Het is vandaag ook veertig jaar geleden dat het eerste anti-tabaksfilmpje op televisie werd uitgezonden. Dit gebeurde op initiatief van de acteur Yul Brynner, die een paar maanden eerder aan longkanker was gestorven.
Yul Brynner, een acteur van Russische komaf en met het Franse burgerschap, deed zijn toch al exotische leven nog aantrekkelijker klinken door een aantal verhalen over zijn jeugd de wereld in te sturen. Zo zou zijn geboortenaam Taidje Khan zijn, zou hij van Zwitsers-Japanse afkomst zijn en geboren zijn op het Russische eiland Sachalin. Verder deed hij vrij geheimzinnig over zijn echte geboortedatum. In 1989 kwam er een biografie uit, geschreven door zijn zoon, die enkele van deze verhalen ontkrachtte en mogelijk het werkelijke verhaal naar boven bracht. De tekst op Wikipedia die ik hier overneem is dan ook op deze biografie gebaseerd.
Yul Brynner werd in 1920 geboren als Joeli Borisovitsj Briner in Vladivostok, Rusland. Zijn moeder was de dochter van een arts, zijn vader was een uitvinder en technicus. In zijn jeugd verhuisde hij met zijn moeder en zus naar Harbin, China en in de jaren dertig vertrok de familie naar Parijs. Daar verwaarloosde hij zijn school en ging hij gitaar spelen bij Russische vluchtelingen. Later werd hij trapeze-artiest en ging hij bij het theater.
In 1941 verhuisde hij naar de Verenigde Staten om daar deel uit te maken van het theatergezelschap van Michail Tsjechov (1865-1936), de jongste broer van Anton. In 1945 kreeg hij een rol in het Broadway-stuk Lute Song. Voor deze rol kreeg hij een aantal prijzen. In 1949 maakte hij zijn filmdebuut in Port of New York.
Met Lute Song in het achterhoofd werd hij gevraagd voor de rol van de koning van Siam in The King and I, de Broadway-musical van Michael Rodgers en Oscar Hammerstein uit 1951. De rol betekende zijn grote doorbraak en bracht hem in de schijnwerpers. In 1956 herhaalde hij de rol weer voor de filmversie, waarvoor hij de Academy Award voor Beste Acteur binnenhaalde. Hij is één van de negen mensen die zowel een Tony Award als een Oscar wonnen voor dezelfde rol. Brynner schoor zich kaal voor de rol en bleef zich daarna kaal scheren, al zette hij later voor sommige rollen een pruik op. Omdat een kaalgeschoren hoofd in die tijd ongewoon was, werd Brynner een iconisch figuur.
Filmregisseur Cecil B. DeMille castte hem in de rol van de Egyptische farao Ramses II in het miljoenenproject The Ten Commandments (foto) en datzelfde jaar speelde hij ook in Anastasia aan de zijde van Ingrid Bergman. In 1959 was hij de tegenspeler van Gina Lollobrigida in de epische film Solomon and Sheba, waarin hij koning Salomo vertolkte. In 1960 speelde hij de hoofdrol in The Magnificent Seven, de westernversie van Akira Kurosawa‘s The Seven Samurai. Het was Yul Brynner die producent Walter Mirisch benaderde met het idee om een westernbewerking te maken van Akira Kurosawa ’s klassieker.
Yul Brynner had ook een grote stem in de castingbeslissingen, waaronder de keuze voor Steve McQueen. Hij had specifiek gevraagd om McQueen als Vin Tanner te casten. Brynner kreeg later spijt van deze beslissing, omdat hij en McQueen een rampzalige relatie ontwikkelden op de set. Volgens de autobiografie van Eli Wallach had Yul Brynner grote problemen met wat hij zag als Steve McQueens pogingen om hem te overschaduwen. Volgens Wallach deed McQueen dingen wanneer hij met Brynner in beeld was om de aandacht op zijn personage te vestigen. Zo probeerde Steve McQueen de aandacht van Yul Brynner af te leiden
door zijn hoed af te zetten om zijn ogen te beschermen. Uiteindelijk zei Brynner tegen hem: “Als je daar niet mee ophoudt, zet ik mijn hoed af, en dan kijkt niemand meer naar je voor de rest van de film.” Hij doelde natuurlijk op zijn kale hoofd.
Yul Brynner trouwde op de set; bij de viering werden veel van dezelfde rekwisieten gebruikt als in de feestscène.
In 1962 speelde hij Taras Bulba in de gelijknamige film. Yul Brynner wilde de essentie van Nikolaj Gogols roman in de film vastleggen. Hij was zo toegewijd aan zijn rol dat hij wilde dat de film chronologisch werd opgenomen om zijn vertolking zo authentiek mogelijk te maken. Dit gebeurde echter niet. Toen de film in de bioscoop verscheen, werd hij afgedaan als weer een doorsnee actiefilm in Kozakkenkleding – precies wat Brynner had willen vermijden. Volgens zijn zoon Rock heeft zijn vader zich daarna nooit meer zozeer, of zelfs helemaal niet meer, met hart en ziel ingezet voor zijn verdere filmwerk. Tijdens de opnames moest Brynner naar Japan voor een andere film en toen hij terugkwam, had de producent van Tarass Bulba enkele scènes verwijderd die Brynner voor zijn personage zeer belangrijk had gevonden. Oorspronkelijk bedoeld als een grootschalige tournee, werd de film vlak voor de release drastisch ingekort, waardoor de rol van Yul Brynner sterk werd ingekort en de ster zeer boos werd.
In 1966 was hij de enige van de hoofdrolspelers die zijn rol hernam in “The return of the Magnificent Seven”. In de jaren zeventig was hij te zien in Michael Crichtons Westworld als een op hol geslagen cowboy-robot, in ongeveer dezelfde kledij als in The Magnificent Seven.
In 1985 speelde hij voor de laatste keer de koning van Siam in een tweede tournee. Hij werd toen al geplaagd door longkanker. Twee maanden na het einde van de tournee stierf Brynner aan de ziekte in een ziekenhuis in New York (op dezelfde dag als Orson Welles) op 65-jarige leeftijd. Voor zijn dood had hij een reclameboodschap opgenomen, waarin hij verklaarde ziek te zijn geworden door roken. Deze reclameboodschap is op zijn verzoek na zijn dood uitgezonden (18 februari 1986), als een eerste krachtig statement tegen het roken. Ironisch genoeg werd het thema van The Magnificent Seven jarenlang gebruikt bij een reclame voor Marlboro-sigaretten…
Brynner trouwde vier keer, kreeg drie kinderen en adopteerde er twee.
Ronny De Schepper (op basis van Wikipedia)