“Die Lage ist hoffnungslos aber nicht ernst”. Een wat ironische staande Duitse uitdrukking. Misschien is er ook een gelijkaardige Deense versie, wie weet. Bij Visma-LAB geloven ze nog in een wonder (*). In de laatste etappe op Alpe d’Huez kan het nog kantelen. “Het kan nog, maar het is onmogelijk” zeg ik dan als variatie op het aangehaalde thema. Pogacar is onaards bezig en vanaf elke bergtop kijkt hij heerszuchtig neer op het voetvolk. En toch is het wel eens gebeurd dat de Tour in de laatste etappe beslist werd. In een vlakke rit werd een achterstand van drie minuten teniet gedaan en omgezet in een eindzege waarbij de leider twaalf minuten aan zijn been werd gelapt.

Maar dat is heel lang geleden toen het sowieso allemaal nog geen secondenwerk was. Het was de legendarische Tour van 1947; ik was toen nog “nat achter de oren”. Heel veel later had ik het genoegen die Tourwinnaar te ontmoeten. Nou ja laten we zeggen: ik stond er bij en keek er naar. Het was in de tweede helft van de jaren zestig in Gemert, of all places.

Aan het vertrek van de Ronde van Gemert. Die rondjes rond de kerk van die dagen trokken veel volk. In Oost-Brabant waren de gevechten tussen Jos van der Vleuten en Theo Rutten heroïsch. Lokale gladiatoren die elke zondag opnieuw in de arena traden. Bloed, zweet en tranen.
Maar die keer was er toch aanzienlijk meer reuring. Er zoemden schattingen rond van 15.000 tot 20.000 toeschouwers. Ik was wel onder de indruk als een eenvoudig amateurke, die zoals gewoonlijk in de overlevingsmodus stond. Maar misschien nog meer werkte de dame die naast mij aan het dranghek stond op mijn gemoed. Het was madame Mouton, de moeder van – de best wel zwaar geschapen – renner Jean. Een vamp-achtige verschijning die nogal wat mannen om haar vingers kon winden. De microfonist C.W. van dienst geilde er nogal op, maar dat terzijde.
Gelijk klonk de bel voor vertrek en was ik van de aanblik “verlost”. Veel later heb ik het genoegen mogen smaken om na afloop van een criterium op het fameuze Eindhovense stratencircuit de Engelsbergen met haar te “twisten” bij de prijsdeling ín de WILRI bar. Ik op kousenvoeten in een overmaats AVH-trainingsjack met knickerbocker; zij in volle glorie. Een soort iconische Pulp Fiction scène avant la lettre, die met John Travolta twistend op zijn sokken, maar dan héél anders. Superieure kneuterigheid! Haar echtgenoot, père Mouton, had haar vooraf nog toegesist: “dettie oe nie anrakt!”
Met excuses voor deze triviale persoonlijke ontboezeming in dit verhaaltje.

Maar die massa volk was natuurlijk niet komen opdagen voor de adspirantjes, nieuwelingen en amateurs, dan wel verleidelijke dames. Nee het klapstuk van die middag was de “Trofee Gerrit Schulte”, een gentlemenkoers voor Oude Gloriën. Een initiatief van Gerrit, le fou pédalant. Met vaste hand georganiseerd door het plaatselijke “Comité Bejaarden” (sic). Om zijn geesteskind wat meer cachet te geven was Gerrit met een van de “bejaarden” naar Lyon in Frankrijk getogen om wat grote kanonnen te contracteren. En jawel ze kwamen terug met vette buit. Op het affiche verschenen Tour de France-vedetten van weleer om mannen als Gerrit Voorting, Wout Wagtmans en nog een flinke handvol andere befaamde vaderlandse oud-strijders van repliek te dienen. Niet minder dan vijftig kilometers moesten er afgehaspeld worden.

Robic en Woutje Wagtmans

Naast de oud-coureurs was ook een lichtvoetig neven onderdeel voorzien met tv- en variété artiesten en journalisten. Onder andere Piet Bambergen van de Mounties , Lou “Bromsnor” Geels, Stiefbeen en een kogelronde Willy Alberti uit de Amsterdamse wielercoterie, stalen de show. Het publiek smulde er van. Trino Flothuis (**), in gewone burgerkleren op een vouwfietske, was primus bij de selectie van het journaille.  

