Herman Gilis

Herman Gilis (°1951) was in 1973 mede-oprichter van de Internationale Nieuwe Scène en werkte in die hoedanigheid mee aan de legendarische “Mistero Buffo”. In het najaar van 1981 regisseerde hij bij de van de INS afgesplitste Mannen van den Dam “Het Laxeermiddel” van Georges Feydeau.

Aangezien ik hoegenaamd geen volledigheid nastreef, maar gewoon de stukken die ikzelf heb gezien aan elkaar rijg, springen we hierna naar eind 1984 als Gilis in opdracht van Arca “Les mystères de l’amour” van Roger Vitrac (zie ook “Verschrikkelijk verstandig”) regisseert. Een jaar later had het NTG zich van de diensten verzekerd van één van de wonderknaapjes van het Vlaamse theaterwereldje. Het was dus met meer dan gewone belangstelling dat we uitkeken naar het “voorproefje” dat ons begin 1985 al werd aangeboden: zijn visie op “Door de liefde verrast” van Marivaux.

Globaal kunnen we echter stellen dat Gilis perfect de geest van deze spitse achttiendeëeuwer naar onze tijd heeft “vertaald” in een vormentaal die ons toch niet wanhopig stemt voor de toekomst (het dient gezegd dat van alle prachtige decors die we van Marc Cnops al mochten aanschouwen, dit wel het prachtigste was). Alleen begrepen we niet goed waarom hij vooral in het tweede deel niet flink de schaar heeft gezet vooral dan in de dialogen tussen hoofdfiguren Lelio (Herman Coessens) en de gravin Magda Cnudde. Ook was de typering van het konkelfoezende duo Arlequin (Mark Willems als een soort Al Jolson) en vooral Colombine (een “mannelijke” Els Magerman) niet helemaal geslaagd. Door het derde koppel (Lieve Moorthamer-Walter Moeremans) plat West-Vlaams te laten “klappen” had hij de lachers op zijn hand. (De Rode Vaan nr.6 van 1985)

Dit stuk werd gevolgd door “Bouwmeester Solness” , uiteraard opnieuw in het NTG, maar deze keer in samenwerking met Jos Verbist.

In oktober ’90 was Herman Gilis in Arca als acteur te zien in “Duizend rozen” (1986) van Gustav Ernst (°1944). De regie was van Ronnie Commissaris en oorspronkelijk werd voor de scenografie Niek Kortekaas aangesproken, maar uiteindelijk was het Johan Herbosch die op een tamelijk ingenieuze manier zowel een groothandel in tuinmateriaal als een arbeiderswoning gestalte weet te geven.

Ook de naam van de regisseur was oorspronkelijk iemand anders en dan met name juist Herman Gilis, die op een schitterende wijze de hoofdrol vertolkt, maar Ronnie Commissaris zit met zijn neonaturalistische aanpak vast en zeker op dezelfde denkpiste als Gilis.

En tenslotte wijzigde ook nog de vrouwelijke hoofdrol (Marijke Pinoy kwam in de plaats van Vera Puts), zodat het het voor de hand lag dat de première een paar weken diende te worden uitgesteld. Zoals gewoonlijk in het theatermilieu wordt als reden voor het wegvallen van een acteur of actrice ziekte opgegeven. Zonder dat ik daarvoor bewijzen heb willen verzamelen (zelfs de “zieken” zeggen immers meestal dat ze inderdààd ziek waren), zou het mij echter niet verwonderen dat de actrice heeft bedankt nadat ze bemerkte in welke richting de regie zou gaan. Vooral het vrouwelijke hoofdpersonage krijgt het immers had te verduren. Na amper vijf minuten moet ze reeds letterlijk met de billen bloot en op het einde wordt er met haar “lijk” gezeuld alsof het een zak patatten betrof.

Het mag dus duidelijk zijn: de titel “Duizend rozen” is cynisch bedoeld, net zoals de Mothers of Invention-versie van “Happy together” bij het slot van het stuk. Vooraf verwees Ronnie Commissaris naar artikels zoals we die uitgebreid in Het Laatste Nieuws kunnen lezen over de moord op die voodoo-kaartlegster b.v. of de bakker die zijn “nymfomane” vrouw verdrinkt. En voorwaar, reeds na vijf minuten weten we dat dit inderdaad de teneur van het stuk zal uitmaken. Dan heeft Harry (Herman Gilis) immers reeds zowel zijn lul uit zijn broek gehaald als alles van tafel gegooid. Seks & Geweld dus.

Ik heb trouwens mijn vocabularium enigszins aangepast aan die van het stuk. Wie zich dus aan het woordje “lul” stoort, blijft maar beter thuis. Toch zitten er tegelijk ook heel poëtische passages in, monologen waarbij de personages (herkenbare figuren uit het dagelijkse leven) hun eigenlijke verlangens blootleggen, maar die worden dan niet begrepen. Als een wanhopige Harry b.v. in een dronken bui zijn eenzaamheid uithuilt, dan krijgt hij van Rita (overigens eveneens een prachtprestatie van Magda Cnudde) als cliché-antwoord: “Ach, niemand is alleen”, waarop hij à la Freek De Jonge antwoordt: “Maar ik bén Niemand.”

