Vandaag is het precies 25 jaar geleden dat de Italiaanse schrijver Alberto Moravia is overleden. Geboren als Alberto Pincherle in Rome op 28 november 1907 werkte Moravia als buitenlandcorrespondent voor diverse Italiaanse kranten, waardoor hij geruime tijd in Londen en Parijs woonde. Hij was gehuwd met de schrijfster Elsa Morante. Als romanschrijver debuteerde hij in 1929 met “De onverschilligen”, een boek dat hij na vier jaar vruchteloos aankloppen bij uitgeverijen in eigen beheer uitgaf.

Moravia behoort tot het psychologisch en intellectualistisch realisme. Mede daardoor werden zijn boeken onder Mussolini verboden. Nadien verschenen kort na elkaar: “Agostino” (1944), “La Romana” (over een volksmeisje uit Rome dat prostituée wordt, 1947) en “La disubbidienza” (1948). In 1960 was er ook nog “La noia”, die in 1963 werd verfilmd door Damiano Damiani met Catherine Spaak, Bette Davis, Horst Buchholz en Isa Miranda. Ook “Il conformista” van Bernardo Bertolucci uit 1970 (met Jean-Louis Trintignant, Stefania Sandrelli, Dominique Sanda en Pierre Clementi) is gebaseerd op een boek van Moravia. En natuurlijk is er ook “Le mépris” van Jean-Luc Godard uit 1963 (met Brigitte Bardot, Michel Piccoli, Jack Palance en Fritz Lang) dat eveneens op een boek van Moravia was gebaseerd, “Il disprezzo”. ‘De minachting’ (1954) is een roman over de liefde en over het einde ervan. Ricardo Molteni heeft de ambitie toneelauteur te worden maar moet zich voorlopig tevreden stellen met het schrijven van recensies – een tamelijk armoedig bestaan naast zijn echtgenote Emilia met wie hij twee jaar gehuwd is. Omdat zij zo erg naar een eigen stek verlangt koopt hij een appartement, beseffend niet aan de tweede afbetalingstermijn te kunnen voldoen. Dan daagt de reddende engel op: filmproducent Batista die hem engageert als scenarioschrijver. Niet ideaal voor hem. Ricardo beziet eerst zijn persoonlijke armoede, daarna het groter geheel van velen die moeten vechten om het bestaan – en wordt lid van de communistische partij; een verder niet meer ter zake doend aspect in de roman maar voor Moravia belangrijk als statement.
Interessant is de uitleg die volgt over de functie van de scenarist binnen de opbouw van de film, essentieel naast de regisseur. In dit stadium, het betrekken van hun eigen appartement en zijn nieuwe job, ervaart Roberto een gewijzigde houding van Emilia… houdt zij niet meer van hem? Als hij blijft eten bij zijn regisseur, geconfronteerd met de verliefde blikken van diens echtgenote voor haar man, lijkt hij gestaafd in zijn vermoeden. Waarmee hij Emilia confronteert. Zij beweert nog van hem te houden…
Een volgend scenario dient zich aan op basis van de Odyssee met een Duits regisseur, Rheingold. Hij zal hiervoor met Emilia op Capri in de villa van Batista kunnen verblijven, de regisseur zal een kamer in een hotel huren. Zijn wantrouwen is inmiddels nog gebleven, maar iedere confrontatie erover wordt uit de weg gegaan, of Emilia weerspreekt zijn argwaan. Tot zij plots – vrijwel hardhandig gedwongen – toegeeft dat zij hem minacht, dat zij zelfs walgt van hem… Een reden weigert zij te geven. Eerst wil zij bij haar moeder intrekken, deze weigert – tenslotte vertrekt het echtpaar naar Capri. Terwijl Ricardo zich de hersenen pijnigt waaraan hij zoveel minachting verdiend heeft. Was het omdat hij eenmalig een secretaresse kuste? Nee toch… De eerste avond in de villa ziet hij hoe Batista die hen vergezelde Emilia ietwat gedwongen zoent… Denkt Emilia soms dat hij haar wou gebruiken om zo een goed betaalde baan als scenarist te verkrijgen – hij herinnert zich vroegere signalen van Batista. Ondertussen zijn er de discussies over Odysseus en Penelope. Batista, producer, wil een spektakelfilm zoals de dan gangbare bijbelepossen – die