Het is ook al 45 jaar geleden dat tekstschrijver Yip Harburg is overleden (foto Harburg, c. 1950, http://www.findagrave.com/cgi-bin/fg.cgi?page=pv&GRid=6817310&PIpi=27024048)

Harburg werd geboren als Isidore Hochberg in de Lower East Side van New York City, in een gezin van Russische orthodoxe joden. Na de dood van zijn broer en daarna van zijn moeder, stapte hij van het geloof af. Over zijn afscheid van het geloof zei hij eens: “Ik vond een vervangende tempel – het theater.”
Vanwege zijn clowneske gedrag en zijn tomeloze energie kreeg hij al snel de bijnaam Yipsel, dat Jiddisch is voor eekhoorn. Hij ging naar een school voor getalenteerde kinderen, waar hij klasgenoten had als Ira Gershwin, die later net als hem tekstschrijver zou worden (op muziek van zijn broer George) en waarmee hij zijn leven lang bevriend zou blijven.
Na zijn studies vertrok hij in 1917 naar Uruguay om te voorkomen dat hij opgeroepen zou worden voor militaire dienst in de Eerste Wereldoorlog. Bij terugkeer werd hij mede-eigenaar van een bedrijf voor elektrische apparaten dat echter zijn deuren moest sluiten tijdens de beurskrach van 1929. Hierop leende Gershwin hem wat geld en bracht hem in contact met een aantal songwriters. Harburg leverde nog hetzelfde jaar de teksten voor zes liedjes in de musical “Earl Carroll’s sketch book”.
Samen met Jay Gorney schreef hij het lied “Brother, can you spare a dime?” voor de musical “Americana” (1932). Het werd enerzijds geprezen als dé hymne van de depressie, terwijl Republikeinen het bestempelden als antikapitalistische propaganda. Het lied werd bijna uit de show geschrapt en daarnaast werden pogingen ondernomen om het van de radio te weren.
Hierna kreeg hij samen met Gorney een contract bij het filmproductiebedrijf Paramount Pictures. Hier schreef hij sindsdien decennialang teksten op de muziek van componisten als Vernon Duke, Jule Styne en Harold Arlen. De samenwerking met Harold Arlen leidde verschillende malen tot hits, zoals in het geval van “It’s only a paper moon” (1933) en “Somewhere over the rainbow” (1938). Verder schreef hij teksten voor de musical “Cabin in the sky” (1943).
Hij was daarnaast ook lid van linkse organisaties maar hij was geen lid van de Amerikaanse Communistische Partij. Toch stond hij op de zwarte lijst van Joe McCarthy. Desondanks wist hij werkzaam te blijven als dichter en tekstschrijver van musicals. Met muziek van Sammy Fain en teksten van Harburg persifleerde de musical “Flahooley” (1951) het hysterische anticommunistische sentiment van de heksenjacht, maar de voorstelling werd na veertig voorstellingen in het Broadhurst Theatre op Broadway stopgezet. De New Yorkse critici waren afwijzend over de show, hoewel deze tijdens de eerdere try-outs in Philadelphia, voorafgaand aan de Broadway-première, een succes was geweest.
Daarna schreef hij op muziek van Arlen de musical “Jamaica” (1957) met Lena Horne in de hoofdrol. Verder schreef hij samen met Arlen muziek uit de nadagen van zangeres Judy Garland, zoals “Paris is a lonely town” (1962) en “I could go on singing” (1963).
In 1981 overleed hij in Los Angeles als gevolg van een auto-ongeluk, zegt men vaak (de Nederlandse Wikipedia o.a.), maar eigenlijk had hij een hartaanval aan het stuur van zijn wagen (de Amerikaanse Wikipedia). Harburg is 84 jaar oud geworden. Wat ik zeer merkwaardig vind, is dat noch de Amerikaanse, noch de Nederlandse Wikipedia ook maar met één woord reppen over zijn privé-leven…

Ronny De Schepper

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.