Het is vandaag al twintig jaar geleden dat de Britse schrijfster Muriel Spark op 88-jarige leeftijd is overleden in een ziekenhuis in de Italiaanse stad Florence. Zij werd begraven in het Toscaanse dorpje Civitella della Chiana, waar zij de afgelopen 26 jaar woonde, samen met haar vriendin Penelope Jardine.
Ze werd geboren als Muriel Sarah Camberg in Edinburgh in Schotland. Ze schreef meer dan twintig boeken, zowel fictie als non-fictie. Haar eerste roman, “The Comforters”, verscheen in 1957, maar met “The Prime of Miss Jean Brodie” (1962) trok zij wereldwijd de aandacht. Het boek gaat over haar eigen jeugd in een Schotse meisjesschool in de jaren dertig van de vorige eeuw, de vraag is alleen: in welk van de zes meisjes moeten we de auteur situeren. Ikzelf heb zo mijn idee, maar ik laat het liever aan uzelf over om daarover na te denken. “Denk eens na,” zou mijn kleindochter Lucy zeggen. De lerares die model stond voor Jean Brodie daarentegen was Christina Kay.
De sfeer van de jaren dertig en het fascisme is voelbaar aanwezig. Daarom is het merkwaardig dat men al op p.2 kan lezen: “In die tijd waren ze direct herkenbaar als de leerlingen van Miss Brodie, omdat ze enorm veel wisten over allerlei onderwerpen die irrelevant waren voor het officiële curriculum, zoals de directrice zei, en nutteloos voor de school als geheel. Het bleek dat deze meisjes hadden gehoord van de Buchman-aanhangers en Mussolini, de Italiaanse renaissanceschilders, de voordelen voor de huid van reinigingscrème en toverhazelaar boven gewone zeep en water, en het woord ‘menarche’; de interieurdecoratie van het Londense huis van de auteur van Winnie de Pooh was aan hen beschreven, evenals het liefdesleven van Charlotte Brontë en van Miss Brodie zelf. Ze waren op de hoogte van het bestaan van Einstein en de argumenten van degenen die de Bijbel als onwaar beschouwden. Ze kenden de basisprincipes van astrologie, maar niet de datum van de Slag bij Flodden of de hoofdstad van Finland. Alle leerlingen van de Brodie-groep, op één na, konden op hun vingers tellen, net als Miss Brodie, met min of meer accurate resultaten. Tegen de tijd dat ze zestien waren, in de vierde klas zaten en buiten de schoolpoort rondhingen na schooltijd en hoewel ze zich op school hadden aangepast aan het orthodoxe regime, bleven ze onmiskenbaar Brodie en waren ze allemaal berucht op school, wat wil zeggen dat ze met argwaan werden bekeken en niet erg geliefd waren. Ze hadden geen teamgeest en weinig met elkaar gemeen, afgezien van hun voortdurende vriendschap met Jean Brodie.“
De tekst in vetjes is uiteraard door mezelf zo eruit gelicht, maar op p.55 blijkt dat het geen toeval was. Over haar vakantie in 1931 vertelt miss Brodie: “In Londen namen mijn welgestelde vrienden – hun dochtertje heeft twee kinderverzorgsters, of nanny’s zoals ze dat in Engeland noemen – me mee naar AAMilne.”
In hoeverre A.A.Milne past in het “fascistische” plaatje van miss Brodie wordt nergens duidelijk, maar dat zijzelf fascistisch is des te meer: “Toen Sandy, zoals van haar verwacht werd, in de herfst terugkeerde om juffrouw Mackay te bezoeken, zei de directrice tegen deze nogal lastige oud-leerlinge met de abnormaal kleine ogen: ‘Je hebt vast wel iets van juffrouw Brodie gezien, hoop ik. Je bent je oude vrienden toch niet vergeten?’
‘Ik heb haar een of twee keer gezien,’ zei Sandy.
‘Ik ben bang dat ze jullie jonge hoofdjes op ideeën heeft gebracht,’ zei juffrouw Mackay met een veelbetekenende twinkeling, wat betekende dat nu Sandy van school was, het prima zou zijn om openlijk over de streken van juffrouw Brodie te praten.
‘Ja, heel veel ideeën,’ zei Sandy.
