Dertig jaar geleden: Peter Benoy komt aan het hoofd van het Reizend Volkstheater

ronny1Morgen zal het dertig jaar geleden zijn dat Peter Benoy (weer iemand die niet op het internet is terug te vinden) aan het hoofd kwam te staan van het Reizend Volkstheater, in opvolging van Frans Vercammen die precies twee jaar eerder de nieuwe directeur was geworden.

Een eerste aanzet tot het ontstaan van het Reizend Volkstheater was het Vlaams Volkstoneel ’t Nieuwe Getij, opgericht door Rik Jacobs en enkele andere enthousiastelingen. Binnen het amateurcircuit bracht dit gezelschap vrij vernieuwend theater, ook buiten de grote steden in Vlaanderen.
In 1945 werd het gezelschap nieuw leven ingeblazen onder de naam Reizend Volkstheater (RVT). In 1947 werd het RVT ondergebracht bij het Nationaal Toneel van België, met thuisbasis in Antwerpen aan de Oever 11. Binnen die structuur zou het Reizend Volkstheater een groot deel van de spreidingsopdracht van de KNS-NT op zich nemen. ’s Zomers speelde het openluchtvoorstellingen in het Rubenshuis. Tot de acteurs die bij het RVT te zien waren, behoorden o.a. Domien De Gruyter, Denise Deweerdt, Senne Rouffaer en Dries Wieme.
Na het opdoeken van het Nationaal Toneel kwam het RVT rechtstreeks onder het beheer van de Provincie Antwerpen te staan en kreeg het onderdak in de Antwerpse Arenbergschouwburg. In 1974 werd Walter Claessens directeur van het gezelschap. Hij nodigde gastregisseurs uit, en trok een aantal jonge acteurs en actrices aan. Deze ingrepen bleken echter niet voldoende om het wat “oubollige” imago, dat het RVT sinds de jaren ’60 met zich meesleurde, van zich af te schudden.
Bij het in werking treden van het theaterdecreet van 1975 werd het RVT het eerste spreidingsgezelschap. In 1982 nam Frans Vercammen de leiding over. Ook hij kon echter geen oplossing bieden voor de al sinds jaren aanslepende artistieke problemen binnen de organisatie.
In 1985 werd het RVT losgekoppeld van de Provincie Antwerpen. Het kreeg een andere beheersvorm (vzw) en een nieuwe directeur, Peter Benoy, die voor een facelift zorgde: in de loop van de daaropvolgende jaren evolueerde het RVT tot een reizend repertoiregezelschap met een eigen profiel.
In november 1987 was echter het einde in zicht van de drie proefjaren die het Reizend Volkstheater als laatste redmiddel had gekregen. Toen ontspon er zich op Antwerps provinciaal vlak een politiek touwtrekken tussen de bestuursmeerderheid bestaande uit CVP en SP. “Onder impuls van de NCMV-strekking binnen de CVP, vertegenwoordigd door bestendig afgevaardigde voor Cultuur Leo Bogman, werd geprobeerd het RVT af te bouwen, ten voordele van het Mechelse Miniatuur Theater,” aldus Marc Ruyters in “Knack” van 12 juli 1989. “De reden voor de NCMV-houding was simpel: door het nieuwe RVT-profiel (onder impuls van Peter Benoy) werd het genre volkstheater verlaten voor moderner theaterpaden en konden vele katholieke vrouwengildes en vrije scholen het RVT niet meer voor een prikje binnenhalen voor een gezellig toneelavondje omdat het RVT-theater te moeilijk geworden was en de uitkoopsom drastisch verhoogd werd. Het MMT, zoals bekend van duidelijke CVP-signatuur, kon die plaats wél innemen, en wou dat met plezier doen. De NCMV-strekking heeft het toen niet gehaald, ook al omdat de ACW-strekking in de Antwerpse CVP, die pro-RVT was, ging dwarsliggen.” Het enige gevolg was voorlopig dat het MMT wat meer provinciale subsidies kreeg toegeschoven, “maar het mollenwerk werd verdergezet via de RAT (…) mee onder impuls van… MMT-directeur René (moet zijn: Manu, RDS) Verreth.” Gevolg: in 1989 werden de middelen van het RVT gehalveerd en zakte het van de B-categorie (spreidingstheater) naar de D-categorie (experimenteel en vormingstheater). “De SP-leden binnen de RAT hebben opvallend genoeg niét de lijn van hun Antwerpse provinciale collega’s gevolgd en boden weinig of geen weerwerk. Vooral van RAT-lid en Raamtheater-directeur Walter Tillemans is bekend (hij komt er openlijk voor uit), dat de dubbele RVT-subsidiëring (via provincie én Vlaamse overheid) hem en zijn noodlijdende gezelschap een doorn in het oog is.” Wat Ruyters er niet bij vertelt, is dat het gezelschap wel slechts 185 voorstellingen had gebracht, waar andere B-gezelschappen er 3 à 400 halen. Maar Peter Benoy heeft daar een antwoord op: “Meer dan 200 voorstellingen is artistiek niet meer verantwoord,” zegt hij in “Knack” van 24 mei 1989.
Na enkele jaren op de dool te zijn geweest en op verschillende plekken in het Antwerpse te hebben gespeeld (Ringtheater, Fakkeltheater en Vrije Val), vond het RVT uiteindelijk een nieuwe thuisbasis in de Lange Noordstraat. Bij die gelegenheid besliste Benoy om de naam van het gezelschap te wijzigen in Theater Zuidpool, en zo de negatieve bijklank die de naam ‘RVT’ had, definitief van zich af te schudden. Benoy bleef wel aan het hoofd van het gezelschap.
Zo werd in 1994-95 toch nog het vijftigjarige “bestaan” van het RVT gevierd met een volledig Claus-seizoen. Toen ze in Genk in een regie van Bob Snijers een versie van “Blauw Blauw” speelden, kregen ze het daar aan de stok met migrantenjongeren. Dit stuk is gebaseerd op Noel Coward en is dus een typische “domestic comedy”. In Tunesië blijkt een uitgeblust koppel Fons en Ellen (Daan Hugaert en Ella Van Drumpt) immers vlak naast de vroegere minnaar van de vrouw (Wies alias Dimitri Dupont) te zijn gehuisvest. Bovendien knuffelt Wies al eens graag de jonge Cas (Peter Thyssen), die hem heeft gered toen hij zelfmoord probeerde te plegen. Dit is voor Fons een aanleiding om wat sarcastische opmerkingen te maken over homo’s, net zoals hij dat ook al deed over de Tunesiërs. Dit wekte tijdens een schoolvoorstelling de woede op van een aantal migrantenjongeren, die het karikaturale karakter van de rol duidelijk niet snapten. Als ik nu zelf eens zuur mag doen: natuurlijk niet, want ze zijn geen haar beter dan hun Vlaamse leeftijdsgenoten. Dat ze echter ook geshockeerd waren omdat een acteur in zijn slipje speelt (en dan bedoel ik enkel dat hij slechts dat als kledingstuk aan heeft) en dat de vrouw op een bepaald moment in beha opkomt (foto) en dat ze dan de toelating krijgen om na de pauze in de foyer te blijven, dàt vind ik straf. Zeker als ze na de voorstelling ook nog de technici gaan bedreigen.
In 2001 werd acteur-regisseur Koen De Sutter artistiek leider. Peter Benoy bleef algemeen directeur. In 2005 werd De Sutter opgevolgd door theatermaker en muzikant Jorgen Cassier.

(Met dank aan het Vlaams Theater Instituut)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s