“Als mijn film één mens ongelukkiger maakt, heb ik het gevoel dat ik mijn job goed gedaan heb,” aldus Woody Allen in een openhartige bui. En, jawel, u leest het goed. Er staat wel degelijk “ongelukkiger”. De Amerikaanse schrijver, regisseur, acteur en klarinettist Woody Allen, die morgen 75 wordt, zit dan ook nooit verlegen om een boude uitspraak.

Woody Allen werd geboren in Brooklyn als Allen Stewart Konigsberg. Hij nam de naam Woody aan, als verwijzing naar het tekenfilmfiguurtje Woody Woodpecker. Hij is ontegensprekelijk de Amerikaanse cineast die in het laatste kwart van de twintigste eeuw het meest van zich heeft doen spreken. In de rangen van de « intelligentere » cinefielen — en wie rekent zich daar niet graag bij ? — is zijn naam een begrip geworden voor « films die tot nadenken stemmen », voor « prenten vol spitse humor », voor « realisaties met een originele vormgeving ».
Wij kunnen niets anders doen dan deze stelling bijtreden ook al begon er mettertijd wat « sleet » op zijn werk te zitten. Het zag er een moment naar uit dat zijn eigen complexen inzake afstamming en huwelijk wat al te nadrukkelijk in zijn films op het voorplan traden en men aldus van een « probleemhervalling » kon gewagen.
De « diepzinnigheid » à la Bergman scheen hem minder goed te liggen dan de « grappenmakerij » à la Allen, waarmede hij in de jaren zeventig de filmwereld binnenstapte en die zo voortreffelijk gediend werd door zijn originele persoonlijkheid als acteur. Na een rolletje in “What’s new pussycat” speelde Woody Allen haast nog uitsluitend in eigen films: “Take the money and run”, “Bananas”, “Everything you always wanted to know about sex” en “Sleeper”. In deze laatste film maken we kennis met Diane Keaton, die het meest bekend zal blijven met haar vertolkingen in andere Woody Allen-films zoals “Manhattan”, “Interiors”, “Love and death” en “Annie Hall”. Als ik me alweer niet vergis, was Diane Keaton ook in het dagdagelijkse leven immers eerst bij Woody, vooraleer ze met Al Pacino aanpapte.
In “Annie Hall” zitten tal van “klassieke” one-liners zoals “masturbation is having sex with someone you really like” of het veelvuldig gebruik van “neat”, dat dan als oubollig wordt afgedaan (denk aan het Costner-incident in “In bed with Madonna”). De film opent trouwens met een grap die ik ooit écht heb horen vertellen door twee Nederlandse vrouwen i.v.m. een niet nader genoemd Gents restaurant: “Slecht dat het eten daar was! En weinig!” Allen vertelt de grap omdat het voor hem symbolisch is voor het leven als zodanig: we vinden het niet te doen en tegelijk vinden we het te kort.
En dan is er natuurlijk ook nog de onvergetelijke dialoog:
“What are your plans on doing Saturday night?”
“Committing suicide.”
“Well, how about Friday night?”

In “A Midsummer Night’s Sex Comedy” uit 1982 worden de hoofdrollen vertolkt door Woody Allen (Andrew), Mia Farrow (Ariel), José Ferrer (Leopold), Julie Hagerty (Dulcy), Tony Roberts (Maxwell), Mary Steenburgen (Adrian) en Adam Redfield (Student Foxx). Shakespeares spel van vergissingen wordt hier in een moderne versie overgedaan. Drie paren besluiten samen het weekend in de stilte van het platte land door te brengen. Er worden stuivertjes geruild en ieder blijkt met de verkeerde persoon op stap gegaan te zijn. Allens farce geeft aanleiding tot heel wat hilariteiten. Zijn originaliteit brengt hem in de buurt van Charles Chaplin en Buster Keaton. Kortom, “A Midsummer Night’s Sex Comedy” is een van de authentiekste Allen‑films. De opvolger, “Zelig“, was al even memorabel, zij het om andere redenen.
ZELIG
“Zelig” (*) is een prent die nog altijd heel wat « stof tot nadenken » biedt maar die tegelijkertijd « boordevol verbale geestigheid » zit en die in het domein van de vormgeving « werkelijk uniek » is.
