Het is vandaag al vijftig jaar geleden dat Luchino Visconti (links op bovenstaande foto) in Rome is gestorven op 69-jarige leeftijd.
Hij werd geboren in Milaan als telg uit een oud adellijk geslacht. In de jaren dertig trok hij naar Parijs, waar hij zijn loopbaan als filmmaker begon als assistent-regisseur van Jean Renoir bij de films Toni en Une partie de campagne. Na een reis naar de VS keerde hij terug naar Italië, waar hij in 1939 nogmaals als assistent-regisseur van Renoir werkte, ditmaal bij de film Tosca. De productie ervan moest echter worden gestaakt door het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog.
In 1943 schreef Visconti samen met Gianni Puccini, Antonio Pietrangeli en Giuseppe De Santis het draaiboek van Ossessione (1943), de eerste film die hij zelf regisseerde, maar niet de eerste filmversie van “The postman always rings twice” van James M.Cain. Dat was “Le dernier tournant” van Pierre Chenal uit 1939. Later zullen nog versies volgen van o.a. Tay Garnett en Bob Rafelson. Critici beschouwen deze film als een voorbode voor het Italiaans neorealisme. Na de Tweede Wereldoorlog werd Visconti marxist. Die ideologie speelde een belangrijke rol in zijn tweede speelfilm La terra trema (1950). Terugkerende thema’s in Visconti’s film zijn moreel verval en klassenstrijd tegen de achtergrond van een substantieel veranderende maatschappij.
Daarna brak Visconti met het neorealisme. Voortaan maakte hij gestileerde, bijwijlen zelfs barok aandoende drama’s. De films Le notti bianche (1957), Boccaccio 70 (1961), Il gattopardo (1963), L’Etranger (1967), The Damned (1969), Death in Venice (1971) en L’innocente (1976) gelden als zijn bekendste werken. Met het veelgeprezen Rocco e i suoi fratelli uit 1960 (zie bovenstaande foto met Alain Delon, die naast Romy Schneider ook haar moeder Magda en Luchino Visconti zelf “binnendoet”; in dit laatste geval zou het zelfs om een triootje gegaan zijn, aldus Bernard Violet in zijn biografie uit 1998) keerde hij nog eenmaal terug naar het neorealisme. Het filmen verliep zeer problematisch, omdat Luchino Visconti herhaaldelijk de beloofde vergunningen geweigerd kreeg en gedwongen werd op ongeschikte locaties te filmen. De gemeente Milaan trok de toestemming in om een moordscène te filmen op een populaire toeristische plek. Vervolgens werd de film verboden, zelfs nadat er al 45 minuten aan controversieel materiaal was verwijderd. Toen de film in 1961 in de VS werd uitgebracht, werd er nog eens een half uur aan beeldmateriaal uitgeknipt, omdat het te gewelddadig werd geacht voor het Amerikaanse publiek. Ondanks de censuurproblemen – of misschien juist daardoor – was de film een groot commercieel succes in Italië. Het grootste deel van de dialogen is nagesynchroniseerd door andere acteurs dan die in de film te zien zijn. Dit is duidelijk te merken als je goed kijkt naar de lipsynchronisatie, die sterk kan afwijken van de daadwerkelijke dialogen. De stemacteurs worden niet vermeld in de aftiteling van de film.
Naast filmregisseur was Visconti ook een gevierd theaterregisseur. Tussen 1946 en 1960 ensceneerde hij verschillende opvoeringen van de Rina Morelli-Paolo Stoppa Compagnie. Bovendien regisseerde hij diverse opera’s. Vooral zijn interpretaties van opera’s van Giuseppe Verdi oogstten veel bijval. In 1948 kwam hij via de Franse ontwerper Coco Chanel in contact met de Spaanse surrealist Salvador Dalí, met wie hij een samenwerking aanging om een opvoering van William Shakespeares pastorale komedie As You Like It te arrangeren. Dalí ontwierp hiervoor de decors en kostuums.
Hoewel hij er nooit openlijk over praatte, gold Visconti’s homoseksualiteit als algemeen bekend en verscheen hij vaak publiekelijk in het bijzijn van zijn vriend Udo Kier, en later Helmut Berger. Homoseksualiteit was ook een thema in enkele van zijn films, met name in Death in Venice en Ludwig.
Ronny De Schepper (op basis van Wikipedia)