Het is vandaag zestig jaar geleden dat Eddy Pauwels uit Bornem de Tourrit Pau-Luchon heeft gewonnen. Dat is een van mijn oudste Tourherinneringen. Met deze summiere mededeling dacht ik te volstaan, maar wat bleek? Op het internet staat er een zeer mooi en zeer uitgebreid stuk over dit exploot van de hand van een zekere Frans Wollebrants, mij voor de rest totaal onbekend, maar die met zijn blog “Zand in je hand” blijkbaar dezelfde doelstelling heeft als ik. Hij blogt namelijk “tegen de tijd”. Een aanrader! Maar het is nog straffer. De heer Wollebrants is blijkbaar één of twee jaar ouder dan ik en zijn verhaal is dan ook haast identiek aan het mijne. Zodanig dat ik zijn tekst heb overgenomen en slechts hier en daar heb ingegrepen om het tot “mijn” verhaal te maken. Ik hoop dat hij me dat niet kwalijk neemt…

Het was op woensdag 12 juli 1961. In de Ronde van Frankrijk werd de 17de rit gereden, van Luchon naar Pau. De grote Pyreneeënrit, de zwaarste etappe uit de Tour van dat jaar… Het 197 kilometer lange parcours voerde de renners over niet minder dan vijf legendarische cols: de Peyresourde, de Aspin, de Tourmalet, de Soulor en de Aubisque.
Jacques Anquetil droeg de gele trui, als leider in de algemene rangschikking. Hij had die al op de eerste dag van de wedstrijd veroverd, en nog niet uit handen gegeven. Men verwachtte dat zijn rechtstreekse concurrenten – in de eerste plaats de sterke klimmer Charly Gaul – hem gingen aanvallen.
De Franse televisie bracht een direct verslag uit van het gebeuren, en de Vlaamse televisie nam die rechtstreekse reportage over, via de Eurovisie. Ik was nog geen tien jaar. Rechtstreekse uitzendingen van wielerwedstrijden waren toen nog een zeldzaamheid. Het was zeker niet de eerste keer dat ik er één “volgde”, want dat was de Ronde van Vlaanderen van iets meer dan een jaar eerder, al herinner ik me hier geen beelden van onderweg, enkel van de aankomst. Het was zelfs niet mijn eerste Touretappe, want dat was dezelfde rit van vorig jaar (maar in omgekeerde richting), gewonnen door de Zwitser Kurt Gimmi, maar het was een mengeling van de aanwezigheid van een renner uit buurgemeente Bornem, samen met twee renners van mijn geliefde regionale ploeg, Ouest/Sud-Ouest, de ploeg van de nog niet zo heel lang daarvoor overleden Gérard Saint.
Die twee Fransen waren (*) André Foucher (rechts op de foto) en Marcel Queheille (links op de foto). Zoals gezegd verkeerden ze in het gezelschap van een Belg. En dat was… Eddy Pauwels! (in het midden)
Op de Aubisque, de laatste col van de dag, was Eddy afgescheiden als eerste boven gekomen! Ik vermoed dat de rechtstreekse televisie-reportage toen al begonnen was, maar kan mij die beklimming toch niet concreet voor de geest halen. Wat ik me van de uitzending wél herinner is hoe Pauwels met de twee Fransen (die zich in de afdaling van de Aubisque bij hem hadden gevoegd) onderweg was (zie de foto boven deze tekst), en hoe die twee “snoodaards” – zoals in dergelijke koerssituaties overigens geheel gebruikelijk – in de finale om beurt gingen demarreren, waarbij de ander dan in het wiel van de Belg bleef zitten. Eddy Pauwels beantwoordde echter hun aanvallen en versloeg ze uiteindelijk – op de autorenbaan van Pau – in de sprint! Los van elk supporterschap: een sterke prestatie! Het peloton arriveerde pas vier minuten na de drie vluchters.