doen het goed bij het publiek. De regisseur Rheingold gooit het op de psycho-analytische toer: Penelope hield niet meer van Odysseus, minachtte hem (!) omdat hij niet optrad tegen vrijers die zich reeds voor zijn vertrek aandienden. Daarom ontvluchtte hij zijn land en trok ten oorlog (wat hij aan een ander kon overlaten), daarom ook stelde hij zijn terugkomst tien jaren uit. En dat was de reden waarom deze in wezen zachtaardige man op zo gruwelijke wijze de vrijers tenslotte doodde: als enige manier om de achting van Penelope terug te winnen. Roberto is het noch met de ene noch met de andere visie eens, hij wil de pure tekst en poëzie van de Odyssee bewaren. En… overweegt hij, misschien moet hij in navolging van Odysseus (volgens de visie van Rheingold) breken met Batista om de achting van Emilia terug te winnen. Hij stelt de regisseur op de hoogte, deelt Emilia mee dat ze naar Rome terugkeren – deze weigert. De volgende dag vindt hij een brief waarin meegedeeld staat dat Batista en Emilia samen vertrokken zijn, niet als koppel al laat Emilia de mogelijkheid bestaan dat zij de minnares van de producent wordt.
Roberto, vertwijfeld, huurt een roeibootje en gaat de zee op. Net wanneer hij vertrekt ziet hij Emilia, zij stapt bij hem in. Na de open zee bereiken ze een grot waar ze in varen – Emilia heeft inmiddels toegegeven dat alles fout was, zij heeft nooit opgehouden hem lief te hebben, van minachting was nooit sprake. Zij wil hem op het strandje in de grot beminnen – hij tracht haar uit de boot te helpen maar tast in het luchtledige… Een poos later ontwaakt hij in de grot. Was het een droom, dit weerzien, of was het een hallucinatie, een waanbeeld? Hij weet het niet. Hij keert terug naar de villa waar hem een telegram van Batista wacht: Emilia is omgekomen bij een verkeersongeval. Gelukkig maakt Moravia het niet goedkoop door haar overlijden te laten samenvallen met de hallucinatie/droom.
‘Il desprezzo’ is een boeiende roman over de liefde en haar desastreuze gevolgen. Psychologisch sterk uitgewerkt. En met twee fraaie nevenfacetten: over de filmkunst en vooral over het scenario; en ongemeen interessant en intrigerend de analyse van de Odyssee.
Het eerste boek dat ikzelf van hem las was “La Rivoluzione Culturale in Cina”, maar dan in het Nederlands uiteraard. Ik las dit uiteraard in mijn maoïstische periode en ik denk zelfs dat ik mij het boekje (dat ik nu niet meer bezit) heb aangeschaft in het “hoofdkwartier” op de Sint-Kwintensberg. Het boekje was uit 1969 (dus kort op de realiteit) en op dat moment stond Moravia op de twintigste plaats van de mondiaal meest vertaalde schrijvers. Of ik het ermee eens was wat Moravia schreef, weet ik niet meer (ik kan me zelfs niet meer herinneren of ik het wel degelijk heb uitgelezen), want merkwaardig genoeg heb ik enkel deze dialoog uit het woord vooraf overgenomen (*):
A: Als de productie van mensen lager wordt dan de productie van goederen, heb je overproductie. Als de situatie omgekeerd is, heb je overbevolking. Alleen kuisheid kan de cyclus doorbreken, overbevolking en overproductie opruimen, met al hun luidruchtige aanhangsels van oorlog, hongersnood, ellende. Alleen kuisheid en, natuurlijk, armoede.
B: Je vergeet dat het echtpaar, dat je met zoveel ongerechtvaardigde antipathie hebt beschreven, bij het verwekken van een mens die voorbestemd is om te produceren en te consumeren, doende was met dat goddelijke en en duistere ding, dat de liefdesdaad is.
A: Waarom praten over liefde als het in werkelijkheid slechts een mechanische verhouding betreft? De man beweegt zich als een zuigerklep in en uit het vrouwelijke orgaan. Bij een zekere graad van opwinding, opgewekt door wrijving, komt sperma vrij en het kind is verwekt. Wat heeft dat met liefde te maken?
