Miss Havisham’s Wedding Night van Dominick Argento: dit is een eenakter voor sopraan, een monodrama van ongeveer 30 minuten, op een libretto van John Olon-Scrymgeour, gebaseerd op Miss Havisham uit Dickens’ Great Expectations. Een interessant detail is dat het eigenlijk een tweede versie is. Argento schreef eerst Miss Havisham’s Fire, een opera in twee bedrijven, die in 1979 bij de New York City Opera in première ging. Na de weinig enthousiaste ontvangst herschreef hij het werk tot de veel compactere Wedding Night. Die versie ging op 1 mei 1981 in première bij de Minnesota Opera in Minneapolis, met Rita Shane als Miss Havisham en Philip Brunelle als dirigent. Het is dus eigenlijk een nogal bijzondere Dickens-opera: geen ensembleopera waarin we Pip, Estella, Compeyson enzovoort allemaal zien, maar een psychologisch portret van de oude Aurelia Havisham, met Estella als zwijgende rol. (chatgpt)
De creatie van opera’s van bij ons nagenoeg onbekende componisten hebben wij altijd als de voornaamste bestaansreden van onze V.K.O. beschouwd, schrijven Pim & Wim in De Rode Vaan nr.43 van 1986. « Miss Havisham’s Wedding Night » van Dominic Argento valt volkomen binnen het streven. Argento is zonder twijfel één van de meest opvallende figuren uit de Amerikaanse operawereld. Hij behoort tot de medestichters van de Minnesota Opera, waarvoor hij in 1964 « The Masque of Angels » en « Postcard from Morocco » schreef. « Miss Havisham », gecreëerd in New York in 1979 werd minder goed ontvangen. De versie die de V.K.O. ons bracht was in feite maar een fragment van de opera: een monoloog, of beter een waanzinscène. U kent het verhaal uit Dickens’ « Great expectations » wel : jaren geleden is miss Havisham op de dag van haar huwelijk door haar bruidegom verlaten. Sindsdien is, in het vervallen huis, de bruiloftstafel steeds gedekt gebleven. De monoloog van de gefrustreerde miss is een dankbare one-man-show waar de sopraan Lieve Jansen echter in de verste verte de vocale middelen niet voor heeft. Er werd dan ook meer krampachtig geschreeuwd dan gezongen. Spijtig, want de muzikale leiding van Jean-Jacques Werner en de enscenering van Peter Jonckheer waren voortreffelijk. Vooraf ging « Pierrot Lunaire » van Arnold Schönberg waar dezelfde Lieve Jansen een méér verdienstelijke vertolking bracht. De opvoering van deze « Pierrot » werd omlijst door walsen van Johann Strauss in een orkestratie van Schönberg met bijzonder smaakvolle balletinterventies.
Referentie
Willy Maijeur, Na hard-rock is er nu ook hard-opera, De Rode Vaan nr.43 van 1986