‘Ik wou dat ik wist wat sommige daarvan waren,’ zei juffrouw Mackay, een beetje ineengedoken en oprecht bezorgd. ‘Want het gaat nog steeds door, ik bedoel, klas na klas, en nu heeft ze een nieuwe groep gevormd, en die loopt zo uit de pas met de rest van de school, de groep van juffrouw Brodie. Ze zijn vroegrijp. Begrijp je wat ik bedoel?’
‘Ja,’ zei Sandy. ‘Maar je kunt haar niet vastpinnen op seks. Heb je al aan politiek gedacht?’
Juffrouw Mackay draaide haar stoel bijna recht voor die van Sandy. Dit was zakelijk.
‘Lieve,’ zei ze, ‘wat bedoel je? Ik wist niet dat ze zich aangetrokken voelde tot politiek.’
‘Dat heeft ze ook niet,’ zei Sandy, ‘behalve als bijzaak. Ze is een geboren fascist, heb je daar al aan gedacht?’
‘Ik zal haar leerlingen daarover ondervragen en kijken wat eruit komt, als dat is wat je adviseert, Sandy. Ik had geen idee dat je je zo druk maakte over de wereldpolitiek, Sandy, en ik ben meer dan verheugd —’
‘Ik ben niet echt geïnteresseerd in wereldpolitiek,’ zei Sandy, ‘alleen in het stoppen van juffrouw Brodie.’” (p.166-167)
“Juffrouw Brodie werd gedwongen met pensioen te gaan aan het einde van het zomersemester van 1939, omdat ze fascisme had onderwezen. Toen Sandy ervan hoorde, moest ze denken aan de marcherende troepen in zwarthemden op de schilderijen aan de muur. Inmiddels was ze toegetreden tot de katholieke kerk, waar ze een flink aantal fascisten had gevonden die veel minder aangenaam waren dan juffrouw Brodie.” (p.167-168)
In 1969 werd ‘The Prime of Miss Jean Brodie’ verfilmd door Ronald Neame met Maggie Smith in de titelrol. Het is een geweldige prestatie voor een film om je de hoofdpersoon in het begin te laten liefhebben en haar aan het einde te laten haten, en deze film slaagt daarin. Het is niet omdat Smiths personage verandert dat we haar gaan afkeuren, maar eerder omdat onze perceptie van haar verandert gedurende de film.
Aan de oppervlakte lijkt Miss Brodie een liefdevolle, zorgzame vrouw met wie het leuk is om tijd door te brengen. Maar uiteindelijk zakken we onder de oppervlakte en beseffen we hoe manipulatief ze is. Als Goebbels’ favoriete leerlinge stereotypeert en beperkt ze haar meisjes door hen te prijzen om hun individuele kwaliteiten. “Teamgeest?” merkt ze op een gegeven moment sarcastisch op. “Waar zou teamgeest Pavlova hebben gebracht? Het corps de ballet heeft ‘teamgeest’.”
Ze geeft niet om de meisjes als haar eigen kinderen, maar meer als haar instrumenten. Zoals Sandy in de laatste confrontatie opmerkt, ziet Miss Brodie in elk van haar leerlingen een individuele functie en een beperkt doel.
De film verkent ook ideeën over liefde, maar uiteindelijk draait het meer om manipulatie. De manier waarop Miss Brodie mannen naar zich toe trekt, alsof ze hen gebruikt wanneer het haar uitkomt. Ze zegt dat ze in haar bloeiperiode is omdat ze zich in een fase van haar leven bevindt waarin ze alles kan controleren – inclusief de directrice. Ze is graag in de buurt van jonge mensen omdat die zo makkelijk te beïnvloeden zijn, en bij de mannelijke leraren op school gebruikt ze haar ‘vrouwelijke charmes’ om hen te verleiden. Ze heeft echter geen middelen om de volwassen vrouwen te controleren en daarom kan ze met geen van hen op goede voet staan.
