Het zal morgen al twintig jaar geleden zijn dat Rick Danko, de bassist van The Band, is overleden (foto YouTube)…

Rick Danko werd geboren uit een Canadese familie van Oekraïense afkomst. Hij groeide op met country & western- en R&B-muziek en bewonderde vooral Hank Williams en Sam Cooke.
Als veertienjarige stopte hij met school voor een carrière in de muziek en drie jaar later werd hij slaggitarist, later basgitarist, van The Hawks, de begeleidingsgroep van rockabilly-zanger Ronnie Hawkins. Daar leerde hij drummer Levon Helm en gitarist Robbie Robertson kennen. Na hem voegden ook pianist Richard Manuel en organist Garth Hudson zich bij deze groep, die toen gold als een van de beste in Canada.
Toen Danko in 1963 ruzie kreeg met Hawkins, nam de groep het voor hem op. Zij namen ontslag, gingen zelfstandig verder als Levon and The Hawks en hadden veel succes in het clubcircuit. In 1965 vroeg Bob Dylan hen om met hem te gaan optreden. Ze begeleidden zijn overgang van folkrock naar de meer “heavy” rockmuziek en maakten met hem de grote tournee door de Verenigde Staten, Europa en Australië die legendarisch is geworden door de vijandige reacties van een deel van het publiek. Vervolgens woonde de groep, die zich nu The Band noemde, met Dylan in het huis Big Pink in West Saugerties, Woodstock, waar de Basement Tapes werden opgenomen. Danko droeg daaraan als co-auteur o.a. de song This Wheel’s On Fire bij.
Na Dylans vertrek voelde The Band zich vrij zijn eigen muziek te maken, wat resulteerde in een reeks invloedrijke albums, waarvan vooral Music from Big Pink (1968) en Northern Lights – Southern Cross (1974) klassiekers zijn geworden. Rick Danko’s aandeel bestond uit het bespelen van niet alleen de basgitaar, maar zo nodig ook allerlei andere instrumenten, zoals de viool, terwijl zijn karakteristieke stem de sfeer van vooral meer emotionele songs, zoals Unfaithful Servant, Stage Fright, It Makes No Difference en Endless Highway bepaalde. Of zoals Eric Clapton het formuleerde: “Rick’s singing had a tremendous influence on me – I think you have to be a great musician before you can sing like that.” Dat was ook het oordeel van Robbie Robertson: “I think Rick was one of the greatest and most soulful singers I’ve ever heard and definitely, the most original bass player.”
Als songwriter werd hij al spoedig overvleugeld door Robertson, al benadrukte Levon Helm later dat de songs van The Band eerder het resultaat waren van groepswerk dan van één man.
Het succes eiste zijn tol. Aanvankelijk stond The Band bekend als een groep ingetogen, hardwerkende musici, maar naarmate hun populariteit groter werd, raakten ook zij verstrikt in drugs en drank. Naast Richard Manuel, die zich ontwikkelde tot alcoholist, was het vooral ook Rick Danko die verslaafd raakte aan verdovende middelen. Het beïnvloedde de sfeer in The Band en ook hun muziek, die tekenen van vermoeidheid begon te vertonen. Vooral Robbie Robertson kreeg genoeg van het leven on the road. Hij forceerde het einde van The Band, nadat er eerst nog in november 1976 een afscheidsconcert was gehouden in San Francisco dat bekend is geworden als The Last Waltz en verfilmd werd door Martin Scorsese. In die film is Danko te zien terwijl hij een fragment uit een van zijn solocomposities (Sip the Wine) uitprobeert. Gevraagd naar de toekomst zonder The Band, antwoordt hij dat hij “gewoon mooie muziek” wil maken.
Mijn eerste filmbespreking voor De Rode Vaan was “The last waltz” van Martin Scorsese, een concertfilm over het afscheid van de rockgroep The Band (dat was ook de reden waarom ik de film moest/mocht bespreken en niet Lode De Pooter, de filmredacteur van DRV). Alhoewel de kopie van het artikel (“The Band zal niet meer walsen”) die ik in mijn bezit heb niet gedateerd is, kan ik toch met zekerheid stellen dat het een artikel uit augustus 1978 is. Ik herinner me namelijk een scherpe uitval van Frank Jacobs op de redactievergadering en Frank was de man die ik op de redactie zou vervangen. Hij begon op 1 september in het onderwijs en ikzelf had het onderwijs pas verlaten en werkte al twee maand als vakantiejob op DRV. Frank verweet mij dat het geen filmbespreking was. Alhoewel de heftigheid van zijn uitval in mijn ogen ook een beetje verried dat Frank de keuze van de redactie om precies mij als vervanger voor hem te kiezen niet helemaal onderschreef (of zeg maar: helemààl niet onderschreef), moet ik hem anderzijds toch ook een beetje gelijk geven. Het is namelijk zo dat ik het moeilijk heb om een concertfilm ook echt als een film te beschouwen. Zelfs Woodstock, de “film” die ik het meeste heb gezien (overigens ook een film waaraan Martin Scorsese zijn medewerking verleende), vind ik niet echt een film. Meer zelfs, precies omdat het geen echte film is, heb ik hem zoveel keer gezien. Ik kan namelijk telkens opnieuw verrukt worden door de optredens en dat heeft eigenlijk weinig met het filmische aspect te maken. (Voor wie het wil weten, de “echte” film die ik het meest heb gezien, is “Casablanca“.) Maar goed, slecht of niet, hier is mijn recensie…
Teitietatuutei. Als Robbie Robertson een West-Vlaming zou zijn geweest, had hij daarmee het “Last Waltz”-project kunnen omschrijven: ’t is tijd dat het uit is.
