaan nr. 26 verscheen een bijdrage van Luc Rasquin over « culturele eigenheid ». Hij vindt het blijkbaar nodig de vinger te heffen tegen « pseudo-progressieven en struisvogels » die pleiten voor culturele eigenheid van migranten. Ik denk wel dat ik ook zo’n pseudo¬progressief ben. Dhr. Rasquin is dan wel grof en beledigend. In de eerste plaats voor die vrouwen van Turken en Marokkanen, die zich scherp bewust zijn van hun situatie als vrouw. Zij hebben allerminst behoefte aan Belgische schreeuwers die de Turken en Marokkanen zo ongeveer als barbaren afschilderen. Want al zijn zij onderdrukte vrouw, ze zijn toevallig ook Turkse of Marokkaanse.
Beledigend is het ook voor ons, die dagelijks met migranten werken, b.v. in de hulpverlening. Met moeite roeien we op tegen de stroom om Turken en Marokkanen aan Belgische normen en gewoonten aan te passen (dikwijls verkeerdelijk integratie genoemd). Daar zijn vele voorbeelden van in onderwijs, gezondheidszorg, rechtsbedeling, huisvesting, sociale bijstand, sport… Turkse en Marokkaanse vrouwen én mannen worden er gediscrimineerd. En ze worden nog eens gediscrimineerd als ongeschoolde arbeidsters en arbeiders, ja, zoals onze eigen arbeiders en arbeidsters.
Die pseudo-progressieven van Rasquin bedekken helemaal niet met de progressieve, religieuze of humanistische liefdesmantel grove vrouwenonderdrukking en -mishandeling. Vrouwen die hun strijd tegen onderdrukking voeren — thuis, op het werk of waar dan ook – kunnen gelukkig dikwijls rekenen op de solidariteit en de steun van hulpverleners tegen de desinteresse van rechtswereld, politie en rijkswacht in.
Effectieve solidariteit met respect voor ieders cultuur — dat is ook bescheidenheid over onze eigen culturele identiteit, dat is ook : onze oplossingen niet opdringen — is lonender voor islamitische vrouwen dan de verwijtende vinger van ene Luc Rasquin. Zijn zinnen zijn inderdaad reactionair dwaas.
Ri De Ridder – Gent

Hierop kwam een niet ondertekend redactioneel antwoord. Dat viel dus onder de verantwoordelijkheid van hoofdredacteur Piet Lampaert:
Laten we vooral niet over terminologie vallen. Als Ri De Ridder zich gekwetst voelt door het gebruik van het woord « pseudo-progressieven », dan is dit wellicht terecht en zou een andere woordkeuze beter op haar plaats zijn geweest. Integratie evenwel afdoen met « aanpassen aan Belgische normen en gewoonten » is evenzeer een verkeerd taalgebruik. Integristen willen heus niet alle Turken en Marokkanen biefstuk-friet doen eten en zeker niet het islamitische alcoholverbod doorbreken door ze overmatig bierdrinken te leren. « The best of both worlds » is ook hier het parool. En is dat dan i.v.m. vrouwenzaken niet onze samenleving ? En dat is wat Luc Rasquin bedoelde (vergeten we niet dat het artikel werd geschreven n.a.v. de « ontvoering » van een vijftienjarig meisje — door haar vader — om haar uit te huwelijken aan een zeventigjarige man die ze nooit of nauwelijks had gezien) : onder het mom van « culturele eigenheid » mogen zo’n misbruiken niet onder tafel worden geveegd. Maar wat hij vreesde werd helaas bewaarheid : in kringen van migrantenwerking mag men blijkbaar niets ter discussie stellen. Jammer.

