Het is vandaag ook alweer vijf jaar geleden dat Ludo Martens, de partij-ideoloog van de Vlaamse PVDA, is overleden. Hij is amper 65 geworden en overleed aan de ziekte van Alzheimer. Ludo Martens werd geboren in Torhout, maar mijn collega Jan Mestdagh, die toch een vijftal jaren ouder was, heeft hem daar blijkbaar nooit gekend, er werd op De Rode Vaan alvast niet veel over hem gesproken. Ikzelf had toen uiteraard ook al Amada (zoals de PVDA oorspronkelijk heette en ik blijf erbij dat ik een hand heb gehad in de overgang van “Alle macht aan de arbeiders” naar het letterwoord Amada, maar zoiets kan ik natuurlijk niet bewijzen) de rug toegekeerd, al heb ik nog één keer voor de PVDA gestemd toen ik al losse medewerker was van De Rode Vaan (*). Dat kwam dan vooral omdat ik het adagium van Martens (zoals hij dat op de radio nog eens mocht herhalen) eigenlijk nog steeds kan onderschrijven, namelijk dat “een politicus het volk moet dienen”. De vraag is echter welk volk de PVDA dan in gedachten had. Ondanks het IJzerbedevaart-verleden van Ludo Martens kan dat toch niet het Vlaamse volk geweest zijn: sommige programmapunten van de PVDA staan namelijk volledig haaks op de verlangens en de verzuchtingen van de Vlamingen. Al geef ik toe dat het een moeilijke evenwichtsoefening is tussen “het volk” te geven wat het wil en het anderzijds aan het verstand te brengen wat het dan wel zou “moeten” willen…