Het acteerwerk in de film is uitstekend van alle betrokkenen. Maggie Smith is sluw en briljant als de heldin/schurk, een combinatie van vriendelijke humor en onderliggende, bijna misselijkmakende ideeën (zoals het proberen een jongere versie van zichzelf te creëren in Jenny om haar minnaars tevreden te stellen). Maar het is eigenlijk de film van Pamela Franklin. Haar personage rijpt in de film, trotseert stereotypen en ziet verder dan de oppervlakte. Er zijn geen woorden om te beschrijven hoe perfect ze Sandy speelt, en gezien het feit dat ze destijds negentien jaar oud was, vertolkt ze een twaalfjarig meisje met verbazingwekkend realisme. Ze won terecht de National Board of Review-prijs voor Beste Bijrolactrice.
De technische kant van de film is niet bijzonder indrukwekkend, maar sommige shots zijn zeer zorgvuldig gecomponeerd en het lijkt erop dat de regisseur ervoor heeft gekozen om het script en de acteerprestaties te benadrukken, in plaats van een visueel spektakel te creëren. En daar zijn ook diepere redenen voor, want de film gaat over dingen die aan de oppervlakte niet zijn wat ze lijken. Oppervlakkig gezien heeft de film de uitstraling van een typisch drama uit de jaren zestig, maar als je verder kijkt, ontdek je een verbluffende, tot nadenken stemmende film die je nog lang na de aftiteling bij zal blijven.
Opmerkelijk: in 1966 kwam er een Engelse toneelbewerking met Vanessa Redgrave in de hoofdrol en Olivia Hussey in de rol van één van de meisjes (Jenny). Franco Zeffirelli zag haar aan het werk en bood haar meteen de rol van Julia aan in zijn verfilming van “Romeo and Juliet”.
Andere romans van Muriel Spark zijn “Memento Mori” (1959), “The Girls of Slender Means” (1963), “The Mandelbaum Gate” (1965) en “The Public Image” (1968). In 2004 verscheen haar laatste roman, “The Finishing School”. “Memento Mori” las ik begin mei 2020 in volle corona-crisis. Alhoewel het dus een passend thema was, betrof het toch gewoon een at random keuze. Een groep ouderen in het Londen van de jaren vijftig wordt geregeld gebeld door een vreemdeling die alleen maar zegt: ‘Vergeet niet, je zult sterven’, voordat hij ophangt. Er is Charmian, wier populaire romans een hernieuwde belangstelling genieten. Er is haar man, Godfrey Colston, de inmiddels gepensioneerde brouwerijmagnaat, wiens overspel nooit verder lijkt te gaan dan een vluchtige blik op dameskousen en jarretels, en zelfs dat kan hem te veel prikkelen. Er is Percy Mannering, de kwijlende oude dichter en grootvader van de 23-jarige Olive Mannering, een van Godfreys ‘hoeren’. Er is Eric Colston, de zoon, een mislukkeling, die mogelijk gebaseerd is op Sparks eigen zoon, Robin, die zijn moeder fel bestreed en haar publiekelijk uitschold voor een slechte moeder. Er is Alec Warner, die een onophoudelijke stroom aan aantekeningen en verslagen bijhoudt van de activiteiten van de groep, zonder dat daar een duidelijk doel mee is. Er is de gepensioneerde inspecteur Mortimer met een slecht hart die de valse telefoontjes ziet als afkomstig van de Dood zelf. Er is de hebzuchtige oude dienstmeid Mrs.Pettigrew die Godfrey chanteert met zijn oude overspel. Ten slotte is er de overleden, wellustige Lisa Brooke, wier fortuin naar elk van deze personen zou kunnen gaan. Deze zwarte komedie is een wonder van beknoptheid en oordeelkundige structuur. Het werd gepubliceerd in 1959 en is opmerkelijk goed bewaard gebleven, aldus een William2 op goodreads. Jack Clayton heeft jarenlang geprobeerd een film te maken van Muriel Sparks roman. Hem werd herhaaldelijk verteld dat te veel van de hoofdpersonen oude mensen waren om een filmversie een kassucces te laten worden. Nadat de filmversie van “Driving Miss Daisy” een groot succes was gebleken, probeerde hij het opnieuw, maar zelfs toen kon hij de film alleen als tv-film maken, weliswaar met hetzelfde scenario dat hij voor de bioscoop had geschreven. (IMDb)
Spark, die in 1993 in de Britse adelstand werd verheven, ontving een aantal onderscheidingen voor haar werk, dat ook studies over de schrijfsters Emily Brontë en Mary Shelley omvat.
Ronny De Schepper