Chris De Moor aan het lijntje

72 chris de moorOp 12, 15, 17 en 19 juli 1986 had in de Opera voor Vlaanderen te Gent het achtste Internationale Opera- en Belcantoconcours van de BRT plaats. Dat jaar namen 26 jonge zangers uit 13 landen deel, die — met begeleiding van het BRT-Filharmonisch Orkest o.l.v. Fernand Terby — elk een aria en per land ook nog eens een duet ten gehore brachten. Een internationale jury bestaande uit bekende zangers, directeurs van opera-instituten en regisseurs oordeelde over hun prestaties. In eigen land is Chris De Moor vast en zeker één van de meest opgemerkte laureaten uit een vorige editie. Onze eerste vraag is dan ook : wat heet « jong » in operamiddens ?

Chris De Moor : Ik heb deelgenomen in 1981, dat betekent dat ik 32 was. Voor mij kan je dat nog als « jong » bestempelen, maar dat is geen algemene regel. Dat hangt namelijk af van de stem. Er zijn zangers die rijp zijn rond 22 en anderen kunnen pas op 40-jarige leeftijd aan een carrière beginnen denken.
— En was dan die bekroning een doorbraak voor je carrière ?
C.D.M. :
Eigenlijk niet. ’t Was ook niet nodig, want ik had al werk. Nee, ik deed het gewoon voor de sport, om mij te meten met andere zangers uit het buitenland.
— Uw vader is Bob de Moor, de rechterhand van Hergé. Moeten we dan veronderstellen dat Bianca Castafiori aan de wieg van uw loopbaan heeft gestaan ?
C.D.M. (lacht):
Neenee. Tijdens mijn jeugd had ik twee grote interesses : muziek en tekenen. Ik heb in beide richtingen een opleiding gevolgd, maar de nadruk lag toch op het tekenen. Niet dat ik in de voetsporen van mijn vader wilde treden, want tegen zo’n concurrentie kon ik niet optornen. Ik zat eerder in de grafische richting. Maar tegelijkertijd maakte ik dus ook deel uit van kinderkoren, amateurkoren e.d. Daar ik echter in het tekenmilieu geen werk vond, heb ik dan maar van mijn hobby mijn beroep gemaakt. Spijtig genoeg kan ik anderzijds niet zeggen dat mijn beroep mijn hobby is geworden, want tekenen doe ik helaas niet meer.
— En ondanks zo’n lange carrière vind je 32 jaar nog vrij jong. Je gaat me toch niet vertellen dat je stem zo laat is omgeslagen ?
C.D.M. :
Neenee, dat is reeds op 16-jarige leeftijd gebeurd, maar om dan de nodige rijpheid te verwerven om opera- of concertzanger te worden, dat vraagt nog enkele jaren natuurlijk.
— En hoe lang kan je dan nog zo in het circuit meedraaien ?
C.D.M. :
Nog heel lang, hoop ik, ik ben tenslotte nog maar 37. Maar globaal kan je daar alweer moeilijk een leeftijd op plakken omdat dat afhangt van de stemsoort. Voor mezelf denk ik dat, aangezien ik vrij laat rijp ben geworden, ik wellicht ook wat langer kan meegaan. Misschien tot 60, 65, al is dat moeilijk te zeggen, hoor. De gezondheid speelt daarbij een rol, de zenuwen. Maar voor een bas moet dat zoiets zijn. Andere stemmen die zouden natuurlijk ook al veel vlugger kunnen afhaken.
— Naast je opmerkelijke vocale kwaliteiten, valt me ook het gemak op waarmee je acteert. Dat was vroeger de grote kwaal van de opera, niet ?
C.D.M. :
Dat is moeilijk om op te antwoorden. Ik zit nog maar dertien jaar in het beroep, ik heb die vroegere periode dus niet meegemaakt. En waar ik het zelf vandaan heb ? Misschien uit die amateurperiode toen ik toch al kleine rolletjes mocht zingen ? Ik heb immers de stiel geleerd op de planken zelf en pas daarna heb ik geleerd hoe je een solsleutel moet tekenen bij wijze van spreken. Dat was onbewust een voordeel wellicht. Ik heb slechts gestudeerd om mij te rechtvaardigen, want ik moet eerlijk zeggen, ik weet niet wat ik eigenlijk geleerd heb op het conservatorium, hoor. Een paar technische tips zeker, da’s alles.
— Ik vind het wel goed dat dit concours ook in die zin is opgevat : het orkest zit in de orkestbak, men draagt kostumes die bij het fragment horen, het verplichte duet…
C.D.M. :
Ja, maar er zijn nog concours die in die zin zijn opgevat, weet je. En ook de aanwezigheid van regisseurs en operadirecteurs in de jury is niet zo uitzonderlijk. Integendeel, ik verkies een jury met impressario’s of managers, zakenlui om zo te zeggen, boven een jury alleen maar bestaande uit zangers, want dat leidt vaak tot onderlinge ruzies, dat kun je je wel indenken !
En wij die dachten dat de opera « une demeure chaste et pure » was !

Referentie
Jan Draad, Chris De Moor aan het lijntje, De Rode Vaan nr.28 van 1986
In De Rode Vaan nr.30 van 1986 kwam ik onder de titel “Grapjasserij” nog eens terug op de wedstrijd van dat jaar:
00Vorige week schreven we reeds na de eerste aflevering (12-7) dat het peil van het internationale opera- en belcantoconcours dit jaar uitzonderlijk hoog lag. We nemen deze bewering niet terug, ook al haalde geen enkele andere competitiedag het niveau van die eerste avond en al was het met name dinsdag (15-7) toch wel een erg zwak geheel. De Hongaarse Katalin Szendrényi had toen het geluk midden die puinhoop een uitstekende Aida neer te poten en men kon dan reeds met de ellebogen aanvoelen dat het wel iemand van erg goeden huize zou moeten zijn die haar nog van de eerste plaats zou kunnen afhouden. Donderdag (17-7) was er dan nog wel een uitstekende Stefanie Kopinitz uit Oostenrijk, maar toen Szendrényi zaterdag (19-7) met een pathetische zelfmoordaria uit « La Gioconda » uitpakte, was het duidelijk dat Kopinitz met de prijs voor de grootste belofte (zeg maar : de troostprijs) genoegen zou moeten nemen. In hun individuele prestaties maakten onze landgenoten Xenia Konsek en Rolande Van der Paal niet een even grote indruk als bij hun duet, maar de toch wel erg competente jury had voor Konsek terecht nog een aanmoedigingsprijs in petto. Ook met de andere gelauwerden konden we ons akkoord verklaren, al was de bekroning voor het beste duet (Noorwegen) wel een verrassing en al hadden we onze persoonlijke « favorita », de Nederlandse Ans Humblet, liever hoger zien scoren dan een gedeelde aanmoedigingsprijs met haar landgenote (ex-DDR) Christa Pfeiler. De televisieuitzending verliep bijna vlekkeloos, tot een elektriciteitspanne wegens de Gentse Feesten roet in het eten kwam gooien. Toch achten wij ons nog steeds erg gelukkig met het kader van de Gentse opera en ook met babbelkous Fred Brouwers, al kunnen niet alle gesprekken natuurlijk op hetzelfde niveau staan. Maar de grapjasserij moet kunnen, vinden wij. In de opera is het immers niet enkel Mozart die zo aanstekelijk kan lachen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.