Mitsuko Uchida wordt zeventig…

Mitsuko Uchida wordt zeventig…

Ik heb het al eerder gezegd: ik gebruik verjaardagen als kapstok om artikeltjes op mijn blog aan op te hangen, onafgezien van het feit of ik de persoon in kwestie nu leuk vind of niet. Meestal schrijf ik zo’n inleiding als het politiek “foute” figuren betreft, maar in het geval van de klassieke pianiste Mitsuko Uchida gaat het over iets helemaal anders. Ik hou namelijk helemaal niet van haar manier van spelen. Dus om alle misverstanden te vermijden: ze verjaart vandaag, da’s waar, maar ik zal het zeker niet vieren!

Mitsuko Uchida, 10de in de Elisabethwedstrijd 1968, speelde in de Bijloke in Gent het eerste pianoconcerto van Beethoven zeer briljant maar met veel romantische pathos, krachtig, autoritair, gedecideerd, kortom “typisch Beethoven”. Nu kan men opmerken: als het “typisch Beethoven” is, dan is toch alles in orde? De aanhalingstekens hebben echter ook hun betekenis. Ik bedoel daarmee dat ze Beethoven speelde, zoals we dat sedert de romantiek gewoon zijn. Een Beethoven waarvan ik eerlijk gezegd niet hou. Omdat hij me meer aan Berlijn dan aan Wenen doet denken, als je begrijpt wat ik bedoel… Zowel Roger Norrington (op televisie) als Frans Brüggen (tijdens het Festival van Vlaanderen) hebben echter aangetoond dat in een “authentieke” interpretatie Beethoven plotseling veel “jonger” klinkt. Nu is Beethoven uiteraard Mozart niet, maar toch is de man volgens mij ook aan deze nieuwe interpretatie toe, die speelser, lichter, charmanter is (*). Zeker in zijn jeugdwerken toen hij nog niet gekweld werd door zijn doofheid. Overigens heeft ook Mitsuko Uchida een integrale uitvoering van Mozarts klavierconcerti opgenomen, maar dan uiteraard weer op een vleugel. Bovendien doet ze dat op plaat eveneens met The English Chamber Orchestra en ook hier berust de leiding, net zoals in de Bijloke, bij Jeffrey Tate.

(*) De datum van het optreden is alweer verloren gegaan. Op basis van deze zinsneden kan ik echter zeggen dat het moet dateren uit de periode dat ik nog maar pas had kennisgemaakt met de historische uitvoeringspraktijk.

Caroline Dale

Caroline Dale mocht als young musician of the year 1978 als dertienjarige de toen al erg zieke Jacqueline Du Pré opzoeken. Later zou ze haar rol “spelen” (letterlijk, dus op de cello, niet als actrice) voor de film “Hilary and Jackie”. Ze doet dat wel meer, cello spelen op filmsoundtracks. Zo b.v. bij “Truly, Madly, Deeply”, “Fear and Loathing in Las Vegas”, as well as the 2005 adaptation of Jane Austen’s “Pride and Prejudice” and 2007’s Academy Award winner “Atonement”. Here she plays the solo cello part in “Elegy for Dunkirk”, written by Dario Marianelli. She has also performed with Jimmy Page and Robert Plant during their 1994 tour promoting the album “No Quarter” and she plays in the 1994 video for “Whatever” by Oasis. Furthermore she played with David Gilmour during his 2002 solo tour dates, and on his most recent album, “On an Island”. In 2008, she appeared, playing solo cello, at Ron Geesin’s two performances of the “Atom Heart Mother Suite”, with Pink Floyd tribute band Mun Floyd, the Royal College Brass Ensemble, and the choral group Canticum. Up until as recently as 2007, she was Sinéad O’Connor’s touring cellist. She often sang with O’Connor and her band on the song “In This Heart”, from the 1994 album “Universal Mother”. And finally she plays cello on a number of tracks on U2’s 2009 album “No Line on the Horizon”. Dale currently plays Principal Cello for the English Chamber Orchestra and London Metropolitan Orchestra. In 2002, Dale released “Such Sweet Thunder”, an album of classical music with performances of Handel’s Sarabande from the D-minor harpsichord suite, and the Largo from Vivaldi’s E minor Cello Sonata.