Ik heb het al eerder gezegd: ik heb een hekel aan al die geforceerde Halloween-toestanden. Gewoon al omdat het zo weer een puur Amerikaans gebruik is dat aan ons wordt opgedrongen, maar de laatste tijd ook nog om een andere reden. Nog niet zo heel lang geleden, zei iemand op de radio n.a.v. alweer een geval van wat men dan noemt “zinloos geweld”: “We hebben wat minder Halloween en wat meer Allerheiligen vandoen.” De man voegde er ter verontschuldiging nog aan toe: “Sorry voor het katholieke jargon.” Maar zelfs bij een rabiate atheïst zoals mij hoefde hij zich niet te verontschuldigen voor zijn taalgebruik. We hebben immers inderdààd wat meer nood aan “Allerheiligen” dan aan “Halloween”! Enfin, voor wie toch niet zonder kan, die kan zich beter in de geschiedenis van het gebruik verdiepen en zo kom je zowaar zelfs bij onze… Heer Halewijn uit!

“Heer Halewijn zong een liedekijn”: de aantrekkingskracht die uitgaat van het lied zelf vinden we ook terug bij de Sirenen, de Loreley of zelfs de rattenvanger van Hamelen. In het Frans vindt men dit trouwens terug in het woord “enchantement”, betovering.
“Die derwaert (d.i. naar Halewijn) gaen en keren niet”: resp. vader, moeder en zuster geven haar de raad het niet te doen.
“Zi ging al voor haren broeder staen”: de toelating komt echter van haar broer (hoogstwaarschijnlijk: de oudste broer). Wellicht een verwijzing naar het Frankische recht volgens hetwelk de oudste of de enige broer verantwoordelijk is voor de eer van zijn zuster en eventueel dus ook de wreker ervan. Hij voegt er wel aan toe dat zij haar “kroon recht moet dragen”, wat uiteraard naast haar koninklijke waardigheid ook betekent dat zij haar maagdelijkheid moet trachten te bewaren.
“En deed haar beste kleren aen” (kaslijf = keurlijf; heirle = korset): zij wil aantrekkelijk zijn voor Halewijn. Deze gedetailleerde beschrijving komt misschien tegemoet aan de volkse nieuwsgierigheid, maar wellicht heeft de opsmuk ook een rituele betekenis (cfr. de sluiers van Salome) en kan men reeds vermoeden dat ze de kwelgeest wil ombrengen. Rita Geys wijdde een hele studie aan het Salome-thema en kwam tot de conclusie dat dit teruggaat op de heidense matriarchale maatschappij. De fallocratische katholieke kerk wilde daar immers met dergelijke verhalen tegen waarschuwen. Daarbij komen er twee soorten Salome’s naar voren: de bewuste destructieve perversiteit, maar ook de kinderlijke onschuld die in haar naïviteit ook de man naar zijn ondergang voert (raakpunt met het Lolita-motief).
“Al schrijlings…”: de koningsdochter rijdt als een echte ruiter en niet zijdelings als een amazone. Maar het betekent ook dat ze niet heimelijk wegrijdt: ze zingt en laat de schellen van haar paardetuig rinkelen omdat ze Halewijn wil lokken.
“Gegroet, schoon maegd, bruin oogen klaer”: een stereotiepe begroeting. Blond haar en bruine ogen waren de typische kenmerken van het Germaanse vrouwentype in de Middeleeuwen. De Keltische vrouwen (b.v. Galiëne) hadden grijze ogen.
“Zo kieze ik tsweert (=zwaard) voor al”: omdat het past in haar list, maar ook omdat het als een ridderlijke dood werd beschouwd, in tegenstelling tot b.v. de dood aan de galg, die voor uiterst oneervolle misdaden werd voorbehouden zoals verraad, ontrouw of diefstal. Vrouwen werden nooit opgehangen.
