De herkomst van het woord ‘hooligan’ is onduidelijk. Alhoewel Johan de Belie in een stuk over de Russische dichter Sergei Jesenin schrijft dat het woord van Russische afkomst is (en toepasselijk op de dichter), gaat het vermoedelijk terug op Patrick Hooligan, een Ierse crimineel die eind vorige eeuw Londen onveilig maakte.

“Libero”, een blad dat zichzelf als “voetbalwereldtijdschrift” omschrijft, lichtte in het begin van 1991 het stadionbezoek door voor alle bij de UEFA aangesloten landen. Daaruit bleek dat dit nogal drastisch terugliep. Puur in aantal leidden de traditionele voetballanden Italië en Spanje nog steeds (met gemiddeld resp. 28 en 25 duizend toeschouwers per match) maar ook hier was er een lichte achteruitgang, net als in Engeland en Duitsland die de derde plaats deelden met 20.000 bezoekers. België was één van de landen waar de terugval het opmerkelijkst was (van nog een goede tienduizend gemiddeld in de periode 1963-1988 tot een kleine zevenduizend in het seizoen ’89-’90). Enkel Portugal, Bulgarije, Polen en Joegoslavië kenden in droge cijfers nog een grotere terugval. In percentages t.o.v. de totale bevolking bleef België tamelijk goed scoren (6de met 7,60%), zeker als men weet dat de top drie Cyprus-Schotland-Portugal was. Met andere woorden: procentueel gezien was de belangstelling voor het voetbal in België nog altijd groter dan o.a. in Engeland, Spanje, Italië en Duitsland.
Toch is het interessant even de oorzaken voor de terugval te overlopen. Die zijn dan drieërlei: het immense TV-aanbod, het geweld in de stadions en de verandering van het vrijetijdspatroon. Suggereert “Libero” een afslanking van de topreeksen om de belangstelling opnieuw aan te wakkeren (nadat men eerder een neiging had om ze uit te breiden, denk aan 18 i.p.v. 16 ploegen bij ons sedert 1974; in Schotland daarentegen, waar men gezakt is tot 10 – met dan vier matchen per jaar – daar neemt het stadionbezoek juist toe), maar zouden ze niet eerder in de richting van het hooliganisme moeten kijken?
Op een studiedag van de Socialistische Federatie voor Plaatselijk Open Jongerenwerk werd de problematiek van het hooliganisme ook verder opengetrokken tot vandalisme en dergelijke. Toch willen we hier voornamelijk blijven stilstaan bij het specifieke voetbalhooliganisme, zoals dat naar voren is gekomen in de referaten van de uitgenodigde sprekers: hoofdcommissaris Roger De Bree van Brugge, Luc Van den Bossche (SP-kamerlid van de Heizelcommissie) en professor Eugeen Verhellen (seminarie jeugd- en volwassenenvorming van de RUG).
“HEIZELDRAMA WAS GEEN VORM VAN HOOLIGANISME”
De studiedag begon met een filmverslag over het Heizeldrama. En alhoewel ook Luc Van den Bossche het voornamelijk daarover had, maken we toch hiervan zoveel mogelijk abstractie omdat namelijk uit de discussie is gebleken dat het Heizeldrama hoegenaamd niet representatief is voor hooliganisme.
Verhellen: Men grijpt het Heizeldrama hier aan om als aanknopingspunt te dienen voor een debat over jeugddelinquentie, maar uit het onderzoek van de commissie is duidelijk gebleken dat we hier niet met voornamelijk jongeren te maken hebben. Het is op de eerste plaats een verhaal van paniekbeheersing. Zo’n incidenten kunnen zich morgen bij iets anders voordoen.
Van den Bossche: Het is inderdaad geen vorm van hooliganisme geweest en dat komt onder meer door de rol die de voetbalbond in heel de affaire heeft gespeeld. Eén van de UEFA-richtlijnen is bijvoorbeeld nogal voor de hand liggend: men mag de twee oppositie clans niet naast elkaar plaatsen. Op papier was dat ook zo, het blok XY (in de pers eigenaardig genoeg als blok Z bekend geraakt, red.) was voorbehouden voor de Belgen. Al zeer snel blijkt echter dat de meeste kaarten voor dat blok niet verkocht zijn aan de loketten. Het grootste stuk is bij de voetbalbond gebleven, merkwaardige vaststelling, zeker als men ziet dat kaarten vanaf 300 frank op de zwarte markt voor 1.000 frank werden verkocht! En zo kreeg bijvoorbeeld Anderlecht er duizend.
Duizend kaarten voor duizend frank dat is één miljoen frank in ’t zwart. Kan je nagaan. De voetbalbond heeft daar dus via de vriendjes een zwart circuit georganiseerd. En dat is ook de reden waarom in dat vak Italianen stonden, het grootste deel van die kaarten is immers op de zwarte markt in Italië verkocht. Gevolg: die Italianen die daar stonden dat waren geen hooligans. Dat waren brave Italiaanse huisvaders die vreselijk graag voetbal zien en dus bereid waren om daar veel voor te betalen.
Het is dus geen echt hooliganisme meer. Er is amper geslagen en steekwapens zijn er bijvoorbeeld niet gevonden. Er is enkel een charge geweest van de Engelsen op het moment dat het blok XY nog niet vol zat. Waarschijnlijk waren het juist de Belgen die daar nog moesten bijkomen, die komen immers met hun eigen wagen, kennen hun weg… Er is daar dus ruimte om een elan te nemen. Als er echter aan de andere kant hooligans hadden gestaan dan zouden er wel vechtpartijen zijn geweest, er zouden gewonden zijn gevallen, maar geen doden, althans geen 38. Maar nu waren dat dus huisvaders, zelfs huismoeders en kinderen, en dat ontstaat er natuurlijk paniek. En ze drummen allemaal samen naar de verkeerde kant. Leen Barth, de vroegere keeper van Club Brugge, was daar ook met zijn zoon en die is gewoon buitengegaan, geen enkel probleem. Je ziet trouwens ook op de televisiebeelden dat mensen die gewoon blijven staan niet worden aangevallen. Het was dus in feite een soort collectieve zelfmoord. Ik wil dan ook een rechtbank uitdragen om – strict juridisch – een gast die gewoon meegelopen heeft te veroordelen. Dat wil ik nog eens zien gebeuren.
“IK WEIGER NAAR EEN MATCH TE GAAN IN EEN BEZETTE STAD”
Van den Bossche: Vandaar ook dat het fabeltje uit de wereld moet dat er te weinig manschappen aanwezig waren. Nee, er waren er genoeg, ze zijn allen te laat in de actie gestuurd. Begin dus niet met 2.000 man te mobiliseren voor een voetbalmatch! Dan vind ik gewoon dat zo’n wedstrijd geen plaats moet grijpen. Hoe weinig populair dat ook is, ik zie niet in waarom de gemeenschap geld zou moeten steken in 3.000 man. Op zo’n moment zou ik trouwens weigeren om naar een voetbalwedstrijd te gaan. Ik weiger in een bezette stad naar een voetbalwedstrijd te gaan kijken. Ik heb er al problemen mee als men mij nog maar zou aftasten. Bovendien, dat zou overigens ook aanleiding geven tot overspannenheid bij het rijkswachtpersoneel dat nu al te veel uren moet kloppen.
De Bree: Nee, het was geen echt hooliganisme en vandaar ook dat de emotionele reactie van Thatcher (“Ik ben rood van schaamte”) me zo heeft getroffen. De Britten zwijgen bijvoorbeeld in alle talen over de 54 doden in Bradford. Nochtans was dàt puur een resultaat van hooliganisme, namelijk met fusees spelen in een houten barak, dit wil zeggen een tribune zoals hier bij ons Lierse en Beerschot er nog één hebben. Dat mocht al lang niet meer gebeuren!
Tegen Thatcher zeg ik dan ook: je zou moeten beschaamd zijn over jezelf en niet over wat daar is gebeurd, want in mijn ogen zijn die mannen twee keer slachtoffer. Ten eerste leven zij zonder het zelf te willen in condities die hen daarvoor voorbeschikt. En ze zijn een tweede keer slachtoffer omdat de overheid het nog altijd mogelijk houdt voor hen. Daarom zij ze in mijn ogen zelfs bijna onschuldig. Ik wil niet zeggen dat de overheid hen provoceert om het te doen, maar ze doet ook niets opdat het niet zou gebeuren. Ik zou dat vergelijken met schooljongens die tegen een blikje schoppen. Als er een blikje op straat ligt en er passeren vijf kinderen dan zullen vier er gewoon voorbij lopen, maar de vijfde kan het niet laten, hij moet daar tegen trappen. Die heeft de kriebels reeds in zijn lijf, de anderen niet, hij is dus al een eerste maal slachtoffer. Maar dan wordt hij een tweede maal slachtoffer omdat dat blikje er ligt. Neem dat weg, dan gebeurt het niet. Dan schopt hij misschien tegen zijn eigen voeten, maar dan kan het toch niet voor gevolg hebben dat hij ermee tegen iemands hoofd schiet of in een ruit.