De film verhaalt « de saga van de menselijke kameleon » zoals de publiciteitsteksten het voor eenmaal voortreffelijk zeggen, het leven van een mens die van de dolle jaren twintig tot de opkomst van het nazisme alles observeert en beleeft. Hij speelt alle rollen die de geschiedenis hem aanreikt, wordt beurtelings opgehemeld, gehaat en belachelijk gemaakt. En hij overleeft. Hedendaagse personaliteiten blikken nog bewonderend op hem terug…
De hele tijd wordt gedaan alsof de bewuste Leonard Zelig echt bestaan heeft. Figuren als Susan Sontag, Saul Bellow, Bruno Bettelheim, toppers van de Newyorkse intelligentsia, geven commentaar op zijn persoonlijkheid alsof hij een beroemdheid is geweest. In feite hebben zij het over de zovelen die de bewuste periode tussen de twee oorlogen zo goed of zo kwaad als mogelijk doorspartelden en daarvoor tot heel wat compromissen bereid bleken.
Door naast deze interviews in kleuren een hoop documentaire scènes in zwart-wit te plaatsen en daarin Woody « Zelig » Allen nog te laten acteren, heeft de prent op het vlak van de stijl een speciale dimensie gekregen, betekent zij zeker een verrijking van de filmkunst.
Het is allemaal zo briljant gedaan (een drievoudige bravo voor de baas van de fotografie Gorden Willis) dat men bijna gaat vergeten dat hier een onrechtstreekse hulde gebracht wordt aan de opportunist, aan de plantrekker, aan de profiteur die zich in zoveel bochten wringt dat hij zelfs een vooraanstaande nazi wordt.
Op dat moment moet Woody Allen ingezien hebben dat hij wat te ver was gegaan inzake de aanpassingsmogelijkheden van zijn filmkameleon en hij liet bij hem prompt zijn vest keren en terug naar de States, het land van de vrijheid, vliegen. Meteen hebben wij ook het enige — maar grote — zwakke punt in deze film aangeduid. Er bestaan toch ook nog altijd bepaalde principes.
Men denkt daar echter slechts tenvolle aan bij het verlaten van de zaal want gedurende anderhalf uur is men zozeer in de « Zelig »-roes opgegaan, heeft men er zich zo « zalig » bij gevoeld dat men er niet aan dacht even te ontwaken.
Maar — zoals hoger reeds gezegd —een verrijking van de filmkunst is deze prent zeker. Maar dan liefst een eenmalige want elke week mag er geen kameleon op het menu staan. Dan zou ook hij flets gaan smaken door het vele koken.
“Stardust memories”, de volgende film van Woody Allen met hemzelf en Charlotte Rampling in de hoofdrol, gaat over een melancholische cineast die een retrospectieve van zijn werk bijwoont en door reële en imaginaire angsten wordt overmand.
THE PURPLE ROSE OF CAIRO
18 mia farrow en danny aielloWas « Broadway Danny Rose » niet de beste Woody Allen dan kon men het toch een interessante film noemen omdat hij de balans opmaakte van een gedeelte uit de loopbaan van deze cineast. Wanneer « Love and death » het einde betekende van zijn burleske periode en wanneer « Stardust memories » zijn dramatische cyclus afsloot, dan bracht « Broadway Danny Rose » een soort samenvatting van de inhoudelijke en vormelijke elementen van zijn recente komedies.
« De purperen roos van Caïro » schijnt nu een vierde fase in het werk van Woody Allen in te luiden. Is ook deze prent duidelijk gekenmerkt door de personaliteit en het karakter van de cineast (grappig maar gekweld, subtiel maar pessimistisch) en vindt men er diens gekende thema’s in weer (god, de dood, de moeilijkheid om lief te hebben, de last om te leven) dan is de aanpak ervan toch anders, nieuw, visueler van aard. Deze keer spreekt hij over zijn obsessies doorheen de cinema zelf, soms een vergulde schuilplaats maar ook een gevaarlijke illusieschepper voor bezorgde mensen.
Zijn hoofdpersonage, Cecilia (Mia Farrow), kent enorme moeilijkheden op het sentimentele en financiële vlak. Zij leeft in de USA tijdens de grote depressie van de jaren dertig. Zij wordt gebrutaliseerd door haar man (gespeeld door Danny Aiello), dronkaard want werkloos. Op de weg naar haar job bevindt zich een bioscoopzaal waar zij voor een wijl haar problemen vergeet. Men vertoont er de film « The purple rose of Cairo », een van die Hollywood-misbaksels uit die tijd, een prent vol ingewikkelde avonturen en mooie liefdesverhalen. Zij stelt daar vooral een tweede glansrol in op prijs, deze van een mooie en dappere man met Valentino-allures. Bijna niet te geloven is het feit dat deze haar gehechtheid aan zijn figuur merkt en… van het doek stapt om haar het hof te maken.