“Gaet ginder in het koren”: het koren had voor de primitieve Germaanse boerenbevolking een hoge, symbolische waarde. Het had immers de mystieke betekenis van de levenskring (het vergaat in de grond en bloeit toch weer). Cfr. ook “Kinderballade” van Gerrit Komrij (o.a. gezongen door Boudewijn De Groot).
De wondere horen is bedoeld om de beschermgeesten van het leven (Halewijns vrienden) op te roepen. Maar Johan Sanctorum ziet dat anders: “… tot een niet nader genoemde prinses het welletjes vindt, hem opzoekt en, jawel, gewoon zijn kop afslaat na een geweigerde pijpbeurt (‘Al in het koren en gaen ik niet, Op uwen horen en blaes ik niet..’). “
“Getogen” = uitgetrokken.
“Dat spreit soo breet” = dat verspreidt zich overal.
“Gaet ginder onder de galge”: de wonderzalf of beulszalf werd aangewend om dodelijke wonden op miraculeuze wijze te genezen. Stamt nog uit de tijd toen de beul ook “ledenzetter” was.
“Zij nam het hoofd als bij het hair”: verwijst misschien naar de Kelten die aanvankelijk koppensnellers waren. Het bezit van iemands hoofd betekende ook het bezit van zijn kracht en zijn talent, vandaar dat het afgehouwen hoofd op tafel wordt gezet. Later werd dit herleid tot het fameuze “scalperen”, dat dus door de blanken bij de indianen werd ingevoerd en niet omgekeerd!
“Halewijns moeder”: in oudere versies van deze tekst ontmoet de koningsdochter op haar terugkeer niet enkel de moeder maar ook de vader, broer en zuster van Halewijn (parallel met het eerste gedeelte). De koningsdochter antwoordt op hun vraag naar Halewijn steevast dubbelzinnig: “Hij danst in het gras” (stuiptrekkingen) of “Hij is gaan jagen” (de eeuwige jachtvelden).
“Zij blaesde den horen als een man”: de horen van Halewijn.
“Daer werd gehouden een banket”: een beroemd slotvers, maar het wordt dikwijls verworpen als zijnde van jongere datum en beïnvloed door de geschiedenis van Johannes de Doper. Het woord “banket” komt in het Nederlands trouwens maar voor sedert de vijftiende eeuw, terwijl dit lied zéér oud is, zelfs misschien nog van Keltische oorsprong. De tekst dateert van de twaalfde eeuw, maar de auteur schijnt zelf een aantal woorden al niet meer goed te verstaan. Het lied komt ook in andere talen voor (cfr. de studie van de Noor Olof Nygaard in 1958), maar de Vlaamse versie is de originele.
Enkele interpretaties:
1.De lokale interpretatie.
– Halewijn zou de roofridder Allowin zijn uit de voor-christelijke tijd.
– Allowin kan ook staan voor de Al-rover, een beruchte dief en vrouwenschaker. (Naast die weinig vleiende betekenissen zou de naam Halewijn echter ook “alvewijn”, d.i. de vriend van de alven of de elfen, kunnen betekenen of zelfs “adelwijn”, edele vriend.)
– Daarmee verwant is er ook nog de Wilde Jager Hellequin (cfr. alweer een lied van Boudewijn De Groot, deze keer op tekst van Lennaert Nijgh).
– Het kan ook een vermenging zijn van het voorhoofse Blauwbaard-motief van de vrouwenmoordenaar dat zich hier vermengt met het hoofse gegeven van de min (de vrouw) die overwint. (Het subthema van de vrouwelijke nieuwsgierigheid is zelfs ook een beetje gehandhaafd: bij Blauwbaard werd al wie de verboden kamer betrad vermoord en in die kamer gestopt.)
2.De bijbelse interpretatie.