Een paar weken later (in nr.36) kwam er daar ook nog een andere lezersbrief als reactie op:
In de rode vaan van 15 augustus (nr. 33) reageert Ri De Ridder in een lezersbrief op een artikel « Culturele Eigenheid » (nr. 26). Als vrouw én als « ongebonden » progressief voelend mens moet ik echter wel op het dwaze reactionaire schrijven van deze heer De Ridder reageren. Is hij een trouwe lezer van de rode vaan of van Topics ?
Door strategisch mooi enkele contradicties neer te pennen, komt De Ridder er uiteindelijk alleen maar toe om vrouwenrepressie goed te praten. En precies omdat zij Turks of Marokkaans of van welke nationaliteit dan ook zijn, zouden we dat moeten goedkeuren. Nou, als dat geen racistische (dwaze) praat is ?
Bij welke « elitaire » mannenclub hoort hij eigenlijk thuis ? In het artikel waartegen hij zo nodig moet reageren, is trouwens nergens sprake van immigranten om te turnen in westerlingen: het is echter een pleidooi om algemeen humane waarden en een internationaal progressief gevoel overal daadwerkelijk ingang te doen vinden. Of vindt de heer De Ridder het beter vrouwen te laten vermoorden omdat ze een te kleine bruidschat opbrengen ? Zou hij niet beter eens gaan praten met buitenlandse vrouwen en mannen die ondanks hun schrik voor god of Grijze Wolven toch vrijuit durven te spreken ? En die hun cultuur graag bewaren, maar er terecht de repressieve kanten van af willen.
Bovendien denk ik dat hij een fervente vrouwenhater is…!
Mireille De Smedt – Ninove

Referenties
Ronny De Schepper, Gastarbeiderskinderen: nergens gast, overal last, De Rode Vaan nr.10 van 1981
Ronny De Schepper, Eén rechts, twee “averechts”… De Rode Vaan nr.25 van 1983
Averechts, jongerenkrant tegen racisme en fascisme, 20 blz., (klein) krantenformaat, 30 fr, redactie-adres : Lange St. Annastraat 20, 2000 Antwerpen, tel. 03/232.71.95. 10 fr portkosten. Storten op rek. 011-2500845-51.

Een gedachte over “Racisme en “culturele eigenheid”

  1. Met veel aandacht heb ik het artikel van Paul Van Cleemput in de rode vaan van vorige week gelezen over de gastarbeiders. Ik vind het goed dat hij een aantal mythen ontmaskert (de tolerantiedrempel b.v., waarom zou die in Schaarbeek wél, maar in Limburg niet gelden?), maar anderzijds creëert hij er een paar andere bij. En dat is minder, natuurlijk.
    Zo over het aanvaarden van het « anders-zijn ». Toevallig wordt die uitdrukking meestal gebruikt voor « homofiel zijn » en vandaar dat ik déze vergelijking zou willen maken : ik aanvaard homofielen, zolang ze maar niet gaan eisen dat ik het ook word. Met andere woorden : moeten wij de Islam aanvaarden, een fanatieke godsdienst die een stap naar de Middeleeuwen is ? Als de Islam niet opdringerig zou zijn (zoals b.v. de katholieken of de protestanten die toch stilaan van hun bekeringsijver verlost zijn), dan zou het niks zijn, maar dat is hoegenaamd niet het geval !
    Direct in verband daarmee staat het optimisme dat bij communisten nog steeds doorklinkt als het over stemrecht voor vreemdelingen gaat. « Dan komen er ook meer verkozenen » juicht Van Cleemput, eronder verstaan ook meer KP-ers. Een illusie volgens mij. De gastarbeiders (in tegenstelling tot politieke vluchtelingen of ballingen) zijn politiek gezien meestal erg rechts. Hun verkozenen zullen m.i. in die Islamitische optiek eerder remmend werken op een progressief gemeentebeleid. Wie kan mij b.v. garanderen dat er geen Grijze Wolven worden verkozen ? Daarmee bedoel ik niet dat ik tegen stemrecht zou zijn.
    Ik waarschuw maar voor overdreven optimisme.
    En tot slot nog dit. P.V.C. schrijft dat vreemdelingen niet in aanmerking komen voor sociale woningen. Waar haalt hij dat ? Integendeel zou ik zo zeggen ! Zelf heb ik met mijn vrouw nog naar een sociale woning gepostuleerd maar omdat wij slechts één kind hadden, kwamen wij onderaan de lijst te staan. In diezelfde wijk echter woonden heel wat vreemdelingen want die hebben juist wél veel kinderen (alweer wegens de Islam !). Ik zie tussen haakjes trouwens niet in waarom in een tijd van overbevolking gezinnen met veel kinderen sociale voordelen moeten genieten.

    Geliked door 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.