Voor Woody Allen was het fantastisch element van deze geschiedenis echter niet de hoofdzaak. Het bovennatuurlijke aspect ervan is enkel het vertrekpunt van zijn fabel. Hij wilde klaarblijkelijk in de eerste plaats hulde brengen aan de bioscoop, een troost van enkele uren voor dagen van kommer. Wij zeggen wel « aan de bioscoop » en niet aan de film want zijn prent beschrijft met veel zorg de speciale atmosfeer van de donkere zalen. Zij plaatst de onzekere, kleine Cecilia tegenover het grote doek met zijn sterke helden uit één stuk, figuren die zij in werkelijkheid niet kent. In die zaal moet men niet « in de film komen » zoals gezegd wordt. De film komt tot u : Tom Baxter treedt uit het beeld en stapt op Cecilia toe.
Vanaf dat ogenblik wordt de prent van Woody Allen gedomineerd door de weemoed die hem eigen is en die wij kennen. Voor de kritiek te Cannes — waar de film buiten competitie vertoond werd — was « De purperen roos van Kaïro » een grappig werk. En voorwaar, er zitten enkele zeer amusante scènes in en de dialogen klinken vlot en spits. Maar wij hebben er toch voor alles een werk met een diepe droeve ondertoon in gezien.
Tom Baxter (Jeff Daniels), waarvan de moed en de eerlijkheid opvallend zijn in het filmwereldje, blijkt zeer kwetsbaar in het normale bestaan. Hij toont aan Cecilia ook hoe de beelden op het doek maar schijn zijn. Hij kan enkel auto rijden wanneer het decor achter hem beweegt en een voorbijglijdend landschap toont. Hij kust maar half daar hij telkens zijn handeling onderbroken weet op het doek door een zogeheten « fondu enchainé ». Hij betaalt met biljetten waarvan slechts één zijde bedrukt is. Zo vervliegen er heel wat van de illusies van Cecilia. Wanneer deze laatste uitlegt dat god alles controleert, organiseert en voorziet, besluit Baxter daaruit logischerwijze dat het om de producer van de film moet handelen.
Nochtans houden Cecilia en Tom van elkaar maar de geldmachten van de show-business zien dit met lede ogen aan. Zij gaan in de tegenaanval. De acteur die Tom Baxter speelt maakt in eigen naam het hof aan Cecilia om haar van zijn personage te verwijderen dat terug naar de wereld van de illusie moet. En zo wordt ook Cecilia weer ondergedompeld in de grauwe, alledaagse werkelijkheid na een tijdje in een droomwereld geleefd te hebben. Zoals wij reeds zegden : Allen is hier geen optimistische grappenmaker maar wel iemand die de bedrieglijke schijn van onze maatschappij blootlegt. Men kan daar niet boos om zijn…
THE MANHATTAN MURDER MYSTERY
Woody Allen stuurde in 1986 opnieuw een film naar Cannes (“Hannah and her Sisters”) maar stuurde zelf zijn kat. Hij moest waarschijnlijk in New York op de kinderen passen, want de dochters van Mia Farrow werden kort daarvoor betrapt op het stelen van sexy lingerie. Daarna draaide hij “Shadows and fog”, gevolgd door “Husbands and wives” met hemzelf, Juliette Lewis, Sydney Pollack en Mia Farrow in de hoofdrollen. Deze laatste speelt een bedrogen echtgenote van een professor (Woody) die in zijn midlife crisis valt voor een jonge studentin. De rol van de studentin wordt overigens gespeeld door Juliette Lewis, de beloftevolle actrice die ook al schitterde in “Cape Fear”. De film kreeg een BAFTA-award (British Academy of Film and Television Arts) voor het beste scenario. Ver had Allen immers niet moeten zoeken voor de inspiratie: was hij niet verliefd geworden op Mia’s aangenomen dochter Soon-Yi (een Koreaanse die ze heeft geadopteerd toen ze nog bij André Previn was)? Eén en ander leidde in 1992 tot het buitenhangen van de vuile was in de boulevardpers, waarbij Farrow zo ver ging om Allen ook van incest te beschuldigen met zijn eigen zoontje Satchel! Een morbide grapjas bedacht dan ook de titel voor de volgende Woody Allen-film: “Honey I screwed the kids”.
In de rechtszaak die volgde werd dit niet bewezen geacht, maar toch verloor Woody Allen het bezoekrecht voor Moses en Dylan, een geadopteerde jongen en meisje van Mia Farrow, waarvan Woody het vaderschap had aanvaard. Satchel mag hij enkel onder begeleiding bezoeken. De beschuldigingen dat hij Dylan zou hebben “gemolesteerd” waren gebaseerd op het feit dat hij soms in de kamer rondliep in zijn onderbroek en ook wel eens placht zijn hoofd in haar schoot te leggen.