Dan zou het een kopie zijn van het verhaal van Judith, de rijke jonge weduwe die door een list haar bedreigde vaderstad Betoel weet te redden. Tijdens een feestmaal waarop zij door Holofernes wordt uitgenodigd (zij heeft dus ook haar mooiste – of alleszins verleidelijkste – kleren aangedaan), doodt zij hem met zijn eigen zwaard en stopt het hoofd in haar eetzak. Tijdens het overwinningsfeest achteraf wordt het hoofd als trofee op de stadsmuur gehangen. Het Judith-thema (zoals bestudeerd door prof.A.M.Musschoot) is dus de “vrome” tegenhanger van Samson die door Dalila of Delilah de haren wordt afgeknipt (cfr. de kracht die in een scalp zou zitten), net zoals de gelijknamige opera van Camille Saint-Saëns de tegenhanger is van de Judith-oratoria van Mozart en Vivaldi.
3.De mythische interpretatie.
– Halewijn is daarin een oud-Germaanse woudgeest, symbool van het lokkende en dodende woud (vgl. met het lokkende en dodende water van “de twee koningskinderen”), zoals dat ook in sprookjes het geval is (sprookjes waren immers hoegenaamd niet voor kinderen bedoeld: ze gaan immers alle over seks en geweld). Op die manier komt het thema ook aan bod in de film “Linkeroever” van Pieter Van Hees uit 2008, ook al wordt daarin een andere naam gebruikt.
– Of hij is de Keltische kwelgeest Halloween, die vooral in Schotland de belichaming is van alle kwade geesten die op oudejaarsavond moesten worden geweerd om veilig het nieuwe jaar te beginnen (het Keltische nieuwjaar viel wel op 1 november). Daarom werd in de folklore een pop die Halloween voorstelde onthoofd door een jonge vrouw. Nu nog is b.v. in de Verenigde Staten (denk aan de scène in “E.T.”) Halloween de spokennacht bij uitstek.
Uit het etymologieboek “Binnenkijken in Woorden”, door Bart Mesotten:
In de 4e eeuw ontstond in de Kerk van Antiochië een liturgisch feest waarop alle heiligen gezamenlijk werden herdacht. Dat gebeurde op de eerste zondag na Pinksteren. In de eerste helft van de 9e eeuw verordende paus Gregorius IV dat het feest in geheel het Westen gevierd moest worden. Op het einde van de 10e eeuw vond de later heilig verklaarde Odilo, de vijfde abt van de benedictijnen-abdij van Cluny, dat daags na het feest van alle heiligen, een gebedsdag paste voor de zielen van wie men denkt dat ze (nog) in het vagevuur verblijven, en nog niet thuishoren bij de echte definitieve heiligen. Drie eeuwen later was het feest van Allerzielen algemeen.
Op etymologisch gebied hebben we niet veel aan deze feesten. “Allerheiligen” en “Allerzielen” zeggen duidelijk waarover het gaat. Ook de andere talen zijn even duidelijk. Duits ” Allerheiligen(fest)”, “Allerseelen”; Italiaans “Ognissanti”, eerst als “Ogni Sancti” gespeld, maar Dante heeft al “Ognissanti”; Spaans “Todos los Santos”, “Día de Defuntos” of “Día de Ánimas”. Met het Engels is het anders gesteld.
“Allerheiligen” heet in het Engels “All Saints, All Saints’ Day”, vroeger “Hallowmas”; en “Allerzielen” is “All Souls’ Day”. Er is in het Engels, naast “saint” (van het Latijnse “sanctus”, heilig) een tweede woord om het begrip “heilig” uit te drukken, namelijk “holy”, in het Oud-engels “halga”; dat is nauw verwant met “halig”, waarin we gemakkelijk het Duitse en het Nederlandse “heilig” herkennen. “All Saints” heeft vroeger geklonken als “all hallows even”, letterlijk “all” (aller) “hallows” (heiligen) “even” (afkorting van “evening”, avond, later nog verkort tot “-een”).