In Nederland hetzelfde. Men doet wel iets, maar men pakt het blijkbaar niet grondig aan, want anders kon het niet dat iets zo lang blijft duren. Eén jaar, ja. Misschien zelfs vijf. Maar na tien jaar mag men toch al de vraag stellen: doen we er nu iets aan of niet? En wat we doen, is dat wel goed? Neen, we moeten het anders doen. In Nederland richt men steeds maar commissies op. Telkens als er een nieuw onderdeel van de maatschappij mee gemoeid raakt, neem nu de buurtspoorwegen: hop een nieuwe commissie.
“EEN MATCH MET 20 MINUTEN VERTRAGING WAS BELANGRIJKER DAN VELE GEKWETSTEN”
Het spreekt vanzelf dat deze interventies niet in chronologische volgorde zijn weergegeven. Om de leesbaarheid te bevorderen hebben we de referaten van de sprekers verknipt en ook gemengd met de discussie die naderhand met het publiek is ontstaan. Professor Verhellen komt hierbij minder aan bod omdat wat hij wist te vertellen nog altijd min of meer hetzelfde was (hoe zou het ook anders kunnen!) als hij het uitgebreid interview dat we een paar jaren geleden met hem hebben gehad (zie rv nummers 6, 7 en 8 van 1983). De meeste aandacht ging naar commissaris De Bree, aangezien in wijde kring zijn aanpak van de fameuze Brugse East Side (die naar zijn eigen zeggen tot de Europese top tien van het hooliganisme behoort) als exemplarisch wordt voorgesteld. Maar wat is die aanpak precies? We laten het de commissaris zelf uitleggen.
De Bree: Op een bepaald ogenblik kon de voetbalwedstrijd Club Brugge-Anderlecht heel eenvoudig niet doorgaan. De spelers kwamen op het terrein, de scheidsrechter kijkt, stelt vast en gaat terug, zo ver was het gekomen. 30.000 mensen staan daar te wachten op een wedstrijd die niet begint. Waarom? Het veld lag volledig onder de rook aan de doelen, veroorzaakt door rookbommen waarmee men in het leger de offensieve manoeuvers voert. Verder voetzoekers, geen onschuldige maar echte knappotten. En ook het fameuze Munaron-pijltje, een vogelpikpijltje dat geworpen werd in de richting van de Anderlecht-doelman. Als je dat in je hoofd krijgt, is dat natuurlijk fataal.
Dat was het eindpunt van de tolerantie. Elke zondag waren er wel reeds gekwetsten geweest, mensen die moesten worden afgevoerd naar het hospitaal. Zo heb ik persoonlijk het geval meegemaakt van een messteek die op een millimeter na de halsslagader had gemist. Een ander geval was dat van een grootvader van 72 jaar die zijn bril kapot was geslagen in het gezicht, zodat de scherven in zijn wang staken.
Op al deze zaken hadden we weliswaar niet apatisch gereageerd, maar we waren ons toch nog niet helemaal bewust waarover het precies ging. Het cynische is dus dat dit allemaal maar kon blijven voortduren tot het spel zelf getroffen werd. De match is dan met twintig minuten vertraging kunnen starten, maar toch was dit blijkbaar belangrijker voor de publieke opinie dan al die gekwetsten die daaraan waren voorafgegaan. Dan hebben burgemeester Frank Van Acker als hoofd van de politie en dokter Michel Dhooghe namens Club Brugge een afspraak gemaakt en mij de opdracht gegeven om alle middelen te gebruiken om in de toekomst dergelijk geweld te voorkomen.
De afspraak bestond eruit dat Club Brugge alle verordeningen van de politiek zou naleven, want anders kan dat niet. De eerste verantwoordelijke is namelijk de organisator. Wanneer immers bij de organisatie van iets – in dit geval voetbal – bij herhaling, bijna steeds op dezelfde plaats, op hetzelfde ogenblik door dezelfde personen dezelfde daden worden gepleegd, dan kan men niet meer stellen dat de organisatoren verrast zijn door de gebeurtenissen. Een toeschouwer die dus een ticket koopt van twee, driehonderd frank sluit daarmee een contract af met de organisator, die hem in ruil daarvoor waarborgt dat hij een zit- of staanplaats krijgt toegewezen en dat hij daar zijn persoonlijke integriteit bewaard kan zien. Als zo iemand een oog wordt uitgeslagen – wat al gebeurd is – en die zou naar de rechtbank stappen en de organisator aansprakelijk stellen, dan ben ik ervan overtuigd dat de voetbalclub daarvoor zou kunnen opdraaien. Vandaar dat de ploegen er alle belang bij hebben om mee te werken met de politie en voor ons is anderzijds hun medewerking onontbeerlijk voor de methode die wij toepassen.
In Brugge hebben we het voetbalgeweld aangepakt zonder geweld. Tenzij in rechtstreekse confrontaties. Sommige hooligans lokken zo’n confrontatie bewust uit en daar moet je dan ook op ingaan, met dien verstande dat je de toestand moet beheersen, zowel numeriek als met de gebruikte middelen, zodanig dat je niet het onderspit delft. Wij gebruiken dit geweld immers niet voor onszelf, maar in naam van de maatschappij, van de slachtoffers. In het geval van de Heizel bijvoorbeeld werd de vlucht van de rijkswacht uit de bewuste couloir tussen Italianen en Engelsen als lafheid geïnterpreteerd en een escalatie zeker in de hand gewerkt. In het andere geval daarentegen kan er na afloop van de confrontatie ik zou bijna zeggen een zekere vriendschap ontstaan, ze respecteren dat.
Maar mijn taktiek is de volgende geweest: de East Side-groep was zes à achthonderd man sterk, gevoelsmatig zeer sterk verenigd, altijd op dezelfde plaats, stipt op de afspraak, collectieve handelingen, ritmisch, liederen, slogans, discipline. Kortom een hele studie waard van hoe groepsgedrag tot hysterie kan leiden. Er waren ook echte chefs bij, die kon je d’r zo uitpikken. Dat zijn de mannen die nooit iets zélf doen, maar doen doen. Voor mij kwam het er dus op aan die groep te identificeren. Dat hebben we gedaan met een totale verrassingsactie bij de wedstrijd Club Brugge-Seraing. In samenwerking met de club hebben we dan deze personen met aangetekend schrijven verwittigd dat de organisator, die zoals gezegd burgerlijk aansprakelijk is, in het algemeen belang van de andere toeschouwers hen geen ticket meer wilde verkopen. In het begin heeft men gedacht: dat houden zij niet uit en uiteindelijk zullen we toch opnieuw binnen geraken, maar we hebben een Olypiadepeleton opgericht (zo genoemd naar het stadio van Brugge) met zestig vrijwilligers die iedere zondag daar dienst gaan doen en de mensen kénnen van foto’s die het stadion niet meer mogen betreden. Die mensen zijn ongewapend. Niet alleen om niet te provoceren, maar ook omdat je tussen dat publiek heel gemakkelijk je revolver kunt ontstolen worden. maar het is dus ook uitgesloten dat deze mensen uit zenuwachtigheid van vuurwapens zouden gebruik maken.
Nu zijn er ook wel die op andere plaatsen, tussen de gewone toeschouwers, toch binnengeraken. En dan halen we die daar ook niet uit, omdat we wel weten dat ze daar toch niets zullen uithalen. We zijn dus niet bij de neus genomen, zoals zij dan soms wel eens denken, want bij ons komt het erop aan het geweld van het terrein te krijgen en niet de personen. INtegendeel, in zo’n geval hebben we niet enkel geweld voorkomen, we hebben die personen dan ook aangezet tot meer aangepast gedrag.