Woody Allen: “Hoe langer hoe meer worden mannen in echtscheidingen vals beschuldigd van kindermisbruik. Dat is namelijk bijzonder doeltreffend. In het begin nam ik het niet au sérieux. Ik dacht dat de rechtbank zoiets waanzinnigs wel weg zou lachen. Maar nee. Het werkte heel goed. (…) Op straat komen mannen naar me toe, halen foto’s van hun kinderen uit hun portefeuille en zeggen: ‘Ik heb mijn kind in geen vijf jaar meer gezien.’ En dan denk ik: ‘Arme stakkerd, hij heeft geen geld om zijn gelijk te halen.’ Maar dat is natuurlijk onzin, want ik heb het geld wél, en ook ik heb hen al bijna vijf jaar niet meer gezien.” (Humo)
Allen reageerde zich af met “The Manhattan Murder Mystery”, een kamerspelthriller tegen de achtergrond van een dreigende huwelijkscrisis. Als compensatie voor een midlife-inzinking pept Carol (Diane Keaton schoot meteen ter hulp om de rol van Mia Farrow over te nemen) zichzelf op door obstinaat een moord te willen ontrafelen die bij een buur gepleegd zou zijn. Haar echtgenoot, die een verhouding heeft met een schrijfster met Mae West-allures (Anjelica Huston), probeert haar vruchteloos tot rede te brengen. De ontknoping is een hommage aan “The lady from Shangai” van Orson Welles en de hele film is een duidelijke verwijzing naar “Rear window” van Alfred Hitchcock, die helemaal draait rond de vraag of buurman Martin Landau al dan niet zijn vrouw heeft vermoord.
Na “Bullets over Broadway” werd het gerucht verspreid dat Woody Allen zijn troubles met Mia Farrow zou verfilmen, maar dat was alleen maar “taktiek” in opdracht van zijn advocaten, zoals hijzelf zegt, want hij heeft daar helemaal geen zin voor (in plaats daarvan bewerkte hij zijn eerste toneelstuk “Don’t drink the water” tot TV-film, al heeft hij nog altijd de pest aan het medium). Buiten de goedkeuring van hun beiden om gebeurde dat wél in de TV-film “Love and betrayal: the Mia Farrow story” van Karen Arthur (1994). De rol van Mia Farrow werd vertolkt door Patsy Kensit, de vrouw van Jim Kerr van Simple Minds, die nota bene op vierjarige leeftijd debuteerde als de dochter van… Mia Farrow (en Bruce Dern) in “The Great Gatsby”.
MIGHTY APHRODITE
Mira SorvinoAllen zelf hield het voorlopig in zijn 31ste film “Mighty Aphrodite” nog op echtelijke troubles in het algemeen. Op een spitsvondige manier integreert hij er (zoals de titel laat vermoeden) een koor uit een Griekse tragedie in, geleid door F.Murray Abraham (ondanks z’n enorme neus had ik ‘m niet herkend; ik dacht dat het een valse neus was eigenlijk). Het is echter wel degelijk een komedie (één van zijn grappigste trouwens) en daarom loopt alles ook goed af. Dat is eigenlijk het enige wat men aan deze film kan verwijten, maar toch ook weer niet, want het zou gewoon een stijlbreuk geweest zijn, mocht Woody Allen op het einde z’n cynische zelf gebleven zijn.
Aan de rol van het koor moet men een beetje wennen, maar hoe meer Allen zich van het traditionele Griekse koor verwijdert, hoe grappiger het wordt. Hoe zij in hun Griekse gewaden een typische jazz-ballade croonen b.v. of wanneer zij het hebben over de Acropolis en de montage dan kurkdroog overgaat naar een restaurant, Acropolis genaamd. Zij gaven ook de titel aan de film, die immers verwijst naar de Griekse godin van de liefde. De universele macht van de liefde is het thema van de film, het is dus niet zo dat iemand de godin gestalte geeft.
Die iemand had anders het personage kunnen zijn dat wordt gespeeld door Mira Sorvino (foto), dochter van acteur Paul Sorvino. Zij is de moeder van een kind dat door een echtpaar (gespeeld door Woody Allen zelf en door Helena Bonham-Carter) wordt geadopteerd. Terwijl het script terecht werd genomineerd als beste originele scenario, kreeg Mira Sorvino zowaar zelfs een oscar als beste vrouwelijke bijrol. Zeer terecht want Sorvino die een gegradueerde van Harvard is, gespecialiseerd in Chinese politiek, speelt zo levensecht de rol van een prostituée en een porno-actrice dat je denkt dat Allen het zichzelf gemakkelijk heeft gemaakt en gewoon een porno-vedette heeft ingehuurd. Vooral ook omdat Allen geen repetities houdt om de spontaneïteit van zijn spelers te behouden. Dat ze mogen improviseren is wat veel gezegd, maar ze mogen er toch veel van zichzelf inleggen.