90Ludo Martens was uiteraard vooral van belang tijdens de zogenaamde studentenrevolte op het einde van de jaren zestig (**). Hoe de Leuvense “revolutie” naar Gent werd geëxporteerd, daarover kan Frank Winter sappig vertellen. Zijn naam laat het niet onmiddellijk vermoeden en ook zijn identiteitskaart is misleidend (hij is ondertussen genaturaliseerd), maar deze man is eigenlijk afkomstig uit Nottingham. Dat vergt dus vooraf enige uitleg…
Frank Winter: In Cambridge heb ik een postgraduaat Engelse linguïstiek gedaan, wat o.a. inhield Engels aanleren aan vreemdelingen. In die tijd was er nog werk, ik kon dus kiezen tussen een aantal aanbiedingen en uiteindelijk heb ik geopteerd voor het seminarie voor Engelse taalkunde in Gent.
– Was je in Engeland al politiek geïnteresseerd?
Frank Winter
: Eerst was ik lid van de Young Communist League en vanaf 1960 van de Communist Party zelf. In Nottingham was er niks aan de hand, maar toen ik in contact kwam met de partijafdeling aan de universiteit van Cambridge, begonnen zich een aantal wrijvingen voor te doen. Je moet weten dat in die tijd geregeld mensen werden doodgeschoten aan de muur van Berlijn en ik had het daar nogal lastig mee. Maar dat stond niet ter discussie en uiteindelijk heeft men mij uitgesloten uit de partij “wegens Trotskisme”. Ik wist op dat moment niet heel precies wat dat was, maar voor de Communist Party stond Trotskisme toen gewoon voor “alles wat slecht was”, punt gedaan.
– En met die politieke achtergrond arriveerde je in 1967 in Gent…
Frank Winter
: Precies. Midden in de heibel rond “Leuven Vlaams”. Je kunt wel begrijpen dat heel die problematiek voor mij Chinees was. Ik heb er weliswaar niet zo heel lang over gedaan om Nederlands te verstaan – misschien zo’n maand of zes – maar dàt was niet het grote probleem, wel dat die stakingen, vooral van scholieren, blijkbaar werden gesteund door bepaalde takken van het katholiek onderwijs! De Blandijnberg was voor die scholen bijvoorbeeld toen reeds een actiecentrum, maar dan bleken die daar te arriveren onder begeleiding van hun leraars! Dat was dus allemaal op z’n zachtst gezegd een beetje dubbelzinnig. Die betogingen waren een soort van sport. Die vonden meestal plaats aan het bisschoppelijk paleis en als de rijkswacht dan ter plaatse kwam, stoven die jongelui vrij snel uit elkaar, richting Kuiperskaai, het toenmalige uitgangscentrum met veel dancings en dergelijke, dat vlak in de buurt lag.
Aan de universiteit was men ondertussen begonnen met “werkgroepen” op te richten die zich vooral met inhoudelijke zaken bezighielden. Zo waren er bijvoorbeeld discussies over de functie van het middelbaar onderwijs in de overdracht van de ideologie van de bourgeoisie, de aanwezigheid van arbeiderskinderen in het hoger onderwijs en al dergelijke zaken. Veel sociologische pedagogie kortom, niet uitdrukkelijk politiek.
Op al deze activiteiten had SVB (de Studentenvakbeweging) geen echte greep. Dat in tegenstelling tot Leuven waar Paul Goossens en de zijnen werkelijk pakken werk verzetten. Men was daar vooral rond de Derde Wereld bezig en iedere deelnemer kon dan ’s vrijdags naar zijn dorp trekken met een stapel kersverse brochuurtjes onder de arm over het behandelde thema van die week. En in de Derde Wereldbeweging Menen, om nu maar iets te zeggen, gaf de student in kwestie dan de uitleg door die hijzelf in Leuven had gekregen.
In Gent waren echter enkel sterk gepolitiseerde figuren lid van SVB. Ik vermoed dat men dan in Leuven heeft beslist om dat aanmodderen in Gent een beetje in structurele banen te leiden en daarom werd in oktober ’68 Ludo Martens naar Gent gestuurd. Die werd natuurlijk als een held ingehaald: eindelijk had Gent ook zijn studentenleider! En al meteen werd hij in een martelaarsrol geduwd, want de universitaire overheid weigerde hem in te schrijven, waarvoor men dan de straat kon optrekken, enzovoort, enzovoort.
Geruggesteund door SVB, maar ook op basis van zijn persoonlijke autoriteit, dat moet ik toegeven, is Martens dan die werkgroepen beginnen afreizen om daar het SVB-systeem in te voeren. “Tegen volgende week lezen we allemaal dit boek en bespreken het tesamen. Jij daar, wat staat er in het eerste hoofdstuk?” De lol was er dus al vlug af. Die vergaderingen begonnen zowaar een beetje op de zo gecontesteerde cursussen te gelijken!
Je moet dat ook zien tegen de achtergrond van mei ’68. Als er daar sprake kon zijn van enige politieke stroming, dan was het wel het anarchisme. Enfin, dat had natuurlijk niets vandoen met de traditionele anarcho-syndicalistische beweging, dat was eerder spontaneïsme, maar dat woord werd toen niet gebruikt.
Hoe dan ook, de idee van ieder doet zijn zin zat er diep in bij de mensen en de noodzaak van vorming en organisatie veel minder. Tegen die achtergrond moet je ook die avond over pornografie zien, waaruit dan de zogenaamde Maartbeweging in 1969 is voortgekomen. Toen die avond immers verboden werd, trok men naar het rectoraat, waar de politie hardhandig tussenbeide kwam, zodanig dat men dan nogal opgewonden de faculteit van de rechten binnenviel waar toevallig die avond een druk bijgewoond debat over zin en onzin van het jurystelsel plaatshad. Martens heeft daar dan de sprekers van het podium gedreven zeggende: “Wat zitten jullie hier eigenlijk te lullen, terwijl buiten mensen in elkaar worden geslagen omdat ze een eigen mening willen hebben!” Dat was dus de breuk met die “brave” activiteiten tot dan toe.