Van de andere kant en gelijklopend heeft zich een andere ontwikkeling in het Engels voorgedaan. Uit “all hallows even(ing)” is het woord “halloween” gegroeid. Hier moeten we even naar de aloude Kelten. Zij hadden een jaar-indeling die begon met de eerste november. De 31e oktober was hun oudejaarsavond. Zoals in nog andere beschavingen, was dat het ogenblik om schoon schip te maken met het verleden, zeker met het verkeerde verleden. Ook in Japan worden op oudejaar de boze geesten door zware bonken op omvangrijke klokken uitgedreven. De boze geesten kunnen de gestalte, de vermomming aannemen van een heks. Vandaar dat het folklore-feest van “halloween”, ook nu nog in de Angelsaksische landen, de dag is waarop men de heksen ervan langs geeft, onder meer door het uithollen van meloenen, met gaatjes erin die ogen en mond verbeelden, en waardoorheen kaarslicht kan schijnen…
Etymologisch bekeken heeft men in het Engels twee woorden voor Allerheiligen. Het ene is “All Saints’ Day” (Allerheiligen), het tweede is oorspronkelijk gelijklopend in betekenis, maar is gaandeweg geheel van inhoud veranderd, namelijk “halloween” waarvoor (nog) geen Nederlandse tegenhanger voorhanden is. Om te weten of paus Gregorius IV rekening gehouden heeft met de Keltische oudejaarsviering om het christelijk feest van Allerheiligen van de eerste zondag na Pinksteren te verschuiven naar de 1e november, zouden we in de memorie van toelichting moeten gaan bladeren.
– Of hij is een soort van Orfeus. In de Griekse mythologie is dit een figuur die zodanig bedroefd was om de dood (door een slangebeet) van zijn geliefde en die droefheid in dergelijke betoverende muziek uitte, dat Persephone, de godin van de onderwereld hem de toestemming gaf ze terug te halen (cfr. de operette van Offenbach of nog beter: de film “Orfeo Negro”). In de volksmythologie werd dit aangevuld met het verhaal dat hij na de “tweede” dood van Eurydike (toen hij ze uit de onderwereld ging terughalen mocht hij immers niet omkijken) een vrouwenhater werd en daarom door de Bacchanten (de vereersters van Bacchus) op de berg Haimos aan stukken werd gehakt.
– Of hij is een soort demon die de vruchtbaarheid schaadt. Uiteraard is het symbool van de vruchtbaarheid de vrouw, vandaar ook dat zij redding brengt. Het is dan ook een overwinningslied, waarin de dichter zijn bewondering uitdrukt voor de moed en de schranderheid van de vrijgevochten jonge vrouw die zelf het initiatief neemt.
Maar welke interpretatie men ook verkiest: men kan niet ontkennen dat het verhaal erg seksueel geladen is (eros en thanatos; castratieangst; penisnijd). Alleen de christelijke interpretatie (hoe kan het ook weer anders) wijkt daarvan af. Halewijn zou daarbij een symbool zijn van het heidendom dat door het christendom wordt overwonnen. De enige argumentatie hiervoor is dat de ballade wordt gezongen op de melodie van het Credo, met een herhaling van elke tweede regel.
Literair gezien is het een schoolvoorbeeld van een volkse ballade: een evenwichtig gebouwd (een drieledig principe – voorbereiding, moord, triomftocht – wordt door een distichon gescheiden, nl.de tweeledige strofe “Zij zette haar schrijlings…”) strofisch lied dat sprongsgewijze naar een tragisch einde gaat. Het volkse karakter uit zich vooral in de eenvoudige vertelling met een verrassend einde, de eenvoudige woordkeuze (herhalingen, stereotiepe uitdrukkingen) en de vraag- en antwoordvorm.

Ronny De Schepper
(naar Anton van Wilderode)

(Zeer) selectieve bibliografie

Johan Sanctorum, Samuel Paty, Allerheiligen en Halloween, Doorbraak 2 november 2020
Johan Vanhecke, Het hoofd werd op de tafel gezet, Heer Halewijn in Vlaanderen en Nederland, Lannoo 2000, 220 blz.
XXX, Heks vertelt verhalen in de kerk, Positief nr.398, januari 2010 (de “duiding” laat ik echter voor rekening van het Thomas More Genootschap).

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.