Dat het moeilijk is om overtuigend een (mannelijk) dom blondje te spelen, wordt bewezen door de jonge bokser Kevin, gespeeld door Michael Rapaport, die Lenny aan Linda wil koppelen. Al vlug heeft deze immers ingezien dat Linda niks voor hem is, maar hij wil haar wel “redden uit de poel des verderfs” tegen de tijd dat Max zou kunnen op zoek gaan naar z’n echte moeder. En hoe kan je een hoertje beter redden dan met een boerenzoon uit Tupelo of omstreken?
Welnu, Rapaport van zijn kant slaagt er niet in voldoende dwaas over te komen. Hij legt het er namelijk juist te dik op en daarom kan men niet in hem geloven. Het verschil ligt ook misschien in het feit dat Sorvino uiteindelijk toch maar weinig van de tekst van Allen is afgeweken, daar waar Rapaport dat wél deed. Als voorbereiding heeft Sorvino wél drie dagen als hoertje rondgelopen op straat. Ze vond het een beetje sneu dat de mensen haar personage leuker leken te vinden dan haarzelf, maar voor de rest geeft ze geen details over deze ervaring.
Sorvino is geen debutante, ook al heeft ze na haar studies een jaar in Bejing verbleven. Zo was ze o.a. te zien in “Quiz show”, “Barcelona”, “Blue in the face” en in de TV-serie “The Buccaneers”. In de TV-film “The second greatest story ever told” van Katharina Otto uit 1992 speelde ze zelfs een soort van reïncarnatie van de maagd Maria in het Brooklyn van de vroege jaren zestig.
Al bij al is dat een beetje sneu voor Helena Bonham-Carter natuurlijk, die net een grote carrière aan het opbouwen was met “Room with a view” en “Howard’s end”, maar die ook al in “Frankenstein” niet echt tot haar recht kwam. Nochtans is zij de figuur die de film op weg zet. Als geëmancipeerde carrièrevrouw is zij het die beslist dat er een baby zal worden geadopteerd (haar moederlijke gevoelens spelen haar parten, maar ze kan haar carrière niet opzij schuiven voor de “natuurlijke” aspecten van het moederschap) en zij is het ook die als eerste uit het carcan van het huwelijk zal breken. Zij doet dit weliswaar uit ambitie (haar minnaar Jerry Bender is een galerijhouder, gespeeld door Peter Weller, de hoofdfiguur uit “Naked lunch”) en niet uit liefde, zodat men dan reeds kan aanvoelen dat het uiteindelijk allemaal wel weer in orde zal komen.
Maar ondertussen zit die arme Woody dus met frustraties, die hij plotseling op de onbekende moeder van Max, zijn geadopteerde zoon (Jimmy McQuaid), projecteert. Geen wonder: Max is zowat het ideale kind. Superbegaafd, braaf, beleefd en mooi ogend. Aangezien de vader onbekend is, denkt Woody (of beter Lenny, zoals hij dus in de film heet) dat de moeder ook wel over al die gaven zal beschikken en hij gaat daarnaar op zoek. Op het adoptiebureau weet men hem te melden dat dergelijke informatie niet wordt medegedeeld maar door een list (hilarische scène) kan hij toch aan de naam geraken. Alhoewel… haar naam? Het wicht blijkt wel tien namen te hebben. Telkens als ze van beroep wisselde namelijk. Als hoertje heette ze b.v. Linda Ash, maar als porno-actrice klonk Judy Cum dan weer beter…
Naast het adoptiethema is er nog een autobiografisch element in deze film geglipt. Woody Allen is namelijk dol op sport. Dat was trouwens een van de redenen waarom hij apart leefde van Mia Farrow (ze woonden elk aan de andere kant van Central Park, maar zagen elkaar wel dagelijks, ze konden trouwens bij elkaar binnen kijken met van die telescopen die we kennen uit “Ten” en “Body double”) en op die manier is hij ook verliefd geworden op Soon-Yi, want die ging wél met hem naar het baseball als Mia Farrow weer eens niet wilde.
