Peter Cushing (1913-1994)

Peter Cushing (1913-1994)

Vandaag is het al 25 jaar geleden dat de Engelse acteur Peter Cushing is overleden. Hij werd vooral bekend door horrorfilms, een genre waaraan hij een gloeiende hekel had…

Peter Cushing werd geboren in Engeland, waar hij acteerlessen nam en toneel speelde tot hij in 1939 besloot om naar Hollywood te trekken. Hij maakte daar zijn filmdebuut met een kleine rol in de Hollywoodfilm ‘The Man in the Iron Mask’ uit 1939. Later volgden nog wat kleine films waarin hij o.m. werkte met Stan Laurel en Oliver Hardy. Maar in 1941 keerde hij terug naar Engeland.
Na de Tweede Wereldoorlog kwam zijn carrière pas echt op gang: zijn doorbraak kwam in ‘Hamlet’ uit 1948 naast Laurence Olivier. Daar leerde hij ook zijn beste vriend, Christopher Lee, kennen met wie hij later nog veel ging samenwerken in horrorfilms van Hammer Film Productions. De Hammerstudio’s staan bekend om hun koppeling van de horrorelementen aan erotiek. Hijzelf vertolkte er rollen als Dr. Frankenstein, Dr. Abraham van Helsing en Sherlock Holmes in 1959 in de beroemde verfilming van “The hound of the Baskervilles” door Terence Fisher met Christopher Lee als Sir Henry Baskerville. In 1965 speelde hij in “She”, eveneens van de Hammerstudio’s (regisseur Robert Day) met een verschrikkelijk mooie Ursula Andress in de hoofdrol. Op televisie speelde hij in een aantal ‘Dr. Who’ films (1965-66). In 1976 speelde hij voor Hammer nog in “At the earth’s core” (naar het boek van Edgar Rice Burroughs) met Caroline Munro en in 1979 in “Arabian adventure”, eveneens van Kevin Connor, deze keer met de geweldige Emma Samms, “I wonder what her name is”
Hij overleed in 1994 aan prostaatkanker.

Lees verder “Peter Cushing (1913-1994)”

170 jaar geleden: “The raven” van Edgar Allan Poe

Aangezien het vandaag Gedichtendag is en het tegelijk 170 jaar geleden is dat “The raven” van Edgar Allan Poe werd gepubliceerd in The Evening Mirror in New York (“the first publication with the name of the author”) heb ik besloten een versie van het gedicht over te nemen. Er bestaan tal van versies van, meestal voorgedragen door een “griezelacteur” (Vincent Price, Christopher Lee…), maar ik heb de voorkeur gegeven aan een “muzikale” versie van de mij totaal onbekende Mark Mellen. Ik vond eerst dat hij het rijm te zeer benadrukte, maar toen ik dan de “griezelversies” beluisterde, stelde ik vast dat dit hier evenzeer het geval was. Anderzijds is de versie van Gram Parsons uit 1976 muzikaal dan weer beter, maar de tekst is hier zo goed als onbegrijpelijk. Daarom toch maar: Mark Mellen!