55 jaar geleden: release van “You really got me”

55 jaar geleden: release van “You really got me”

Morgen za het 55 jaar geleden zijn dat “You really got me”, de derde single van The Kinks, werd uitgebracht. Het werd prompt een rock’n’roll-klassieker die de groep naar de top van de hitparade katapulteerde en volgens sommigen de basis vormde van het hard-rock genre dat vijf jaar later definitief zou doorbreken. Ik schreef destijds in De Rode Vaan een stuk over The Kinks, naar aanleiding van het concert in Vorst-Nationaal op maandag 1 december 1980, waar ik ook mijn tinnitus zou aan overhouden…

Alhoewel The Kinks reeds meer dan zestien jaar meedraaien in het popwereldje, toch zou men kunnen zeggen dat hun populariteit nooit zo groot is geweest. En wat ons daarbij in de gegeven omstandigheden vooral belangrijk lijkt, het is duidelijk dat dit te wijten is aan hun energieke live-act. Niet alleen hebben velen met hen kunnen kennismaken via diverse tournees, op televisie is tot driemaal toe (BRT, RTB, VOO) de — op de markt zijnde — videocassette gekoppeld aan de dubbele live-elpee « One for the road » te zien geweest.
Niet te verwonderen dus dat Ariola voor de tweede maal een uittreksel daarvan op single uitbrengt (het betreft een schitterende, zeven minuten durende versie van « Celluloid heroes »). Misschien is het ook omdat het eerste fragment, « Lola », concurrentie ondervindt van de heruitgave van de originele studio-opname bij de firma die The Kinks oorspronkelijk onder contract had (Pye, hier in België verdeeld door Vogue). Deze firma brengt trouwens de eerste zeven Kinks-elpees tegen een low budget-prijsje opnieuw op de markt.
Live willen The Kinks — vooral onder impuls van gitarist Dave Davies — nogal eens tegen hard-rock gaan aanleunen, zodat de cirkel helemààl rond is. In 1964 begon het immers ook met wat men toen noemde « harde beat » (en in Amerika sprak men toen al van « punk »: « You really got me », « All day and all of the night », « Till the end of the day », uitstekende nummers vinden wij nu, maar omdat wij in ’64 nog maar amper een lange broek droegen, ging dit geweld een beetje aan ons voorbij.
De ontdekking kwam voor ons met het zielsmooie, luie « Tired of waiting », gevolgd door andere lazy krakers als « See my friends » ,« Sunny afternoon » en « Dead end street ». Hoe relaxed songschrijver Ray Davies in die tijd wel was, blijkt nog meer uit het fameuze « This strange effect » van sigarettenrechtzetter Dave Berry.
Tegelijk luidde « Dead end street » een andere periode in, die definitief zou blijken te zijn : Ray Davies wierp zich op de sociale werkelijkheid en onderwierp ze aan een zeer kritische blik. Dit was eigenaardig genoeg een gevolg van het feit dat ze geen deel uit mochten maken van de zogenaamde British Invasion in de States. Na een mislukte tournee in 1965, waren The Kinks niet meer welkom en al blijft het onduidelijk waarom dat zo was, het gevolg was wel dat Ray Davies zich begon af te keren van nogal onpersoonlijke, maar wel wereldwijd aanvaarde “hard rock”, om zich volledig op de Britse markt te concentreren.
Oorspronkelijk blijft hij steken bij een strikt individuele kritiek zoals in « A well respected man », « Dandy » en het grandioze « Dedicated follower of fashion », later legt hij zich meer toe op maatschappijkritiek (zijn rock-opera’s).
Omdat het tijdperk (hippies) nu juist zeer individualistisch getint was, gingen The Kinks meteen een harde periode tegemoet. « Mr. Pleasant », « Waterloo sunset » en « Autumn almanac », stuk voor stuk schitterende werkstukken haalden zeer ten onrechte reeds niet meer het succes van hun voorgangers en « Tin soldier man » ging (deze keer min of meer terecht) compleet de mist in.
Het was zo erg dat Dave Davies toen als pionnetje naar voren werd geschoven (de keerzijde van « Tin soldier man » was trouwens « Love me till the sun shines » van zijn hand), maar na één terechte (« Death of a clown ») en één halve hit (« Susannah’s still alive ») was het ook hiermee afgelopen.
Midden in de periode van de rock-opera’s kenden The Kinks nog één heropflakkering. In 1971 brachten wij onze vakantie door bij een paar Arsenal-spelers op Muswell Hill (waaronder de Noord-Ierse internationaal Sammy Nelson) en bij deze gelegenheid brengen The Kinks in het najaar de « Muswell Hillbillies » uit, een humanitaire maar ietwat meelijwekkende visie op de « working class heroes » van de Londense suburbs.
In ’75 ontdekken wij hen dan opnieuw via een (aangevochten) versie van « Preservation » in Arena-Gent en een televisieuitzending van « Soap Opera ». Nu wordt daar nogal denigrerend over gedaan, maar toch schreef de grootste Kinks-fan onder de journalisten (in een vergelijking met « Sgt. Pepper ») dat Ray Davies een betere tekstschrijver-componist was dan Lennon-McCartney. En gelijk had-ie.
In ’78 dan kwamen The Kinks goed terug met de ook door ons besproken elpee « Misfits » voor een nieuwe platenfirma (Arista). Daar zijn ze nu nog steeds bij, ook al verhuisde deze firma in België van EMI naar Ariola. Voor het eerst sinds jaren eens geen conceptelpee, maar wel weer echte rechtvoorderaapse rock. Zoals men ze heden ten dage niet meer bakt.

Lees verder “55 jaar geleden: release van “You really got me””

Mick Avory wordt 75…

Mick Avory wordt 75…

Vandaag viert Mick Avory, de oorspronkelijke drummer van The Kinks, zijn 75ste verjaardag. Op de foto staat hij helemaal links naast de ondertussen overleden bassist Pete Quaife en de broertjes Dave en Ray Davies.

Voor Avory bij de Kinks drumde, speelde hij ook wel eens mee met een groep muzikanten in de Bricklayers Arms pub in Londen, die later tot de Rolling Stones zouden evolueren. Hij drumde dus mee bij het eerste concert van The Stones op 12 juli 1962 in de Marquee Club te Londen en niet Tony Chapman, zoals de geschiedenis het vreemd genoeg wil (pag.104, biografie Life by Keith Richards).
Avory was actief bij The Kinks van 1964 tot 1984, toen hij creatief botste met gitarist Dave Davies, beiden heren hebben zelfs diverse keren met elkaar gevochten. Met Ray Davies kon hij het veel beter vinden, Ray roemde Mick jaren later als iemand die heel erg duidelijk de sound van The Kinks heeft bepaald. Zijn manier van drummen was net als die van Charlie Watts sterk beïnvloed door jazz-drummers als Art Blakey, Max Roach, Joe Morello en Shelly Manne. (Wikipedia)