Nu, in de film is Lenny een sportjournalist. Op die manier komt hij niet enkel die bokser op het spoor, zijn relaties zorgen er ook voor dat hij niet wordt gemolesteerd door Linda’s pooier. Kaartjes voor het NBA-basket zijn blijkbaar erg gegeerd in de VS. Ik twijfel er echter sterk aan of ik in een dergelijk geval ook aan mijn lot zou kunnen ontkomen door zo’n bink twee tickets voor de Muntschouwburg aan te bieden…
EVERYONE SAYS I LOVE YOU
“Everyone says I love you”, de volgende film van Woody Allen, was een musical met Julia Roberts en Drew Barrymore, gefilmd in Venetië en Parijs. Dat de acteurs niet echt kunnen zingen, geeft aan de film een merkwaardig soort charme.
Naast gevierd filmmaker is Woody Allen al decennia lang een gelegenheidsmuzikant, die elke maandagavond in Michael’s Pub in New York in een dixielandband op de klarinet speelt. Deze door blanke orkesten gespeelde oude stijl jazz uit New Orleans is beslist een van de minst interessante jazzvormen, maar omdat de stermuzikant van het vergrijsde amateurgezelschap Woody Allen heet, toerde de band vorig jaar toch maar langs 18 Europese steden. Een vrij belachelijk concept: een publiek dat niets van jazz kent, maar alleen gekomen is om Woody Allen in levenden lijve te zien, zit braafjes in een grote zaal naar een podiumopvoering van muziek te luisteren die hooguit in een rokerige nightclub thuishoort.
Hoe dan ook, de gelauwerde Amerikaanse documentariste Barbara Kopple (van het oscar winnende “Harlan County USA”) volgde Woody Allen tijdens dergelijke tournee in 1995. Het interessante van haar document “Wild Man Blues” schuilt zeker niet in Allens muzikale prestaties, wel in wat er achter de coulissen gebeurt: hoe Woody Allen met roem omgaat (pseudo‑nonchalant, in feite doortrapt en arrogant) en vooral hoe hij zijn nieuwe levensgezellin (intussen echtgenote) Soon‑Yi Previn behandelt. Allen (op dat moment 62) probeert sympathiek over te komen, maar geeft zich in dit intieme portret onvrijwillig bloot als een nijdig, hoogst onaangenaam en vooral ondraaglijk narcistisch persoon. “Moet je eens kijken,” zegt hij als hij Soon‑Yi (27) in een luxehotel in haar element ziet. “En zeggen dat dit kind in Korea uit de vuilbakken moest eten.”
Waarom heb ik het onprettige gevoel dat de gewiekste Allen middels deze documentaire voorbereidingen aan het treffen is om zijn jongste aanwinst als actrice te lanceren? Soon‑Yi komt overvloedig in beeld, om bazig te doen, banaliteiten te spuien of haar beate bewondering voor haar artistieke meester te ventileren. Voor mijn part mogen ze best gelukkig zijn samen (dat Allen daarmee van zijn ex zijn schoonmoeder maakte, is hùn probleem). Alleen is Soon‑Yi duidelijk niet voor de film geschapen: haar gezicht fotografeert bepaald niet flatteus en haar stemmetje is hoogst onaangenaam om naar te luisteren.
Daarna maakte Woody Allen o.a. nog “Sweet and low down” en “Small time crooks”, die zelfs bij de critici in ongenade vielen. Ook “Melinda and Melinda” (2004) ging haast onopgemerkt voorbij. Nochtans was dit totaal ten onrechte. Niet zozeer omdat de film zo schitterend zou zijn, zeker niet, maar omdat dit het oeuvre van Woody Allen zo goed samenvat. Aan een tafeltje in een café bediscussiëren vier mensen namelijk het verhaal van een kennis van hen dat hen ter ore is gekomen. Twee van die stamgasten zijn filmregisseurs. De ene maakt komische films, de andere tragedies. Elk vanuit hun invalshoek vertellen ze dan hetzelfde verhaal over een gestoorde jonge vrouw, Melinda (op een bepaald moment wordt er van haar gezegd: “Melinda was said to be postmodern in bed”, dat lijkt me een voldoende typering om aan te geven in welke richting het gaat) en in het ene geval zou het dan een komedie worden en in het andere een tragedie. Het gebruik van de voorwaardelijke vorm, geeft reeds aan dat het hier verkeerd loopt. Ten eerste lijken de personages zozeer op elkaar dat het, zeker in het begin, veel concentratie vergt om te weten in welk verhaal je nu juist zit. Woody Allen is altijd al een tegenstander geweest van het Hollywood-gezegde “sit back and relax” of “sit back and let yourself go”, maar dit is toch wel zéér inspannend. Bovendien is het komische verhaal eigenlijk helemaal niet komisch in de letterlijke zin van het woord en omgekeerd zitten er in het tragische verhaal nog genoeg humoristische Woody Allen one-liners (het “postmoderne” voorbeeld is er één van) om je ook daar op het verkeerde been te zetten.