B: Die twee hielden van elkaar. Misschien hebben ze van elkaar gehouden. Wat weten wij daar van af?
A: Liefde leidt niet tot seksuele relaties. Liefde leidt tot kuisheid.

In Snoecks 73 stond van Moravia het kortverhaal “De rode moedervlek” afgedrukt, maar ook hiervan herinner ik mij niets.
In 1975 verzorgde Moravia het commentaar bij een zogenaamde Mondo Cane-film (**) “Ultime grida dalla savanna” van Antonio Climati en Mario Morra (bij ons uitgebracht onder de titel “Kreet in de wildernis”).
In 1985 schreef hij dan “L’Uomo che guarda”, wat in het Nederlands werd vertaald als “De voyeur”. Het is een verhaal van een professor in de Franse literatuur, die zelfs op middelbare leeftijd nog steeds wordt gedomineerd door zijn vader, een professor in de wetenschappen. Alhoewel deze dus veel meer afweet over “de bom” dan de zoon, weigert hij het gebruik ervan af te keuren. Dit leidt tot een generatieconflict als uitloper van 1968, waarbij de zoon een appartement weigert dat zijn moeder hem heeft nagelaten. Op die manier wordt hij echter nog meer van zijn vader afhankelijk, want hij moet met zijn vrouw Silvia bij hem gaan inwonen. Op zijn huwelijksdag reeds begint zijn vader met Silvia een brutale seksuele verhouding, die in schrille tegenstelling staat met de “beschouwende” manier van vrijen, die de zoon heeft ontwikkeld (zij zit bovenop hem en hij kijkt naar haar op, “als naar een madonna“). Anderzijds wil Silvia juist dat zij voor hem die “madonna” blijft (zij zijn met elkaar ook in contact gekomen via een voyeuristische situatie: tijdens een vakantie gaf haar venster uit op de zijne en toen ze merkte dat hij haar gadesloeg, gaf ze opzettelijk een exhibitionistisch “showtje” ten beste). Om over dit dilemma na te denken, loopt ze een tijdje van hem weg. Om haar terug te brengen besluit de zoon dan toch maar het appartement op te eisen. Dat brengt haar wel terug, maar tegelijk weigert ze het te aanvaarden. Alhoewel ze zweert dat de verhouding met “die andere man” (zijzelf heeft tegenover hem nooit toegegeven dat het zijn vader betreft) is afgelopen, besluit ze dan paradoxaal genoeg om nog liever opnieuw bij de vader in te trekken: “Ze neemt mij bij de hand en ik loop achter haar met haar mee.”
Alberto Moravia stierf op 26 september 1990. Op het einde van zijn leven was hij nog een verhouding begonnen met de Nederlandse Rosita Steenbeek, die eerst iets met Fellini heeft gehad. Een en ander beschrijft ze in haar boek “De laatste vrouw”.

Johan & Jan de Belie-Segers

(*) Hierbij moet men wel weten dat A iemand is die naar China is geweest en daar vooral getroffen werd door de armoede, die hij als iets edel-menselijk ervaart…
(**) “In 1962 veroorzaakt “Mondo cane” van Gualtiero Jacopetti sensatie in Cannes. Alhoewel hij niet de bekende uitvergrote lichaamsdelen bevat (daarvoor is het nog wat vroeg) komt deze film in mijn ogen het dichtste bij de definitie van “porno”. Hier wordt immers wel een beetje bloot getoond, maar dat dit op dezelfde lijn wordt gesteld met Papoea’s die een zwijn doodknuppelen, Amerikaanse snobs die bisamrattenstaarten verorberen, slangen die levend worden gevild en een hondje dat zo dadelijk kwispelstaartend zal worden opgediend. Kortom, deze film appelleert aan de laagste instincten van de mens. Later zal deze film nochtans veel navolging kennen. Eén ervan wordt vooral erg populair omdat men er leeuwen in een safaripark een te stoutmoedige toerist (Pitt Doenitz) ziet in oppeuzelen,” schrijf ik in mijn stuk over porno. De film waarover ik het heb in de laatste zin, is precies de film die door Moravia werd becommentarieerd.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.