De rechtstreekse rivalen van Anquetil in de rangschikking hadden de leider niet kunnen of durven aanvallen. Tourbaas Jacques Goddet veegde ze de volgende dag in zijn krant L’Equipe ongemeen hard de mantel uit: “Les coureurs modernes, les concurrents de ce Tour, Anquetil excepté, sont des nains. Oui, d’affreux nains, ou bien impuissants, comme l’est devenu Gaul, ou bien résignés, satisfaits de leur médiocrité, très heureux de décrocher un accessit. Des petits hommes qui ont réussi à s’épargner, à éviter de se donner du mal, des pleutres qui, surtout, ont peur de souffrir”. Dwergen, lafaards… gemakkelijk gezegd en geschreven, vanuit de volgwagen.
Voor Eddy Pauwels was zijn zege in Pyreneeën al de tweede ritoverwinning in die Ronde van 1961: hij had enkele dagen eerder – op 9 juli – ook de 14de etappe, Montpellier-Perpignan, op zijn naam geschreven. Toen had hij zich aan de aankomst sterker getoond dan vier medevluchters.
Jacques Anquetil won de Tour van 1961 (hij had ook in 1957 al gezegevierd en zal in totaal vijf Touroverwinningen op zijn palmares schrijven). Eddy Pauwels eindigde op een mooie negende plaats en als eerste Belg, net vóór Jan Adriaensens en Jos Hoevenaers. Het was de hoogste notering die hij tijdens zijn carrière in de eindrangschikking van de Ronde van Frankrijk zou behalen.
Overigens won Pauwels in 1961 ook het criterium van zijn geboorte- en woonplaats Bornem (op 19 juni). Ondanks zijn knappe prestaties in de Tour was er voor hem geen plaatsje weggelegd in de Belgische ploeg voor het wereldkampioenschap: een zware teleurstelling.
De Tour van 1962 werd niet meer met landen- maar met merkenteams gereden. Eddy Pauwels kwam aan de start met de Wiel’s-Groene Leeuw ploeg. Alle ogen waren echter gericht op Rik Van Looy, “de keizer van Herentals”, die dat jaar voor het eerst naar de Tour kwam – de trui van wereldkampioen om de lenden.
In de elfde rit, Bayonne-Pau, op 4 juli, ging Eddy Pauwels al na 27 kilometer aan de haal, samen met de Fransman Marcel Rohrbach. Toen, aan kilometer 78, gebeurde het drama: Rik Van Looy werd aangereden door een moto en was gedwongen de strijd te staken. Groot nieuws – alle ogen gericht op de helicopter die Van Looy naar het ziekenhuis bracht – en nog nauwelijks belangstelling voor het verdere verloop van de rit…
Jammer voor Eddy Pauwels, die zijn medevluchter in de steek liet en voor het tweede opeenvolgende jaar op de autorenbaan van Pau als eerste over de streep reed, deze keer met ruim vier minuten voorsprong op al de anderen.
De Tour van ’62 werd gewonnen door Anquetil, vóór de Vlaming Jef Planckaert. Eddy Pauwels kwam uit op de tiende plaats. Hij werd bovendien uitgeroepen tot de meest strijdlustige renner van de Ronde.
Aan die Prix de la Combativité was een auto verbonden. Dat zal Eddy niet slecht uitgekomen zijn, want “de gele Opel Record die hij in 1959 van het Bornemse gemeentebestuur voor zijn gele trui in de Tour cadeau had gekregen, begon sommige van zijn dorpsgenoten inmiddels op de zenuwen te werken”, aldus Arthur Borms.
Hoezo, Arthur? Was Eddy naast zijn schoenen gaan lopen? Was het succes hem naar het hoofd gestegen? “Nee, dat niet, hij was zeker geen ‘dikke nek’, maar hij was nogal introvert en afstandelijk, geen joviale volksfiguur. Ik denk dat de mensen het op de heupen kregen toen ze hem zagen rijden in zijn gekregen auto, gekocht met het geld van de gemeente, zonder dat er een goeiendag of een blijk van erkenning van hem uitging”.
