65 jaar geleden verscheen in Engeland “The Prime of Miss Jean Brodie” van Muriel Spark, nadat de roman reeds in 1960 was verschenen in het Amerikaanse tijdschrift The New Yorker. Het was niet de eerste roman van Spark, maar met “The Prime of Miss Jean Brodie” trok zij wel wereldwijd de aandacht.

Het boek gaat over haar eigen jeugd in een Schotse meisjesschool in de jaren dertig van de vorige eeuw, de vraag is alleen: in welk van de zes meisjes moeten we de auteur situeren. Ikzelf heb zo mijn idee, maar ik laat het liever aan uzelf over om daarover na te denken. “Denk eens na,” zou mijn kleindochter Lucy zeggen. De lerares die model stond voor Jean Brodie daarentegen was Christina Kay.
De sfeer van de jaren dertig en het fascisme is voelbaar aanwezig. Daarom is het merkwaardig dat men al op p.2 kan lezen: “In die tijd waren ze direct herkenbaar als de leerlingen van Miss Brodie, omdat ze enorm veel wisten over allerlei onderwerpen die irrelevant waren voor het officiële curriculum, zoals de directrice zei, en nutteloos voor de school als geheel. Het bleek dat deze meisjes hadden gehoord van de Buchman-aanhangers en Mussolini, de Italiaanse renaissanceschilders, de voordelen voor de huid van reinigingscrème en toverhazelaar boven gewone zeep en water, en het woord ‘menarche’; de interieurdecoratie van het Londense huis van de auteur van Winnie de Pooh was aan hen beschreven, evenals het liefdesleven van Charlotte Brontë en van Miss Brodie zelf. Ze waren op de hoogte van het bestaan ​​van Einstein en de argumenten van degenen die de Bijbel als onwaar beschouwden. Ze kenden de basisprincipes van astrologie, maar niet de datum van de Slag bij Flodden of de hoofdstad van Finland. Alle leerlingen van de Brodie-groep, op één na, konden op hun vingers tellen, net als Miss Brodie, met min of meer accurate resultaten. Tegen de tijd dat ze zestien waren, in de vierde klas zaten en buiten de schoolpoort rondhingen na schooltijd en hoewel ze zich op school hadden aangepast aan het orthodoxe regime, bleven ze onmiskenbaar Brodie en waren ze allemaal berucht op school, wat wil zeggen dat ze met argwaan werden bekeken en niet erg geliefd waren. Ze hadden geen teamgeest en weinig met elkaar gemeen, afgezien van hun voortdurende vriendschap met Jean Brodie.“
De tekst in vetjes is uiteraard door mezelf zo eruit gelicht, maar op p.55 blijkt dat het geen toeval was. Over haar vakantie in 1931 vertelt miss Brodie: “In Londen namen mijn welgestelde vrienden – hun dochtertje heeft twee kinderverzorgsters, of nanny’s zoals ze dat in Engeland noemen – me mee naar AAMilne.”
In hoeverre A.A.Milne past in het “fascistische” plaatje van miss Brodie wordt nergens duidelijk, maar dat zijzelf fascistisch is des te meer: “Toen Sandy, zoals van haar verwacht werd, in de herfst terugkeerde om juffrouw Mackay te bezoeken, zei de directrice tegen deze nogal lastige oud-leerlinge met de abnormaal kleine ogen: ‘Je hebt vast wel iets van juffrouw Brodie gezien, hoop ik. Je bent je oude vrienden toch niet vergeten?’
‘Ik heb haar een of twee keer gezien,’ zei Sandy.
‘Ik ben bang dat ze jullie jonge hoofdjes op ideeën heeft gebracht,’ zei juffrouw Mackay met een veelbetekenende twinkeling, wat betekende dat nu Sandy van school was, het prima zou zijn om openlijk over de streken van juffrouw Brodie te praten.
‘Ja, heel veel ideeën,’ zei Sandy.
‘Ik wou dat ik wist wat sommige daarvan waren,’ zei juffrouw Mackay, een beetje ineengedoken en oprecht bezorgd. ‘Want het gaat nog steeds door, ik bedoel, klas na klas, en nu heeft ze een nieuwe groep gevormd, en die loopt zo uit de pas met de rest van de school, de groep van juffrouw Brodie. Ze zijn vroegrijp. Begrijp je wat ik bedoel?’
‘Ja,’ zei Sandy. ‘Maar je kunt haar niet vastpinnen op seks. Heb je al aan politiek gedacht?’
Juffrouw Mackay draaide haar stoel bijna recht voor die van Sandy. Dit was zakelijk.
‘Lieve,’ zei ze, ‘wat bedoel je? Ik wist niet dat ze zich aangetrokken voelde tot politiek.’
‘Dat heeft ze ook niet,’ zei Sandy, ‘behalve als bijzaak. Ze is een geboren fascist, heb je daar al aan gedacht?’
‘Ik zal haar leerlingen daarover ondervragen en kijken wat eruit komt, als dat is wat je adviseert, Sandy. Ik had geen idee dat je je zo druk maakte over de wereldpolitiek, Sandy, en ik ben meer dan verheugd —’
‘Ik ben niet echt geïnteresseerd in wereldpolitiek,’ zei Sandy, ‘alleen in het stoppen van juffrouw Brodie.’”
 (p.166-167)
“Juffrouw Brodie werd gedwongen met pensioen te gaan aan het einde van het zomersemester van 1939, omdat ze fascisme had onderwezen. Toen Sandy ervan hoorde, moest ze denken aan de marcherende troepen in zwarthemden op de schilderijen aan de muur. Inmiddels was ze toegetreden tot de katholieke kerk, waar ze een flink aantal fascisten had gevonden die veel minder aangenaam waren dan juffrouw Brodie.” (p.167-168)

Ronny De Schepper

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.