VICKY CRISTINA BARCELONA
Toch liet Woody Allen de kritiek niet aan zijn hart komen: hij stak de plas over en scoorde in Engeland in 2005 met “Match Point” alweer een prachtige film. Die werd echter gevolgd door “de halve mislukking” (Humo, ikzelf heb de film nog niet gezien) “Scoop”. In 2007 volgde dan (nog steeds in Engeland) de thriller “Cassandra’s Dream”, de eerste film (alweer volgens Humo) waarin geen jazz te horen is. Waarop Woody Allen antwoordt: “Ik wilde openen met Miles Davis, maar de auteursrechten waren te duur. Dus vroeg ik Philip Glass om enkele arrangementen te schrijven: drie dagen later stuurde hij me al zes uur muziek door! Eerst vond ik het nogal sinister klinken, maar toen besefte ik dat het net daarom goed past. Er zit trouwens wel nog een knipoog naar Miles Davis in de film: de aandachtige kijker zal een poster van hem opmerken.”
Ikzelf heb de poster niet gezien, wellicht omdat ik te zeer in de ban was van het spannende verhaal. De minst Woody Allen-achtige film van Woody die ik ooit heb gezien (geen knipogen, geen dubbele gelaagdheid, allemaal erg straightforward) maar wel verduiveld knap. Het slot had misschien beter gekund, but you can’t win them all!
Misschien omdat “Cassandra’s dream” de minst Woody Allen-achtige Woody Allen-film was, was de opvolger “Vicky Cristina Barcelona” juist weer wél typisch Woody Allen. Maar dan in de negatieve betekenis van het woord: eindeloos gebabbel dat nergens toe leidt, zodanig zelfs dat de twee vrouwelijke hoofdpersonages (Rebecca Hall als Vicky en Scarlett Johansson als Cristina) aan het einde van de film identiek in dezelfde situatie zitten als bij het begin. Uiteraard wil de schrijver/regisseur hiermee iets duidelijk maken, maar dat gebeurt helaas niet op de sprankelende manier zoals we van een “betere” Woody Allen gewoon zijn.
Ook de volgende film “Whatever works” valt in die categorie. Het hoofdpersonage is een carbon copy van Woody Allen, van zijn uiterlijk, maar ook van zijn opvattingen, gedragingen enz. En toch speelt Woody zelf niet de hoofdrol maar ene Larry David. Mogelijk is de reden dat deze zich heel expliciet als “genie” bestempelt (in de kwantummechanica dan nog wel), wat misschien toch een stap te ver was voor Woody Allen om dan ook nog zelf in de huid te kruipen van deze onaantrekkelijke misantroop.
Ondanks een prachtige openingszin (over het falen van Marx en Christus omdat ze beiden vertrekken van de premisse dat de mens van nature goed is) zijn de eerste tien minuten oervervelend. Boris Yellnikoff (zoals het “genie” heet) richt zich rechtstreeks tot de kijkers en steekt een ellenlange preek af. Gelukkig komt dan Evan Rachel Wood in Yellnikoffs leven en zij geeft de film een jeugdig elan, ook al is ze dan te dom om te helpen donderen. Kortom, ook dit is een “carbon copy”, maar deze keer van de rol van Mira Sorvino in “Mighty Aphrodite”. Even lijkt na een half uur of zo de film opnieuw te kantelen, als het noodlot op de tonen van de vijfde van Beethoven komt aankloppen in de figuur van de moeder van Melody (zoals het meisje heet dat door Wood wordt vertolkt). Maar uiteindelijk weet Allen deze rol (van Patricia Clarkson) hilarisch om te buigen. Zodanig zelfs dat wanneer uiteindelijk ook haar vader (Ed Begley jr.) het leven van Boris binnenstapt, je deze keer al op voorhand weet dat ook deze pilaarbijter gaat veranderen in… “whatever works“. Want dàt is dus de duidelijke boodschap van deze film. Een boodschap die er misschien iets te nadrukkelijk wordt ingehamerd, maar er zitten voldoende geestige scènes en sprankelende dialogen in om deze film alsnog over de streep te trekken.
