De O.V.V. heeft het blijkbaar breder dan de Munt. De John Dew-productie van « Die Walküre » uit 1983 heeft slechts enkele voorstellingen dienst gedaan (één reeks !) maar dit belette de directie niet Jo Dua drie jaar later te gelasten met een volledig nieuwe enscenering. Wij kennen geen enkel theater ter wereld dat zich een dergelijke luxe permitteert. Zelfs de allergrootsten (Milaan, Londen, Wenen, New York) herhalen hun producties verscheidene speeljaren alvorens ze te vervangen.

In plaats van de fondsen zo gul te verspillen aan een nieuwe inkleding en decor — trouwens geen verbetering t.o.v. de John Dew-enscenering — had men beter een goede dirigent laten gasteren en/of enkele eerste-rangs solisten op onze planken uitgenodigd. De opvoering, zoals ze ons nu in Antwerpen voorgesteld werd, was ver beneden peil. Enkele solisten kenden wij reeds van vorige producties, maar ze waren er blijkbaar niet op vooruit gegaan. De baritonale tenor Elliot Palay was een kwelling als Siegmund, Monte Jaffe mist het gezag en de vocale middelen om een geloofwaardige Wotan te brengen en Gudrun Volkert moest een hele vocale strijd leveren om zich niet te verbranden aan de zware Brünnhilde-partij. Ingrid Haubold als Sieglinde was het mooiste lichtpunt in deze voorstelling. Gabor Andrasy had enkele sublieme momenten als Hunding, maar Annet Andriessen was een pijnlijke Fricka. Het orkest o.l.v. Silveer van den Broeck klonk onverschillig en routineus. Gloed, hartstocht en dynamiek waren volledig afwezig. Het geheel deed ons denken aan Gioacchino Rossini die over Wagners muziek zei: “Il y a de beaux moments, mais surtout de longs quarts d’heure!”

Referentie
Willy Maijeur, “It’s just not our cup of tea”, De Rode Vaan nr.39 van 1986

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.