65 jaar geleden: huwelijk van Elly Overzier en Hugo Claus

65 jaar geleden: huwelijk van Elly Overzier en Hugo Claus

Morgen zal het 65 jaar geleden zijn dat Hugo Claus huwde met Elly Overzier. Het huwelijk (dat, weliswaar enkel op papier, 35 jaar zal standhouden) werd gevierd in het Brusselse Goudblommeke van Papier. Enkele jaren geleden werd er een programma uitgezonden op La Deux vanuit ’t Goudblommeke van Papier, “ooit Claus’ stamcafé” zoals er toen in Humo stond. Ik wist niet dat Claus in Brussel had gewoond. En nog minder gewerkt, zoals wij brave pendelaars jaren hebben gedaan en dan inderdaad op de middag een spaghetti konden gaan eten in ’t Goudblommeke. En je kan toch enkel maar een stamcafé hebben op een plaats waar je ofwel woont ofwel werkt? Nee, wat er diende te staan was: “het café waar Claus zijn eerste huwelijk vierde”.

Lees verder “65 jaar geleden: huwelijk van Elly Overzier en Hugo Claus”

Belladonna

Nog in 1993 publiceert Claus de dichtbundel “De Sporen”. Volgens zijn eigen zeggen heeft hierin “de lyriek van de jongeling die in de zandbak met een meisje in Tirolerjurk speelt, plaatsgemaakt voor een zeker wellustig masochisme in het licht van de dood”. Hij vindt trouwens dat het “een wet” is dat de grootste liefdesdichters in werkelijkheid flauwe minnaars zijn en hij citeert als voorbeeld Baudelaire “de grootste liefdesdichter, maar het is bekend dat het allemaal wensdromen waren”. Anderzijds bekent hij dat hij nu ook wel eens een boodschap aan zijn zonen in een gedicht stopt, “mijn twee zonen die niet naar hun ouwe schimmelige vader omkijken.” “En dan maar hopen dat ze uw poëzie lezen,” merkt Rudy Vandendaele stekelig op. “Dat ze hen ertoe aanzet me even op te bellen,” lacht Claus. Maar het gegeven keert terug in 1994, wanneer hij “Belladonna” publiceert, een groteske waarin de namen op dergelijke manier zijn gegeven dat een vertaling onmogelijk wordt (ofwel moet men de actie ook verplaatsen naar het land van de taal en dan verdwijnt het “typisch Vlaamse”). Op die manier zal hij wéér de Nobelprijs niet krijgen natuurlijk!
Lees verder “Belladonna”

De geruchten

In 1994 werden ook nog de verzamelde gedichten 1948‑1993 van Hugo Claus uitgegeven (De Bezige Bij, Amsterdam 1994). Daarin o.m.
“Kent gij het oei‑oei‑vogeltje,
Het heeft korte pootjes en het zegt oei‑oei
Omdat het over de vloer sleept met zijn klootjes.”

(Hugo Claus, fragment uit BRIEF)
Dat jaar sterft ook Herman de Coninck, terwijl hij met Claus de straten van Lissabon afschuimt. Claus wordt gelast het trieste nieuws door te bellen naar Kristien Hemmerechts, maar hij is daar echt niet goed in (Jan Decleir in Humo van 30/3/2004: “Hugo gaat nooit naar begrafenissen, maar hij zit in het café ertegenover.”) en na afloop van het telefoongesprek heeft Hemmerechts nog steeds niet door dat haar man dood is…
Begin 1995 kreeg Hugo Claus in Amsterdam officieel de titel “Meester” toegekend als eerste Vlaming. Vóór hem mochten enkel Jacobus van Looy, P.C.Boutens, Simon Vestdijk, Henriëtte Roland-Holst en Ida Gerhardt deze titel dragen, al veronderstel ik wel dat de laatste twee eigenlijk “meesteressen” zijn…
In 1996 verscheen dan de roman “De Geruchten”, die volgens bepaalde geruchten opnieuw het niveau van “Het verdriet van België” zou halen.
Lees verder “De geruchten”