“Trois couleurs: bleu” van Krzysztof Kieślowski werd op het Filmfestival van Venetië op 11 september 1993 als beste film bekroond. Het is een eerste deel van een triptiek over de idealen van de Franse Revolutie, je weet wel: liberté (bleu), fraternité (rouge), égalité (blanc). “Blauw staat voor vrijheid, het verhaal van de prijs die we ervoor betalen. Hoe vrij zijn we werkelijk?” (Krzysztof Kieślowski).
In de andere afleveringen worden de hoofdrollen vertolkt door Julie Delpy en Irène Jacobs. In de derde film komen wel alle hoofdvertolksters op een bepaald moment samen als overlevenden van een scheepsramp. Dan krijgen we dus Juliette Binoche nog even te zien als Julie (*), een jonge vrouw die man en kind heeft verloren in een auto-ongeval (**). Eerst wil ze niet verder leven, maar uiteindelijk kan haar minnaar Olivier Benoit (Benoît Régent), een medewerker van haar man, haar zelfs overhalen diens compositie voor de Europese eenmaking op tekst van de brief aan de Corinthiërs, “Zonder de liefde ben ik niets”, verder af te werken (***). Inhoudelijk is de film misschien een beetje te “christelijk”, maar qua stijl is het: “bleu je veux” met o.a. mooie beelden van Julie’s nachtelijke duik in het zwembad. Juliette Binoche, die oogverblindend mooi is op 29-jarige leeftijd (in de film speelt ze iemand van 33 jaar), kon in Venetië haar Gouden Leeuw voor beste actrice echter niet in ontvangst nemen, omdat ze juist was bevallen van een zoontje, Raphaël. De vader is een sportduiker, die bij wijze van spreken enkel als donor werd ingehuurd.
Ronny De Schepper (op basis van Wikipedia)
(*) Hoewel Steven Spielberg Juliette Binoche benaderde voor Jurassic Park, gaf zij er de voorkeur aan om met Krzysztof Kieślowski samen te werken. Isabelle Adjani , wetende dat Binoche al een contract had, vroeg de regisseur desondanks om de rol van Julie Vignon-de Courcy.
(**) De openingscène met de tiener die langs de kant van de weg een spel met een bilboquet speelt en het auto-ongeluk is geïnspireerd op een gebeurtenis die Kieslowski zelf heeft meegemaakt. Toen hij op 17-jarige leeftijd aan het liften was, zag hij een auto voorbijrijden zonder hem mee te nemen. Hij vervloekte de bestuurder en hoorde vervolgens het geluid van een ongeluk.
(***) In de film beweert de Poolse filmcomponist Zbigniew Preisner dat dit thema afkomstig is van een zekere Vandenbudenmayer, van wie hij in “La double vie de Véronique” zogezegd een concerto heeft bewerkt. Maar zelfs bij de BBC kon men niets te weten komen over deze componist. Wellicht betreft het hier dus een “hoax” (mystificatie) van Preisner. Preisner was overigens zo onder de indruk van de dood van Kieslowski in 1996 dat hij met het “Requiem dla mojego przyjaciela” (requiem voor mijn vriend) een eerste werk schreef dat geen verband hield met een film.
U hebt het helemaal juist: Van den Budenmayer (of Vandenbudenmayer) is een verzonnen componist. Het gaat om een bewuste mystificatie van Zbigniew Preisner en Krzysztof Kieślowski, niet om een historische figuur.
Het idee ontstond al vóór Trois couleurs: Bleu. De fictieve Nederlandse achttiende-eeuwse componist dook voor het eerst op in Dekalog (1988), werd vervolgens een essentieel onderdeel van La double vie de Véronique (1991) en keerde terug in Bleu (1993) en zelfs nog in Rouge (1994).
In La double vie de Véronique wordt Weronika’s beroemde Concerto in e klein voorgesteld als een werk van Van den Budenmayer. In werkelijkheid heeft Preisner dat concerto volledig zelf gecomponeerd. In Bleu wordt dan weer verwezen naar diens Funeral Music, waarvan zogezegd fragmenten worden verwerkt in het “Lied voor de Eenwording van Europa”. Ook dat is uiteraard volledig van Preisners hand.
Het leuke is dat Kieślowski en Preisner de grap heel ver dreven. Ze bedachten:
Daardoor gingen heel wat kijkers – en zelfs sommige muziekjournalisten – op zoek naar deze onbekende componist. Zoals u zelf hebt gemerkt, liep ook de BBC tegen een muur aan: er bestaat eenvoudig geen historische Van den Budenmayer.
De mystificatie had overigens een artistieke functie. Kieślowski wilde vermijden dat de muziek in zijn films associaties zou oproepen met een bestaande componist als Mozart, Pergolesi of Vivaldi. Door een imaginaire componist te creëren kreeg de muziek een eigen geschiedenis binnen het universum van zijn films. De fictie werd als het ware onderdeel van de werkelijkheid van de personages.
Een aardig detail is dat Preisner later verklaarde dat hij en Kieślowski de naam mede kozen omdat zij allebei een grote liefde voor Nederland hadden. De naam klinkt overtuigend Nederlands, maar is tegelijkertijd net vreemd genoeg om niet onmiddellijk met een bestaande componist te worden geassocieerd.
Met andere woorden: de “hoax” was geen plagerijtje om het publiek te misleiden, maar een geraffineerd literair en cinematografisch spel. Van den Budenmayer is eigenlijk Preisners muzikale alter ego: een fictieve componist die de verschillende films van Kieślowski met elkaar verbindt.
chatgpt
LikeLike