Aangezien de (weinig om het lijf hebbende) intrige eigenlijk over twee koppels gaat, hebben we nog een vierde persoon nodig om een korte inhoud te kunnen geven. Dat betreft dan Kernstock (Eddy Asselbergs), een trouwe bediende die door Gina (Marijke Pinoy) ontslagen wordt in het kader van de fameuze “bezuinigingen”. Harry heeft zich in het hoofd gehaald dat Gina met Kernstock een verhouding heeft en, alhoewel dat fysiek misschien wel ongeloofwaardig is (Kernstock loopt voortdurend te rochelen), voor het overige is zijn redenering nog niet zo vreemd, want hijzelf was ook “maar” chauffeur van de firma vooraleer zijn werkgeefster hem tot “partner” promoveerde. Dat gebeurde dan tegen de wil van de tirannieke moeder van Gina (Ria Verschaeren), die ook een paar keer ten tonele verschijnt, maar dan wel als een gewilde stijlbreuk.

Rita tenslotte is de op het eerste gezicht onderdanige echtgenote van Kernstock, die echter in al haar bekrompenheid toch over een fascistoïde macht over hem blijkt te beschikken.

Aangezien de Oostenrijker Gustav Ernst nogal eens in één adem met zijn landgenote Elfriede Jelinek wordt vernoemd, was er op de persconferentie ook sprake van “sadomasochisme”. Dit is echter niét het geval (zoals dat in Jelineks “Lust” ook niet zo is), want nergens komen er b.v. “rituelen” bij te pas. Integendeel, dit is puur fysiek sadisme en geestelijk masochisme. Een hard stuk dus, dat niet naliet schandaal te verwekken. Als curiosum was het niet te missen. Als theaterervaring richtte het zich echter eerder tot de liefhebbers van “The Chainsaw Massacre” dan tot adepten van William Shakespeare…

Nog in Arca regisseerde Herman Gilis in het begin van 1991 “Krankheit der Jugend” van Ferdinand Bruckner, waarna hij merkwaardig genoeg de mannelijke hoofdrol (Bob Waagmans) vertolkte in een sitcom op VTM, namelijk “Copy Copy”. Het scenario werd hiervoor geschreven door niemand minder dan Jacky Huys samen met Jack Van Gils. De regie was van Lode Verstraete & Paul Moereels. De andere spelers waren An Nelissen (Sylvia Van Brabant), Geertrui Daem (Caroline De Smet), Ianka Fleerackers (Dusty Waagmans), Anja Van Riet (Janis Waagmans), Marc Coessens (Willem Frederik Van Brabant) en Pieter Baeten (junior). Sylvia Denier is al 15 jaar getrouwd met computerdeskundige Willem Frederik Van Brabant. Ze hebben een zoon van 15, Willem Frederik jr, even saai als sr. Gelukkig zit Sylvia zonder secretaresse voor haar reclamebureau Copy Copy en via een interimbureau biedt een oude hippie, Bob Waagmans, zich aan, die zich nu plotseling verplicht ziet om te gaan werken omdat de moeder van zijn kinderen, Caroline (ze zijn natuurlijk nooit getrouwd, te burgerlijk) deze kinderen nu in de steek heeft gelaten. Je zou voor minder want de twee dochters (waarbij Janis uiteraard vader steunt en Dusty erg zakelijk is, maar welke hippie noemt er zijn dochter nu naar Dusty Springfield?) doen aan overacting alsof de Studio Herman Teirlinck nog dient te worden uitgevonden! Hoe dan ook, Bob is een oude schoolvriend van Sylvia en het klikt meteen. Je vraagt je wel af waarom, want Huys & Van Gils schilderen hem af als een halve abruti en Gilis (die Frank Dingenen vervangt) spéélt hem alleszins zo (spelen oude hippies de hele avond slechts één plaat b.v., het mag dan nog “Ring ring I’ve got to sing” zijn! Of bezuipen zij zich continu?). Bovendien rammelt het al meteen, want eigenlijk blijken ze elkaar niet zo maar te hebben gekend, maar Bob heeft zelfs liefdesbrieven geschreven naar Sylvia. Toch “herinnert” ze zich dat maar als ze de brief in kwestie (die ze blijkbaar wel weet liggen) vindt. In de derde aflevering blijkt zelfs dat er slechts acht leerlingen in die klas van de Grieks-Latijnse hebben gezeten, waarvan er dan nog één is gestorven tijdens een SM-sessie (sic). En de inkonsekwenties in die zin gaan zo maar verder. Zo kan Bob dankzij zijn verblijf in Tibet en bij de indianen een contract afpeuteren van een hoogst vervelend personage (gespeeld door Luc Springuel) die “natuurzeep” produceert. De bourgeois die diep in zijn binnenste een hippie is? Of omgekeerd? Gelukkig is er geen lachband voorzien, want de “grappen” voel je telkens reeds met je ellebogen aankomen. De eerste aflevering was op 30/12/1992.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.