Vijftig jaar geleden stond “Nothing rhymed” van Gilbert O’Sullivan op nr.1 van de top veertig van Radio Veronica.
Gilbert O’Sullivan (Waterford, 1 december 1946) is uiteraard een pseudoniem, de woordspeling op het legendarische Britse componistenduo Gilbert & Sullivan is immers evident. Maar toch is het ook niet erg ver gezocht: O’Sullivan werd immers geboren als Raymond Edward O’Sullivan. Hij kwam uit een Iers arbeidersgezin als tweede kind van zes. Het gezin verhuisde naar Swindon, een stad in het Engelse ceremoniële graafschap Wiltshire, toen hij 8 jaar was. Al op jonge leeftijd speelde hij piano. Hij ging in Swindon studeren aan de St.Joseph’s School waar hij zijn interesse voor muziek en kunst ontwikkelde. Daarna studeerde hij aan de Swindon’s Art Academy waar hij zich specialiseerde in grafisch ontwerp. Terwijl hij hier studeerde begon hij liedjes te schrijven en hij speelde in verschillende semi-professionele bands. Hij speelde ook gitaar en drums.
In 1967 verhuisde hij van Swindon naar Londen met als doel een muziekcarrière te beginnen. Hij vormde met Rick Davies (later Supertramp) de band Rick’s Blues. In 1967 tekende hij een vijfjarig platencontract bij CBS Records. Zijn manager Stephen Shane adviseerde hem om zijn naam te veranderen van Ray naar Gilbert om zo de link te leggen met de operette-componisten Gilbert en Sullivan. Zijn eerste single Disappear verscheen in november 1967, maar bleef onopgemerkt, evenals zijn tweede What Can I Do (april 1968). Ook zijn derde single Mr. Moody’s Garden uit 1969 was onsuccesvol. Wel namen The Tremeloes enkele nummers van hem op (You, What can I do? en Come on home). O’Sullivan stuurde vervolgens een demotape naar Gordon Mills (manager van Tom Jones en Engelbert Humperdinck) en kreeg een platencontract bij het nieuw opgerichte label MAM Records.
Aan het begin van zijn carrière kreeg hij bekendheid vanwege zijn uiterlijk van een straatjongen uit de jaren twintig met bloempotkapsel, streepjesdas, korte broek en pet. Gilbert: “Het was een goed imago. Ik had het nodig om de aandacht te trekken. Toen ik dat eenmaal had bereikt en ik een gevestigde naam was geworden kon ik terugkeren naar een normaal uiterlijk”. Gilbert O’Sullivan zoals hij in 1970 aan de wereld verscheen (foto Kevin O’Sullivan – www.gilbertosullivan.co.uk).
Zijn doorbraak kwam met het nummer Nothing Rhymed dat in Engeland een top 10-hit werd en in Nederland in februari 1971 de eerste plaats bereikte. Nederland was daarmee het eerste land waar hij een nummer 1-hit behaalde. In 1972 verwierf hij grote internationale roem met het nummer Alone Again (Naturally) dat in de Verenigde Staten zes weken op nummer 1 stond in de Billboard Hot 100. Alhoewel het in Nederland slechts de 21e plaats bereikte in de Nederlandse Top 40, zou het daar later zijn bekendste nummer worden in de versie van Kees van Kooten & Wim De Bie (het Simplistisch Verbond) als “1948”. Het refrein met de zin “Toen was geluk heel gewoon” zou aanleiding geven tot een sitcom met die naam. Eén van de hoofdvertolkers daarbij was Gerard Cox, die kort voor zijn dood door een Marokkaanse stand-up comedian daarover werd geïnterpelleerd met de uitroep: “Maar, Gerard, er komen helemaal geen Marokkanen voor in die sitcom!” Waarop Cox to the point repliceerde: “Er waren toen ook nog helemaal geen Marokkanen in Nederland, daarom ook dat het ‘toen was geluk heel gewoon’ heet…”
Maar eigenlijk hebben we het hier dus vooral over “Nothing rhymed”. Voor mij is dit nummer, net als “True love that’s a wonder” van Sandy Coast en “Hot love” van T-Rex met daarin het zinnetje “She’s faster than most and she lives on the coast”, onverbrekelijk verbonden met mijn eerste lief (in de betekenis van: de eerste met wie ik naar bed ben gegaan). Want inderdaad: “nothing rhymed” in die relatie, die dan ook niet lang heeft geduurd.
Ronny De Schepper (op basis van Wikipedia)