“DE RIJKSWACHTERS BEGELEIDDEN DE HOOLIGANS NAAR HET STADION NET ALS EEN STAATSHOOFD”
De Bree: Welke leeftijd hebben deze jongeren nu? Dat begint van 12, 13 jaar, maar dat zijn dan wel al robuuste kerels die er fysiek al wat ouder uitzien. De voornaamste leeftijdscategorie is dan ook die van 15 tot 17 jaar. In zeldzame gevallen gaat dat dan nog tot 21, maar dan zijn ze al aan het vrijen en dan hebben ze wel wat beters te doen. Want waarom gebeurt dat nu? Waarom bij die jongeren en waarom bij voetbal? Ten eerste hebben wij bij vele jongeren een zekere frustratie ontdekt. Ze zijn fysisch wel volwassen geworden, maar niet maatschappelijk. Ze hebben geen plaats in die maatschappij gevonden, ze leven in de grootste onzekerheid. Ze zijn op de wereld gezet, alleszins zonder dat men daarvoor naar hun mening heeft gevraagd en dan komen ze op de koop toe nog in een maatschappij terecht die blijkbaar geen plaats meer heeft voor hen. Een belangrijk element is ook de status in de groep: het erbij horen. Wees nu eens eerlijk, zo’n dertig duizend mensen die naar een voetbalwedstrijd gaan, eigenlijk is dat een beetje een kudde. En daarbij zijn wij dus diegenen die niet tot die kudde behoren. Dat geeft hen een zekere status. Vaak nog versterkt door verkeerd politie-optreden. Ik heb het al meegemaakt als Club op verplaatsing speelt dat onze East-Siders aan het station worden opgewacht, te veel eer. Ze lachten dan ook de andere supporters uit die moesten wachten om binnen te geraken, soms zelfs te laat, als de match al begonnen is. Maar de rijkswacht had ervoor gezorgd dat de hooligans zeker op tijd binnen waren.
Dan is er verder natuurlijk ook de verveling en die piek tijdens het weekend die dat doorbreekt. Specifiek voor Brugge is er ook nog reltraditie. Het is mij opgevallen dat in bepaalde wijken waar de werkloosheid altijd groot is geweest en waar ook mensen wonen met veel kinderen, dat daar altijd benden per straat zijn geweest. De kleine oorlogjes die daar vroege werden uitgevochten zijn nu geëxporteerd naar een officieel terrein dat hen als het ware op een plateau werd aangeboden.
De anonimiteit is natuurlijk ook een zeer belangrijke zaak. Daarom is identificatie zo belangrijk. Wij hebben ook een tijd gedacht dat de media een belangrijke rol speelden in dat hooliganisme, maar nu is dat veel verminderd. Toch ziet men nog steeds hoe zij ’s maandags naar die krant grijpen om hun exploten verhaald te zien. Verder is er alcohol natuurlijk en het spelverloop zelf, scheidsrechterlijke beslissingen bijvoorbeeld. Het politionele optreden kan op zich ook een oorzaak zijn.
Een ander element is de verbroedering met andere “sides” tegen een gemeenschappelijke rivaal. Zo zijn die van ons bijvoorbeeld gedeeltelijk opgeleid door de zeer gevaarlijke klanten uit Den Haag. Enfin, dat was de bedoeling, maar omdat ze zich goed kenbaar maakten met hun groen-gele kleuren hebben we ze bijna allemaal kunnen oppikken. Maar het gebeurt bijvoorbeeld wel dat Antwerpenaars naar Brugge afzakken om de onzen te helpen tegen Anderlecht enz. Dat natuurlijk allemaal wat de groeps als geheel betreft. Maar dat betekent nog niet dat iedereen automatisch dan ook tot geweld geneigd is, dat is vaak een individuele aangelegenheid. IN een gezin met vijf kinderen, die alle vijf in dezelfde buurt opgegroeid zijn, naar dezelfde school zijn gegaan enz. kan men vaststellen dat er één voetbalhooligan bijzit. Zeg mi dan niet dat dit aan de opvoeding te wijten is. Slechte kameraden, ja, dat kan nog. Maar over het algemeen kan men stellen dat zo’n persoon neiging heeft tot hysteroïde gedragingen. Ik heb dat heel vaak zelf kunnen vaststellen: de ogen vallen bijna uit hun kop en toch zien ze u niet. En wat ik heel belangrijk vind, ik heb dit ook kunnen vaststellen bij eenvoudige, brave mensen, zelfs bekenden van mij. Een bediende op het stadhuis bijvoorbeeld die na een beslissing van de scheidsrechter werkelijk in staat is deze te vermoorden.
Men moet dus dat hooliganisme zien in drie fasen: eerst is er de socio-culturele fase, dat wil zeggen dat er onderhuids reeds een aantal elementen aanwezig zijn, lang voor men zich ook maar een ticket voor een voetbalmatch aanschaft. Daar kan de politie niet in tussenkomen en gelukkig maar, daar zijn andere instanties voor. De tweede fase sla ik even over en dan is er de derde fase, die van de opvang. Wat doet men bijvoorbeeld met de driehonderd die nu nog steeds het stadion in Brugge niet binnen mogen? Ik ben daar bekommerd om, ik vraag me zelfs af of we het geweld daarmee niet gewoon verplaatst hebben? Ik zie in deze fase wel een taak voor de politie weggelegd maar toch nog meer voor socio-culturele opvangdiensten. In de tweede fase echter, de directe confrontatie, het eigenlijk moment dus, daar staan wij er alleen voor en ik vraag dan ook begrip voor het optreden van de politie, ook al is dat natuurlijk altijd voor kritiek vatbaar.
“EEN TIJDBOM ONDER ONZE CULTUUR”
Een vraag die natuurlijk steeds weerkeert: zijn voetbalhooligans “fascisten”?
Van den Bossche:
Ik ben daar altijd zeer voorzichtig mee met dat begrip “fascisme”. Bepaalde vormen waarin het hooliganisme zich voordoet zijn wel perfect verenigbaar met een extreem-rechtse ideologie, denk maar aan de quai-militaire hiërarchie of het hanteren van sommige slogans. Maar ze hebben geen duidelijke ideologie en ik beschouw iemand maar als extreem-rechts als hij ook een extreem-rechtse ideologie uitdraagt. Hooligans hebben geen ideologie, zij hebben enkel geloofspunten en die leunen wel aan bij extreem-rechts en ze zijn daardoor dus ook manipuleerbaar. In Engeland is dat bij een aantal van die groepen al duidelijk gebeurd, in Chelsea bijvoorbeeld. In verband met de Heizel heeft echter ook dat gerucht de ronde gedaan, maar wij hebben daar nergens bevestiging van gevonden. Ik vind dan ook dat links wel alert moet zijn om extreem-rechts ergens te localiseren, maar men mag het ook niet overal zien opduiken. Ik heb schrik van kerels die om de drie minuten het woord “fascisme” laten vallen. Bewaar dat woord voor als het nodig is, want anders heeft het op de duur geen betekenis meer.
De Bree: Wat extreem-rechts betreft was ik ervan overtuigd, tot vorig jaar, dat er in Brugge geen sprake van was. De ommekeer kwam bij de match Club Brugge-FC Luik. Op een zeker ogenblik ontrollen de Luikse supporters een groot spandoek met daarop “Papin homo” (Papin was toen de spits van Brugge, red.). Onze spionkop reageerde daar wel op met fluiten en roepen en zo, maar verder niets. Waarna er nog een groter spandoek wordt bovengehaald – in het Nederlands nota bene – waarop staat “Wallonië leeft, Vlaanderen beeft”. Dat had natuurlijk niks meer met voetbal te maken en sedertdien is er trouwens een politiereglement dat dergelijke spandoeken verbiedt. Maar nu was ik toch benieuwd. En inderdaad, er maakte zich een groep los uit onze East Side. Die was me trouwens al een tijdje opgevallen wegens de battle-dress, marsschoenen, skinhead-haar en een echte houding van een geüniformeerde persoon. Ik waarschuw mijn mannen: hou die in de gaten.
Nu was het voor mij van belang: gingen ze naar “Papin homo” of naar “Vlaanderen beeft”? En jawel hoor, “Papin homo” daar liepen ze zo voorbij, maar met die mannen van “Vlaanderen beeft” gingen ze onmiddellijk aan de klap. We hebben ze dan omsingeld en tijdens de rust vereenzelvigd, het parket verwittigd en hebben nog voor ze thuiskwamen een huiszoeking gedaan. Wat hebben we daar gevonden? “Mein Kampf” in alle soorten talen, vlaggen met hakenkruisen, maar vooral folders over het zuivere Vlaamse ras en “vreemdelingen buiten”, ook in het voetbal, dat was vooral bedoeld tegen Mamadou Tew, een Senegalese speler van Club Brugge. We vonden ook foto’s van die typen terwijl ze de Hitlergroep brachten. Tussen haakjes, ze waen militair wel tiptop in orde, maar het waren wel dienstweigeraars. Vanaf dat ogenblik heb ik moeten erkennen dat extreem-rechts ook aanwezig is in Brugge, zij het dan op een zeer geringe schaal. Toch is het ook niet te onderschatten omdat zij het voetbal kunnen gebruiken om aanhangers te werven.