Toch was het slechts in de laatste fase van de Maartbeweging dat er een kristallisatie begon op te treden van de Trotskisten enerzijds en de groep rond Martens anderzijds die echter zeker nog niet Maoïstisch was. Ik herinner me zo een volksvergadering van zeker 400 tot 500 man, waarop werd gediscussieerd over de slogans die men in een bepaalde betoging zou meedragen. Nu, voor een hoop mensen was dit op zich al totaal krankzinnig: je droeg toch wel de slogans mee die je wilde, zeker! Een aantal mensen hebben dan de zaal verlaten, maar er bleef toch nog vrij veel volk over om zich uit te spreken over de slogan “vakbonden verkocht” van de mensen rond Martens of “vakbondsleiding verkocht” van de Trotskisten. Ik geloof zelfs dat er uiteindelijk niets uit de bus is gekomen. De krachtsverhoudingen waren immers kifkif en de meerderheid van het publiek verstond het toch niet. Van zodra de beweging zich dus met de sociale problematiek begon bezig te houden was de eensgezindheid reeds zoek. Maar om eerlijk te zijn, de Maartbeweging is gewoon geëindigd omdat de examens voor de deur stonden (lacht). Zo simpel was dat: gedaan met de kermis.
De harde kern die daarna overbleef heeft dan op voorstel van Martens een blad uitgegeven dat “Beweging” heette en zelfs wekelijks verscheen, men kon zich daarop dus abonneren. Op een bepaald ogenblik kregen de abonnees echter plotseling “China reconstruct” in de bus. Van toen af was het nogal duidelijk welke kant men opging. Daarop besloten de Trotskisten een debatavond te organiseren met Ernest Mandel om nu eindelijk eens toe te lichten wat het Trotskisme eigenlijk was. Daar kwam heel veel volk op af, ook de fractie van Ludo Martens die de laatste drie rijen in het auditorium innam. Nu, toen Mandel aan het polemiseren was met de spontaneïsten door de nadruk te leggen op vorming en scholing en Martens bij een tussenkomst dan de naam van Mao Tse Toeng liet vallen, pikte Mandel daarop in door te zeggen: “Ja maar, heeft diezelfde Mao geen tientallen jaren gespendeerd aan het oprichten van een communistische partij?” Waarop Martens repliceerde: “Precies. En dat gaan wij nu ook doen.” Dat sloeg in als een bom, want voor de meeste toehoorders was dat de eerste keer dat men iets vernam over de oprichting van een nieuwe communistische partij.
– Hoe zat het trouwens ondertussen met de “oude” communistische partij?
Frank Winter
: In het stadium dat de studentenbeweging hoegenaamd nog niet politiek gestructureerd was, zijn een aantal onder hen aan Michel Vanhoorne gaan vragen of ze de infrastructuur van de toenmalige KP konden gebruiken. En effectief, een tijdlang werden de pamfletten van de studentenbeweging afgedraaid in de Sleepstraat. Maar ook hier is dat debat over de slogan tegen de vakbond het breekpunt geweest. Michel heeft daar het woord genomen en gezegd dat hij zich min of meer verraden voelde als ACOD-vakbondsmilitant. Jammer genoeg heeft hij zich dan ook tot uitspraken laten verleiden zoals “daarenboven zullen de arbeiders wel zelf bepalen of ze een vakbond nodig hebben of niet”, waarop hij werd weggejouwd. Maar ik heb de indruk dat hij eender wat mocht hebben gezegd, dat hij toch zou worden uitgejouwd. Het was duidelijk dat men op een breekpunt stond en vergeet niet dat het juist de fractie van Martens was die in de Sleepstraat zat, want de Trotskisten hadden zelf een infrastructuur (in “het huis van Onslievevrouwke” op de Blandijnberg, nu de Afkikker, RDS). Bovendien hadden tegen die tijd ook de studenten een eigen infrastructuur uitgebouwd in De Brug, het studentenrestaurant.
De KP was trouwens zwaar gehandicapt omdat de communistische studenten een paar jaar voordien zo goed als van de kaart waren geveegd omwille van het sino-sovjet-geschil. Iedere communistische studentenbeweging werd toen immers onder druk gezet kleur te bekennen, ofwel voor China, dat hier toen door Grippa werd vertegenwoordigd, ofwel voor Moscou. Concreet heeft dat er in Gent toe geleid dat een aantal mensen naar de Trotskisten overgekomen zijn, zodat de VKS (Vlaamse Kommunistische Studenten) met een veel te klein aantal was om politiek zwaar door te wegen. Anderzijds moet ik wel zeggen dat ik in Antwerpen heel goede contacten heb gehad met KP-mensen uit de sector petroleum, die zich zeker niet sectair hebben opgesteld.
– Maar globaal gezien is de studentenbeweging er blijkbaar niet in geslaagd een brug te slaan naar de arbeidersbeweging?
Frank Winter
: Naar dat deel van de arbeidersklasse waarnaar een brug kon geslagen worden is dat wél gebeurd. Het probleem is alleen dat men de revolutionaire capaciteit van de arbeidersklasse in haar geheel heeft overschat. Vergeet niet dat we toen in de naoorlogse periode zaten met sociale vrede, de rol van de vakbondsleiding, de socialistische partijen die veranderden van natuur, de veranderende levensstijl enzovoort. Wat wij dus verkeerd hebben ingeschat is het feit dat de arbeidersklasse sedert de oorlog materieel een grote vooruitgang had geboekt en dat die mensen niet bereid waren om dat zo maar op het spel te zetten…

