De Nederlandse auteur Tim Krabbé is vooral bekend omwille van zijn roman “De renner”. Ook in de verhalenbundel “De matador” (1991) komt een wielerverhaal voor: “De scherprechter van Korfoe”.
Wellicht gebaseerd op een échte fietstocht van Krabbé, wordt er een verhaal over de Tour 1964 bij gefantaseerd, waaraan ik me enigszins heb gestoord. De zevende etappe van die Ronde ging inderdààd van Champagnole naar Thonon. Welke Nederlander in die etappe naar huis werd gereden (en of er sowieso “een” Hollander buiten tijd was), heb ik niet kunnen nagaan, maar het was zeker geen Luteijn zoals het personage uit het verhaal heet. Dat is trouwens een ergernis die ook bij andere verhalen opduikt: Krabbé kiest voor zijn personages meestal waanzinnige namen. Goed, ik heb nog even gedacht: zou het voor Cees Lute kunnen staan? Maar nee, die heeft dat jaar zelfs de Tour niet gereden. Maar wat me het mééste stoorde, was het feit dat hij die Tour met landenploegen laat betwisten! Dat was dus ofwel drie jaar te laat of drie jaar te vroeg! Dat is nu toch een fout die een schrijver van een boek als “De renner” niet zou mogen maken!
“De man die de Babson task wilde maken” belicht dan weer die andere passie van Krabbé: het schaken. Wijlen Jan Mariën wist hierover tien jaar geleden te berichten: “Dat schakers soms geobsedeerd worden door hun spel is bekend – ik heb er ook wat van – en werd o.a. ook al prachtig beschreven door Stefan Zweig in Schachnovelle en Vladimir Nabokov in De verdediging. Je hebt echter nog een ander soort – schakers in het kwadraat zeg maar – namelijk de probleemoplossers. Niet tevreden met het soms wat laag-competitieve van een schaakpartij zijn er schaakdenkers die problemen componeren: een uitgedokterde situatie op het bord met b.v. de opdracht ‘mat in twee’. En reken maar dat die meestal zeer moeilijk te vinden zijn. De Babson task was ook zo’n klassiek probleem van een onvoorstelbare moeilijkheid. De man die ze wou oplossen geraakte dan ook echt geobsedeerd. Meer dan een schaakboekje is deze novelle dan ook een studie over de psyche van de verbeten mens. Zeer indringend.”
Dergelijke schaakproblemen (“De bom van Brisbane” en “De bodemloze put”) zijn ook het onderwerp van een ander verhaal uit “De Matador” (Meester Jacobson). Helaas kan ik er niet méér over vertellen, enerzijds omdat ik nauwelijks iets van schaken afweet, anderzijds om met geen spoiler af te komen. Het is wel het mooiste verhaal uit de hele bundel en het is jammer dat Jan het wellicht nooit heeft gelezen. En het ergste van al is dan nog wel dat Jan en het jongetje uit het verhaal aan dezelfde vreselijke ziekte zijn overleden! Dat heeft me uiteraard ontzettend ontroerd.
Ronny De Schepper