Het is vandaag precies vijftig jaar geleden dat Death in Venice (ItaliaansMorte a Venezia) een film van de Italiaanse regisseur Luchino Visconti in première is gegaan. De film is gebaseerd op de novelle Der Tod in Venedig van de Duitse auteur Thomas Mann. In Nederland en België werd de film destijds uitgebracht als Dood in Venetië.

Morte a Venezia. Je moet niet van Venetië houden om dol te zijn op deze film uit 1971 van Luchino Visconti. ‘Dood in Venetië’. Naar de roman van Thomas Mann ‘Der Tod in Venedig’ (1912). Het scenario volgde zeer trouw het kleine boek van de Duitse auteur, met slechts één afwijking die belangrijk mag lijken maar het uiteindelijk niet was. Bij Visconti zou het hoofdpersonage Gustav von Aschenbach een componist zijn, in de roman was hij een schrijver. Maar de essentie bleef: een gevoelige, overgevoelige figuur, de esthetiek dreef van hun beider wezen, stijl en elegantie… Maar dit stelde Visconti wel in de gelegenheid tot enkele bijgevoegde dialogen over muziek en cultuur, én meteen wist hij zo de klemtoon te leggen op de gebruikte muziek. Want die is inderdaad essentieel. Dan hebben we het vooral over Gustav Mahler, het adagio van de vijfde symfonie, en een deel van zijn derde symfonie; maar ook de spetterende ballade ‘Chi con donne vole’ van Armando Gil.

De dood in Venetië… maar eerst voelt en weet de bejaarde Gustav von Aschenbach, hij logeert in het ‘Grand Hotel des Bains’ aan het Lido, zijn levenskrachten en emoties opfleuren. Dat gebeurt wanneer een Pools gezin eveneens zijn intrek neemt in het riante hotel en hij daar de 14-jarige zoon Tadzio opmerkt. Een beeld van een knaap. Homo-erotiek? Pedofilie? Esthetiek? De knaap staat in ieder geval als een symbool voor schoonheid, zuiverheid – maar onderhuids schuilt iets verdorvens of is dat slechts een vermoeden? Hij groeit niet uit tot een lustobject, Visconti blijft de relatie te zuiver benaderen. Al wou Warner Bros in eerste instantie de verfilming afschrijven wegens het onderwerp. Terwijl bij de galapremière te Londen Elizabeth II en prinses Anne enthousiast aanwezig waren om het project (financiële steun voor de stad Venetië) te onderschrijven.

Inderdaad, wanneer de bejaarde componist de knaap ziet opdagen, in het gezelschap van zijn moeder en broertjes en zusjes, is hij dadelijk getroffen door de engelachtige schoonheid, het frêle, maar ook reeds vaag sensuele dat de jongen uitstraalt. Hij is gecharmeerd, geboeid, verliefd, geobsedeerd… Op een reële ontmoeting stuurt hij niet echt aan. Wel tracht hij steeds weer, in het restaurant, op de boulevard, op het strand waar Tadzio met leeftijdgenoten speelt, een glimp van de knaap op te vangen. Is het ordinair gluren? Nee, dankzij de regie en mede door het schitterend camerawerk krijg je als toeschouwer de indruk dat het een zuiver spel blijft, een esthetisch genieten. Nooit – zo besef je – zal von Aschenbach toenadering zoeken, het lichamelijke aspect is nauwelijks aan de orde al is hij dolgelukkig met een glimp van verstandhouding, met een toevallig oogcontact. Natuurlijk danken we dit ook aan het subtiel acteren van Dirk Bogarde.

Wanneer Venetië bedreigd wordt door een uitbraak van cholera trachten de autoriteiten dit nieuws te verdoezelen om de toeristen niet op de vlucht te jagen. De componist heeft evenwel bevestiging van het nieuws; tijdens een avondlijke tocht merkt hij dat er voorzorgsmaatregelen getroffen worden. Hij plant zijn vertrek maar gaat eerst langs bij de barbier die ook zijn gelaat onder handen neemt (bijna wit) en zijn lippen roodt… hij ziet er uit klaar “om verliefd te worden” aldus de kapper! Hij besluit te blijven en licht, subtiel, Tadzio’s mama in over het naderend besmettingsgevaar – het gezin vertrekt in allerijl. In een dramatische slotscène zien wij hoe Tadzio op het strand een blik gunt aan Gustav, zich afwendt en naar de zon kijkt, zijn arm naar de zon uitstrekt. Von Aschenbach sterft, een hartaanval, of is hij een eerste choleraslachtoffer? Wellicht het hart, gezien er medisch gezien geen andere aanwijzingen zijn, maar het blijft (buiten de film) een onderwerp van discussie. Voor deze scène opteerde Visconti voor Mussorsky’s ‘Lullaby’, de componist von Aschenbach waardig.

Wie treffen we naast Bogarde nog aan in de cast? Nora Ricci als de gouvernante van het gezin. Silvana Mangano (1930 – 16.12.1989) als de moeder. Zij acteerde in meer dan veertig films o.m. in ‘Teorema’ en ‘Decamerone’ van Pasolini. En tenslotte uiteraard in de rol van de Poolse Tadzio: Björn Andrésen, Zweedse nationaliteit, °1955. Hij was zestien toen hij in deze film acteerde. Er zouden er nog zo’n twintig volgen maar hij werd vooral bekend als zanger. Hij had  het moeilijk om, gezien zijn uiterlijk én zijn rol als Tadzio,  het imago van homo kwijt te raken. Bovendien bleek hij als popzanger in Japan zeer succesvol maar daar werd hij meteen vooruit geschoven als het ideaal van de bishonen, androgyne jongeren – een cultus met kunstzinnige vertakkingen. Het werd hem helemaal teveel toen Germaine Greer zijn foto gebruikte voor de cover van haar boek ‘The beautiful boy’, weliswaar met toestemming van de fotograaf maar zonder Andrésen in kennis te stellen… Wij konden hem nog op het televisiescherm zien in een aflevering uit 2010 van de krimi ‘Wallander’. ‘Death in Venice’ verwierf de Gouden Palm te Cannes in 1971.

Johan de Belie

(uittreksel uit de 36ste aflevering van het Hoekje van Opa Adhemar)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.