Tot slot gaf professor Verhellen de aanwezige welzijnswerkers de volgende “hoopgevende” boodschap mee: “Hoe erger het wordt, hoe meer je zal ter hulp worden geroepen”.
“Dus mijn toekomst is alvast gewaarborgd”,
meende een optimistische deelneemster. Helaas moesten we haar ontgoochelen: alhoewel de welzijnssector inderdààd steeds meer tewerkstelling vereist, breekt de overheid die juist af door minder subsidies ervoor ter beschikking te stellen. Wie zei er ook weer dat het beleid haaks op de maatschappij stond…?
“VIJF MILJARD VOOR JEUGDBESCHERMING, MAAR SLECHTS EEN HALF MILJARD VOOR JEUGDWERK”
De meeste aandacht ging tot nu toe dus naar hoofdcommissaris Roger De Bree van Brugge wegens zijn doeltreffende aanpak van de fameuze East-Side-hooligans uit zijn stad. Professor Eugeen Verhellen van het seminarie jeugd en volwassenenvorming van de RUG kwam minder aanbod omdat hij de problematiek verder opentrok en eigenlijk weinig over de problemen rond het voetbal zelf zei. Hij krijgt nu echter een revanche want nu willen we zelf ook onze optiek verruimen. We zullen immers nagaan of de overheid een goede houding aanneemt tegenover jeugddelinquentie. Het spreekt vanzelf dat ook Luc Van den Bossche als jurist hierover zinnige dingen kan zeggen, terwijl commissaris De Bree vooral begrip vraagt voor de moeilijke positie van de politie.
Het hooliganisme wordt vaak als voorbeeld aangehaald van “stijgende jeugdcriminaliteit”, maar Van den Bossche weerlegt de stelling dat de criminaliteit in België zou stijgen: “Die story is gebaseerd op één gegeven, namelijk dat de rijkswacht meer PV’s opstelt. Als men dus alle auto’s die slecht geparkeerd staan systematisch gaat verbaliseren, dan gaat de criminaliteit nog stijgen!”
Toch vindt Eugeen Verhellen dat men zelfs bij die karige gegevens nog een paar kanttekeningen kan maken: “De specifieke jeugdcriminaliteit is niet merkbaar gestegen bijvoorbeeld. OOk de criminaliteit tegen personen niet (amper 1%). Wel is er daarentegen een spectaculaire stijging van criminaliteit tegen goederen, van vandalisme dus”.
Verhellen geeft ook toe dat juist dit vandalisme dé topper is in de jeugdcriminaliteit, dat in tegenstelling met de volwassenen, waarbij de criminaliteit meer gericht is op nut of profijt. Maar: “Men heeft nu eenmaal geopteerd voor een bepaalde maatschappij. Zo ‘aanvaardt’ men bijvoorbeeld dat om de 56 minuten in ons land een kind wordt aangereden door een auto en dat op drie dagen twee kinderen op die manier om het leven komen. Ook de ‘oplossing’ voor zo’n probleem is typisch: men wil het kind van de straat weghouden. Men vergeet daarbij echter wel dat dit het natuurlijke leefmilieu is van een kind. Het is toch typisch dat voor de jeugdbescherming vijf miljard wordt uitgetrokken, maar voor het preventieve jeugdwerk slechts vijfhonderd miljoen!”
Op die manier komen we natuurlijk bij de topic “kansarme jeugd”. In verband met het hooliganisme wordt dat bijvoorbeeld vaak naar voren geschoven.
Roger De Bree: “Ik ben in Liverpool geweest, een ontzettend arme stad. Er is veel werkloosheid, de jongeren vervelen zich, mede omdat er ook weinig andere culturele activiteiten zijn op eender welk gebied. En daarom is voetbal daar werkelijk een religie geworden. Ze hebben niets anders!”
Maar waarom geven diezelfde omstandigheden dertig jaar geleden aanleiding tot de Beatles en die hele Merseybeat-opbloei en nu tot geweld? Tijdsgeest?
Roger De Bree: “Ik denk van wel. Iets heeft een tijd nodig om te rijpen. Het voetbalgeweld is niet nieuw. Al in het begin van de jaren zeventig duikt het op. Maar het is steeds erger geworden”.
Professor Verhellen is het daar niet mee eens: “Ik ben niet in Liverpool geweest, maar ik heb toch de indruk dat het Liverpool van nu, niet dat van de jaren zestig was. Toen hadden wij de indruk dat het daar werkelijk een paradijs was, ook economisch”.
Maar die droom van “the golden sixties” is toch al lang weerlegd?
Verhellen: “Ja, maar dat was niet alleen economisch. Voor mij betekent dat nog altijd hoofdzakelijk de idee dat de jongeren iets konden doen, zelfs zodanig dat hun entousiasme ook volwassenen aanstak. Denk aan de provobeweging bijvoorbeeld, dat was zeker niet uitsluitend – zelfs niet op de eerste plaats – een jongerenbeweging. En nu krijg je het omgekeerde. Dat uitzichtloze beeld dat jongeren nu hebben, daar herkennen volwassenen zich in. Vergeet niet dat de meeste van die volwassenen ouders zijn en als die ook maar iets voelen voor hun kinderen, dan weten die ook wel dat dat toekomstperspectief er allesbehalve rooskleurig uitziet. En dan zie je dat volwassenen en jongeren zich tot een item verenigen, in dit geval hooliganisme. Terwijl in de golden sixties de creativiteit een kans kreeg. Niet dat die er nu niet meer is, maar het beleid staat daar haaks op.
Welke generatie-verschrijdende items zijn er nu? Kernenergie, de milieuverwoesting, daar kunnen jongeren en ouderen het allemaal over eens zijn. En dan moet je eens zien hoe de overheid daar naar kijkt en hoe deze opvattingen van hoe onze maatschappij er morgen moet uitzien in de verdomhoek gedreven worden. Als men zich nog maar vragen stelt rond kernenergie, is men al verdacht. Daar staat tegenover dat driekwart van onze nieuwsberichten de lezers, kijkers of luisteraars met een vijandbeeld bombardeert. Dat gaat van de grote Oost-West-verhoudingen tot details als het voetbal: wij zijn de goeien, de anderen de slechten. De affaire Voeren wordt in kranten van diverse strekkingen gebruikt om latent een vijandbeeld te creëeren. Politiekers worden opgevoed als vijanden. Daar moeten we tegen zijn. En dan moet je eens de taal van de jongeren luisteren, en dat hoeven daarom nog niets eens extreme hooligans te zijn. Die zijn voortdurend bezig met een vijandbeeld. Zij vertonen voortdurend een gedrag alsof ze in het verweer moeten gaan. Denk aan de school. Hoe moet men hen daar leren mee omgaan met dat valse vijandbeeld? En dan wil ik het nog niet eens hebben over racisme en al die dingen.”
“HET ENIGE WAARAAN MEN HIER DENKT IS STRENGER STRAFFEN”
Alle drie de sprekers wijzen dan ook op de gebrekkige wetenschappelijke aanpak van de (jeugd-)criminaliteit. Ook dàt is een bewuste keuze van de overheid.
Luc Van den Bossche: “De overheid moet reageren op twee niveaus. Het spreekt vanzelf dat men niet kan zeggen: OK jongens, dat hooliganisme loopt uit de hand, nu gaan we eerst even studeren en dan zullen we wel maatregelen nemen, de slachtoffers die in die vier jaar vallen, da’s tegenslag, maar tot daar toe, we zullen bloemen sturen als er een begraven wordt of een oog verliest. Je moet daarnaast dus ook onmiddellijk reageren. Maar hier in België blijft het daar ook bij. Men doet enkel een misdaadbestrijding, maar men doet geen enkel onderzoek naar de eventuele toename van het geweld en hoe dat gedifferentieerd is. Het enige waaraan men hier denkt is strenger straffen. Het heeft natuurlijk wel een psychologisch effect, hé. Er gebeurt iets, de bende van Nijvel of zo, en dan komt daar een minister op televisie zeggen: lap, we doen er 300 man bij. Dat helpt natuurlijk niks, hé, maar Jef in zijn zetel die denkt: ferme gast, die minister, die laat er ook geen gras over groeien. Let op, ik zeg niet dat de misdadiger niet moet gestraft worden, hé. Maar men moet toch de problemen in zijn globaliteit zien en daarom heb ik wel bewondering voor de manier waarop men de zaken in vlugge aanpakt. Ook bijvoorbeeld van hun zienswijze op provocaties door de politie zelf betreft. Het ongewapend zijn bijvoorbeeld. Dat is in België werkelijk revolutionair, want hier is juist de tendens dat zelfs de agent die het verkeer staat te regelen een riot-gun zou moeten hebben.
