Thomas-Simon Gueullette (1683-1766)

Een overgangsfiguur tussen Molière en Beaumarchais (en een tijdgenoot van Marivaux) is Thomas-Simon Gueullette (1683-1766). Als zoon van een procureur des konings wordt hij in 1709 zelf substituut en dit ambt zal hij zo’n vijftig jaar lang bekleden. Hij wordt een echte autoriteit op het vlak van de bestrijding van de criminaliteit onder het Ancien Régime. Toch kan hij op een grote sympathie rekenen, want blijkbaar leefde hij getrouw naar zijn aan Horatius ontleend devies: “Dulce est desipere in loco” (het is aangenaam op deze plek gek te doen).

Want, inderdaad, daarnaast reveleert hij zich reeds op het Jezuïetencollege als een man van het theater. Samen met zijn studiegenoten Favart, Lebrun, Collé, Abeille en de gebroeders Parfait (allemaal mensen die op diverse wijzen aan de basis liggen van de Opéra Comique) schrijft hij farces die ze ook zelf opvoeren op de foor. Later zou dit gebruik naadloos overgaan in chique salontheaters. Ondanks het feit dat de draak gestoken wordt met een oude sok die door zijn dochter met behulp van zijn eigen knechten steeds weer bedrogen wordt, is dit soort theater immers vrij onschuldig in deze pre-revolutionaire tijden. Zelfs Marie-Antoinette nodigde marktkraamsters uit in het paleis van Versailles om hun taal te beluisteren en te imiteren. Deze “gauloiserie” (vuile praat) is dan ook het voornaamste kenmerk van de zogenaamde parades. Er wordt dan ook gespeeld zonder maskers (behalve Arlequin) en met een minimum aan beweging: praten is de hoofdzaak! Woordspelingen en andere toespelingen zijn schering en inslag.
Vandaar dat vooral het heroptreden van Italiaanse komedianten op 16 mei 1716 een grote indruk maakte op Gueullette. Zij dragen immers wél maskers en zijn daardoor verplicht zeer “lichamelijk” te acteren, het zijn bijna acrobaten. De tekst is minder belangrijk, er wordt dan ook heel veel geïmproviseerd. De acteurs zijn overigens verbonden met hun rol (Arlecchino is heel zijn leven Arlecchino) en spelen hun diverse dialecten tegen elkaar uit (Italië is op dat moment politiek hopeloos verdeeld). Zo staan de Bolognezen bekend als betweters: de dokter is dan ook steeds afkomstig uit Bologna. De boerse grofheid van Arlecchino is terug te voeren op Bergamo, de oude geilaard Pantalone komt uiteraard uit Venetië enzovoort.
De Italianen waren verboden na een opvoering van “La Fausse Prude” in 1697, omdat de preutse madame de Maintenon (die in 1683 in het geheim met Louis XIV was getrouwd) hierin zichzelf had menen te herkennen. Gueullette wordt de raadsman van dit Commedia dell’Arte-ensemble, waar ook Marivaux kind aan huis is (hij is immers verliefd op één van de actrices). Zo staat hij hen b.v. bij op hun sterfbed door op zijn gezag te verklaren dat ze in het aanzien van de dood het theater afzweren (anders konden ze namelijk het sacrament van de doden niet krijgen). Maar vooral is het voor hem een bron van inspiratie voor zijn “parades” die hij schrijft en dan weggeeft, want hij weigert ervoor auteursrechten te aanvaarden. Geen wonder dat een deel uit “Isabelle, zwanger uit kuisheid” dan ook opduikt in “Jean Bête à la foire” van Beaumarchais. Ook de Poolse graaf Jan Potocki zal hem parafraseren in “Cassandre démocrate”. Aangezien dit reeds tijdens de Franse Revolutie is, kreeg Gueullette hiermee een revolutionair tintje mee.
Daarna geraakt zijn werk echter vlug in de vergetelheid. Dat is ook het geval voor een ander aspect van zijn literair oeuvre: Gueullette deed immers ook mee aan de “Oosterse mode” en schreef zogenaamd Chinese, Mongoolse of Tartaarse verhalen. Eén ervan “Duizend en een kwart uren” uit 1712 kende zoveel succes dat het drie jaar later reeds in het Vlaams werd vertaald (enkele tientallen jaren later zullen ook nog Spaanse en Engelse vertalingen volgen). Een ander verhaal, “Bretoense avonden”, zal Voltaire inspireren tot zijn “Zadig”.
57 jean-louis benoitZijn “Liefde, Lust en Horens” werd door het NTG opgevoerd in een regie van Jean-Louis Benoit van 27 oktober tot 20 november 1984 in samenwerking met het Festival van Vlaanderen / Vertaling : Frans Redant / Belichting : Jan Gheysens / Met: Els Magerman, Lieve Moorthamer, Herman Coessens, Walter Moeremans, Raf Reymen, Hugo van den Berghe. Bob van der Veken, Eric van Herreweghe, Jos Verbist en Mark Willems / Assistent van de regisseur: Achiel van Malderen.
Al storen een aantal confraters zich aan de « grofheid » van deze op de Commedia dell’Arte geijkte traditie (vooral « Het Volk » … ), dan zie ik toch verbanden met de humor, zoals we die bijvoorbeeld aantreffen in het werk van Walter van den Broeck. Volkse humor is immers ook nooit vies geweest van « gemakkelijke » woordspelletjes (op woorden als « spel », « geval », of « partij » b.v.) en anderzijds beheerst Gueullette zeker ook meesterlijk de taal om tot « second thought »-woordgrapjes te komen. Wat dat betreft verdient vertaler Frans Redant trouwens méér dan gewoon wat applaus.
Minder volgen wij die commentatoren die in de regie van de Fransman Jean-Louis Benoit (de man die Gueullette herontdekte) de sociale kritiek weervinden op de toenmalige maatschappij die van den Broeck mutatis mutandis op de onze geeft. Het is niet door deze « boertige » parades in een « sjiek » salon te laten spelen, dat dit meteen ook kritiek inhoudt op de bourgeoisie. Eerder geeft dit blijk van een tweevoudig realisme : parades wérden namelijk wel degelijk in die kringen opgevoerd en ook nu nog laat de bourgeoisie zich privé soms tot de grootste boertigheden verleiden (denken we maar aan de talrijke partnerruilclubs die overal te lande bestaan in dat milieu).
Inhoudelijk valt er niet veel te vertellen over « Liefde, Lust en Horens », want de titel verklapt reeds het hele programma. Men doet zelfs de moeite niet om verschillende namen te bedenken voor elke parade, de situaties zijn zo typisch dat steeds dezelfde « types » kunnen weerkeren (Cassander, Isabel, Gilles, Leander). Hugo Van den Berghe, Els Magerman, Walter Moermans, Jos Verbist, Raf Reymen, Bob Van der Veken, Lieve Moorthamer, Mark Willems, Herman Coessens en Eric Van Herreweghe beperken zich dan ook terecht tot een vlot « spelen » van hun personage, zonder dat het echt « tot leven komt ». Want zo hoort het ook.

Ronny De Schepper in De Rode Vaan nr.49 van 1984
50 hugo van den berghe in een parade

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.