Komende vrijdag komt dé Frank Heinen vertellen over vergeten renners. In de Velosoof te Eindhoven. In de voormalige parochiekerk van Antonius van Padua en O.L.V. van Onbevlekt Ontvangen. Voor Einhovenaren is dat de “Steentjeskerk” (lees: stintjes) een echt monumentaal gebouw opgetrokken in Kunrader natuursteen. Naar voorbeeld van een Romeinse basiliek.
Maar och ja die kerken, er is zowat niets meer van over, ze worden nu zelfs al in de kleinste dorpen omgekat tot appartementen.

De “Stintjeskerk “ is ook al door vele wateren gevaren. Allang geen gebedshuis meer, na eerst een museum gehuisvest te hebben, is het nu dan een gelikte wielertempel. Met een blinkend café en een nog meer schitterende showroom. Volgestouwd met de meest gesofisticeerde peperdure koersfietsen. De ene nog meer oogverblindend dan de andere. Pinarello, Cervélo, BMC, Wilier, noem het maar op. Machines, in feite lichtjaren verwijderd van de rechttoe rechtaan stalen rossen waar wij op reden. Met als naam weinig fantasievolle afkortingen als RIH, AVH of JOCO.
Nu we het toch over JOCO hebben: dat was het merk dat Jacques-Kobuske-Gramser vooral voerde. Lang geleden in de sixties in zijn winkeltje “Gramser Sport” recht tegenover de Stintjeskerk oftewel De Velosoof. Het onopvallende winkeltje is er nog steeds. Nauwelijks veranderd sinds de oprichting in 1937. En ze verkopen en repareren  nog altijd fietsen.

Ja, “Gramser Sport” had toentertijd op ons toch een grote aantrekkingskracht. In de vitrine lagen de derailleurs en spieloze crankstellen van Campagnolo. Zelfs de doosjes waarin ze zaten, waren al uitermate intrigerend en verleidelijk. Tegenwoordig al collectors items die doosjes, maar dat even terzijde.
Italiaans, welhaast exotisch, uitdagend en oogstrelend maar voor ons onbetaalbaar. Zo lag het spul daar te tiertsen in de etalage.
Kobus Gramser was samen met de familie in de dertiger jaren naar Eindhoven komen afzakken vanuit het tegen de Duitse grens weggedrukte Noord Limburgse dorpje Siebengewald. In Eindhoven brandde het licht en vanuit alle windstreken kwamen ze erop af. Gramser is overigens een familienaam die als geen andere verbonden is met Siebengewald. Maar ook dat even terzijde.

Jacques Gramser met Frans van den Broek 1933

Laat ons eens even meelezen in het 75-jarig jubileumboek uit 1995 van de Eindhovense Wielerclub Het Zuiden, waarin Kobus een aparte paragraaf krijgt.
“Ook Jacques Gramser vierde in de jaren voor de oorlog grote triomfen. Met het gezin naar Eindhoven gekomen bleef hij daar achter toen zijn ouders door veel ziekte en tegenslag weer naar hun geboortegrond terugkeerden. Hij wilde op eigen benen verder. Jacques begon laat in de wielersport en hield er vroeg mee op. Het fietsen leerde hij op de plaatselijke pistes. Als 20-jarige vormde hij in die tijd een koppel met de Helmonder van Bree. Weliswaar wonnen ze op wielerbaan ’t Hert hun eerste wedstrijd maar in de daarop volgende avondzesdaagse kwam de jonge van Bree zo ernstig ten val dat hij kort daarop overleed.
Voor Jacques gold: fietsen of terug naar Siebengewald. Hij keek met gretige ogen naar zijn clubmakkers Frans van den Broek, Jan van Hout en Harrie van Hoek die op de Antwerpse wielerbaan hun kost verdienden. Hij probeerde het in de stayerij. Kenners schatten, dat hij daar als het ware voor gemaakt was: klein, sterk en niet bang. Een goede zit en soepele gang om ook het hoogste tempo te kunnen volhouden. Daarnaast een venijnig snelle sprong, onuitsprekelijk recuperatievermogen en een ontembare vechtlust (vind ze zo nog maar eens; red.).Hij kreeg een duidelijk brevet van bekwaamheid op zak toen hij op de prachtige Zwaluwbaan in Gestel het officieus werelduurrecord van de Belg Geens verbeterde: van 59,400 km naar 61,572 km. De directie van het Antwerpse Sportpaleis trok hem onmiddellijk aan en had er met Gramser een publiekstrekker bij. Hij was daar een graag geziene klant. Indrukwekkend waren zijn gevechten met de Belgische geweldenaar George Ronse, met Meulemans, Michaux en de Duitser Metze. Gramser hield zich in dat geweld prachtig staande en om hem te zien trokken wekelijks honderden Eindhovenaren naar de Scheldestad. Zijn veelbelovende carrière werd door de mobilisatie en oorlog in 1939 afgebroken. Voor hem duurde de oorlog te lang om opnieuw te beginnen
Hij kon de wielrennerij ondanks zijn inmiddels drukbeklante fietsenzaak niet helemaal loslaten. Zijn neef Willy Gramser uit Siebengewald vond in zijn ‘Kobusome’ een uitstekende begeleider en adviseur.
Jacques reed met zijn auto met een aantal veelbelovende renners praktisch alle wedstrijden in Oost-Brabant en het aangrenzende deel van België af. De Belgen hadden er schrik van als de Gramser-wagen op het parcours arriveerde. Geen wonder want die ‘Ollanders’ waren veelvraten en haalden alle prijzen weg. Zo was Jacques later ook een veelgevraagd mecanicien, o.a. opererend in de Tourploeg van 1951.”

Tot zover het relaas, waarschijnlijk van de hand van fameuze Eindhovense journalist/sportbestuurder Frits van Griensven.

Verzorger Kobusome met Wim Gramser (r) en Jaap Kersten (l)

Jacques -Kobus- Gramser , een vergeten renner die de boeken van Heinen nooit heeft gehaald. Daarom maar hier gememoreerd.

Theo Buiting
14/3/2026

Foto bovenaan: stayer Jacques (Kobus) Gramser met zijn verzorger Wim Lodewijks

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.