Het is vandaag 25 jaar geleden dat één van de kleurrijkste figuren, die ik heb leren kennen in de tijd dat ik op De Rode Vaan werkte, is overleden, namelijk jazz-klarinettist Bobby Naret. Zonder dat ik het wist, heb ik rond diezelfde periode een cassette met zijn naoorlogse opnames aan Jo Leemans bezorgd. Hoe dat allemaal precies in elkaar zat, wordt hieronder haarfijn uitgelegd.

Wie de redactie wil treffen tijdens de middagpauze, zou misschien wel veel kans op slagen hebben indien hij of zij even langsloopt op de buitenlandredactie, met name café « Au coup d’éclat », halverwege tussen de lokalen op de Lemonnierlaan en de drukkerij in de Kazernestraat. Meestal wordt trouwens zelfs op de door de arbeidersstrijd afgedwongen syndicale break het werk niet echt vergeten. De discussies gaan door. Plannen worden gemaakt. Bijdragen worden geëvalueerd.
Zo kwam onlangs de reeks « gesprekken met oud-rv-redacteurs » nog eens ter sprake. Ondergetekende vond dat deze in feite te kort was geweest. Er waren immers nog zoveel kleurrijke figuren die ooit op de r.v.-redactie hadden verbleven en die nog niet aan het woord waren gekomen. « Neem nu b.v. vader Van het Groenewoud, Nico Gomez », zei ik. Meteen verd ik aangestoten door de man aan het dichtst bijzijnde tafeltje. « Nico Gomez est mort », zei hij somber. « Welnee, » trachtte ik hem op de vrolijken, « dat was Digno Garcia ».
« Ah ja, dat zou ook kunnen », ging de man verder in het Frans, « maar als je over Nico Gomez wil praten, kan je bij mij terecht. Hij is immers nog bassist geweest in mijn orkest. »
Nu lopen er in Brussel wel meer rare figuren rond en dit café vormt daar met Jean Gabin, de fervente Anderlecht-supporter, of Pierre de Légionnaire zeker geen uitzondering op. Ik dacht dus: laat maar waaien. Maar toen haalde de man een cassette uit zijn jas, vroeg aan Martine la patronne om even haar Doors-tapes af te zetten en wanneer zoetgevooisde Glenn Miller-klanken weerklonken, zei hij fier: « Hoor, dat ben ik, 45 jaar geleden ». En zo waar als ik hier zit, daar stond hij voor mij in levende lijve: Bobby Naret, een Belgische jazzlegende zonder gelijke. 74 jaar ondertussen en met een linkerpink die niet goed meer mee wil en hem daardoor het klarinet en saxofoon spelen belet, maar nog altijd gezond en alert!
VAN NEW ORLEANS NAAR BANGKOK?
Maar pink ot geen pink: na tien jaar wil Bobby Naret weer zijn geliefde instrument ter hand nemen. (Om u een illustratie van zijn doorzettingsvermogen te geven : aan zijn linkerhand draagt hij nu steeds een elastiekje om de dissidente pink weer op het juiste pad te brengen !) Hij heeft namelijk een uitnodiging ontvangen van de zwarte burgemeester van New Orleans om zijn orkest van destijds zo goed en zo kwaad als het kan opnieuw samen te stellen en in het Mekka van de jazz een paar concerten te gaan geven. De aanleiding is de 45ste verjaardag van het einde van de Tweede Wereldoorlog toen Bobby Naret hier te velde een beroemdheid was en de burgemeester in kwestie als Amerikaanse piot de slag om de Ardennen meemaakte.
Dat een en ander wel problemen met zich zal meebrengen, staat buiten kijf. Helaas zou Naret vooral over de gave van het weer tot leven wekken moeten beschikken om zijn « band » weer op de been te krijgen, terwijl de paar overlevenden toch ook geen jonge knaapjes meer zijn die zo maar slag om slinger klaar staan om de grote plas over te steken. En dan zijn er nog de « speciale gevallen » zoals Georges Octors, destijds leider van de strijkersafdeiing in Narets ensemble en nu… chef van ons nationaal symfonieorkest! « Had hij er zich op toegelegd, hij zou Stéphane Grapelli naar de kroon hebben gestoken », verklaart Naret en we zijn geneigd hem nog te geloven ook.
Octors is trouwens één van de « alibi’s » van Naret voor diegenen die even de wenkbrauwen fronsen bij de vaststelling dat zijn succesperiode juist onder de Duitse bezetting valt. Octors is immers een kleurling en evenals drie dienstweigeraars die ook deel uitmaakten van het orkest, heeft hij wellicht aan Narets populariteit zijn leven te danken. « De Duitsers vonden dat ik ontaarde muziek bracht, maar ze durfden niet aan me te raken, omdat ik te populair was. »
