Zestig jaar geleden was er de release van “I could feel the whole world turn around” van de Britse groep Shotgun Express met als zanger Rod Stewart.
Eind ’66 splitte Steampacket: zanger Long John Baldry ging naar Bluesology, waar hij Elton John zou tegenkomen, de onlangs gestorven gitarist Vic Briggs (1945-2021) ging naar de nieuwe Animals, drummer Mick Waller naar John Mayall’s Bluesbreakers en orgelist Brian Auger en zangeres Julie Driscoll richtten hun eigen Trinity op. De tweede zanger, Rod Stewart van zijn kant, sloot zich aan bij Shotgun Express. Hierin zat niemand minder dan Peter Green (later bij Fleetwood Mac) op sologitaar, Peter Bardens op orgel (kwam via Them van een groep genaamd The Cheynes, die toen al Mick Fleetwood als drummer hadden) en verder de Liverpoolse zangeres Beryl Marsden, die in december 1965 nog in het voorprogramma van The Beatles had opgetreden (ongetwijfeld familie van Gerry Marsden van Gerry and the Pacemakers). Voor de ritmesectie deden ze een beroep op Mick Fleetwood en bassist Dave Ambrose. In die samenstelling werd de single “I could feel the whole world turn around”/”Curtains” opgenomen (25ste in de Radio Caroline top 50 van 5/11/1966), gevolgd in april ’67 door “Funny ‘cos neither could I”/”Indian thing”.
George Tremlett heeft voor zijn “Rod Stewart Story” (1976) Peter Bardens geïnterviewd over zijn samenwerking met Rod Stewart en ik moet zeggen dat Rod daar niet goed uitkomt, al doet Bardens zijn best om beleefd te blijven. “Ik herinner me een avond dat hij en zijn vriendin met mij en mijn vriendin uitgingen, en hij was echt onbeleefd tegen het meisje met wie hij was – wat heel gênant was voor ons allemaal…” (p. 42)
“Er was nog iets grappigs aan Rod, en dat was dat hij nooit graag hielp met de apparatuur, en dit was nog voordat zelfs de kleinste bands zeshonderd roadies hadden…” (p. 41)
“Ik denk niet dat iemand van ons echt close met Rod is gebleven, die zich gedroeg alsof hij de zanger was en wij de begeleidingsband.” (p. 42-43)
Samengevat vrees ik hieruit te moeten concluderen dat Rod Stewart in die tijd nogal leek op Deco, de onuitstaanbare leadsinger van The Commitments.
Na de tweede single (waarop Rod al niet meer meezingt), wordt er alweer gesplit. Beryl probeert nog verder te boeren met sologitarist Phil Sawyer, zonder succes echter zodat ze in de anonimiteit verdwijnt en Phil bij de (ook al geflopte) nieuwe bezetting van de Spencer Davis Group aansluit. Peter Green vervangt Eric Clapton bij The Bluesbreakers. Hij wordt zelf vervangen door Jon Morshead, die van Johnny Kidd and the Pirates kwam. Na het splitten van Shotgun Express gaat Morshead bij The Aynsley Dunbar Retaliation spelen en dan gebeurt er iets merkwaardigs: ” Stone Crazy is een opname uit 1967, toegeschreven aan de Aynsley Dunbar Retaliation, die werd uitgebracht op de compilatie History of British Blues, Vol. 1. Het is niet de originele bezetting, maar Dunbar die speelt met zanger Rod Stewart, gitarist Peter Green en bassist Jack Bruce.”
Peter Bardens tenslotte doet eerst The Love Affair (“Everlasting love”!) en The Mike Cotton Sound aan, vooraleer een eigen groep te stichten, Village. Veel later (zo rond 1971) zal hij een knappe, ten onrechte versmade solo-elpee maken (met o.a. “Homage to the Garden of Light”), waarna hij dan uiteindelijk toch een zeker succes kent met Camel.
Voor Rod Stewart daarentegen breekt nu de periode van erkenning aan. In zijn volgende band The Jeff Beck Group zou hij voor het eerst echt de rol van leadzanger vervullen, al zijn de hitjes van deze groep (“Hi ho silver lining” en “Tally man”) toch door Jeff Beck zelf gezongen…
Ronny De Schepper