Nogmaals, dit wil alweer niet zeggen dat de politie altijd ongewapend moet zijn, integendeel. Ik ben de eerste om te zeggen dat je niet met paard en kar achter een Porsche moet rijden. Maar je kan toch niet vragen van elke agent dat hij een atleet eerste klas is, zeker? Natuurlijk, bij de aanwerving moeten ze een aantal fysieke proeven afleggen. Maar je moet ze dan eens zien, tien jaar later. Ik wil de meeste rijkswachters van dertig jaar “pakken”, hé, in ’t lopen, in al wat je wil. Omdat ze twintig kilo te zwaar zijn natuurlijk.
En hoeveel keer schiet zo’n agent? In Gent is dat gemiddeld 6, 7 kogels per jaar. Die kan dus even goed schieten als ik op de kermis. Als men die een riotgun in zijn pollen duwt, tekent men die man zijn doodvonnis, want hij gaat hoegenaamd niet kunnen rivaliseren. Overigens, zo’n overval zoals in Aalst, dat is Starsky and Hutch niet, hé, die steeds ter plaatse zijn, juist als er iets gebeurt. Dat duurt maximum zeven minuten. Een interventieteam kan op die tijd niet ter plaatse zijn, men moet daar niet over zeveren. Dat is dus allemaal maar voor de show. Wetenschappelijk onderzoek daarentegen is veel minder spectaculair natuurlijk. Dat patrouilleren ’s nachts bijvoorbeeld lost weinig op en kost veel. Bovendien is er dan ook het blind controleren van mensen. Eén van de gegevens is dat een persoon alleen weinig misdaden pleegt, maar daar stoort men zich niet aan. Men moet gewoon twee à drie man per halfuur controleren en dat gebeurt dan ook. In Mechelen doet men nu een experiment. Daar heeft men de politie per wijk opgesplitst in kleinere eenheden en die zijn ook voor de nachtveiligheid verantwoordelijk. Dat heeft op z’n minst al het voordeel dat die het verschil kunnen maken tussen wie er thuis hoort en wie niet”.
“DE POLITIE KAN GEEN DUBBEL GELAAT HEBBEN”
Het (gebrekkige) politie-optreden is uiteraard ook een stokpaardje van commissaris De Bree. Hij maakt daarover trouwens een doctoraatsverhandeling. Voor ons zet hij daarvan vlug even de hoofdlijnen uiteen.
Roger De Bree: “De politie kan geen dubbel gelaat hebben. De ene dag met de helm op het hoofd en de wapenstok in de hand erop kloppen en de andere dag de vriendelijke wijkagent spelen, dat kan niet meer. Dat heeft trouwens ook maar kort geduurd. We hebben de drama’s gezien in Nottingham vorig jaar met de mijnwerkersstaking. Daar is het politie-imago van de vriendelijke bobby niet gelijkgemaakt met de grond maar in de grond geboord. En je denkt toch niet dat ze al dat materiaal, die waterkanonnen, die rookbommen, …, dat ze die plotseling te voorschijn hebben getoverd? Nee, die waren reeds lang aanwezig, ze waren daarmee getraind. En toch is dat naar buiten uit, ook voor ons, steeds het symbool geweest van de rustige, flegmatieke agent. Dat gaat nu niet langer meer. Ofwel is men politieman, geïntegreerd in de maatschappij waarop iedereen een beroep kan doen, noodzakelijk om bepaalde dingen in evenwicht te houden, ofwel stelt de politie zich op als ‘ordetroep’, maar dan is het volgens mij geen politie meer. Ik opteer voor het andere soort politieman dat dan bijvoorbeeld ook een grotere rol kan spelen in de derde fase (zie hoger, red.) die van de opvang, maar daarvoor moet je wel het vertrouwen genieten van de mensen. En dat kàn natuurlijk niet met een knuppel. Ik zeg niet dat het soms niet nodig is van die te hanteren, maar het kan niet door dezelfde persoon gebeuren. Dat neemt men niet meer. Maar voorlopig moeten we nog zo verder, vandaar dat we het vertrouwen niet meer hebben van de mensen en ook het respect niet meer, al is dat dan weer iets anders.
Aan zo’n nieuwe aanpak wordt echter niet op gestructureerde basis gewerkt. En dat moet je begrijpen, want dat kàn niet zonder een beschuldigende vinger uit te steken en de verhouding tussen de politiefunctionarissen in België en diegenen die over de politie beschikken laat zoiet niet toe. Men spreekt veel over extreme controle op de politie. In Scandinavië bestaat het al, in België is men erover aan het nadenken. Dat is een gemengde groep, bestaande uit politiefunctionarissen, afgevaardigden van het gemeentebestuur maar ook gewone burgers, die klachten onderzoekt die mensen hebben ingediend tegen de politie. En laat de politie zich dan verdedigen, want vaak is het door een gebrek aan middelen, zodanig dat er begrip ontstaat voor de moeilijkheden waarvoor ze zich soms geplaatst zien”.
00Professor Verhellen sluit zich daarbij aan: “Dat is ook zo bij de wetenschappelijke onderzoekers. Ook die durven vaak geen beschuldigende vinger uitsteken omdat dit hun eigen onderzoeksproject op de helling zet. Maar eigenlijk zou dit niet mogen, al was het maar alleen maar omdat die onderzoeksresultaten niet als beschuldiging zijn bedoeld maar als waarschuwing. In de zin van: jongens, stop ermee, doe het anders of … Maar toch moeten we vaststellen dat onderzoeksploegen die dat aandurven geen centen meer krijgen. En zo is dat ook op andere terreinen. Ik moet bijvoorbeeld de eerste parlementaire vraag nog zien over de leerplichtverlenging. Is daar ooit over de leerling gepraat? Over diegene waarvoor het eigenlijk moest dienen? De parlementairen weten niet wat ze daar gestemd hebben, bij wijze van spreken. Die verlenging moest er komen om externe redenen, onder meer om de werkloosheidscijfers te drukken, maar niemand heeft ook hier zijn vinger opgestoken, beschuldigend of niet.
Het jeugdmoratorium (‘later’) wordt ontzettend verlengd, onder meer door de schoolplicht. Maar door de werkloosheid gaat men er pas erg laat en in vele gevallen zelfs nooit bijhoren. Dit is werkelijk een tijdbom onder onze cultuur. Op de koop toe wordt ook de sociale zekerheid bij jongeren afgebroken, zodanig dat ze langer afhankelijk blijven van hun ouders. Trouwens ook de arbeidsethos moet herzien worden. Hier is zeker een taak weggelegd voor de vakbonden, die met hun huidige terminologie omtrent tewerkstelling bij de jeugd totaal niet meer aankomen. Jongeren zijn niet de rijkdom van morgen, zoals men wel eens zegt, ze zijn enkel wat ze nu zijn. Het is dan ook ons aller opdracht de jongeren terug in de maatschappij te brengen”.
VANDALISME: VERVELING OF VERZET?
We hoeven er niet meer aan te herinneren: het vandalisme – en dan meer specifiek bij de jeugd – heeft ongekende afmetingen aangenomen. In Nederland bijvoorbeeld bedraagt de jaarlijkse schadepost aan openbare en particuliere eigendommen naar schatting zo’n 500 miljoen gulden. En dan zijn de kosten van preventie, vervolging en beheersing hier niet eens in begrepen. Niet te verwonderen dus dat het uitstekende Nederlandse maandblad “Jeugd en Samenleving” er een themanummer aan wijdde.