In 1963 waren we aan de vijftigste editie van de Ronde van Frankrijk toe. Voor de gelegenheid werd er – op 23 juni – in Parijs gestart. Vier renners gingen in de finale van de eerste etappe aan de haal. In Epernay won Eddy Pauwels de sprint vóór zijn medevluchters Sorgeloos, Ramsbottom en Bahamontes. Eddy mocht – voor de derde keer in zijn carrière – de leiderstrui aantrekken.
De volgende dag reed hij in het geel België binnen, want de aankomstlijn lag in Jambes bij Namen, waar Van Looy de massasprint won en in de namiddag nog een ploegentijdrit werd afgewerkt. Toch kon Pauwels ook deze keer zijn gele trui niet lang behouden, want de daaropvolgende dag, toen de Ronde in Roubaix arriveerde, moest hij de leiding in het algemeen klassement afstaan aan de Ier Seamus Elliott.
Op 14 juli was de Tour terug in Parijs en mocht Jacques Anquetil zich voor de vierde keer de eindwinnaar noemen – op dat moment een record. Pauwels behaalde dat jaar de 13de plaats.
Het jaar 1964… “Ik werd aangezocht om voor de ploeg van Bahamontes te rijden”, aldus Eddy Pauwels (in een gesprek met de krant Het Laatste Nieuws in 1971). “Ik kreeg goede condities en een heel stel beloften: Bahamontes zou in de Tour zijn prijs afstaan, Bahamontes zou, als we goed werkten, zorgen voor criteria in Spanje en in Frankrijk. Ik heb me werkelijk afgesloofd voor die meneer Bahamontes. Die grote klimmer hing toen dikwijls vijf kilometer lang aan mijn trui. (…). Bahamontes werd derde, maar zijn prijs hield hij. Die criteria waarvoor wij uitgenodigd werden moeten misschien nog altijd gereden worden. En ik had met dat alles zelf een minder resultaat gehaald, geen rit gewonnen, zodat ik ook in België niet aan bod kwam als er over contracten gesproken werd”.
Als knecht van Bahamontes behaalde Pauwels – in de zesde opeenvolgende Tour die hij reed én uitreed – in de eindrangschikking toch nog een twintigste plaats.
Na zijn onzalige avontuur bij de Margnat-ploeg van Bahamontes, keerde Eddy in 1965 terug in het kamp van Wiel’s-Groene Leeuw. Op 22 juni stond hij voor de zevende keer aan de start van de Ronde. Hij schitterde niet, maar viel ook niet uit de toon. In de klimtijdrit op de Mont Revard (bij Aix-les-Bains) waarin de jonge Italiaan Felice Gimondi – op zaterdag 10 juli – zijn grote rivaal Poulidor versloeg en zich aldus van de eindzege verzekerde, eindigde Pauwels nog 37ste (op 99 renners). Daarna stonden er nog maar vier niet al te zware ritten op het programma.
En toch… In Het Laatste Nieuws van maandag 12 juli 1965 kon men het volgende berichtje lezen: “Lyon, zondagavond – Eddy Pauwels die drie weken geleden te Keulen nog met de hoop vertrok ditmaal als eerste Belg de Tour te kunnen uitrijden, vertrok te Aix-les-Bains niet meer voor de rit naar Lyon. Hij onderging de wet zoals zovelen die tot de getrouwen van de Ronde behoorden: de jeugd heeft het ritme zodanig doorgedreven dat de oudere spieren en de oudere organen er door ontredderd worden. Eddy Pauwels was gewoonweg algemeen ondermijnd, zodanig dat een verder deelnemen al te gek zou geweest zijn”. De man uit Bornem was uit het Ronde-circus gestapt, om er nooit meer in terug te keren…
In 1966 was Eddy Pauwels nog enkele maanden coureur. Hij werd opgenomen in de Wiel’s-Groene Leeuw-ploeg voor de Ronde van Spanje, die toen nog in het voorjaar werd betwist. Pauwels (in Het Laatste Nieuws van 21 juli 1971): “Ik zat in de Ronde van Spanje, 2 mei was mijn verjaardag, ik dacht bij mezelf: nu moet ik toch nog eens iets laten zien. Het was wat moois. Ik heb moeten scharrelen om op tijd binnen te komen. Toen heb ik gezegd: nu is het gedaan. En om niet in de verleiding te komen na veertien dagen toch te herbeginnen, heb ik ineens, in Spanje, al mijn materiaal verkocht”.
