De Indiaans-Canadese zangeres Buffy Sainte-Marie wordt vandaag vermoedelijk 85 jaar…
Vermoedelijk, jawel, want haar geboortedatum staat niet precies vast. De Amerikaanse Wikipedia (een Nederlandse pagina bestaat er blijkbaar niet) vermeldt gewoon: “Buffy Sainte-Marie was born in 1941 on the Piapot Plains Cree First Nation Reserve in the Qu’Appelle Valley, Saskatchewan, Canada.” Zonder vermelding van precieze datum dus, al staat ze wel degelijk als geboren op 20 februari 1941 in de lijst van Wikipedia Historical Data.
Alcide van zijn kant is al iets explicieter: “Buffy (Beverly) Sainte-Marie est née dans la réserve de Piapot, près de Regina, de parents cris. Sa date exacte de naissance n’a jamais été certifiée, bien que les dates du 20 février 1941 ou 1942 aient été publiées dans des notices biographiques de presse et des ouvrages de référence.” Dus bij hem staat de datum wel vast, maar hij zaait dan weer twijfel over het jaartal.
Over het vervolg zijn ze het echter beiden eens: “Orpheline quelques mois après sa naissance, elle fut adoptée par une famille en partie micmaque et fut élevée à Wakefield, Mass.” Deze familie bestond uit Albert en Winifred Sainte-Marie, die haar dus haar familienaam bezorgden.
Ze studeerde aan de Universiteit van Massachusetts Amherst, waar ze diploma’s behaalde in onderwijs en oosterse filosofie. Vervolgens promoveerde ze in de beeldende kunst aan dezelfde universiteit. Op zeventienjarige leeftijd begon ze gitaar te spelen en begin twintig was ze al een belangrijk figuur in de folkscene van de wijk Greenwich Village in New York. In 1963 zag ze gewonde soldaten terugkeren uit Vietnam, in een tijd waarin de Amerikaanse regering nog steeds elke betrokkenheid ontkende. Dit inspireerde haar protestlied “Universal Soldier”, dat in 1964 op haar debuutalbum “It’s My Way” bij Vanguard Records verscheen en later een hit werd voor Donovan.
In 1964, tijdens een terugreis naar het Piapot Cree-reservaat in Canada voor een Powwow, werd ze verwelkomd en (in de context van de Cree Nation) geadopteerd door de jongste zoon van opperhoofd Piapot, Emile Piapot, en zijn vrouw. Dit droeg bij aan Sainte-Marie’s culturele waarde en haar plaats binnen de inheemse cultuur. Ze maakte naam door haar inzet voor sociale doelen, met name voor de inheemse bevolking van Noord-Amerika, met nummers als “Now That The Buffalo’s Gone” (1964) en “My Country ‘Tis of Thy People You’re Dying” (1964, opgenomen op haar album uit 1966) en het themalied van de populaire film “Soldier Blue”. Als gevolg van een boycot door onder meer presidenten Lyndon Johnson en Richard Nixon, FBI-directeur J. Edgar Hoover en de Nashville-dj Ralph Emery (na de release van “I’m Gonna Be a Country Girl Again”), “werd ik in de Verenigde Staten buitenspel gezet”, aldus Sainte-Marie zelf.
Maar daarnaast schreef ze ook “gewone” liefdesliedjes zoals “Until it’s time for you to go” of “Up Where We Belong”, dat ze samen schreef met Will Jennings en muzikant Jack Nitzsche. Het nummer won in 1982 de Academy Award voor Beste Song, toen het werd uitgevoerd door Joe Cocker en Jennifer Warnes voor de film “An Officer and a Gentleman”.
Ronny De Schepper