Na een redactioneel standpunt (overtolkt door Hans van Ewijk) waarin men hem wijst op het “universele” van de vernielzucht in de mens (“Het leren beheersen van de drang om te vernietigen is een essentiële voorwaarde voor het samenleven”), op de toename ervan in de huidige maatschappij (zelfs van de “zelfvernietiging op het individuele vlak – verslavingsgedrag, zelfmoord, riscant leven”) en het soort van vicieuze cirkel die ontstaat (“Vandalisme gevoelige objecten moeten verstevigd zo niet verwijderd worden. De franje in de vorm van groenvoorzieningen en kwetsbaar materiaal verdwijnt in de menige binnenstad en buitenwijk. Vandalismebestrijding kan leiden tot een iets minder toegankelijke en minder vriendelijke samenleving: meer politiecontrole, forser optreden, een zekere verharding, minder open zijn van openbare gebouwen, speelpleinen, sportterreinen, sociaal-culturele voorzieningen, disco’s en kroegen”), geeft Josine Junger-Tas in “Oorzaken van vandalisme” een overzicht van de onderzoeken naar en theorieën over de achtergronden van vernieldrang. Klasse en jeugdcultuur spelen daarbij minder een rol dan vaak wordt aangenomen (denk maar aan de “costard-hooligan” van Turijn die in het Heizelstadion op de politie vuurde. Neen, een hele of halve mislukte schoolloopbaan blijkt een belangrijker rol te spelen.
Hoe belangrijk de toename van het vandalisme wel is, blijkt uit “Tekenen aan de wand” van Jan van Dijk. Tegenover een verviervoudiging van de algemene criminaliteit sinds 1970 (op zich ook al een verontrustend cijfer!) staat een vernegenvoudigd van het aantal geregistreerde vernielingen. In “De ene vandaal is de andere niet” pleit Albert R. Hauber voor een beleid dat onderscheid maakt tussen “laagvandalisten” en “hoogvandalisten”. De eerste, grote groep vraagt om een “strengere consequentie aanpak”, de tweede, bestaande uit jongeren die op verschillende punten in de problemen zitten, om een individuele aanpak.
Er zijn in Nederland enkele onderzoekers en ambtenaren die zich dagelijk in hun beroep bezig houden met vandalisme-preventei en -bestrijding. Maurice Van Lieshout vroeg hen naar hun visie op vandalisme en maatregelen om vernielingen te voorkomen. Uit de titel “Duidelijk maken waar de grenzen liggen” valt reeds een en ander af te leiden, maar het zijn vooral Bas de Jong en Wiel Veugelers die naar concrete maatregelen peilen (respectievelijk bij het gemeentebeleid en in het onderwijs), alhoewel toch ook van Lieshout nogmaals met een voorbeeld uit de praktijk uitpakt, namelijk het anti-vandalencentrum en Buro Halt in Rotterdam, waar gepakte jongeren heen worden gestuurd voor een alternatieve straf. “Verkering krijgen of voortijdig corrigeren” luidt de remedie.
YOU’LL NEVER WALK ALONE
De meest bekende vorm van vandalisme waarmee we echter de laatste tijd worden geconfronteerd is ongetwijfeld dat van de zogenaamde “hooligans” (als vertaling is “voetbalsupporters” totaal ongeschikt, lijkt me). Het is dan ook interessant dat dit extra-dikke themanummer afsluit met een “case-study” van Wouter ter Haar die in “We doen het om de kick” jonge “supporters” aan het woord laat. De grote clubs en hun “sides” staan voor hen model en niet zelden wordt de Liverpool-tune “You’ll never walk alone” (eigenlijk uit de Hollywood-musical “Carrousel”, maar in 1963 door de Merseybeatgroep Gerry and the Pacemakers tot een hit gezongen) overgenomen, ook al beseffen de hooligans zelf wellicht niet dat ze daarin ook hun meest kwetsbare punt aangeven: “Je zal nooit alleen staan”. en inderdaag, zoals Hans van Ewijk stelt in zijn editoriaal: “Vandalisme leeft van de anonimiteit. De vandaal mijdt een confrontatie. Hij moet het hebben van de zekerheid dat zijn pakkans minimaal is. Vandar dat het aannemelijk is dat een persoonlijke confrontatie een zinvolle tegenzet is”.
Een uiterst leerzam nummer dus waarin uiteraard nog veel meer staat dan we in deze korte samenvatting kunnen aanstippen, maar toch tot slot ook een vleugje kritiek. Gezien de redenering dat vandalisme “van alle tijden” is, is men misschien iets te rap geneigd om te stellen dat het “onvermijdelijk” is, vooral als men zich de zin “Het geluid van rinkekend glas heeft wel iets” laat ontvallen. Dit doet mij nu net iets te veel denken aan de punk die destijds ontevreden was over onze reeks “pop en fascisme” en die stelde dat “swastika’s en dergelijke hoe dan ook een zekere fascinatie uitoefenen”.
Neen, dan zouden wij eerder nog eens op het standpunt willen wijzen dat Jan Turf in de rv nummer 23 vertolkte naar aanleiding van het Heizeldrama. Hij wees op “de blinde afkeer (van ‘de staat’, ‘de politiek’, ‘de democratie’) die een makkelijke voedingsbodem vormt voor blind geweld. Maar tegelijkertijd zijn het de thema’s die rechts via al haar kanalen dagelijks ontwikkelt en die een voedingsbodem geven aan nieuw rechts en uiterst rechts. De aanwezigheid van neo-fascisten onder de herrieschoppers valt dus in een verband te plaatsen”. Het is jammer dat dit gezichtspunt niet wat meer onder de loep is genomen.
HALT OF IK SCHIET MET MIJN KATAPULT!
Van een lezer kregen wij een copie toegestuurd van een verslag van ene agent-brigadier uit Stabroek. Fiers genaamd, dat in opdracht van de politiecommissaris naar burgemeester Kerstens werd gestuurd. In dat verslag dringt brigadier Fiers aan op een betere bewapening van de gemeentepolitie. Ook vraagt hij meer faciliteiten opdat de agenten er beter zouden mee leren omgaan. Een en ander kost natuurlijk geld en een derde onderdeel van het verslag bestaat dan ook uit een tamelijk nauwkeurige kostenberekening.
De bedoeling van onze lezer is duidelijk: wij worden verondersteld te steigeren bij dergelijke militaristische eisen. Is het evenwel allemaal zo erg als het in deze korte samenvatting misschien wel lijkt?
Zo is de argumentatie geheel en al gebaseerd op de toename van het gangsterisme. Nergens brengt Fiers het in linkse kringen zo gevreesde optreden tegen stakingspiketten of zo ter sprake. Nu hoor ik je al zeggen: hij zou wel gek zijn. Maar we mogen niet vergeten dat dit verslag niet voor publikatie is bestemd en de steller hoeft zich dan ook helemaal niet te bekommeren om de publieke opinie.
En is het soms niet waar dat het gangsterisme zich verplaatst heeft tot ook buiten de grootsteden. Worden er dààr soms geen bank- of postovervallen gepleegd? Om verdorie nog te zwijgen van de overvallen op vakbonden die hun leden hun werkloosheidsvergoeding uitkeren. En men kan toch moeilijk veronderstellen dat de politie bandieten zal kunnen tot staan brengen door te roepen: halt of ik schiet … met mijn katapult!
Slechts één keer hebben wij onze wenkbrauwen gefronst. Naast het dienstwapen moeten agenten soms kunnen beschikken over wapens voor “speciale opdrachten”, mitrailleurs met andere woorden. Welnu, uit het rapport blijkt dat sedert FN-Herstal is gestopt met de produktie van de UZI-mitrailleurs, deze worden vervangen door de zogenaamde “Riot-geweren”. Nu kan het natuurlijk toeval zijn (misschien bestaat er zoiets), maar het is toch wel interessant om te weten dat “riot” het Engelse woord is voor “rel” …
Overigens blijkt de Stabroekse politie de enige in het Antwerpse te zijn die nog niet over dergelijke geweren beschikt en Fiers stelt niet voor ze aan te schaffen, hij geeft de voorkeur aan een “Mösberg”. De berg heeft dus een mös gebaard …
WAARSCHUWING
Het op het Heizelproces door advocaat-generaal Vandemeulebroeke uitgesproken requisitoir is niet te verwarren met de beleidsopties die door de wetgever moeten worden bepaald maar er wordt wel een mening geventileerd die meer is dan de mening van de eerste de beste voorbijganger. Andermaal is duidelijk dat men met het netelige vraagstuk van het geweld in en om het stadion vele kanten op kan. Sommigen hoopten nochtans dat er na het indringend wetenschappelijk onderzoek dat op last van de overheid door de Leuvense universiteit werd uitgevoerd een consensus zou groeien. Misschien komt dat ooit nog wel maar intussen blijkt alvast de advocaar-generaal niet met alle resultaten van het onderzoek mee te gaan. Zo ziet hij met name een veel duidelijker verband tussen het instrumentale geweld op de grasmat en de herrie in de toeschouwersrangen en lijkt hij anderzijds tegen te willen spreken dat hooliganisme en vandalisme alleen maar ten gronde kunnen worden opgelost als er ook iets aan de onderliggende sociale context wordt gedaan. Het is overigens jammer te moeten vaststellen dat op het Heizelproces de scheiding tussen hooliganisme en vandalisme nog altijd heel wazig blijft. Sinds het Leuvense onderzoek weten we nochtans dat hooliganisme slaat op georganiseerd geweld terwijl dat bij vandalisme helemaal anders ligt. Het onderscheid kan academisch lijken maar is het niet. Praktijkgerichte specialisten zoals de Brugse commissaris De Bree geven onder meer aan dat de aanpak van hooliganisme en vandalisme compleet verschillende eisen stelt.
