Je ne suis pas un Flamand rose

Tussendoor won Johan ook nog even het “Festival de la Chanson Française” (1975) waarna hij besloot zich serieus op de Franstalige markt te gooien, wat totnogtoe niet helemaal gelukt is, ook niet met “Je ne suis pas un flamand rose”, een franstalige elpee die zoals gebruikelijk een allegaartje van origineel werk en vertalingen van “greatest hits” is. Voor Vlaamse oren zijn vooral de titelsong, “Pauvre boxeur amoureux” en “Le ciel est le toit de ma maison” aangewezen. “Guitares à credit” (subliem!) en “Samedi soir” klinken zelfs beter dan in het Nederlands.
Dit was nota bene ook de eerste elpee die Jean Blaute heeft geproduced. Jean (in Humo): “Herbie Flowers speelde hierop mee, die toen net Lou Reeds ‘Walk on the wild side’ had opgenomen. Wel, zo’n ervaring zet een norm, waar je niet graag meer onder gaat.”

Men zou zich wel kunnen afvragen of, wegens die opening naar Frankrijk toe, zijn stijl nu een verandering zou ondergaan? Verdwijnt het angelsaksische (pop)?
Johan: “Ik heb altijd gezongen zoals ik gebekt ben, dit wil zeggen ik zweefde zowat tussen een angelsaksische en een meer latijnse sound. En of ik nu in het Frans zing of in het koeterwaals, dat maakt niets uit. Het is een feit dat er in mijn nummers invloeden zitten van het Franse chanson, maar die zijn er altijd geweest. Ons land vormt in feite een smeltkroes van die twee invloeden en het is dus vrij normaal dat ze allebei bij mij terug te vinden zijn.”
Misschien zou men hem op die manier kunnen vergelijken met de Franse zanger met een Angelsaksisch geluid, Julien Clerc.
Johan: “Er is zeker een overeenkomst. Julien Clerc is ongeveer op hetzelfde moment als ik beginnen zingen en hij deed dat natuurlijk vanuit de traditie van het Franse chanson maar ook onder de invloed van zijn debuut, namelijk in Hair.”
Met de lp “De Stilte als Refrein” (uit 1976) kreeg hij nogal wat kritiek op zijn teksten. Daarom vroeg ik hem of hij daaraan heeft gewerkt, bijvoorbeeld door iemand aan te trekken die teksten schrijft voor hem?
Johan: “Er bestààt niemand in Vlaanderen om aan te trekken om teksten te schrijven. En in Nederland trouwens ook niet. Indien er zo iemand zou bestaan, dan zou hij al lang uit de anonimiteit zijn getreden. Als je ziet hoeveel belang mensen als Ernst van Alten gekregen hebben, die uiteindelijk vertalers zijn! Als men dus door vertalingen reeds zo bekend kan worden, dan denk ik dat het met oorspronkelijke teksten zeker wel zo zou zijn geweest. Misschien zijn er wel onder de jongeren, maar die zouden zich dan wat beter kenbaar moeten maken.”
Ik legde hem ook de uitspraak van Will Tura voor, die hem “de Vlaamse Rod Stewart” noemde…
Johan: “Het is eens iets anders dan de Vlaamse Joe Cocker, hé? Maar met evenveel recht zou je anders Raymond van het Groenewoud zo kunnen noemen, want op z’n laatste elpee (“Nooit meer drinken”, RDS) staat een nummer (“Bij elkaar”) dat helemaal in de lijn ligt van Rod Stewart.”
“De Vlaamse Jacques Brel” zal hem ook wel stilaan de oren uitkomen. Maar toch nog even vragen: wat vindt hij precies van “Les Flamingants”?
Johan: Ik hou natuurlijk enorm veel van Jacques Brel maar zeker niet van dat nummer. Het is trouwens niet eens originele muziek. Eigenlijk is het van een Braziliaan, die Brel overigens de rechten ervoor geweigerd heeft en nu is dat in proces, geloof ik. En dan de tekst… Kijk, ik zou het zo willen stellen: ik ben geboren in 1951, als men mij dan beschuldigt omdat ik Vlaming ben, dat ik een collaborateur ben, wel dan denk ik dat men hier erg fout zit. En als men over collaboratie spreekt, waarom dan niet over de honderdduizend Fransen die collaboreerden of Walen of Nederlanders of noem maar op?
Indien hij trouwens een dergelijk nummer over de Bretoenen, de Basken of de Frans-Canadezen zou hebben gemaakt, zou de reactie wellicht veel heviger zijn geweest. Ik vind het echter wel spijtig dat de reactie in Vlaanderen bijna uitsluitend uit de rechtse hoek komt. Die zoeken dan hun heil in censuur of zo en dat is helemààl verkeerd. Iedereen heeft het recht te zeggen wat hij wenst te zeggen, ook al is het fout. En dan heb je van die mensen die nu het hele oeuvre van Brel in vraag stellen omwille van dit ene lied, terwijl deze man een repertoire heeft opgebouwd waar ik in geen duizend jaar aan toe ben.”

Met “Als Mijn Gitaar Me Helpt” bewees Johan Verminnen dat hij binnen het Belgische wereldje een klasse apart is, en zijn concerten (met een gewijzigd combo, waarin Jean-Marie Aerts Jean Blaute opvolgde, en Tars Lootens de betreurde Koen De Bruyne verving) zijn nog steeds toonbeelden van professionaliteit, wat niet betekent dat ze glad of routineus zouden zijn, integendeel, soms komen ze dicht in de buurt van wat volgens Johan zelf onder de noemer “rhythm and blues” valt. Of zoals Tom Waits het stelde, die in een blinddoektest bij Humo een Verminnen-versie van één van zijn eigen nummers te horen kreeg: “Die jongen heeft wél persoonlijkheid… het minste wat je van ‘m kan zeggen is dat hij weet waar je ’n goeie song moet halen.”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.