Alberti, Stiefbeen, Bromsnor en Piet van de Mounties

De echte protagonisten waren echter Jean Robic en Abdel Kader Zaaf. Twee legendarische figuren uit de Tourgeschiedenis. Robic, “tête de cuir”, de import Bretoen met een kort lontje, was gekend door veel sterke verhalen en dito anekdotes. De Tour van ’47 had hij gewonnen in de allerlaatste etappe. Samen met Edouard Fachleitner, ook een crack in die dagen, naaide hij de leider Pierre “de klompkin” Brambilla in het pak. Een achterstand van drie minuten werd omgebogen naar een voorsprong van negen. Daarmee werd Brambilla naar de derde plaats gebonjourd. Fachleitner tweede en naar verluidt met een bonus van 10.000 francs uit de zak van Jean naar huis. Volgens de overlevering reed “De Klompkin” als een speer naar huis en begroef zijn fiets uit pure frustratie in de tuin. Typisch broodje aap verhaal natuurlijk.

Abdel Kader Zaaf in “Gimmert”

Zaaf is natuurlijk onsterfelijk geworden door die etappe in een zinderend Zuid-Frankrijk waar hij in een soort coma tegen een plataan hing en na ontwaken tegen de rijrichting wegreed. Wat de oorzaak ook was, is eigenlijk nooit helemaal uitgeklaard. Drank, doping, hitteslag, niemand die het fijne ervan weet. In Gemert, zoveel jaar na dato, was hij wél helemaal bij de pinken en scoorde een derde plaats. Overigens deed Achiel van den Broeck in zijn “Handboek der Wielersport” nogal neerbuigend (en dat is een understatement van jewelste) over Abdel Kader. We schrijven dan1953, met Congo nog strak in Belgische handen.  

De “Gimmertse” koers werd een prooi voor Jean Robic, fanatiek als in zijn beste dagen. Een val door een “overstekend klein meisje” weerhield hem, geblutst en wel, niet van de zege.  

Robic wint voor Gerrit Voorting en Zaaf

Volgens het verslag van die dag, “was de samenkomst van de oude-gloriën na afloop ook nu een hoogtepunt”. Een dergelijk hoogtepunt werd juist een absoluut dieptepunt voor Jean Robic. Jean balanceerde allang op een maatschappelijk scherp randje. Echtscheiding, zakelijke miskleunen en Koning Alcohol die steeds op de bagagedrager meeliftte. De apotheose kwam in 1980. De schoonvader van Joop Zoetemelk had na diens Tourzege in Germigny-l’Évêque een gentlemenkoerske georganiseerd met veel voormalige Tour de France-coryfeeën. Zelfs Brambilla was er; hij had kennelijk zijn fiets opge- en de strijdbijl be-graven. Na afloop natuurlijk een “repas bien arosé” oftewel een onbedaarlijke slemppartij. Robic vertrok met een kwaaie kop en meer dan behoorlijk onder de pekel. Mannen als Lazarides en Geminiani probeerden hem nog tegen te houden om in de auto te stappen, maar tevergeefs. Het werd zijn laatste rit. In volle chasse reed hij onder een geparkeerde onverlichte oplegger en was op slag dood. Het einde van een kleine kobold, op 59 jaar.

Van Zaaf is na zijn optredens in de met name Franse gentlemen- koerskes weinig meer vernomen.

In ieder geval was Gemert op die Hemelvaartsdag even getuige geweest van leuke stukjes wielervariété. En nu maar kijken of de Tour komende week nog kijkwaardig blijft c.q. wordt.

Theo Buiting, 18/7/2026

(*) Geschreven vóór de val en de uitschakeling van Jonas Vingegaard gisteren.

(**) In 1967 deed Trino Flothuis samen met Jean Nelissen een zogenaamd experiment om  de Adsteeg, eigenlijk een onbeduidende Limburgse heuvel, op te rijden een keer clean en daarna mét gebruik van pervitine (methamfetamine). Onder begeleiding van il preperatore dokter Thei Jessen. Een belachelijke exercitie natuurlijk die geen significante verschillen oplevert op zo’n kattensprongetje. Wat het wel oplevert, is een leuk stukje in de krant.

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.