Via secretaris-generaal Courtois heeft de voetbalbond al laten weten veel respect te hebben voor de aanbevelingen van Vandemeulebroeke. Dat is een beleefde manier om duidelijk te maken dat de bond in Vandemeulebroeke niet direct een deskundige herkent. Daarin zou men wel eens gelijk kunnen hebben. Men kan er in komen dat een advocaat-generaal bij het aanschouwen van instrumenteel geweld op het terrein vlug aan processen en juridische vervolging denkt maar de praktische uitwerking zou wel eens moeilijk kunnen blijken. Of moest men zich daarbij voorstellen dat in een nabije toekomst alle wedstrijden zouden worden gevolgd door een officier van de gerechtelijke politie, die bevoegd is om tegen de overtreder stappen te ondernemen?
Dat anderzijds de supporters die de zogenaamde spionkop vormen ook zonder feitelijke geweldpleging onder de betichting van “bendevorming” kunnen worden opgepakt, klinkt misschien goed maar is veel te algemeen en behoeft veel concretere en ergere afspraken zoals jaren terug nu al (en met succes) door (onder meer) De Bree werd verdedigd.
VEILIGHEID IS DUUR
Het veiligheidsprobleem is allicht het neteligste vraagstuk van de moderne sportbusiness. Het is, zeer zeker, ook een dure zaak. Het is niet de eerste keer dat de vraag rijst of de gemeenschap voor deze kosten kan worden aangesproken. De eis van nagenoeg volstrekte zelfvoorziening waarmee de advocaat-generaal het professionele voetbal en de hele spektakelsport lijkt te willen belasten, heeft echter consequenties. Het zou het organiseren van grote competities en evenementen onmogelijk kunnen maken. Wat niet door iedereen in dank zal worden afgenomen.
Jaak BEUCKELAERS: Het zijn steeds dezelfde vragen die terugkeren. Moet of kan de (spektakel)sport – zoals zovele andere facetten van ons culturele leven – worden gesubsidieerd? Beter zou het misschien zijn te peilen naar de grenzen die aan het subsidiëringsbeleid moeten worden gesteld. Niet alles is immers op de gemeenschap te verhalen en de sportwereld heeft in bepaalde gevallen de grenzen van het fatsoen al bereikt. Of overschreden. het zou voor de managers van de sportscène nuttig kunnen zijn de waarschuwing die van de boodschap van de advocaat-generaal uitgaat ernstig te nemen.
Piet Wittewrongel: Ik denk dat hooliganisme een systeem is om de aandacht af te leiden van de werkelijke problemen die zich voordoen in de maatschappij. Ik denk aan geweld in de stadions. Waar heb je het meeste geweld? In Engeland. En waar in Engeland? Wel, in de grootsteden waar de grootste werkloosheid heerst. Die mensen lopen hele dagen gefrustreerd rond en in plaats van naar de oorzaken van die frustraties te gaan, reageren zij zich af op de sportvelden. Of mensen die heel de week stompzinnig werk doen en die…
Rik Van Cauwelaert (onderbreekt): Je denkt toch niet dat wij aan ons blad beginnen met de gedachte van “nu moeten wij die explosieve massa eens gaan afleiden want anders gaan die…”. Zo beginnen wij er niet aan, dat is ook een valse voorstelling van de zaken.
Piet Wittewrongel: Neenee, absoluut niet, maar ik bedoel dat zolang de economische crisis niet zal opgelost zijn dat het geweld rond de sportstadions ook niet zal opgelost zijn.
Rik Van Cauwelaert: Maar omdat je het aansnijdt wil ik er toch wel op ingaan. Het is duidelijk en dat is uit onderzoeken gebleken, het is trouwens hetzelfde geval in Nederland, dat veel van die rellen aangestoken worden door jongeren van de National Front, dus een extreem-rechtse organisatie. Daar waar als het zou komen uit de frustratie van werkloosheid en weet ik wat, ik het eerder van de andere kant zou verwachten zo te zien. Want hier is het dus duidelijk… ik zou bijna durven zeggen een complot.
Piet Wittewrongel: De maatregelen bijvoorbeeld die men voor Club Brugge allemaal genomen heeft, in feite, bestrijden enkel de symptomen. Wij gaan niet naar de oorzaken van dat geweld.
Rik Van Cauwelaert: Ik denk niet dat de voorzitter van Club Brugge de oorzaken kan bestrijden. Hij kan er alleen maar voor zorgen dat er in zijn stadion geen mensen worden neergestoken. Dat is het enige wat hij kan doen. Nu, de rest moeten wij doen, dat kan alleen uit onze stemmen blijken in het stemhokje, hé…
Piet Wittewrongel: Maar wie naar het “Kraaienest” geluisterd heeft, heeft ook gehoord dat het in feite iedereens probleem is, zowel van de voorzitter als van de politie, alsook van de pers…
Rik Van Cauwelaert: Maar die kan de oorzaken niet wegnemen!
Piet Wittewrongel: Oók van de pers want er heeft daar bijvoorbeeld telefonisch een man gereageerd dat het in feite zou moeten gedaan zijn, dat men die vedetten zo opblaast tot ‘k weet niet wat, dit toch ook maar gewone mensen zijn. Het heeft mij al geïntrigeerd toen ik nog basketbal speelde, hoe dat eigenlijk mensen zo fanatiek kunnen doen op velden. Het basketveld dan nog maar? Je zit daar ingesloten, in een kleine ruimte, veel supporters en zo. Het is eigenlijk… je moet dat een keer observeren, dat is eigenlijk vreemd hoor, men zit daar te roepen voor u en bijvoorbeeld van een andere ploeg wordt er iets moois gedaan en dat wordt niet geapprecieerd. Hoe komt dat eigenlijk? Nochtans een speler van een andere ploeg kan iets veel mooier of iets veel beter doen en dat wordt zelfs niet geacht. En die supporters worden tegen elkaar opgehitst. Zelfs spontaan, er zit zelfs niemand achter, maar wat zit er daar eigenlijk achter, wat, hoe komt dat eigenlijk?
Nigel Kennedy: “Ik denk niet dat het veel met voetbal te maken heeft, ik denk dat het voortkomt uit vage, politieke motieven, uit pogingen om de maatschappij te ontwrichten. (…) De hooligans gaan niet voor het voetbal. De meeste ellende speelt zich ook buiten het stadion af. Ik denk dat de maatschappij jonge mensen onvoldoende kansen geeft in het leven. Dat maakt ze agressief en dan zoeken ze naar een geschikte plaats om die woede te uiten. (…) Als het geweld zich niet bij het voetbal zou afspelen, kreeg je het ergens anders.” (DS Magazine, 2/7/1993)
Tijdens het voorbije voetbalseizoen zijn er bij één op drie wedstrijden in eerste klasse moeilijkheden geweest, waarbij politie of rijkswacht diende tussen te komen. Een record. Van de 101 incidenten is bijna de helft zuiver op rekening te schrijven van het hooliganisme. Het zijn ook de ernstigste incidenten…
Roger De Bree: Dat neemt natuurlijk niet weg dat men zich kan afvragen waarom men nu juist een supporter van een tegenpartij als een vijand moet zien. Waarom zouden Italianen en Engelsen eigenlijk niet naast elkaar mogen? Wat heeft dat nog met voetbal te maken? Hierbij denk ik dan op de eerste plaats aan de wedstrijd Club Brugge-Rapid Wien die een lust was voor iedere echte voetballiefhebber. Omdat Club echter verloor, werden de spelers van Wien na afloop uitgefloten! Waarmee ik nu ook weer niet wil zeggen dat alle supporters van Rapid Wien zo’n engeltjes waren. Van de vijftig hooligans die waren meegekomen hebben we er 47 kunnen identificeren en achter slot zetten. Enfin, eerlijk gezegd hebben ze ons zelf een beetje geholpen door nog voor de wedstrijd met spuitbussen in de stad te trekken. We werden daarvan verwittigd en meteen hadden we er twintig vast. Die hadden o.m. bij zich: traangas C5000 waarvan men blind kan worden, fusee-afvuurmiddelen die alleen de hulpdiensten in de Alpen mogen gebruiken, knuppels die zo mooi waren dat mijn Oostenrijkse collega er één heeft gehouden voor zijn verzameling, en verder de klassieke steek- en andere wapens. Dit alles lag ook gewoon in de netjes van de autocar. En nog een anekdote: er bleek ook een politieman tussen te zitten. Onze manschappen hebben dan de onvoorzichtigheid begaan door naar die collectieve cellen te stappen en te roepen: “Du, Polizist, komm, frei!” Die man heeft daar uiteraard een toneelstukje opgevoerd in de zin van “ik ben solidair, ik ben hier voor het voetbal, ik verlaat mijn kameraden niet”, terwijl hij er door die van ons bijna werd uit gesleurd. Maar het spreekt vanzelf dat de anderen reeds lang lont hadden geroken: wat is dat hier? Een infiltrant!
