Op 28 maart 1771 is de vijftienjarige Mozart opnieuw in Salzburg, waar hij “La Betulia liberata” schrijft (KV.118), geen echte opera maar een “action sacrée”, op een tekst van Metastasio uit 1734, waarvan de ouverture in d (KV.74c) door Hogwood als symfonie wordt geteld. Eigenlijk is dit het enige oratorium dat Mozart schreef.
La Betulia Liberata(NL: De bevrijding van Bethulia) is een libretto van Pietro Metastasio dat deze in opdracht schreef van keizer Karel VI. Het verhaal gaat over Judith en Holofernes uit het Bijbelverhaal van Judith. Het libretto werd door meer dan 30 componisten op muziek gezet. De eerste keer was door Johann Georg Reutter in 1734. Enkele andere componisten die het libretto gebruikten, waren Niccolò Jommelli (1743), Ignaz Holzbauer (1760), Leopold Kozeluch (1780), Joseph Schuster (1787) en Antonio Salieri (1821) .
Het gekke is dat alhoewel Mozart aan dit werk was begonnen op vraag van Don Giuseppe Ximenes Prins van Aragon in Padua op 13 maart, zijn versie nooit in Padua werd uitgevoerd (wel die van een lokale componist, Giuseppe Calegari). Niet toevallig is de ouverture in dezelfde toonaard geschreven als die van “Alceste” (1767) van Gluck. Sedert februari 1768 voerden de Mozarts immers correspondentie met deze componist.
Ronny De Schepper