Als men iemand voor de vuist weg zou vragen welke de oudste nog actieve rockgroep is, dan antwoordt die steevast: The Rolling Stones. The Band van Robbie Robertson overtreft dit echter: zestien jaar zijn ze samen in de huidige samenstelling en drummer Levon Helm was al in 1957 bij The Hawks! (De vroegere benaming werd gewijzigd sinds deze een pejoratieve bijklank kreeg tijdens de Vietnamoorlog.)
Maar nu is het dus gedaan. Robertson: “On the road zijn is veel te gevaarlijk: Hendrix, Joplin, Elvis, Holly enz. zijn eraan bezweken. En als het dat niet is, is het de ouderdom. Twintig jaar op tournee. Aan zoiets zou ik zelfs niet durven dénken.” (“Ik zou wensen dat we allen forever young zouden blijven,” zingt Bob Dylan in de film.)
Daarom raapte Robbie zijn centen samen, nodigde de vele muzikale vrienden van The Band uit en besloot op de eigenste plaats waar ze gestart waren (in Billy Grahams Winterland, San Francisco) een grandioos afscheidsfeest te geven.
Om dit niet te laten verloren gaan voor het nageslacht, besloot hij het ook op film te laten vastleggen. En daarmee had hij groot gelijk. Want “The Last Waltz” is niet zozeer een afscheid van The Band, als wel van een hele generatie.
Vooral in de drie studio-opnames (The Last Waltz zelf, The Weight en Evangeline), met prachtige belichting en een zwierige camerabeweging, is deze in-droeve waarheid sterk voelbaar: we worden allen oud en rockmuzikanten niet in het minst (want die vullen – als ik mag verwijzen naar de sullige interviews – blijkbaar hun tijd enkel met vermoeiende dingen als zuipen, drugs en wijven neuken). Ik heb in heel de film slechts twee mooie, jonge gezichten gezien: bassist Rick Danko (nochtans ook niet van de jongsten) en natuurlijk Emmylou Harris. Al de rest was oud, dépassé
Robertson deed bewust een beroep op Martin Scorsese (Mean streets; Alice doesn’t live here anymore; Taxi driver; New York, New York), omdat deze reeds had meegewerkt aan Woodstock en Elvis on Tour. En toch wordt er geen gebruik gemaakt van split-screen in deze film! (Applaus!) Wel een sobere camerabegeleiding (zo veel mogelijk met vaste camera’s) met een mooie kadrage, voor zover dit mogelijk is bij die deksels onverwachts bewegende rockmusici.
Een “muzikale” montage (de beeldwisseling verandert naargelang er iemand invalt) rondt het geheel volmaakt af. Volgens mij kon het niet perfecter, wat echter niet wil zeggen dat het een perfecte film is.
Het gelul terzijde gelaten (typisch voorbeeld: drummer Helm vertelt dat het zuiden een smeltkroes is van verschillende soorten muziek – blues, country, Tin Pan Alley – waaruit iets nieuws is ontstaan; Scorsese: wat dan wel? Helm: rock’n’roll natuurlijk!), kom ik steeds meer tot de bevinding dat het filmen van rock onbegonnen werk is. Zelfs de “absolute” film van Adrian Maben, “Pink Floyd at Pompei” faalde hierin. Maar binnen zijn mogelijkheden is “The Last Waltz” best te genieten.
In 1977 kwam Danko’s eerste solo-album uit, waaraan alle andere Band-leden hun bijdrage leverden. Het had echter weinig commercieel succes en de al opgenomen opvolger werd niet uitgebracht (delen ervan kwamen pas in 2005 postuum uit op Cryin’ Heart Blues)
In de jaren tachtig en negentig maakte Danko deel uit van de opnieuw gevormde Band (zonder Robbie Robertson en de overleden Richard Manuel maar met de nieuwe leden Jim Weider, Randy Ciarlante en Richard Bell). Ze brachten drie cd’s uit en hij maakte zelf ook nog een aantal cd’s, zoals Live on Breeze Hill (1999) en het postuum verschenen Times Like These. De roem uit de gloriejaren van de oude Band was echter definitief voorbij en bovendien had Danko ernstige gezondheidspoblemen. Op een tournee door Japan in 1997 werd hij gearresteerd wegens drugsbezit. Zijn ernstige verslaving aan heroïne en morfine was – volgens zijn verklaring voor de rechtbank – begonnen na een auto-ongeluk in 1968, toen hij pijnstillers nodig had. Daarnaast had hij astma en een slechte hartconditie. Op 10 december 1999 gaf zijn hart het definitief op en stierf Rick Danko in zijn slaap. (Wikipedia)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.