Hoofdcommissaris Van De Weyer van de Antwerpse politie: “Het is jammer dat een initiatief als de beiaardconcerten (!), dat eigenlijk model stond voor zomerse gezelligheid en ontspanning, nu voor velen een uitvlucht is om hier de boel op stelten te komen zetten. Er is een analogie met het voetbal, waarbij de rellen ook niets met het spel te maken hebben.” (“Het Laatste Nieuws” van 19/8/1992)
Ondanks de incidenten in de stad of tijdens de verplaatsing voor of na de wedstrijd is het opvallend hoezeer de moeilijkheden in de stadions zelf toenemen. De reden daarvoor ligt (letterlijk) voor het rapen: de infrastruktuur van de meeste stadions is ronduit slecht en losliggende stenen slingeren overal rond.
00Luc Van den Bossche: Terloops wil ik ook nog even wijzen op de verantwoordelijkheid van de UEFA, de Europese voetbalbond. Die heeft het veld van de Heizel geïnspecteerd om elf uur. Nu weet u zo goed als ik dat Brussel tal van goede restaurantjes telt. Ik zat trouwens die middag in Le Chapelier samen met Tobback en Defraigne en op de Grote Markt zagen we reeds pakken Engelsen die zo zat waren als een kanon. Nu die mensen van de UEFA die zaten blijkbaar al meer met hun gedachten bij het aperitief dan bij wat anders. Uiteindelijk komt het zowel bij de Belgische voetbalbond als bij de UEFA slechts op één ding neer: hoeveel komt er binnen in de kassa? Want die bonden zijn rijker dan je denkt. Vandaar dat men bij de toewijzing van het Heizelstadion enkel daaraan heeft gedacht. Zelfs Mundeleers, toch een mens van een zekere leeftijd, kon met zijn linkerhand zo maar stukken beton afbreken van de paaltjes die daar stonden. Je moest dus zelfs geen wapens binnensmokkelen!
60 michel louwagieMichel Louwagie, secretaris van A.A.Gent: Wij zijn niet blind voor de problematiek die zich aandient in de voetbalstadia. Wij zijn er ons van bewust dat er een zeker delinkwent gedrag ontstaat bij bepaalde jongeren en we vinden dat we zoveel mogelijk moeten helpen om dat te bestrijden. Maar het motto moet toch zijn: beter voorkomen dan genezen? Vandaar dat fan coaching project. Dat wil echter niet zeggen dat als er toch nog delinkwent gedrag optreedt er dan geen maatregelen zouden mogen worden genomen. Maar het zal op zich al een succes zijn als we erin slagen die harde kern beperkt te houden, dat we ervoor zorgen dat ze niet aangroeit. Als het fan coaching project erin slaagt die “stagiairs”, zoals ze dan zeggen, ervan te weerhouden dat ze uiteindelijk van die harde kern gaan deel uitmaken, dan is het zeker aan ons om daaraan mee te werken. Het verwijt van de “gewone” supporters dat we die mannen “in de watten leggen” is dus zeker uit den boze. Dat ze b.v. een eigen clubhuis krijgen is juist wat de gewone supporters wensen, dacht ik. Zij hebben immers ook een clubhuis en ik denk dat het in het belang van alle betrokkenen is dat we die van elkaar scheiden. De jeugd heeft nu eenmaal een andere ingesteldheid dan de oudere mensen. En de hoofdreden is hoe dan ook de onkosten die aan de veiligheidsproblematiek zijn verbonden, te drukken. Volgens de burgemeester kan het niet zo zijn dat hier honderden politiemensen dienen te worden ingezet. Dat kost veel te veel. Want dat delinquent gedrag komt niet door het voetbal, hé. Ze voelen zich uitgesloten uit de maatschappij en ze komen hun agressief gedrag dan hier afreageren.
– Ja, dat is allemaal wel juist, maar toch kan je je afvragen of het gedrag van spelers op het veld er geen invloed op heeft. Er zijn b.v. toch ook af en toe wel eens relletjes op popconcerten, maar veel minder dan men in verhouding zou verwachten?
Michel Louwagie:
Als er zich op het veld een situatie voordoet die niet naar hun zin is, gaan ze daar inderdaad misbruik van maken. Maar dat wordt toch wel in de hand gehouden door het feit dat de spelers door de voetbalbond verwittigd zijn dat ze niet meer van het terrein mogen lopen of de supporters uitdagen. Een speler die voorbij de eindlijn loopt, die krijgt nu een gele kaart en dat heeft wel duidelijk invloed. Een eigen vak? Ze stellen zich momenteel allemaal op in vak V2, dus hebben ze de facto een eigen vak. Die compartimentering is trouwens uitgegaan van de minister van binnenlandse zaken Tobback, om op die manier de eigen en de bezoekende supporters uit elkaar te houden.
Ook Hugo Claus vindt dat hooliganisme niets met het voetbal als zodanig heeft te maken, maar met “een sociale toestand die dergelijke wandaden in de hand werkt.” Hij heeft ook een remedie: “Het zou trouwens nog eens oorlog moeten worden voor al die jonge herrieschoppers. Zouden ze zich dan aan het front onder mekaar kunnen laten verminken of erger.”
Interviewer Roland Lebuf van “Het Nieuwsblad” (6/3/1987): “Dat meen je niet?”
Claus (denkt lang na, krijgt een lichte blos op de wangen): “Nee, eigenlijk niet echt. Al zie ik niet veel andere remedies tegen de kwaal.”

Beperkte bibliografie
Ronny De Schepper, Hooliganisme in België, De Rode Vaan nr.47 van 20 november 1986
Ronny De Schepper, “Een tijdbom onder onze cultuur”, De Rode Vaan nr.48 van 27 november 1986
Umberto Eco, A spectre at the Baal game, The Guardian, 7/6/1986.
J.Tolleneer & Bart Vanreusel, Sport en agressie: Eco-logische beschouwingen, Kultuurleven nr.8 van 1986.

3 gedachtes over “Hooliganisme in België

  1. “In Tienen hebben vijftien supporters onlangs als alternatieve straf het stadion moeten opknappen. Het onkruid wieden en zo. En dat hebben ze heel graag gedaan.
    – Pardon? In Tienen? Die moeten toch zowat in bevordering spelen of zo?”

    euhm en vanwaar haalt gij uw informatie als ik het weten mag?
    15? alternatieve straffen?
    het is mss een late reactie maar het slaagt op niets
    Niemand vd tiense supps heeft alternatieve straffe gekregen
    zonder enig vorm van eerlijk proces hebben er een 20-tal stadionverbod gekregen van 3 maand tot 3 jaar, wie in beroep ging kreeg nog meer zonder eigelijk bewijs te zien
    de laatste 4 stadionverboden waren schandalig, gewoon geplukt uit het volk en daar sta je dan

    Like

  2. Met “plezier” Dhr Debrees zijn aanpak over de East Side gelezen. Vermits ik indertijd ooggetuige was van nogal veel feiten die hij opsomt toch misschien even deze bemerking: toen hij het plan opvatte om tijdens Club-Seraing (na die fameuze club anderlecht) het hele vak te identificeren en effektief ook uitvoerde waren daar zeker een 150 tal man van op de hoogte.

    Debree heeft inderdaad wel wat kunnen afremmen, maar hij hoeft zeker niet teveel pluimen op zijn hoed te steken. Zie maar eens naar de uitmatchen van Club in Europa en Beker Van Belgie wedstrijden finales).

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s