Door de val van Akko, het laatste christelijke bastion, vervalt de droom van een christelijke midden-oosten en zouden de “heilige plaatsen” definitief in islamitische handen komen, waardoor de Tempeliers eigenlijk geen reden van bestaan meer hebben (op de illustratie: Meester Mathieu de Clermont van de Hospitaalridders verdedigt de muren van Akko in 1291, Dominique Papety – Versailles-collecties).
Na de overgave van Jeruzalem in 1187 ontstond het rompkoninkrijk Jeruzalem, het omvatte een aantal kuststeden met als hoofdstad Akko. In 1244 was Jeruzalem definitief verloren.
Na 1250 werd de druk alleen maar groter toen een nieuwe mammelukse sultan, Baibars, aan de macht kwam. Vanaf 1265 vielen de steden Caesarea, Haifa en Arsuf in handen van de sultan, gevolgd door Antiochië in 1268. In 1271 veroverde hij de kruisvaardersburchten Chastel Blanc en Krak des Chevaliers. De verwoede pogingen van koning Eduard I van Engeland om dit te verhinderen waren tevergeefs. Vanaf 1272 trok koning Hendrik II van Jeruzalem zich terug op Cyprus vanwege de dreigende situatie. Hij liet het regentschap over aan Filips van Ibelin en later aan Amalrik van Tyrus, zijn broer.
Al werd er een tienjarig vredesverdrag ondertekend met de mammelukse sultan Qalawun, niemand had er rekening mee gehouden dat hij zou overlijden in november 1290. Zijn zoon Al-Ashraf Khalil, die hem opvolgde, wilde het koninkrijk Jeruzalem helemaal van de kaart vegen.
Het beleg van Akko begon op 6 april en de kruisvaarders zouden zes weken standhouden. De stad had 40.000 inwoners, waarvan 15.000 soldaten. Versterkingen van 2.000 man waren onderweg vanuit Cyprus.
Een cruciaal moment was op 16 mei toen tempeliermeester Willem van Beaujeu zijn zwaard liet vallen en wegliep van de muur. Hij riep “Ik loop niet weg, ik ben dood” en verwees naar zijn wond. Tot de 28e wisten de overige Tempeliers en soldaten het hoofdkwartier vast te houden, maar toen was het beleg gedaan. Hendrik die met zijn 2000 soldaten uit Cyprus was gekomen, was al gevlucht naar Cyprus.
Ronny De Schepper (op basis van Wikipedia)
Referenties
- Steve Runciman, vol I&II (geschrifte der kruistochten)
- Nicolle, David Acre 1291 (Osprey Campaign 154) Osprey, 2005
- Régine Pernoud, Vrouwen in de tijd van de kruistochten, Livre de Poche, Parijs, 1990, 404 p., ISBN 2-253-06152-2 , p.252-5
- Georges Bordonove, The Crusades and the Kingdom of Jerusalem, Pygmalion, Parijs, 1992 (herdrukt 2002), ISBN 2-85704-766-5 , blz.417-23
- Reinhard Barth/ Uwe Birnstein/ Ralph Ludwig/ Michael Solka: De kroniek van de kruistochten, Chronik Verlag, Gütersloh/ München 2003, ISBN 3-577-14609-5