Maar wat dan als het project toch van de grond komt? Gewoon die trip naar New Orleans en daarmee uit? « Nee, » zegt Bobby Naret, « misschien komen we uiteindelijk zelfs in Bangkok terecht. » Welja, waarom niet, of in Bagdad of in Vladivostok. « Neenee, » houdt Naret vol, « ik probeer je niks wijs te maken. Wist je soms niet dat koning Bhoemipol een uitstekend jazzklarinettist is ? » Nee, dat wist ik niet, maar wat dan nog ? « Wel, ik heb nog samen met hem en met die man die nu onlangs de hoofdrol heeft vertolkt in “Round Midnight” (*) een concert gegeven. Koningin Sirikit was erg onder de indruk van mijn spel… En ik van haar. »
… EN VAN HET ACHTURENHUIS NAAR PARIJS
Als Robert Naret in 1914 in Luik geboren, doet kleine Bobby – die uiteraard toen nog geen Bobby was – zijn eerste muzikale ervaringen op in het Achturenhuis. Elke zondag keerden de leden van de fanfare immers meer zat dan nuchter naar huis terug en dat laten we zeggen « ludieke » aspect van de muziekbeoefening trok zijn aandacht. Hij leert klarinet spelen en wanneer hij als 14-jarige aan de kost komt in cinema Forum als “geluidsman” (effecten verzinnen bij de stomme films die worden gedraaid), is hij het dan ook die tot ieders verwondering kan inspringen als de klarinettist uit het huisorkest niet in staat blijkt de begin-noot van Gershwins « Rhapsody in blue » te halen, die bij de film « The King of Jazz » dient te worden geproduceerd.
Drie jaar later neemt hij reeds een eerste plaat op (« Just like a shooting star » met Lucien Hirsch) en na als overwinnaar uit een jazzwedstrijd te voorschijn te zijn gekomen, ligt definitief de weg naar de roem voor hem open wanneer de bekendste Belgische jazzdirigent uit die tijd, Fud Candrix, hem in zijn orkest opneemt. Na lokale successen hier in België, maar ook in onze buurlanden, gaat hij met dat orkest zelfs de kroning van koning Faroek van Egypte opvrolijken. We schrijven dan 1937 en twee jaar later moet Bobby Naret zich aanbieden bij het Belgische leger. Door bemiddeling van niemand minder dan Félicien Marceau komt hij hij de fameuze harmonie van de gidsen terecht, maar veel reden tot juichen is er niet want de oorlog breekt uit en na achttien dagen moet Naret terug naar af.
In Brussel weet hij echter al vlug opnieuw naam te maken en vanaf 1942 brengt hij dan ook platen uit onder zijn eigen vlag. Hij viert o.m. triomfen in Parijs, zijn zangeres Martha Love (« zij kon geen snars Engels, ik moest haar alles woordje voor woordje voorzeggen ») wordt een begrip en samen met o.a. Marlène Dietrich en Mickey Rooney bezorgt hij de Ardennenstrijders enige ontspanning, wat ons weer bij het begin van ons verhaal brengt. Vanaf 1953 is de ster van Naret immers beginnen tanen en vinden we hem enkel nog eens terug in Comblain-la-Tour als lid van de « oude Belgische jazz gloriën ».
Hopelijk breken er op de valreep nu nog opnieuw wat momenten van glorie aan voor de sympathieke Bobby, die het voorlopig helaas met een minimaal pensioentje moet stellen. Als we het echter over die boeg proberen gooien, haakt hij af. Liever trakteert hij ons nog eens op « It had to be you » of « Besame mucho ». En wij hem dan maar op een rode wijn…

(*) Bobby bedoelt wellicht Dexter Gordon…

Referenties
Marc Danval, Les heures bleues de Bobby Naret, Pourquoi Pas? 11 februari 1988
Ronny De Schepper, Bobby Naret, de come-back van een jazz-glorie, De Rode Vaan nr.21 van 1988

P.S. Het cassetje waarover sprake in het artikel heb ik nadien meegekregen van Bobby Naret. In eerste instantie heb ik het opgestuurd naar Jo Leemans, die toen een radioprogramma had waarin ze dergelijke muziek speelde. Jo stuurde mij het echter terug met de vermelding dat de geluidskwaliteit niet goed genoeg was voor uitzending. Toen ik daarna op een persconferentie van de platenfirma Ariola hoorde waaien dat zij van plan waren archiefplaten opnieuw uit te brengen, heb ik het cassetje dan naar hen gestuurd. Dat had ik niet mogen doen, want niet alleen hebben ze er bij mijn weten niks mee aangevangen, maar ze hebben het ook niet teruggestuurd. Nochtans bevatte het pareltjes zoals mag blijken uit de twee handgeschreven kantjes die Bobby Naret eraan had toegevoegd…
71 naret A70 naret B02 bobby naret00 bobby naret72 bobby naret

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s