Pauwels werd metaalarbeider, terwijl zijn echtgenote de schoenwinkel uitbaatte waarin hij zijn met wielrennen verdiende geld had geïnvesteerd. In de zaak hing een grote foto: Eddy Pauwels op de flanken van de Aubisque tijdens de gedenkwaardige Tour-etappe Luchon-Pau van 1961. In zijn huis hing een kleurenfoto: Eddy Pauwels in de gele trui. In een vitrinekast bewaarde hij zijn wielertrofeeën.
Toch keek Pauwels niet zonder verbittering op zijn wielerjaren terug: “Ik heb mij altijd op de kop laten zitten als het op poen aankwam. Ik heb zeker nog zoveel te trekken als ik ooit verdiend heb”, verklaarde hij in 1971. Of nog: “… ik kreeg een inzinking die mij 20 minuten kostte. Ik had de schade kunnen beperken, indien de ploegmaats mij geholpen hadden, maar ze reden mij allemaal voorbij”. Ach ja, worden we allemaal niet af en toe beduveld en bedonderd door de profiteurs en de egoïsten onder onze medemensen?
Eddy’s zoon Gino werd geen wielrenner. De “ietwat afgelegen” schoenwinkel is inmiddels al lang opgedoekt. Eddy Pauwels is op 2 mei van dit jaar 78 geworden.

Ongelooflijk maar waar: op het internet is een tien minuten durende samenvatting van de door Eddy Pauwels gewonnen Pyreneeënrit van 12 juli 1961 te vinden: http://www.ina.fr/video/CAF97505349

Voornaamste geraadpleegde bronnen door de heer Wollebrants: internet, website La Grande Boucle, Le Tour de France de 1903 à nos jours, http://www.lagrandeboucle.com, geraadpleegd juni 2013; F. LODEWIJCKX, De grote rondes van Marc Sleen, uitgeverij Reinaert-Het Volk, Gent, 1992; internet, website de Wielersite, http://www.dewielersite.net, geraadpleegd juni 2013; internet, website le Dico du Tour, ledicodutour.perso.fr, geraadpleegd juni 2013; internet-encyclopedie Wiképedia (Franstalige versie), fr.wikipedia.org, geraadpleegd juni 2013; e-mails van Arthur Borms, 21 en 23 juni 2013; artikel (knipsel), R. JANSSENS, In de Rupelstreek spreekt nu nog iedereen over grote bergrit van Eddy Pauwels (met bijhorende kaderstukjes), in krant Het Laatste Nieuws, 21 juli 1971; bericht F. DAMAN, Eddy Pauwels: niet meer vertrokken, in krant Het Laatste Nieuws, 12 juli 1965; artikel (knipsel), Eddy Pauwels: “De mensen denken dat wij miljonairs zijn!”, in een magazine (vermoedelijk Ons Volk), ca. 1971.

(*) Zonder het opzoekingswerk van de heer Wollebrants, en bevestigd door de hierbij gevoegde foto, zou ik gezworen hebben dat de twee Fransen Pierre Beuffeuil en Guy Ignolin waren. Ignolin had in deze Tour inderdaad reeds een rit gewonnen en Beuffeuil een jaar eerder, maar hij reed toen wel voor een andere ploeg (Centre-Midi) waarin toen ook Queheille reed: de grenzen van die gewestelijke ploegen lagen nu eenmaal niet strikt vast.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.