Een aardig niemendalletje is “Midnight in Paris” uit 2011. Hollywood-schrijver Gil Pender is zozeer een doorslag van de jonge Woody Allen dat je in de stembuigingen van acteur Owen Wilson zelfs Woody kan horen. Tijdens een soort van préhuwelijksreis naar Parijs samen met niet enkel zijn oppervlakkige verloofde (Rachel McAdams), maar ook zijn oerconservatieve schoonouders (Kurt Fuller en Mimi Kennedy) is al snel duidelijk dat hij afstevent op een Grote Vergissing in zijn leven. Het lot reikt hem echter de helpende hand als hij telkens om middernacht de kans krijgt om een reis te maken naar het Parijs van de jaren twintig, waar hij het kruim van de artistieke wereld ontmoet (Hemingway, Fitzgerald, T.S.Eliot, Gertrude Stein, Picasso, Dali, Man Ray, Bunuel…) en zijn ware roeping als schrijver ontdekt. Leuk, maar ook niet meer dan dat.
“Blue Jasmine” uit 2013 kan men echter zeker niet “leuk” noemen, ook al is het eveneens een film die niet zwaar op de hand is en zeker niet slecht. Jasmine French (Cate Blanchett) used to be on the top of the heap as a New York socialite, but now is returning to her estranged sister Ginger (Sally Hawkins) in San Francisco utterly ruined. As Jasmine struggles with her haunting memories of a privileged past bearing dark realities she ignored, she tries to recover in her present. Unfortunately, it all proves a losing battle as Jasmine’s narcissistic hangups and their consequences begin to overwhelm her. In doing so, her old pretensions and new deceits begin to foul up everyone’s lives, especially her own. (Kenneth Chisholm) Volgens sommigen the storyline was loosely based upon the 1947 play “A Streetcar named Desire” by Tennessee Williams. Maar dan toch very loosely, hoor! Misschien komt het enkel voort uit het feit dat Cate Blanchett and Alec Baldwin have both appeared in theatrical productions of A Streetcar Named Desire. Blanchett played Blanche, while Baldwin played Stanley.
LUISTEREN NAAR EEN NOSTALGISCHE OOM
Het mag duidelijk zijn: een nieuwe “Annie Hall” zal Woody Allen niet meer maken, zoals ook Jeroen Struys schrijft in Het Nieuwsblad. Toch noemt hij “Café Society” uit 2016 wel “zijn beste in jaren, vol charme”, al geeft hij er slechts twee sterren (op vijf) aan! Geeft je een idee hoe hij over de andere films van Allen denkt!
Deze keer reist de regisseur heen en weer tussen Los Angeles en Hollywood in de jaren dertig.
Jesse Eisenberg speelt Bobby Dorfman, een onzekere knul uit een gezin dat moeilijk nog joodser en nog New Yorkser kon zijn. (Eén keer raden wie hiervoor model heeft gestaan.) In Hollywood hoopt hij werk te vinden bij zijn oom (Steve Carrell), agent van de sterren. Door verliefd te worden op diens secretaresse Vonnie (Kristen Stewart) ontstaat een explosieve driehoeksrelatie. Want het meisje heeft haar hart verpand aan een oudere, getrouwde man. “Rarara,” schrijft Jeroen, waarmee hij wellicht bedoelt wat wij allemaal ook al dachten, want “Allen is geobsedeerd door verliefdheden tussen oudere mannen en meisjes. Maar de moraal van het verhaal is deze keer anders. De jonge Bobby wordt naar voren geschoven als de beste kandidaat voor Vonnie. Bovendien is het deze keer het meisje dat de relaties stuurt.
Allen kookt altijd met dezelfde ingrediënten: dramatische, idiote verliefdheid, komische
oneliners over existentiële kwesties en veel jazz. Maar je bent een zeur als je klaagt wanneer de saus smaakt.
De film wordt gered door een lumineuze Kristen Stewart, lichtpunt in de sowieso al prachtige fotografie van Vittorio Storaro. De legendarische chef camera van Apocalypse Now schildert New York in bruinig sepia, terwijl de technicolor ervan afspat in het zonnige Hollywood. Allen vertelt behoorlijk verwarrend tegenwoordig, maar wat dan nog. Het is als luisteren naar de zoetsappige verhalen van een oude oom met nostalgie in de ogen,” zo besluit Jeroen, maar in mijn geest roept hij daarmee eerder de wouwelende Abe Simpson op dan een positief beeld…

Ronny De Schepper

Referenties
Lode De Pooter, Een (eenmalige) verrijking, De Rode Vaan nr.43 van 1983
P.A., Tijdelijke vlucht uit de werkelijkheid, De Rode Vaan nr.24 van 1985
Fred Van Doorn, De levensvragen van Woody Allen, Snoecks 87
Jeroen Struys, Luisteren naar een nostalgische oom, Het Nieuwsblad 26 mei 2016

(*) N.a.v. de recensie van “Zelig” maakte Jo Clauwaert bijgevoegde collage, waarin subtiel ook een foto van Jan Mestdagh verborgen zat…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s