Referentie
Ronny De Schepper, De jaren zestig: stout of choc? De Rode Vaan nr.10 van 3 maart 1988

(*) Vele jaren later (in het begin van de 21ste eeuw namelijk) zal ik nog twee keer voor de PVDA stemmen, maar dat was eigenlijk door een stom toeval. Dat was in de periode dat ik echt niet meer wist op welke partij ik zou stemmen. Op een bepaald moment gingen zowel mijn vrouw als ikzelf het stemhokje binnen zonder ook maar enig idee te hebben op wie we zouden stemmen. Toen we buiten kwamen, bleken we alle twee voor dezelfde te hebben gestemd: ene Tom Van Stiphout die opkwam voor de PVDA. Wij dachten toen namelijk dat het over de gitarist van (o.a.) Clouseau ging en daar we toch geen benul hadden… Bij de volgende verkiezingen hebben we dat zelfs nog eens overgedaan. De keer daarop wisten we echter dat deze Tom Van Stiphout niks te maken had met gitaar spelen (tenzij misschien als hobby) en bovendien had Bart De Wever zich ondertussen al duidelijk geprofileerd in “De slimste mens”…

(**) Opmerkelijk is dat de maartrevolte aan de Gentse universiteit en de afsplitsing van SVB van het katholieke KVHV aan de universiteit van Leuven eigenlijk eveneens terug te voeren zijn op een incident over seksualiteit, net zoals dat in Parijs het geval was. In het geval van het SVB ging het met name over een nummer van “Ons Leven” (het KVHV-blad waarvan Ludo Martens toen de hoofdredacteur was) waarin Ludo Martens het had over pedofilie bij de geestelijkheid. Voorwaar ik hoop dat hij op het einde van zijn levensdagen nog luciede genoeg was om uiteindelijk het genoegen te smaken dat hij alsnog zijn gram had gehaald!

4 gedachtes over “Ludo Martens (1946-2011)

  1. Ik lees hier :
    (…)nummer van “Ons Leven” (het KVHV-blad waarvan Ludo Martens toen de hoofdredacteur was) waarin Ludo het had over pedofilie bij de geestelijkheid. Voorwaar ik hoop dat hij op het einde van zijn levensdagen nog luciede genoeg was om uiteindelijk het genoegen te smaken dat hij alsnog zijn gram had gehaald!(…)

    Mijn reaktie :

    ’t Is vreemd, maar het laat mij al de hele ochtend niet los. Naar aanleiding van het overlijden van Ludo Martens komen wat jeugdherinneringen boven die ik voed door op google het een en het ander op te zoeken. Zo las ik onder andere dat Ludo Martens in nummer 18 van de jaargang 1967 van het blad “Ons Leven” een artikel schreef over pedofilie. Dat zou de aanleiding geweest zijn om hem van de universiteit in Leuven te bannen in 1967. Ik zou het artikel eens graag lezen. Zondag zag ik op de Zevende Dag een confrontatie met Advocate Mussche (van de Advocatenassociatie Van Steenbrugge, Van Acker & Mussche) en Professor Torfs naar aanleiding van de juridische zaak die wordt aangespannen tegen de Heilige Stoel inzake de strukturele ontkenning van pedofilie door de Kerk. Als blijkt dat in 1967 een student werd ontslagen aan een katholieke Universiteit omwille van het aan de kaak stellen van die toestanden (nota bene, ik herhaal in 1967) dan kan dit een serieus bewijsstuk worden ten laste.

    Like

  2. Als 13-jarige jaargenoot op het college kwam Ludo toen al in opstand tegen de pedofiele gedragingen van de subregent die hij als geen ander doorzag. Toen een medeleerling – die niet inging op de voorstellen van de subregent – valselijk van diefstal beschuldigd en weggestuurd werd, was Ludo woedend. Vermoedelijk was zijn later meer openlijk verzet tegen pedofilie ook de reden waarom hij na het vierde jaar plots weggestuurd werd van het college. Bij de eerder schuchtere Ludo bewonderde ik in die tijd ook zijn grote inzet voor het ABN en zijn groot verbaal geheugen. In Leuven werd Ludo in zijn derde jaar geneeskunde in 1967 verbannen van de universiteit omwille van een bijdrage in ‘Ons leven’ over pedofilie in de colleges en welbepaald door een oud-leraar van zijn vroeger college die inmiddels vice-rector geworden was. In Leuven stelde ik jammer genoeg vast dat Ludo steeds meer de dogmatische toer op ging. Met de politieke werkgroep van de Pedagogische Kring gingen we bijvoorbeeld geenszins akkoord met zijn voorstel om ‘Que faire’ van Lenin te bestuderen. We lieten ons ook met meer concrete zaken in: zoals de inspraak aan de universiteit en de democratisering van het onderwijs. Zo publiceerden we in 1969 het boekje ‘Het kind van de rekening’ met voorstellen voor de verdere democratisering en optimalisering van het onderwijs. De meeste mei ’68-ers namen afstand van de extreem-linkse dweperij van Ludo en co en van het anti-autoritaire extremisme. Zo namen we in 1972 als pedagoog ook afstand van de film ‘Opvoeding tot ongehoorzaamheid’ van G. Bott, van de bedenkelijke anti-autoritaire en seksuele praktijken in de Berlijnse Kinderladen. De opstelling van de mei’68-ers was heel divers; maar mei ’68 wordt jammer genoeg vaak herleid tot de opstelling van een paar boegbeelden.

    Like

  3. Ik ben nooit in het gedachtengoed van Ludo Martens gestapt, maar ik kan alleen maar toejuichen dat jij de openheid hebt om de man zijn plaats in de politieke bewegingen in Vlaanderen te gunnen, en hem met een genuanceerd beeld nog ‘ns op te roepen. Chapeau!.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.