De familie De Cauter

Alhoewel Koen De Cauter nu zowat als stamvader wordt beschouwd van een muzikale familie, begon het eigenlijk al bij Koens ouders. Vader was immers een kunstschilder, die ook viool speelde, en moeder had een zuivere stem. Koens eerste liefde was de klassieke muziek (hij was onder meer lid van het Schola Cantorum-koor dat elk jaar de Mattheuspassie vertolkte in Sint-Baafs), maar in de dancing van pa en ma werd Koen ook geconfronteerd met de muziek van Charles Aznavour en Sidney Bechet of de tango’s van Malando. Na een periode dat hij zich in de New Orleans-jazz stort, doet hij een nieuwe ontdekking: de Flamenco (onder invloed van Manitas de la Plata en José Reyes). Hij maakt kennis met de familie Piotto en al snel is een eerste versie van de groep Waso geboren. Koen de Cauter sluit immers al sinds 1964 aan bij de noordelijke tak van de zigeuners: de Manouche-families, bij wie Django Reinhardt geregeld op bezoek kwam. Als het na een periode van jarenlang succes eindelijk wat kalmer wordt, buigt hij zich over projecten rond George Brassens en nog later Guido Gezelle.
Ondertussen is ook de volgende generatie reeds in stelling gebracht. Zoon Myrddin is een uitzonderlijk gitaartalent. Vader Koen bracht zijn zoon in contact met de flamenco. Eenmaal gebeten door deze fascinerende muziekcultuur stortte hij zich met een gedrevenheid op dit genre. Hij volgde verscheidene meestercursussen in Spanje o.a. bij Manolo Sanlucar en Gerardo Nunez. Op zijn debuut-CD “Imre” wordt hij begeleid door David Impens.